Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Gezonde Gelovige (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Gezonde Gelovige (7)

8 minuten leestijd

Het werk der verbrijzeling bestaat in de tweede plaats in droefheid en rouw kennen over de zonde

Deze droefheid roeit het vermaak en het genot in de zonde nog sterker uit dan de vreze. Dewijl de Heere de ziel heeft geslagen en pijlen van vreze in haar heeft geschoten wordt zij geheel bekommerd en verlegen denkend; Wat kan vrouw en kinderen, huis en land, vreemden en vrienden, gezondheid en rust mij helpen, daar ik veroordeeld ben om te sterven en dat voor eeuwig.

Ik zal verworpen zijn en nooit Gods Aangezicht zien. De schuld en de macht der zonde zal op mij blijven liggen. Hierover treurt de ziel dag en nacht.

Zij wenst alleen te schreien en belijdt haar snoodheid voor God en al de dagen haar ijdelheid ook de zonde der onwetendheid; Och wat heb ik gedaan? Zij zoekt naar genade maar vindt niets dan toorn, en gramschap en denkt indien deze toom, de vrucht van mijn zonde zo groot is, och wat zijn dan mijn zonden, die de oorzaak zijn van deze toorn? Het is een treuren, dat vóór de geestelijke vreugde gaat, Jer. 31:19, Jes. 61:3.

Het eerste begin van Gods werk is treuren, klachten uitstoten, op de heup slaan. Wanneer God de ziel om de zonde wondt zal zij smart hebben en ook bloeden eer God zal genezen.

Het is een grote treurigheid. Een grote rouwklage, Zach. 12:11 ; en 13:1. Een groot rouwklagen eer de Heere de fontein der genade opent. De zonde wordt hem/haar uitnemend bitter gemaakt. Voorwerpen van deze droefheid zijn zonde en dood, Psalm 38:5; Spreuken 18:5. Menigte van zonden meer dan de haren van mijn hoofd. Psalm 32:3 en 4 en 40:13. De dadelijke en aangeboren zonde. De moedwillige zonden. De macht der zonde bedroeft haar ook. De aanwas van de zonde. Het wordt erger en erger zegt de zondaar. De grootheid van de zonde. Het gevoel van de verdoemenis om de zonde ligt op haar. Dat is nu de vrucht van uw kwade wegen zegt de Heilige Geest.

Christus kan alleen zeer zoet zijn tenzij ook deze treurigheid onder de ellende zeer groot is. Een weinig droefheid zal Christus weinig zoet maken, maar grote droefheid onder gevoel van dodelijke wonden boven mate. Hij moet niet alleen zoet, maar uitnemend zoet en dierbaar wezen. Matth. 10:37. Deze wond kan alleen genezen worden door de hand die verwondde. Zo heeft de ziel soms geen vermaak in spijs, drank, slaap, vrienden, vreugde of in enig tijdverdrijf zolang als deze wond duurt. Hos. 6:1, 2.

De gewonde ziel kan zichzelf niet troosten met enige beloften voordat de Heere komt. David had een belofte van vergeving van Nathan, nochtans roept hij uit tot de Heere: Doe mij vreugde en blijdschap horen, dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt. Psalm 51:10.

Nu houdt de Heere vele en velerlei wegen om een grote treurigheid voort te brengen wanneer de ziel de droefheid wil ontwijken.

a) Soms door grote verdrukkingen, Manasse 2 Kron. 33:11,12,

b) Soms door vreemde verzoekingen en helse godslasteringen. Is er een God? Is de Schrift wel Gods Woord?

c) Soms door langdurige duisternis, het missen van het licht van Gods Aangezicht, de gebeden blijven onbeantwoord en dagelijks zijn er nieuwe beproevingen. Soms meent de ziel te horen en te gevoelen een heimelijk getuigenis van God dat Hij nooit gedachten des vredes over haar heeft gehad en dat dit voornemen onveranderd blijft. Soms vraagt ze kan God wel zulke grote zonden vergeven?

d) Soms voelt zij het hart zo gans verstokt en versteend, dat zij meent dat de Heere het onder deze plaag heeft verzegeld tot het oordeel van de grote dag.

e) Soms bestiert de Heere het zo, dat haar zwaarmoedigheid hem een bekwame dienstknecht wordt om dit werk der droefheid te bevorderen. Zo wordt onze bevalligheid als een mot. Niet allen kennen een even gelijke mate van droefheid, maar daar is in allen een grote droefheid. Ieder kind wordt verlost door enige weeën, en die lang in de geboorte staan zullen ze langer en geweldiger voelen.

De diepste droefheid geeft het minste geluid.

Deze droefheid baant de weg tot de ware geestelijke blijdschap

Het is een gestadige droefheid van een benauwde geest gelijk die vrouw in het Evangelie die een zwakke geest had en vele jaren krom gebogen was geweest. Zoals ook Hanna, die gestadig in onrust was, een vrouw bedroefd van geest. 1 Sam. 1:10-15.

Deze droefheid van geest en treurigheid kan tijdelijk afgebroken worden, maar zij keert weder en verlaat de ziel nooit voordat de Heere van de hemel nederziet. Klaagl. 4:41, 49, 50.

De oorzaak blijft te wijten aan de schuld en de kracht van de zonde en daarom blijft ook deze uitwerking.

Het is de droefheid, die de weg baant tot blijdschap, want de Heere zal sieraad voor as geven. Het is geen wanhopige helse droefheid, maar zij gaat gewoonlijk gepaard met het gevoel van enige genade, met enige hoop, dat de Heere een weg kan uitvinden tot behoudenis. Jona 3:9, Hand. 2:37. Hoop met gevoel van genade bewaart zo de ziel van hel en dood en verhardt het hart niet gelijk in de verworpenen, maar dient om het meer te breken en met groter droefheid te bezwaren. Aldus werkt de Heilige Geest deze droefheid in al de uitverkorenen. Ik weet wel dat zij in een groter mate en uit andere beginselen is, nadat de ziel overgezet is in Christus, nochtans is deze droefheid daar in haar wezen. Christus, zo schrijft Shepard, zal u door de Geest der overtuiging pijn aandoen en door de Geest der verbrijzeling sterk doen bloeden.

De verbrijzeling bestaat in de derde plaats in de afscheiding van de zonde

De ziel door vreze en droefheid gewond wordt door de Geest afgehouwen niet van het wezen, maar van de toenemende macht der zonde, van de wil tot zondigen, niet van de zonde in de wil, welke door de Geest der heiligheid wordt gedood, nadat de ziel is overgeplant in Christus.

Al het vasten, vernederen, bidden en vrezen versmaadt God als het niet met deze vrucht vergezeld gaat. Jes. 58:5. De banden der goddeloosheid moeten verbroken worden. Die zijn zonde bekent en laat, die zal barmhartigheid verkrijgen. Spreuken 28:13.

Het doeleinde van de vreze en droefheid is om de ziel van de zonde af te wenden. Welke mate van scheiding van zonde werkt Gods Geest? Want nadat wij in Christus zijn, is de zonde gedood, de vraag is dan hoe men met het hart daarvan kan scheiden, voordat men volkomen gelooft, welke mate er van node is?

Welke is dus de mate van verbrijzeling, die de Heere werkt in de uitverkorenen? Zoveel is nodig, dat de ziel verootmoedigt zijnde mag gaan tot Christus door het geloof om haar zonden weg te nemen. Het eerste doel der verbrijzeling is de verootmoediging, opdat de ziel van de zonde zou worden afgeschrikt en laat varen, het laatste einde is dat zij aldus verootmoedigd tot Christus mocht gaan om de zonden weg te nemen. Christus wondt het hart niet opdat de ziel zichzelf eerst zou helen voor zij tot de Geneesmeester komt, maar opdat zij dien zou zoeken of haar nood gevoelende, begerende en verlangende zou zijn naar dien Medicijnmeester, de Heere Jezus, om te komen en het verwonde hart te helen en te genezen.

Het is de grote zonde van velen om te trachten eerst zichzelf te genezen. Eerst willen zij heilig worden en dan in Christus geloven. Was ik nederiger en heiliger dan zou ik tot Hem gaan en denken dat Hij tot mij zou komen.

Ach, onteer de genade van Christus toch niet. Het is waar gij zult noch kunt tot Christus komen, voor gij belast, vernederd en afgescheiden zijt van uw zonden. Gedenk nochtans voor altoos, dat geen meerder droefheid van zonden nodig is tot uw vereniging met Christus, dan zoveel als u gewillig maakt of liever niet onwillig, dat de Heere dezelve wegneme.

Allen die zich waardig willen maken voor Christus door heilig en nederig te worden onteren Christus. Want gij oordeelt dat Christus u niet kan beminnen tenzij gij u optooit hetwelk vreselijke hoogmoed is.

De Heere gebiedt tot Hem te komen en te bidden: Neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede. Hos. 14:2 en 3.

Hos. 6:1, 2: Komt zegt de ziel, laat mij wederkeren tot den Heere. Haar mag tegengeworpen worden en gezegd worden: ach, de Heere is onze vijand. Immers Hij heeft geslagen en gescheurd en wij zijn nog niet genezen, maar liggen als dode en verslagenen, zullen zulke doden geesten leven? O zeker, Hij heeft ons geslagen, daarom laat ons tot Hem gaan, opdat Hij ons geneze en na twee dagen zal Hij ons weder levend maken. De Heere eist niet meer van ons dan zó tot Hem te komen.

Indien gij tot Christus niet wilt komen, opdat Hij uw zonden wegneme, gij zult voorzeker in uw zonde verderven.

Indien de Heere zo uw droefheid werkt, dat gij niets liever zoudt zien, dan dat Hij uw zonden wegnam, gij zult ongetwijfeld van dezelve verlost worden. Joh. 5:40.

(wordt vervolgd)

Katwijk aan Zee

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De Gezonde Gelovige (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken