Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verre of nabij.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verre of nabij.

5 minuten leestijd

“Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan. Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen.”

Twee woorden staan lijnrecht tegenover elkaar: Verwijderen en naderen. Het eerste is de rug toekeren, heengaan, verlaten. Het tweede is naderen, nabijkomen, komen tot. Het eerste is dus precies het tegenovergestelde van het tweede. De richting vormt de tegenstelling. U vindt alle twee in de gelijkenis van de verloren zoon. Eerst ging hij weg uit ‘s vaders huis. Later keerde hij weder.

Bij het woord verwijderen kunnen we denken aan Adam. In Adam, ons verbondshoofd, hebben wij allen de Heere de rug toegekeerd, ons afgekeerd van de levende God. En daarom zijn we verre van God. Het woord verwijderen heeft een aktieve betekenis. We hebben ons verwijderd, ‘t Is een daad. Moedwillig en vrijwillig is dat geschied. Bij het woord verre-zijn zoudt u kunnen denken aan een lot, aan iets waar wij niets aan kunnen doen. Echter de berijmde psalm onderstreept de aktieve daad:”die u de trotse nek toekeren”. Dat is dus terecht. Maar er is hier meer. Want de Psalm werd gezongen in de Oudtestamentische kerk, op het terrein van het genadeverbond, op de plaats waar de Heere was temidden van Zijn volk. De genadige God was gekomen tot dat volk. Hij was er op Sion, in de tempel, bij het altaar. Op dat terrein gebeurde het dat Israelieten de Heere de rug toekeerden, Hem en Zijn dienst verlieten. Dat geschiedt ook onder het Nieuwe Testament. Kerkmensen zijn nabij het Koninkrijk der hemelen.

God heeft onderscheid gemaakt, hoewel er geen onderscheid was. Kerkmensen zijn in relatie tot Jezus Christus gesteld. Ze zijn ranken aan de Wijnstok. Ze zijn geplaatst op de enige rechtsgrond: het bloed van het Lam Gods. Vanwege dat bloed is de Heere nabij gekomen. Maar in het leven van de gedoopte kerkmens kan dat verschrikkelijke geschieden: heengaan, verlaten, het bloed waardoor hij geheiligd is, onrein achten, ja zelfs het kruis van Christus vertrappen.

De psalmdichter, Gods Woord zegt: “deze zullen vergaan”. Dat is: ten gronde gaan, vernietigd worden, omkomen. Huivering doortrekt ons nu. Want er valt geen tittel of jota van Gods Woord. Een gewis verderf is dezulke beschoren! Dat is de eeuwige rampzaligheid. Er is nog dat ene woordje “zie”. Dat is: let er toch op, geef er toch acht op, laat het u toch niet ontgaan. Hier is een smeekbede van Godswege, voortkomend uit Zijn liefdehart en rommelende ingewanden. Jongen, meisje hoor je dat?

Nu dat andere: de grote tegenstelling. De psalmdichter is zelf aan het woord. Met nadruk stelt hij het ik voorop: “maar ik”. Of zoals het in onze Bijbel staat: ”maar mij aangaande”. Hier is een geloofsuitspraak, een geloofsbelijdenis. Die houdt in:”het is mij goed nabij God te wezen”. Letterlijk staat er:”maar ik het naderen van de Heere voor mij goed”. In Jesaja 58:2 lezen we eenzelfde woord:”zij hebben een lust tot God te naderen”.

De afkeer is voor de psalmdichter heenkeer, toevlucht geworden. Precies als bij de verloren zoon. Het gaan tot, de wederkeer. Zo openbaart zich het werk van de Heilige Geest. Getrokken tot God, uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Getrokken met koorden van eeuwige liefde. Vanwege welbehagen, verkiezende liefde. Naderen tot God-, kan dat zomaar? Waar blijft een mens met zijn zonde en schuld? God is toch de Heilige, de Rechtvaardige en de Waarachtige? Ja, en toch worden zondige mensen in de nabijheid van God niet verteerd. Omdat de troon van God geworden is tot een troon der genade. Omdat Jezus Christus in het midden der troon is, het Lam staande als geslacht. Daarom niet weggeworpen, geen toom, geen vervloeking. Daarom ontferming, barmhartigheid, genade. Het Vaderhart van God opent zich, een fontein van liefde.

Zegt u het de psalmdichter na:“maar mij aangaande het is mij goed nabij God te wezen”? Ja goed, volstrekt goed, volkomen goed, een overstelpende goedheid. Zo wordt dit beleefd, zo wordt het ervaren. En omdat dit alleen genade is, niets van ons erbij komt, waarom zou het voor u niet kunnen? Het is genade die enkel z’n grond vindt in het werk van de Heere Jezus Christus. Zo volkomen is Zijn werk.

Wie het goede van het nabij te zijn ervaart, die hunkert naar het blijvende. Dat is straks voor al Gods kinderen. Daarom krijgen ze hemelverlangen. Hier:“och werd ik derwaarts weer geleid”. Straks eeuwig goed, goed vanwege het nabij God te zijn. Verwijderen of naderen-, het zijn twee processen die zich voltrekken in het leven van kerkmensen. Het ene is van het vlees, het Gode-vijandige vlees. Het andere is van de Geest. Er zit geen niemandsland tussen. Het is of het een of het ander. Het is verre of nabij! Nog is het heden der genade. Nog wordt door Goddelijke almacht het verre veranderd in het nabij. Roep Hem dan aan, en smeek om die genade.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Verre of nabij.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken