Bekijk het origineel

De Gezonde Gelovige (12)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Gezonde Gelovige (12)

7 minuten leestijd

De gehele ziel gaat tot Christus door het geloof

Wij hebben gezien hoe Shepard benadrukt, dat de ganse ziel zich tot God moet bekeren en tot Christus moet komen.

Het evangelie ontdekt Christus eerst aan het verstand en biedt Hem dan aan de wil aan. Het geloof, dat nu met het evangelie overeenstemt, ziet eerst Christus, daar het verstand, het ene deel van de ziel uitgaat, dan ontvangt het Christus blijmoedig, daar het andere deel, de wil uitgaat. Het evangelie komt tot al de uitverkorenen eerst met grote klaarheid en bewijs van zijn vastigheid, 1 Thess. 4:1, waaraan het verstand toestemming en geloof geeft; daarna in grote genade en goedheid, die alle schoonheid en zoetheid te boven gaat. Klaagl. 3:25, waardoor de wil overgebogen wordt, en zo komt de ganse ziel tot Christus. Het werk des geloofs is echter niet volkomen, als het verstand slechts geopend is om te zien en zich te ver wonderen over de verborgenheid der genade in het evangelie. Maar wanneer de wil vastkleeft en blijft hangen aan dat oneindig en allesovertreffend goed, waarvan het nu gezicht heeft, dan en niet eer, is het volmaakt, Joh. 6:40.

Het zaligmakend geloof slaat niet slechts het oog op een bloot getuigenis, en geeft toestemming aan hetzelve, zegt Shepard, gelijk het oppervlakkig geloof doet; want in het evangelie wordt niet alleen de goddelijke waarheid aan het gemoed voorgesteld om haar toe te stemmen; maar daar wordt een oneindig eeuwig goed aan het hart en de wil des mensen aangeboden om het te omhelzen; daarom is het niet genoeg voor een christen God te geloven of Christus te geloven, maar hij moet ook in Hem geloven, of anders kan hij niet behouden worden. Nu geeft Shepard een schone toepassing van het voorgaande, als hij schrijft: Dat dan een arm verloren zondaar, eeuwig verloren in zijn eigen ogen, niet wetende wat te doen, dan neer te vallen en voor Gods voeten te blijven liggen als een die niet anders dan de hel waardig is, daarop wel acht neme. Wat werkt de Heere nu? De Heere Christus brengt eerst de ziel door Zijn evangelie een nieuw licht; zij ziet den Heere Jezus daar bloedende voor haar ogen voorgesteld als een verzoening voor allen die geloven en voor allen die tot Hem komen. De ziel ziet deze verborgenheid, deze zo gans rijke genade en vrije barmhartigheid en denkt; gelukkig zijn zij die deel hebben aan dezelve! Maar zou de Heere wel zien op zulk een niet als ik ben? Kunnen zulke oneindige schatten mijn deel worden? Daarom roept de Heere, beveelt haar straks te komen en in bezit daarvan te treden. Waarlijk, uw zonden zijn zeer groot, zegt de Heere; denk nochtans, dat een bloeddorstige Manasse, en een vervolgende Saulus vergeving ontvingen; ja denk dat Mijn genade vrij is, terwille waarvan Ik u nodig. Ik bid u in te komen; uw gebreken zijn inderdaad zeer veel, denk nochtans dat gij daarom des te meer noodzakelijkheid en reden hebt om te komen en dat Ik het ben, die u ledig en arm heb gemaakt, opdat gij komen zoudt. Het is waar, Ik heb een eeuwig voornemen om duizenden van de genade uit te sluiten nochtans; Mijn voornemen om nooit iemand uit te werpen die ze van Mij begeert, is onveranderlijk; nooit heb Ik het nog gedaan, en zo gij komt, Ik zal het ook u niet doen. Het is ook zeker dat velen vermetel te werk gaan, nochtans is het geen vermetelheid, maar het is uw plicht mijn grote gebod te gehoorzamen en het is de grootste zonde die gij ooit deed of doen kon, nu hetzelve te verwerpen en deze genade te weigeren. Kom dan arm vermoeid, verloren, verdorven schepsel! Daarop wil het hart komen en rusten, en zich bevinden in deze ingewanden, en aldaar verblijf houden. Zo komt de ganse ziel, en dit zeg ik nog eens, is geloof.

Mag de overdenking hiervan, zegt Shepard, dienen tot grote vertroosting, voor dengene, wien verzekerdheid ontbreekt en daarom meent geen geloof te hebben? Denk toch, indien gij tot Christus komt, gelijk die arme Kananese vrouw, dat gij niet zonder geloof zijt. Zij was niet verzekerd, dat zij door Christus geholpen zou worden; ja Christus zegt haar in haar aangezicht, dat Hij het brood der kinderen zulke honden niet wilde voorwerpen; nochtans kwam zij tot Hem, en zag op vrije genade, hield Hem vast en wilde niet weggaan. Gij zult zeggen was dit geloof? Ja, onze Zaligmaker zelf erkent het voor engelen en mensen: Vrouw groot is uw geloof! Matth. 15:28.

Dezelfde taal voer ik tot u allen arme schepselen, die door de Heere vernederd en in uw eigen ogen zo veracht zijt gemaakt als honden, die het brood der kinderen onwaardig zijn; ja, gij houdt de genade in het oog en verlaat u op dezelve met uw ganse hart, wat in Christus schatting het dierbaar geloof is.

Hoe weet ik, dat mijn ganse ziel tot Christus komt?

Als het oog der ziel Christus zo ziet, en het hart Hem zo omhelst en op Hem steunt dat het in Christus rust, als in zijn Deel en algenoegzaam goed. De ziel is dan ten volle met Hem voldaan. De ziel is niet verdeeld tussen Christus en andere dingen. De ziel eet en drinkt Christus, de ziel ontvangt Hem zo, dat zij zich verzadigt en volkomen genoeg aan Hem heeft. Jakob zei: Het is genoeg Jozef leeft; Heere! ik heb genoeg, nu ik deze liefde, deze genade van Christus tot mijn deel heb, dan rust de ziel eerst in Christus. Wanneer de ziel zo komt tot Christus, om alle goed in Hem te vinden, en zo het ook vindt, zodat Hij alleen de zinkende ziel onderschraagt, waarlijk, dan is de ganse ziel gekomen; overmits daar zij, eer ze kwam allerlei gebrek en kwaad buiten Hem gevoelde, zo vindt zij nu alle volheid in Hem; en waarnaar zou de ziel zich uitstrekken dan naar zulk een goed? Daar de Heere roept, dat de ziel komen zal en alles om niet nemen; alles nemen of niets nemen, zo komt ze hierop en drinkt, gelijk gezien wordt, Joh. 7:37, zich daar verzadigende en uitroepende: Heere! nu begeer ik niets meer, ik heb genoeg. Wanneer de ziel dus rust op den Rotssteen Christus, de poorten der hel mogen haar nederwerpen, maar zij zullen haar nooit overwinnen. De Heere geeft nooit de uitverkorenen rust voor zij die in Christus hebben gevonden.

Nu kunnen de volgende tegenwerpingen worden gemaakt. Maar is er wel een gelovige wiens hart zo verknocht is aan Christus, of het wandelt ook wel de ijdelheden na?

Vinden zij zulk een rust in Hem, dat zij geen ongerustheid gewaar worden? Is er niet een onwedergeboren deel en nog veel ongeloof over? Is iemands geloof volmaakt, zodat de gehele ziel moet komen of dat er anders geen geloof is? Shepard werpt al deze tegenwerpingen op.

Het antwoord op deze vragen geeft Shepard als volgt. Een arm gelovige, wiens hart oprecht is, heeft weliswaar hunkering des harten naar andere ijdelheden en veel onrust des geestes; nochtans het wedergeboren deel strijdt daartegen, als tegen Gods vijanden en de verstoorders van de vrede van Christus’ koninkrijk. David bekent in Psalm 42:3 dat zijn tranen zijn spijze waren dag en nacht, en dat zijn hart zeer was nedergebogen; nochtans wat doet hij? Hij bestraft zichzelf: Wat buigt gij u neder, o mijn ziel? Daarna maakt hij een weeklacht voor de Heere daarover, vers 5, 6: o God mijn ziel buigt zich neder. Evenzo in Psalm 73:2: Asafs ogen waren zo verblind door de heerlijkheid van deze wereld en de goddelozen daarin, dat hij God bijna zou hebben verlaten; nochtans een korte tijd daarna ging hij in Gods heiligdom; toen walgde hij van zulke beestachtige en zotte gedachten en verbond zich weder aan God belijdend: Wien heb ik nevens U in de hemel of op aarde? vers 25.

(wordt vervolgd) Katwijk aan Zee,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De Gezonde Gelovige (12)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken