Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

De Samaritaanse vrouw (16)

7 minuten leestijd

“De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden”

Beste jongelui!

De Samaritaanse vrouw is door Jezus ontdekt. Zij had gezegd geen man te hebben. En Jezus toonde dat Hij wist op welke wijze zij samenleefde met de man, die haar man niet was. Het was een onbijbelse manier van samenwonen. Ontdekt worden valt niet mee. En toch is het nodig. Ook voor ons. Als dat gebeurt, gaan we zien wie we zijn. En dat is nodig om “Jezus” te leren kennen als de Zaligmaker van zondaren. Want daar is Hij voor gekomen, namelijk om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was.

Wie werkelijk ontdekt wordt, gaat zich schamen voor God en mensen. En is dat ons nu al overkomen? Want het kan wezen dat we onder een ontdekkende prediking zitten, en dat het allemaal langs ons heen gaat. Het is wel waar wat die dominee zegt. Maar geen mens weet het. We stellen ons gerust, en gaan verder op de ingeslagen weg. We zijn dan als rotsen in de regen. Het water valt met stromen er op neer, doch het dringt niet in de rotsen door. Het gaat er allemaal over heen. Van binnen blijft het droog. Het is ook mogelijk, dat we zelfs een ogenblik in ons geweten geraakt worden. De prediking heeft ons aangesproken. Doch het is slechts heel oppervlakkig. We zijn licht bewogen. Het kwaad wordt gaande kleiner, tot het tenslotte geen kwaad meer is. Na korte tijd is alles weer vergeten. Waar we wezen moesten, zijn we nimmer gekomen. Dat is bij de Heere Jezus. En wat we worden moesten, zijn we nimmer geweest, namelijk verbroken van hart en verslagen van geest. Dat is een gestalte die God behaagt, die hij niet veracht. Zo staat het in Gods woord, en daar moet een ieder zich aan toetsen.

Wanneer we vers 20 lezen, dan lijkt het erop, dat de vrouw op een ander onderwerp wil overgaan. Daar zijn ook schriftverklaarders, die dat menen. Dat men deze mening heeft, is begrijpelijk. Want het komt heel veel voor, dat als men in de omgang met mensen, komt -op een terrein waar men liever niet verkeert, men op een listige manier zoekt over te stappen op een ander onderwerp. Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk, wie zal het kennen? Het is mogelijk, dat als ik dit zo schrijf, dat een lezer denkt: Zulk een hart heb ik ook. Ik zoek altijd om de waarheid heen te draaien. Inmiddels blijf je in de leugen gevangen zitten.

Ik geloof echter niet, wat deze vrouw betreft, dat het bij haar zo geweest is. Zij heeft Jezus als een profeet gezien. Iemand die haar de waarheid had gezegd. En nu wil ze door Hem nader onderwezen worden. Dat is een goede zaak! Begeerte naar nader onderwijs. Hebben jullie dat ook? en dan niet alleen op natuurlijk gebied, maar ook, ja bovenal op geestelijk gebied. In de tijd waarin de vrouw leefde, was er op het terrein van het geestelijke leven veel verwarring. De vrouw, die achting had gekregen voor Hem, die haar bleek te kennen, Die haar doorzag, zou haar mogelijk nader kunnen onderwijzen. Vandaar haar antwoord, op het ontdekkende woord van Jezus. “Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.” Terwijl zij over “deze berg” spreekt, zal zij met de vinger hebben gewezen naar de berg Gerizim, aan de voet waarvan de Jacobsbron zich bevond. De berg Gerizim heeft bekendheid gekregen na de wegvoering van het 10 stammenrijk in ballingschap. In de plaats van de Joden waren er heidense volken komen wonen, terwijl er toch ook nog enkele Joden waren achtergebleven. Degenen die daar toen woonden werden geplaagd door leeuwen, die verschillende mensen doodden. Zij dachten dat dit een gevolg was van het feit dat men niet goed op de hoogte was, van de dienst van de God van Israel, en dat Deze nu vertoornd op hen was, waarom er een priester naar hen heen gestuurd werd, die hen nader moest onderwijzen. Je kunt dat allemaal lezen in 2 Kon. 17:24-41. We hebben daar al eerder op gewezen, toen het over het ontstaan van de Samaritanen ging. Ik ga dat daarom nu maar niet allemaal herhalen. Je kunt het het beste zelf nog eens nalezen. Het is heus wel de moeite waard. Mogelijk dat er bij het nalezen nog weer nieuwe gedachten voor je aandacht komen. Gods woord is en blijft onuitputtelijk.

Dit is jullie echter wel duidelijk: de Samaritaanse vrouw verkeerde op het terrein van het godsdienstige leven in de problemen. Hoe moet het’nu eigenlijk? Wie heeft er nu gelijk. Wij, de Samaritanen, of jullie, die Joden zijn? Opgemerkt moet worden, dat zij met haar probleem bij het juiste Adres is, de Heere Jezus Christus. Wie is een Leraar gelijk Hij. Gelukkig als wij met onze problemen bij de Heere Jezus terecht mogen komen. Als je met je problemen naar mensen gaat, kom je meestal van het kantje in de sloot terecht. Je komt steeds meer in de problemen. Er zijn er tegenwoordig heel veel. Want er zijn nu geen twee soorten godsdiensten, doch er zijn er zo velen. En dan bedoel ik nog niet eens de buitenlandse godsdiensten, waar we het al eerder over hebben gehad. Ik blijf nu met mijn gedachten maar binnen de kring van wat we gewoon zijn te noemen: “De gereformeerde gezindte”. Ook daar heerst een hopeloze verwarring. Er zijn plaatsen waar men wel 6 a 7, of nog meer gemeenschappen heeft, die zich allemaal gereformeerd noemen. En een ieder vecht voor zijn eigen “huisje”. De één zegt: Je moet in deze kerk zijn. En de ander zegt: Je moet in die kerk zijn. En een derde zegt: Je moet daar zijn, want daar word je tenminste nog de waarheid verteld. En ga zo maar door. Ik kan best begrijpen, dat een ieder die dit leest, de vraag van de Samaritaanse vrouw er in beluistert. Waar moeten we nu eigenlijk zijn, om de Heere te aanbidden? Want ik weet het niet meer.

De vraag op zichzelf is natuurlijk belangrijk genoeg om er over na te denken. Velen stellen die vraag niet eens meer. Het komt zelfs in hun gedachten niet op, om de Heere te aanbidden. Men gaat de plaatsen waar dit gebeurt, hoe dan ook, gewoon voorbij. Men zoekt zijn vermaakt “in des bozen tent”. Ik schrijf deze laatste woorden maar tussen aanhalingstekens. Want zij komen uit een psalmvers. Jullie kennen mogelijk dat vers wel? En zo niet, dan wil ik het wel voor je opschrijven. Want de praktijk leert mij helaas, ik heb daar al meer op gewezen, dat men heel weinig psalmverzen kent. Ook op dat terrein heerst er al een grenzeloze verwarring. Vroeger kende men in de gereformeerde gezindte maar één berijming. Hoe verdeeld men ook was, men kon toch nog gezamenlijk een psalmvers zingen. Doch dat blijkt in veel gevallen helaas niet meer mogelijk. We hebben nu niet alleen verschillende vertalingen, waardoor al veel onenigheid is ontstaan, doch we hebben nu ook verschillende berijmingen. En om dan de verwarring nog niet groter te maken en de gemoederen nog meer te verhitten, zingt men helemaal maar niet meer. Een droeve toestand. Doch om op dat vers terug te komen, het luidt alsvolgt, Psalm 84:5:


O God, Die ons ten schilde zijt,
En ons voor alle ramp bevrijdt,
Aanschouw toch Uw gezalfden Koning.
Eén dag is in Uw huis mij meer
Dan duizend, waar ik U ontbeer;
’k Waar liever in mijn Bondsgods woning
Een dorpelwachter, dan gewend
Aan d’ijd’le vreugd in ’s bozen tent.


“Des bozen tent”. Daar wordt niets anders mee bedoeld, dan de plaatsen waar men God niet zoekt, dient, aanbidt. Men aanbidt daar de “Boze”, dat is de duivel. Daar offert men geld en goed, ziel en lichaam aan op. Want een mens kan geen twee heren dienen. En dat probeert men zo graag. Jullie toch niet?! Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken