Bekijk het origineel

Apeldoornse Dogmatiek (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Apeldoornse Dogmatiek (II)

7 minuten leestijd

De Bijbel als het Woord van God

Wij beschouwen de Bijbel van Genesis 1 tot en met Openbaringen 22 als het Woord van God. Terecht. “Door Zijn heilig en goddelijk Woord, zegt Guido de Brés in zijn Nederlandse Geloofsbelijdenis”, geeft God Zich klaar en volkomen te kennen, zoveel als ons van node is in dit leven, tot Zijn eer en de zaligheid der Zijnen (artikel 2 N.G.B.). Dat Woord is niet gezonden noch voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven, hebben het gesproken! Een verwijzing naar een uitspraak van de apostel Petrus (2 Petrus 1:21), die zeer fundamenteel is voor onze opvatting van met name het Oude Testament, maar daarmee verbonden ook het Nieuwe Testament, als Woord van God.

Terecht schrijft Van Genderen dat voor Jezus Zelf het Oude Testament het gezaghebbende Woord van God is.

Aan dat gezag waren ook de apostelen onderworpen. Als Psalm 95 in Hebreeën wordt geciteerd, gaat aan dat citaat vooraf: de Heilige Geest zegt enz. Die Geest is volgens 1 Petrus 1:11 de Geest van Christus die in de Profeten was, en waardoor zij tevoren getuigden zowel van het lijden als de heerlijkheid van Christus.

Papieren paus

Het is duidelijk dat heel wat theologen dat standpunt niet delen. Het rationalisme heeft de Bijbel niet gespaard! In het beste geval is het motto: De Bijbel is niet Gods Woord maar Gods Woord staat in de Bijbel! De Heilige Schrift is niet meer dan een (menselijk) getuigenis van de openbaring Gods. Een menselijk boek met behoorlijk veel mankementen. Het is de taak van de Schriftkritiek om het snode van het kostbare te onderscheiden! Wat is goddelijk en wat is menselijk? De zelfstandig opererende theoloog bepaalt het waarheidsgehalte van de Schrift. Het is een uitspraak van Karl Barth dat Profeten en Apostelen in ieder woord konden falen. Ze hébben ook in ieder Woord gefaald.

De orthodoxen (reformatorische protestanten) beschouwen de Schrift teveel als een papieren paus. De Reformatie heeft met haar belijdenis van de onfeilbaarheid van de Schrift een wettisch biblicisme geschapen. Alleen de Schriftkritiek kan hier verandering in brengen. Men komt teveel “onlogica” in de Bijbel tegen om het Boek in zijn geheel als Woord van God aan te nemen.

Getuigenis

Een heldere passage vind ik de uitwijding over de Schrift als “getuigenis”. De Heere Jezus zegt in Johannes 5:39 dat de Schriften van Hem “getuigen”. Dat is meer dan dat de Schriften van Hem berichten of spreken of schrijven. Ook de Apostelen worden in Handelingen 1:22 “getuigen” van de opstanding van Christus genoemd. Getuigen is een sterk woord. Het stamt uit de juridische sfeer. Daarbij kun je denken aan een rechtzaak waarin getuigen gehoord worden. En waarom worden die getuigen gehoord?

Omdat de zaak zó vast moet staan dat er geen twijfel overblijft! Dat getuigenis wil mensen overtuigen, zodat ze zich aan het getuigenis gewonnen geven.

Het gaat in de Schrift maar niet alleen om een menselijke, dus feilbare berichtgeving. Het gaat om een getuigenis van feiten, waar we op aan kunnen. Waarop Gods volk zijn zaligheid kan bouwen. Het gaat om een getuigenis dat eeuwig zeker is. Tegenover de leugen die in de wereld heerst.

O.T. en Jodenhaat

In de waardering van de Bijbel als Woord van God, wordt in de theologie bovendien nog onderscheid gemaakt tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het Oude Testament komt er sinds de 18e eeuwse Verlichting (een rationele “trend” in de West-Europese cultuur, waarin alle dingen aan de kritiek van het verstand wordt onderworpen) helemaal niet best af.

Volgens de 19e eeuwse filosoof Schleiermacher staat de christenheid wel historisch gezien in de traditie van het O.T., maar toch heeft ze eigenlijk deze “Joodse steun” niet meer nodig.

In deze eeuw nam de felle bestrijdingen van het O.T. toe, met name in Duitsland. Als “boek der Joden” zou het voor christenen geen boodschap meer hebben. Met name de Duitse theoloog Adolph von Hamack moest niets van het Oude Testament hebben. Tijdens het nationaal-socialisme spoelde een golf van anti-semitisme over Duitsland.

En zoals er altijd theologen zullen zijn die zich graag bij de waan van de dag aansluiten, zo lieten zij ook nu hun theologie door het anti-semitisme bepalen. Weg dus met het Oude Testament! En voor zover het Nieuwe Testament nog door het Oude beïnvloed was, moesten ook die passages eraan geloven. Ze dienden geschrapt te worden.

Tegenover deze anti-semitische weerzin tegen het Oude Testament, verheft zich momenteel weer een overdreven filo-semitisme.

Een verheerlijking van alles wat Israelitisch of Joods is. Terecht schrijft professor Van Genderen: “Men kan zo geestdriftig zijn over Tenach (O.T.) dat men er bijna genoeg aan heeft!”

O.T. als levensboek van Christus

Het standpunt van de A.D. is dat de verhouding Oude en Nieuwe Testament er een is van belofte naar vervulling. Er is geen tegenstelling tussen de twee Testamenten. “De kerk heeft het O.T. ook nu nog lief als Woord Gods, gelijk het voor de Zoon des mensen Zelf Zijn levens- en gebedsboek geweest is. Psalmwoorden zijn kruiswoorden geworden”. Jezus heeft van de Schriften van het O.T. gezegd: Deze zijn het welke van Mij getuigen (Joh. 5:39).

Het zijn de klassieke woorden van Augustinus, waarbij de A.D. zich aansluit, dat het N.T. in het O.T. verborgen is en dat het O.T. in het N.T. openbaar is.

Calvijn

Het is met name aan Calvijn te danken dat het gereformeerde protestantisme het Oude Testament steeds positief gewaardeerd heeft. Daarin sloot Calvijn aan bij anderen reformatoren als Zwingli, Bullinger en Bucer. Bij Calvijn wordt duidelijk dat hij het O.T. niet minder gezag toekent dan het N.T. Het gaat in beide Testamenten om het ene verbond (Latijn testamentum; vandaar Oude en Nieuwe “Testament”). Wel straalt de heerlijkheid van het verbond in Christus helderder dan in de tijd van de Wet van de Profeten.

Maar toch merkt Calvijn terecht op dat Christus na Zijn opstanding het verstand van Zijn apostelen opende, om niet zonder de hulp van het Oude Testament wijs te zijn maar juist om de Schriften, het Oude Testament, te verstaan.

God van wraak en liefde

Heel goed wordt tenslotte ook nog aangetekend dat, gezien de eenheid van Oude en Nieuwe Testament, het onjuist is over de God van het Oude Testament te spreken als de “God der wrake” en over de God van het Nieuwe Testament als de God van de liefde.

We mogen het Oude Testament niet als het boek van de vergelding stellen tegenover het Nieuwe Testament als het boek der vergeving.

In beide Testamenten is sprake van vergeving en vergelding. Van genade en toorn. Van zonde en verzoening door de offerdienst die uitloopt op de dienst van het Lam dat de zonde der wereld wegneemt.

Conclusie: Er is wel onderscheid tussen de boodschap van de komst van Christus en de boodschap van de gekomen Middelaar, tussen de oudtestamentische messiasverwachting en de nieuwtestamentische vervulling in de persoon en het werk van de Heere Jezus Christus. Maar het gaat toch om dezelfde Middelaar, hetzelfde verbond, hetzelfde geloof en dezelfde zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Apeldoornse Dogmatiek (II)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken