Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (47)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis (47)

10 minuten leestijd

De valse kerk

Een klein gedeelte van artikel 29 rest ons nog. Het gaat over de kenmerken van de valse kerk. Eerst, aan het begin, zagen we de kenmerken van de ware kerk. Daarna hebben we gehandeld over die van de christenen. Nu, aan het eind, wordt het beeld van de valse kerk getekend. Hier is weer de samenhang met de gedachten van Calvijn. In het vierde boek van de Institutie wordt eerste de ware Kerk naar voren gebracht “met welke wij de eenheid moeten onderhouden, omdat zij een moeder is van alle vromen”. Maar direct daarna gaat het over de valse kerk: “vergelijking van de valse met de ware kerk. In de Franse belijdenis van 1559, waarin de invloed van Calvijn zo merkbaar is, wordt een apart artikel over de valse kerk gevonden. De naam van de Roomse Kerk komt daar duidelijk uit, als er gewezen wordt op “de vergaderingen van het Pausdom”.

Ons artikel besteedt vrij uitvoerig aandacht aan de kenmerken van de valse kerk: “Aangaande de valse kerk, die schrijft zich en haar ordinantiën meer macht en autoriteit toe dan het Woord Gods, en wil zich aan het juk van Christus niet onderwerpen; zij bedient de sacramenten niet, gelijk Christus in Zijn Woord verordend heeft, maar zij doet daar af en toe, gelijk als het haar goed dunkt; zij grondt zich meer op mensen dan op Christus; zij vervolgt degenen, die heiliglijk leven naar het Woords Gods, en die haar bestraffen over haar gebreken, gierigheid en afgoderijen. Deze twee kerken zijn lichtelijk te kennen, en van elkander te onderscheiden”.

Het lijkt me goed twee opmerkingen vooraf te maken. Allereerst moeten we niet voorbij gaan aan het uitgangspunt van dit hele artikel. Dat blijft namelijk gelden als het hier over de kenmerken gaat van de valse kerk. We moeten dan terug naar het begin: “wij geloven, dat men wel naarstiglijk en met goede voorzichtigheid, uit het Woord Gods, behoort te onderscheiden, welke de ware Kerk zij..” Zo wordt de ware Kerk vooropgesteld. De valse kerk wordt niet naast, maar tegenóver de ware Kerk beleden.

Dán moeten we er op letten, dat op de kenmerken van de valse kerk niet weer een gedeelte volgt dat uitbeelding geeft van hen, die daartoe behoren. Onze belijdenis heeft het niet over de leden van de valse kerk, maar over het lichaam van die kerk. Het kan zijn dat er kinderen Gods zijn, die, hoewel ze er niet wezenlijk in behoren, toch binnen een kerk zijn, die de wettige gedaante van de kerk mist. Calvijn heeft het in het hoofdstuk, waarop we al doelden, over: “..in zoverre de Heere de overblijfselen van Zijn volk, hoe ellendig verstrooid en uiteengejaagd dan ook, daar op wonderlijke wijze bewaart..”

Naar Gods Woord

De valse kerk is terecht het tegenbeeld van de ware Kerk genoemd. Zo komen hier ook de kenmerken uit. Menselijke inzettingen geven in de valse kerk de toon aan. Zij worden verheven boven Gods Woord. Het evangelie wordt niet gepreekt, zoals het in Gods Woord geopenbaard is. De valse leer en de valse leraren worden gedoogd. Zo wordt de Koning van de Kerk niet erkend en onder het juk van Christus niet gebogen. De sacramenten worden niet bediend naar Zijn Woord. Men voegt er aan toe naar eigen goeddunken. De ware gelovigen worden vervolgd. Men weert en sluit uit degenen, die haar bestraffen om de gebreken en ongerechtigheden.

Veel is er in de wijze, waarop over de kenmerken der valse kerk gesproken wordt, dat direct aan Rome herinnert. Wordt hier niet duidelijk gedoeld op de pauselijke heerschappij, het aannemen van een leer, die tegen Gods Woord is (vooral in de meest fundamentele stukken als het zalig-wordenuit-genade-alleen) op grond van de traditie, het vermeerderen van het aantal sacramenten, de verbastering van de Avondmaalsleer? Daarbij was de vervolging van de kinderen Gods in die tijd werkelijkheid! Woorden als “gierigheid” en “afgoderij” wijzen ook duidelijk op dit verband. Men had er mee te maken gehad hoe de kerk uit was op de uiterlijke schatten ter verhoging van de eer van de Roomse Kerk. Men wist van de afgoderij in de paapse mis.

We moeten vooral bedenken, dat deze kenmerken ingegeven zijn door het verstaan van Gods Woord. Zij zijn niet ongegrond zo beleden. In de geschriften van de reformatoren treft het beroep op de Heilige Schrift. Luther en Calvijn beriepen zich op Gods Woord in Oud- en Nieuw Testament. Ze hebben dat Woord verstaan in hun eigen situatie. We kunnen denken aan teksten uit de profeten, vaak uit de profetieën van Jeremia in zijn strijd tegen de vervallen priesterdienst en de valse profeten, bijv. Jeremia 14:14.. “en de Heere zeide tot mij: die profeten profeteren vals in Mijn Naam, Ik heb hen niet gezonden..” Ook spreken vaak de vermaningen tegen de dwaalleer in de brieven van de apostelen bijv. Colossenzen 2:8 “..ziet toe dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld en niet naar Christus..”

Calvijn doet het nog op een andere manier. Hij schrijft over de ondergang der kerk, kennelijk doelend op Rome, door het binnendringen van de leugen. Dan komen die indringende woorden: En dit wordt duidelijk bewezen uit de woorden van Paulus, wanneer hij leert dat de kerk gefundeerd is op de leer der profeten en der apostelen, waarvan Christus de uiterste hoeksteen is (Efeze 2:20). Als het fundament der kerk de leer van de profeten en apostelen is, door welke de gelovigen bevolen wordt hun zaligheid alleen op Christus te stellen, hoe zal dan, wanneer ge die leer wegneemt, het gebouw verder kunnen bestaan?”

Alleen voor die tijd?

Niemand zal het kunnen ontkennen, dat dit laatste gedeelte van artikel 29 historisch getoonzet is. Onbevangen lezen en enige kennis van de kerkgeschiedenis zullen het gelijk doen toestemmen, dat hier in eerste instantie gedacht moet worden aan de tijd der reformatie en dus met de valse kerk die van Rome bedoeld wordt. Dat wil echter niet zeggen, dat we daarbij moeten blijven staan. Ook déze belijdenis blijft in onze tijd actueel.

Het valse eenheidsstreven, dat vandaag “in” is, probeert op allerlei manier de waarheid van dit gedeelte te bedekken. De algemene gedachte is steeds meer geworden: alle kerken samen vormen de ware Kerk. Daarin is niet wat Gods Woord zegt van de Kerk als “pilaar en vastigheid der waarheid” het beheersende beginsel, maar wat mensen ervan vinden. Zo wordt wat hier centraal staat miskend, om niet te zeggen: ontkend! Zo betekent de strijd tegen de onwaarheid, de leugenleer, in feite niets meer. Zo wordt ook het hier beleden onderscheid tussen de ware en de valse kerk hoogstens een interessant gegeven uit een voorbijgegane tijd.

Zo mogen en kunnen we niet handelen met onze belijdenis. Allereerst blijft gelden voor de Roomse Kerk wat hier vertolkt wordt. Er is een uitbouw geweest in de dwaalleer na de reformatie, die nog verder ging dan wat deze kerk toen leerde. Officieel is dat ook vandaag de leer van deze kerk. Andere geluiden worden vaak op een handige manier opgevangen. Het is daarbij trouwens de vraag of zulke geluiden ook wijzen op een verandering in de richting van het werkelijk schriftuurlijk belijden.

Ook kunnen we niet zeggen dat deze belijdenis alléén Rome geldt. De valse kerk is telkens weer in andere gedaanten openbaar gekomen. Is er een principieel verschil tussen de Roomse leer van de goede werken en de deugdenleer in de vorige eeuw? Kwam toen ook de valse kerk niet uit in het-zichgronden-meer-opmensen-dan-op-Christus, in het vervolgen van degenen, die heilig naar Gods Woord willen leven? Iemand heeft eens gezegd: “de ware Kerk is eenvoudig, maar de valse kerk eentonig”. Dat is inderdaad waar. De valse kerk komt in wezen, bij de wisseling van de fronten, altijd uit in de vijandschap tegen de belijdenis van het alleen door genade zaligworden. Daarom blijft dit actueel.

Niet zo maar..

Ernst maken met deze belijdenis betekent niet, dat zó maar van een bepaalde kerkelijke gemeenschap gezegd mag worden: dat is een valse kerk. Dwalingen en gebreken binnen de kerk geven nog geen recht om die betiteling te gebruiken. Er is verschil tussen een onzuivere kerk en een valse kerk. Uiteraard mag dit onderscheid niet gebruikt worden om aan de strijd tegen de dwalingen en gebreken te ontkomen. In de tijd van de reformatie is ook die zijde benadrukt, dat men, waar de zuivere bediening van Gods Woord en de sacramenten aanwezig zijn, niet om allerlei verkeerde dingen met de kerk mag breken. Het is weer Calvijn, die we hier kunnen aanhalen: “dat die kerk nooit verworpen mag worden, zolang ze daarbij blijft, ook al is ze overigens vol van fouten”. In feite hebben we het daar al over gehad bij artikel 28 over het onderhouden van de enigheid van de kerk.

Zijdelings laat dit artikel het zien, dat er hier niet gedacht wordt aan een gemakkelijk constateren dat een bepaalde kerkgemeenschap vals is. Er wordt immers gesproken van “die haar bestraffen over haar gebreken”. Dan gaat het niet over die buiten maar juist over die binnen de kerk zijn. Er kan pas sprake zijn van een valse kerk, als men zich tegen de waarschuwende stemmen in verhart en hen uitwerpt, die naar Gods woord getuigen tegen het verval van de waarheid Gods.

Moeten we het niet zeggen, dat in de kerkelijke situatie van vandaag dit zo weinig bedacht wordt? Het is de treurige praktijk, dat kerkelijke groeperingen zonder meer afgeschreven worden, als men er mee gebroken heeft zonder dat het ging om wezenlijke zaken.

Lichtelijk van elkaar te onderscheiden

De laatste zin van artikel 29 zal in de omstandigheden van het kerkelijk leven van nu bij velen vragen oproepen. Kunnen we dat zeggen bij zoveel kerken, bij zo grote verwarring onder elkaar? Lichtelijk te kennen en van elkaar te onderscheiden.

Deze laatste zin moeten we lezen in het licht van de eerste. Het gaat om het “onderscheiden welke de ware Kerk zij! Die Kerk komt door Gods genade uit in de rechte bediening van Woord en sacramenten. Die is in die zin “lichtelijk” te onderkennen. God heeft het geweten, wat nodig is voor de zaligheid van arme zondaren, ook in wat Hij in de ware Kerk geschonken heeft. Dan leidt Hij ook Zijn schapen naar de kooi, waar zij zijn moeten. Hier wordt niet gezegd, dat ieder de ware Kerk zo maar onderscheidt. Maar wél, dat vanwege die Kerk, zoals ze is door Gods eigen werk, het ware geloof niet in het onzekere zal blijven, waar het moet zijn. Dat heeft de Heere door de eeuwen heen waar gemaakt!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (47)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken