Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Apeldoomse Dogmatiek (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Apeldoomse Dogmatiek (5)

6 minuten leestijd

De Openbaring (a)

Bij God beginnen

Het is wel te begrijpen dat de Apeldoomse Dogmatiek (A.D.) begint met een hoofdstuk over De Openbaring. Want wat zouden wij van de onzienlijke God kunnen weten als Hij Zich niet aan ons geopenbaard en bekend gemaakt zou hebben? “Bij Gods openbaring beginnen is bij God Zelf beginnen” (34). Aan het denken en spreken over God en Zijn daden moet het luisteren vooraf gaan naar wat God van Zichzelf zegt, nl. in de Schrift.

Beginnen bij de Godsopenbaring in de Schrift!

Dat is een bewuste keuze van de reformatorische theologie. Een theologie die niet uit God is, niet aan Zijn Woord ontspringt, is geen betrouwbaar kompas voor het kerk-schip. Ik meen ook dat het uitgangspunt: Eerst het Woord laten spreken, kenmerkend is voor de mannen van het eerste uur zoals van Lingen en Wisse. Een heel goed standpunt.

Vrijzinnigheid

Uit dit eerste hoofdstuk van de A.D. blijkt ook dat het reformatorische uit gangspunt: Eerst het Woord laten spreken, niet door allen gedeeld wordt. Voor velen in de Hervormde en Gereformeerde Kerken is het Woord als de openbaring Gods niet meer gezaghebbend. Heel duidelijk is dat in 1944 verwoord door de vrijzinnige theoloog dr. G.J. Heering. Hij ging ervan uit “dat wij” uitmaken wat voor ons het evangelie is, dat wij dus ons persoonlijk credo (geloof) bepalen. “Wanneer men als openbaring, als Gods Woord ons voorhoudt wat niet behoort tot de openbaring die ons is geschied, dan leggen we het, schoon het in de Schrift en in de Confessie staat, eerbiedig (!) naast ons neer; het behoort (voorlopig of voorgoed) niet tot ons Evangelie”.

Het gaat dus de vrijzinnigheid niet om het Evangelie, de Schrift als openbaring, maar om ons Evangelie. Wij maken uit wat ons Evangelie is. Dat persoonlijke Evangelie kan eventueel in de loop van ons leven nog wat uitgebreid worden maar evenzogoed ook niet. Dat maken we zelf wel uit.

In de Hervormde Kerk is de vrijzinnige theologie al zo’n kleine tweehonderd jaar geaccepteerd. Die theologie is een gevolg van wat men de Verlichting noemt: een soort wedergeboorte van de wetenschap. De Verlichting die sinds de 18e eeuw zijn duizenden verslagen heeft, gaat niet uit van de Openbaring van de Schrift, maar van de menselijke rede, zijn verstand, zijn denkvermogen. Die nadruk op het verstand heeft een geweldige stoot gegeven tot de ontwikkeling van de wetenschap in het algemeen. We kunnen rustig zeggen dat de imponerende techniek van dit ogenblik ondenkbaar zou zijn geweest zonder die Verlichting.

Ook in de theologie moest de Openbaring, de Schrift als het betrouwbare Woord Gods, plaats maken voor de Rede, het verstand. De Rede moest de geloofsbrieven van de Openbaring gaan onderzoeken. Eenvoudig gezegd: Hoe betrouwbaar is de Bijbel nog als “Woord van God”?

Het uitgangspunt van dat wetenschappelijk onderzoek was dat alleen datgene acceptabel was wat met “het gezonde verstand” niet in strijd was.

Sinds de Verlichting is de theologie eigenlijk niet meer theocentrisch maar anthropocentrisch. Dat wil zeggen: Niet God en Zijn Woord zijn uitgangspunt van de theologie maar de mens en zijn denkvermogen.

Kuitert als professor Tulp

De Gereformeerde Kerk heeft deze vrijzinnige theologie tot en met de Tweede Wereldoorlog aardig buiten de deur kunnen houden. Je zou kunnen zeggen: de Gereformeerden zijn altijd wel wat stekelig geweest (om het maar zacht uit te drukken) tegen het bevindelijk gereformeerde volk maar ze hielden wel vast aan de Schrift als Openbaring Gods. Zij het dat ze die Openbaring nogal verstandelijk opvatten. Huiverig als men was en is, (en dat merken we ook nog bij de Vrijgemaakten, die zich in 1944 aan de Gereformeerde Kerk onttrokken) voor de “ziekelijke mystiek” van Gods levende volk.

Maar de tijd is voorbij dat de Gereformeerde Kerk de vrijzinnigheid censureert. De A.D. licht dat toe aan de hand van de theologie van de (nu emeritus) hoogleraar aan de Vrije Universiteit, prof. dr. H.M. Kuitert. Nu kunnen we gelijk wel gaan schelden op Kuitert maar dat is te goedkoop. We moeten eerst weten wat hij bedoelt. De vraag die Kuitert bezighoudt, staat tegen de achtergrond van de wetenschappelijke wereld van de Universiteit waaraan hij jarenlang verbonden is geweest. Zo’n Universiteit heeft een hele serie faculteiten, afdelingen, waarin de verschillende takken van de wetenschap beoefend worden, zoals de medische wetenschap. Hoe werkt die medische wetenschap? Zij heeft het menselijk lichaam als studie-object. Dat lichaam kun je onderzoeken. Daar kun je in snijden. Zieke plekken wegnemen als je denkt dat dat nodig is om de rest van het lichaam te behouden. Je zou Kuitert kunnen vergelijken met professor Tulp van de bekende schilder Rembrandt, die zijn studenten met behulp van een dood lichaam college geeft.

Zo gaat Kuitert eigenlijk ook met de Openbaring om. De Bijbel is voor hem een studie- en snijobject. Je onderzoekt het en je snijdt weg wat volgens jou ziek is en het functioneren van de rest van het lichaam belemmert. Wat dat betreft is Kuitert goed wetenschappelijk bezig. Maar slecht christelijk, want voor een ware christen is de Openbaring meer dan studie-object. Een levende christen hoort de stem van de zoon van God. Bewaart daarom de christelijke leer heel zorgvuldig zoals die hem overgeleverd is (1 Korinthe 15:1,2).

Ervaring als openbaring

Kuitert zegt van de Bijbel als openbaring: Wij kunnen met de wetenschap die ons ter beschikking staat, niet nagaan of alles wat ons in de Bijbel als woorden Gods wordt aangeboden, ook echt van God is. Wetenschap-pelijk kunnen we alleen maar vaststellen dat er oude Israelitische verhalen zijn over God. Over wat mensen menen van God ervaren te hebben.

Het verpakkingsmateriaal van de Openbaring zijn dus de verhalen waar in het Israel van eeuwen geleden zijn ervaring met God heeft weergegeven. Maar moeten wij al die ervaringsverhalen zomaar geloven? Nee, wij moeten die verhalen vertalen. Zeg maar besnijden.

Voor mensen van vandaag, die geen raad weten met de wonderen van schepping, opstanding en wederkomst. Volgens welingelichte kringen tilt Kuitert zelf aan dit soort dingen ook niet zo zwaar. Wat dat betreft is hij een man van zijn tijd en heeft daarom over gebrek aan populariteit niet te klagen.

Kuitert weet ook dat mensen vandaag grote moeite hebben met geloven op gezag van de Bijbel. Wat de Openbaring, de Schrift, betreft, vindt hij dan ook dat geen beroep gedaan kan worden op het “alzo spreekt de Heere”! Die Bijbel is eigenlijk een meer een soort “tekening” een ontwerp die Joden en christenen eeuwen geleden van God gemaakt hebben. Het gaat erom in die tekening de sporen van God te ontdekken. De Bijbel dus als zoekplaats. Als je goed kijkt, kun je er God in ontdekken.

De Bijbel bevat dus de ervaring van mensen met God. Die ervaring(en) hebben ze opgeschreven en dat is de Bijbel geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

Bewaar het pand | 14 Pagina's

Apeldoomse Dogmatiek (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1993

Bewaar het pand | 14 Pagina's

PDF Bekijken