Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd (20)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd (20)

De Samaritaanse vrouw

8 minuten leestijd

“Jezus zeide tot haar: Vrouw geloof Mij,....”

Beste jongelui!

Het is niet voor de eerste keer dat deze tekst boven een artikel staat. We hebben er al meer keren over geschreven. Het is belangrijk genoeg om het nog eens onder de aandacht te brengen. Want het gaat over een zaak die zijn waarde behoudt. Er staat immers in de Bijbel dat het zonder geloof onmogelijk is om God te behagen. Dus willen we de Heere behagen, dan moeten we geloven. “Vrouw, geloof Mij:” is dus een eis, waar niemand onder uit kan.

Nu is er natuurlijk verschil tussen geloven en geloven. Want geloven is op zichzelf iets zuiver menselijks. Het is zelfs iets waardoor de mens van het dier onderscheiden is. Want een dier kan niet geloven, dat is met bewustheid iets voor waar aannemen. Een mens kan dat wel. Iedereen gelooft dat twee en twee vier is. Iedereen gelooft dat water nat is. Iedereen gelooft dat vuur heet is. En zo zou ik nog wel een poosje door kunnen gaan, om te bewijzen dat geloven op zich een zuiver menselijke zaak is. Elk mens gelooft op een bepaalde manier. En dan niet alleen wat betreft natuurlijke dingen, maar ook geestelijke dingen. Ik denk b.v. aan de Moslims. Dat is een bevolkingsgroep in ons vaderland, waar we met een boog omheen kunnen lopen en doen alsof ze voor ons niet bestaan. Doch, vergis je niet. Want ze zijn er en laten zich ook gelden. Hun geloof geven zij niet prijs. Zij dragen het uit en vinden ook aanhangers. Velen zeggen: Waarom zouden zij geen gelijk kunnen hebben? Waarom is het “Christelijke geloof’ alleen waar? Zo zouden er nog meer vragen kunnen worden gesteld. Iedereen begrijpt wel wat we bedoelen. Velen laten los datgene waar men bij opgevoed is. Men gelooft het niet meer zo. Ik heb inmiddels al weer dat woord “geloven” gebruikt. Men gelooft dat niet meer zo. Men gelooft dus, doch niet meer, zo als men er van kindsbeen af bij opgevoed is.

Geloven en geloven zijn er dus twee. Het is niet om het even wie of wat men gelooft.

De Heere Jezus zeide: “Vrouw, geloof Mij!

Dit woord komt dus, als jullie dit lezen, ook weer op jullie af. Jezus zegt, voor de zoveelste keer: Geloof Mij!

Dat Hij het voor de zoveelste keer zegt, is een bewijs van Zijn lankmoedigheid. Dat is een deugd in God, ook in de Heere Jezus, die niet over het hoofd moet worden gezien. We moeten daar acht op geven. Het wil zeggen, en dat blijkt ook uit het verband, dat Hij geduldig is. Hij is door de Samaritaanse vrouw als Profeet erkend. En nu is Hij geduldig om als Profeet haar te onderwijzen. Ook, om als Profeet ons te onderwijzen. Is dat geen wonder? Wij zouden zoveel geduld niet opbrengen. Als we verschillende keren iets hebben gezegd, en het wordt niet ter harte genomen, dan stoppen we er gewoon mee. De opmerking wordt dan niet zelden gehoord: Daar is aan die man, die vrouw, die jongen, dat meisje geen eer te behalen. Men kan het 100 keer zeggen, en je kunt het net zo goed tegen de muur zeggen. Wie dat goed verstaat, zegt: ik kan niet begrijpen dat de Heere het niet zat wordt. Ik zal al lang de moed opgegeven hebben. Denk er maar eens over na:


Barmhartig is de HEER’ en zeer genadig;
Schoon zwaar getergd, “lankmoedig ” en weldadig;
De HEER ’ is groot van goedertierenheid.


Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij,....

Er zijn er ook, die hebben daar helemaal geen moeite mee. Men zegt eenvoudig: Dat doen we toch? We geloven de Bijbel van kaft tot kaft. Wat wil je nog meer? Het is nooit goed ook.

Het geloof van heel veel mensen is een “historisch geloof’. En dat is op zichzelf niet verkeerd. Doch als men denkt met een zodanig geloof te kunnen sterven, dan bedriegt men zich wel voor een eeuwigheid. Het is daarom niet voor niets, dat ik daar voor waarschuwen wil. Want ik hoorde eens een dominee zeggen: “We zijn gelukkig van die onderscheidingen af, van een historisch-tijd-wonder- en zaligmakend geloof’. Het brengt de mensen maar in de war. Ze weten niet meer waar ze staan. Je gelooft, en daarmee: uit! Zo wordt het historisch geloof ingeruild voor het zaligmakend geloof. Of: beter gezegd: Het historisch geloof wordt voor zaligmakend aangezien. En dat is zeer bedriegelijk. Men gelooft de Bijbel. Men gelooft dat er een God is. Men gelooft ook dat de Heere Jezus er is, en de Heilige Geest. Men gelooft dat er een hemel en een hel is. En men leeft inmiddels rustig in de wereld. Van de zonden heeft men nimmer last. Die worden met lust gediend. Men gelooft toch....? En dan komt het wel goed. Zo denkt men althans. En deze denkwijze wordt door menige predikant geleerd en gestimuleerd en zonder meer voor waar aangenomen. De werkelijkheid is, dat men in het uur van z’n dood, tot de ontdekking zal komen, dat een zodanig geloof te kort is, om zonder verschrikking God te kunnen ontmoeten.

Als Jezus zegt: Vrouw, geloof Mij! dan is daar natuurlijk niet het “historische geloof’ mee bedoeld, doch het ware zaligmakende geloof. En dat heeft zijn effect in het leven. Het is dus niet de vraag: dat ik geloof, maar wat ik geloof.

Omtrent deze dingen laat de Heidelbergse Catechismus ons niet in het onzekere. Want als er in Zondag 7 gehandeld wordt over het “zaligmakende geloof’, luidt de vraag: Wat is dan een Christen nodig te geloven? Het antwoord is: Al wat ons in het Evangelie beloofd wordt.....

Het kort begrip zegt in vraag 20: Wat is de hoofdsom van hetgeen God ons in het Evangelie belooft en bevolen heeft te geloven? Ant. Dat is begrepen in de twaalf artikelen des algemenen Christelijken geloofs, die aldus luiden......

Nu is het niet de bedoeling om die twaalf artikelen te gaan behandelen. Het gaat mij in dit verband bijzonder om het woordje “bevolen”. God heeft door het Evangelie de volkomen zaligheid beloofd. Doch er een bevel bijgegeven. Hij heeft “bevolen” het te geloven. “Bekeert u, en gelooft het Evangelie”, Marcus 1:15.

Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij! De vrouw, die Jezus als Profeet erkend heeft, zit aan de voeten van deze allerhoogste Profeet en Leraar. Zij weet nog zo heel weinig en moet nog nader onderwezen worden. Wie moet dat niet? Want Jezus geloven en “in” Jezus geloven, ligt wel in het verlengde van elkander, doch moet, duidelijkheidshalve toch wel onderscheiden worden. Wil men tot het geloven “in” Jezus komen, dan moet men eerst geloven, weten, Wie Jezus is. Ook wat Hij gedaan heeft om zondaren zalig te maken. Daaromtrent wil Jezus deze vrouw nader onderwijzen.

Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem den Vader zult aanbidden.

Het was een twistpunt tussen de Joden en Samaritanen waar God als Vader moest worden aangebeden. De Joden zeiden dat dit te Jeruzalem moest gebeuren. De Samaritanen zeiden dat dit op de berg Gerizim moest gebeuren.

Jezus spreekt hier over God als de Vader. Daar kun je een dogmatisch twistpunt van maken. Dat gebeurt vandaag nog. De één zegt: God is je Vader niet. Hij is je Rechter. Je kunt geen Vader zeggen. Je mag geen Vader zeggen. De Duivel is je vader. Zo gaat men tegenwoordig elkaar te lijf. Jezus doet dat niet. God is krachtens schepping de Vader van alle mensen. Hij werd door de Joden en door de Samaritanen als Vader aangebeden. Doch zonder dat men Hem echt als Vader kende. Dat was bij de Samaritanen het geval. Doch bij de Joden was dit niet minder het geval. Want in Maleachi 1:6 staat: “Een zoon zal de vader eren en een knecht zijn heer; ben Ik een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heere, waar is Mijn vrede?” Dat houdt heel eenvoudig in, dat men Hem wel als Vader aanbad, zonder Hem nochtans in waarheid als Vader te kennen. Ik geloof dat dit nog veel gebeurt. God Vader noemen, wat Hij dus wel krachtens schepping is, doch niet te weten dat de val heeft plaats gehad. Doch daar moet men dan nader voor onderwezen worden. Die vrouw en ook wij! Jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd (20)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1993

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken