Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (53)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis (53)

9 minuten leestijd

Sacramenten, instelling en doel

We komen van de belijdenis over de Kerk des Heeren tot een nieuw gedeelte: de sacramenten. Daarbij moet opgemerkt worden, dat “nieuw” niet betekent: geen verband met het voorgaande. Er is integendeel aansluiting tussen de Kerk en de sacramenten. Het gaat toch om de tekenen en zegelen, die God aan Zijn Kerk geschonken heeft. Zij behoren bij de Kerk. Eén van de kenmerken van de ware Kerk is zelfs de “reine bediening van de sacramenten”.

’t Moet ieder gelijk opvallen, hoe uitvoerig de belijdenis op dit punt is. Drie artikelen worden eraan besteed, waarvan twee uitzonderlijk lang zijn. We vinden eenzelfde uitgebreidheid in de Heidelbergse Catechismus. Daar zijn zes Zondagen over dit onderwerp, die ook bepaald niet kort zijn!

Ongetwijfeld houdt die breedheid verband met de strijd, die er in de tijd der Hervorming was over de betekenis der sacramenten. Er was niet alleen de strijd tussen Rome en de reformatie in deze zaak. Er waren ook diepgaande tegenstellingen tussen de reformatoren onderling. Daarbij waren er principiële verschillen, die niet zo maar overbrugd konden worden. Er was helaas ook vaak een felle en onnodige woordenstrijd. Het ontbrak niet zelden aan het zoeken van elkaar. Met name Calvijn was er van overtuigd, dat door broederlijke samenspreking, bij de erkenning van de schriftuurlijke gedachten, de eenheid gevonden kon worden. Het heeft hem veel verdriet gedaan, dat dit niet door ieder zo gezocht werd. Hoezeer dit betreurd moet worden, vanwege die strijd was er de noodzaak tot een diepgaande bezinning op de betekenis van de sacramenten naar Gods Woord.

Zeg nu niet, dat onze belijdenis door de strijd beheerst wordt. Nee, hier is juist zo’n bijzondere schriftuurlijke en geestelijke wijze van spreken. Het geloof vertolkt, wat het leven des geloofs in de sacramenten ontvangen heeft. De diepe eerbied klinkt door voor de middelen, die door God Zelf bereid zijn. ’t Gaat niet om een dorre verhandeling. De gerichtheid op het leven der genade spreekt hier aan: “Wij geloven, dat onze goede God, acht hebbende op onze grovigheid en zwakheid, ons heeft verordend de Sacramenten om aan ons Zijn beloften te verzegelen, en om panden te zijn der goedwilligheid en genade Gods te onswaarts, en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden; dewelke Hij gevoegd heeft bij het Woord des Evangelies, om te beter aan onze uiterlijke zinnen voor te stellen, zowel hetgeen Hij ons te verstaan geeft door Zijn Woord, als hetgeen Hij inwendig doet in onze harten, bondig en vast makende de zaligheid, die Hij ons mededeelt.”

Het woord “sacrament”

Onze belijdenis gebruikt het woord “sacrament”, dat in deze betekenis in de Bijbel niet voorkomt. Eigenlijk is het een Latijns woord, dat bijv. gebruikt wordt voor de eed van trouw door een Romeins soldaat bij het vaandel. Dat werd beschouwd als een godsdienstige handeling. In de oude Kerk werd het woord gebruikt voor Doop en Avondmaal. Daarin is ook de wijding aan de Heere. Calvijn benadert het woord van een andere kant. Hij wijst er op, dat door de “oude leraars” het Griekse woord mysterion (verborgenheid) vertaald werd door sacrament. Zo bijv. “Het sacrament der verborgenheid is groot..” (1 Timotheüs 3:16). Zo is dit woord overgenomen voor die tekenen “welke een verheven aanschouwelijke voorstelling van hoge en geestelijke zaken gaven”.

We gebruiken dit woord enkel voor die middelen der genade die de Heere bij Zijn Woord gegeven heeft: de tekenen en zegelen van Doop en Avondmaal.

Gods ordening

God heeft de sacramenten ingesteld, verordend. Ze zijn niet uitgedacht door een mens, niet door de Kerk. Wat waarde zouden ze hebben? Wat voor troost zou er in verborgen zijn, als ze niet van Goddelijke oorsprong zijn? Hij heeft het Zelf in Zijn eigen Woord bekendgemaakt, dat ze van Hem afkomstig zijn.

God gaf het bevel der besnijdenis, als teken van het Verbond, dat hij met Abraham sloot. In de nacht, dat de verderver door Egypte zou gaan om alle eerstgeborenen te doden, stelde Hij het Pascha in. Zo gaf Hij in het Oude Testament voor de komst en de dood van Christus twee bloedige sacramenten. In het Nieuwe Testament stelde Christus eerst het Heilig Avondmaal in vóór Zijn sterven en later vóór Zijn Hemelvaart de Heilige Doop. Ook bij die onbloedige sacramenten sprak de Goddelijke oorsprong. Ze werden gegeven door Christus als de zoon des Vaders.

Het Verbond der genade komt uit God. Hij is het ook Zelf, Die daar de zegelen aan hangt van de sacramenten.

Waarde en betekenis van de sacramenten hangen ten diepste af van de Goddelijke ordening. Het is alleen Góds recht om te bepalen welke de sacramenten zijn en hoe ze spreken. Dat ligt niet in de willekeur van de Kerk. Zo is er ook de zekerheid voor het vaak aangevochten geloof dat die eenvoudige tekenen, die God heeft ingesteld tot verzegeling zijn van Zijn genade. De autoriteit van God en van Zijn Woord staan er achter!

....acht hebbende op onze grovigheid en zwakheid....

God heeft de sacramenten ingesteld en Hij betoont daarbij Zijn nederbuigende goedheid! Het komt uit in de tekst van dit artikel. De goede God heeft de sacramenten verordend “acht gevende op onze grovigheid en zwakheid”. Hier is dus het antwoord op de vraag, waarom God de sacramenten nodig heeft geacht, gevoegd heeft bij het Woord.

God komt de onwetendheid en zwakheid van de Zijnen te hulp. Het is bepaald niet vererend, maar onze belijdenis belijdt het hier eerlijk wie zelfs Gods kinderen in zichzelf zijn. Ze zijn naar hun aardse bestaan nog zo grof, zo bot, om de geestelijke zaken te verstaan. God spreekt in Zijn Woord, maakt daarin alles bekend, wat tot de zaligheid van een arm zondaar strekt. De geestelijke goederen komen er rijk in uit. Onze verdorvenheid is echter zo groot dat we daar vanuit onszelf niets van verstaan. Die verdorvenheid maakt hardleers en onvatbaar. Dat blijft ook krachtens de oude natuur in het leven van de Zijnen. Zij zijn in zichzelf aards, “kruipen over de grond en hangen aan het vlees” (Calvijn). Daarom is Gods barmhartigheid zo groot, dat Hij hen te hulp gekomen is met de eenvoudige tekenen om in “aardse elementen een spiegel der geestelijke goederen te geven”.

Daar is ook de zwakheid. Bedoeld wordt de zwakheid van het geloof. Onze belijdenis geeft er ook daarin blijk van dat het van de praktijk van het geestelijk leven weet heeft. Er wordt niet uitgegaan van een christendom dat altijd op dezelfde hoogte staat en een even groot geloof heeft. Het ware geloof wordt bestreden. Het ongeloof komt er tegen in en trekt Gods Woord in twijfel. Wat is er vaak een bange strijd in het leven van Gods kinderen. We weten het uit het leven van Abraham, van Gideon, dat de Heere zo diep neerboog en tekenen gaf om de zwakheid van het geloof te versterken. Zo heeft de Heere deze blijvende tekenen in de sacramenten gegeven tot versterking.

Hoe komt de ontfermende liefde Gods uit in de gaven van Doop en Avondmaal! Hij heeft alles willen doen om de Zijnen te doen delen in de geestelijke weldaden.

Waartoe de sacramenten

Het lijkt wat ingewikkeld, zoals onze belijdenis getuigt van het doel der sacramenten. We moeten daarbij niet vergeten, dat hier het geloof spreekt. Dat heeft er heel wat van te zeggen. Allereerst gaat het om de verzegeling der beloften in de sacramenten: “om ons Zijn beloften te verzegelen”. Een zegel wordt onderaan een bepaalde brief of document gehecht om de betrouwbaarheid ervan de verzekeren. De sacramenten voegen niets toe aan de inhoud der Goddelijke beloften. Het is een bekend beeld. Wie een brief van de koningin krijgt mét het zegel weet het wel: dat zegel verandert niets aan de inhoud van dat schrijven, het zegt alleen dat wat er in staat betrouwbaar is. Hoe groot is het dat God aan Zijn Woord nog deze zegels heet. Dat zijn beloften en de zaken erin vervat zo betrouwbaar zijn! Let dus goed op: Zijn beloften. Zij verzegelen niet de inwendige genade in de Zijnen. Alsof het zo zou zijn, dat ze onderstrepen wat Gods kinderen persoonlijk ervan hebben. Het gaat om de beloften van God-uit! Alleen door het waar geloof wordt die verzegeling verstaan, de kracht ervan gekend en beleefd. Het ongeloof verstaat dat niet. Zo gebruikt de Heilige Geest de sacramenten tot verzegeling van wat God belooft.

“En om panden te zijn der goedwilligheid en genade Gods te onswaarts”. Tekenend is hier het woord dat gebruikt wordt: pand. Een pand wordt gegeven als waarborg voor de vervulling van een belofte. Het gebeurde al onder het Oude Verbond. Juda belooft Thamar vóór de zonde met haar een geitebokje van de kudde. Thamar vraagt om een pand om niet bedrogen te worden. Zij krijgt van hem op haar vraag zijn zegelring, snoer en staf. We kennen het pand in de ring die verloofden elkaar geven. Het gaat om de belofte van trouw aan elkaar. Het gaat dan telkens om een tastbare zaak. In het pand, dat gegeven wordt, wordt de belofte tastbaar, zichtbaar.

In de panden, die God geschonken heeft in de sacramenten, is Zijn ontfermende liefde tastbaar. Zij zijn een bewijs van Wie Hij in Christus wil zijn voor in zichzelf verlorenen. Zij stellen voor ogen welke bijzondere beloften die God gegeven heeft. Zij spreken van dat Verbond, waarin de Heere zo diep neerdaalt tot mensen, die vanuit zichzelf het alleen maar bederven. Zij schenken zelf geen genade maar wijzen naar de genade Gods heen. De heilige Geest gebruikt ze in het leven van de Zijnen. Wat een wonder is het voor hen door het geloof als ze de tekenen van Gods goedwilligheid en genade aanschouwen.

“En ook om ons geloof te voeden en te onderhouden....” U voelt het wel, dat het één hier met het ander verbonden is. Door de tekenen en zegelen wordt het geloof versterkt. De Heilige Geest werkt het geloof door middel van het Woord, de prediking. De Heilige Geest versterkt eveneens het geloof. Daartoe gebruikt Hij weer het Woord, het lezen en horen van dat Woord. Ook de sacramenten. De sacramenten dienen niet om het geloof te werken. Zij werken ook niet als een medicijn gevuld met sacramentele genade. Zij zijn middel in de hand van de Heilige Geest om het zwakke geloof te sterken. Zij doen des te beter verstaan hetgeen Hij in Zijn Woord belooft en hetgeen Hij inwendig doet in het hart. Zij zijn zo het van die Geest gebruikte middel om de zaligheid bondig en vast te maken, die Hij schenkt. We hopen er een volgende keer nog meer van te zien!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (53)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken