Bekijk het origineel

In gesprek met Comrie (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In gesprek met Comrie (2)

De Heere aanhangen

5 minuten leestijd

In 1 Korinthe 6:17 zegt Paulus: die de Heere aanhangt, is een geest met Hem.

Wat wil dat eigenlijk zeggen: door het geloof Christus aanhangen?

Dat “aanhangen” van Christus wil zeggen dat het geloof een genade is die de gelovige op het allernauwste met Christus verenigt.

Ik heb daarover meer geschreven in mijn ABC des geloofs van 1746. We zullen dat “aanhangen” van Christus door het geloof nog eens samenvatten. Het betekent dat de gelovigen, na lang tobben, en zoeken naar Jezus, als de Borg en enige Middelaar, Hem eindelijk vindt. Hij ziet Hem dan niet meer van verre, maar van nabij. Christus is voor Hem een gepast, een noodzakelijk en hooggeacht Persoon.

Hij grijpt Hem aan en omhelst Hem alleen en volkomen, als zijn geluk en de enige grond van troost in leven en in sterven.

Voor de gelovige gaat deze Christus alles te boven. Zoveel waarde heeft Hij voor hem, dat in vergelijking met deze Jezus alles in haar achting daalt.

Paulus heeft dat zelf ondervonden. Daarom zegt hij in Philippenzen 3:8: Ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus. Het was zijn hoogste verlangen in Hem gevonden te worden niet rustende op zijn eigen gerechtigheid maar op die van Christus. Asaf bedoelt hetzelfde als hij zegt: Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde! (Psalm 73:25, 26).

De gelovige grijpt Christus aan met de allerinnigste liefde, uit de grond van het hart. Hij zegt: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte! (Psalm 18:2).

Hoe nauw de geloofsvereniging met Christus is, blijkt uit de woorden van Paulus in 1 Korinthe 6:17. Die de Heere aanhangt is “een geest met Hem”. Dat is hetzelfde als wat de Heere Jezus zegt in Johannes 15:4, 5: Ik ben de wijnstok, en gij de ranken.

Het “aanhangen” van Christus door het geloof duidt ook op de strijd die daarmee gepaard gaat. De gelovige ondervindt soms dat Jezus van hem wil vertrekken. Hij maakt aanstalten om hem te verlaten. Maar dan is het bij hem als bij Jakob: “Ik laat u niet gaan”. Zo hangt hij de Heere aan. Net als de Bruid. Zij zegt: Ik hield Hem vast. Net als de Emmaüsgangers. Zij dwongen Hem om bij hen te blijven. Dat “dwingen” van het geloof gaat gepaard met worsteling, belijdenis van schuld, nieuwe geloofswerkzaamheden, ja, een vasthouden tot het einde. Soms ondervindt hij dat de satan en zijn ongelovig hart hem terugtrekken, om als het ware zijn houvast aan Jezus los te laten. Maar dan juist hangen zij Hem aan.

In de Griekse grondtekst betekent het woordje “kollomenos” eigenlijk “lijmen”.

Wat wil dat zeggen voor de betekenis van het geloof?

“Die de Heere aanhangt” betekent eigenlijk “die aan Christus gelijmd is”.

Dat betekent allereerst dat de gelovigen tevoren niet aan Hem verbonden waren. Dingen die aan elkaar gelijmd worden, waren tevoren van elkaar gescheiden. Zo is het ook hier. De gelovigen zijn van nature het eigendom van Christus niet. Ze zijn uit hun vader, de duivel. Zij waren kinderen des toorns zoals anderen (Efeze 2:3).

Dat de gelovigen aan Christus “gelijmd” zijn, betekent ook dat Hij Zelf aan de scheiding een einde gemaakt heeft. Hij trok hen uit de muil van de helse leeuw. Hij rukte hen als een brandhout uit het vuur. Hij beroofde “de sterke”, dat is de duivel, van zijn vaten en verenigde ze met Zichzelf.

Voor het lijmen van twee stukken is een mensenhand nodig. Zo ook hier. Die hand is de Heilige Geest. Hij brengt Jezus door een krachtige roeping van het Woord aan hun ziel en hun ziel tot Christus. Hij verenigt door het geloof met Christus.

Die lijm waarmee gescheiden voorwerpen verenigd worden, kun je zien als een beeld van Christus’ bloed. De geloofsvereniging immers vindt plaats doordat het bloed van Christus op hun ziel gesprengd wordt. Dat is een “lijm” die zelfs door hel en dood niet kan worden losgemaakt.

Laten we niet vergeten dat het verbinden, het lijmen, van de gelovigen aan Christus, allereerst van Hem uitgaat. De gelovige kan proberen Christus aan te hangen zoveel hij wil, maar er zal geen geloofsvereniging zijn totdat Hij als eerste hem aangrijpt. Het is God die ’t eerst liefheeft.

Tenslotte: Wanneer stukken aan elkaar gelijmd worden, zijn ze een. Zo worden ook Christus en de gelovigen verenigd. Zij worden tot een lichaam, waarvan Hij het hoofd is.

Geloven is: de Heere aanhangen. Mochten wij Hem dan aanhangen met hart en ziel. Dan zullen we tot onze troost ervaren dat de Geest van Christus in ons woont.

Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

In gesprek met Comrie (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken