Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Apeldoornse Dogmatiek (12)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Apeldoornse Dogmatiek (12)

De gëhspireerde Schrift

5 minuten leestijd

Augustinus

De Heilige Schrift is het Woord van God.

Voor de kerkvader Augustinus (± 400 na Christus) was dat een uitgemaakte zaak. Hij noemt de Schrift het handschrift van God of een brief uit de hemel. Voor hem was de Bijbel door God geïnspireerd. In Augustinus ’ Latijnse vertaling van 2 Timotheüs 3:16 (al de Schrift is van God “ingegeven”) staat voor “ingegeven” het woord inspirata. Overigens gebruikt Augustinus het woord “inspiratio” ook voor het werk van de Heilige Geest in de gelovigen. Dan gaat het om de inspiratie of ingeving van het geloof en de liefde. Hoewel Augustinus de Bijbel het handschrift van God of een brief uit de hemel noemt, heeft hij wel ontdekt dat de evangelisten de woorden en daden van Christus op hun eigen manier hebben weergegeven. Dat neemt niet weg dat de Schrift voor hem het einde is van alle tegenspraak: “Wij geloven dat Christus uit de maagd Maria geboren is omdat het zo in de Schrift staat.” Wie de Schrift niet gelooft kan geen christen zijn en kan dus ook niet zalig worden.

Voor Augustinus betekent het gegeven dat de Schrift van God geïnspireerd, ingegeven is, dat zij betrouwbaar is en goddelijk gezag heeft.

In de (Rooms Katholieke!) Middeleeuwen bleef dit standpunt ongewijzigd. Het concilie van Florence (1439) sprak uit dat God als de “Auteur” van het O.T. en N.T. gezien moet worden.

Luther

Ook voor Luther is de Bijbel een geschrift van de Heilige Geest Zelf. Al heeft de Heilige Geest Zich dan

wel aangepast bij het menselijke verstand. Maar Hij laat de schrijvers de Waarheid zeggen. In die Schrift gaat het in alle bijbelboeken om Christus. Hij is het Middelpunt van de Schrift. En juist omdat in het Evangelie van Johannes, de brieven van Paulus en de eerste brief van Petrus Christus zo duidelijk verkondigd wordt, zijn voor Luther deze geschriften de kern en het merg van het Nieuwe Testament. Ieder christen moet die boeken het allereerst en allermeest lezen! Ook al lagen de brieven van Paulus Luther nader aan het hart (vanwege de vrije genade Gods in het vrijspreken, de rechtvaardiging, van goddelozen) dan de brief van Jakobus, kan hij niet de vader van de schriftkritiek genoemd worden. Hij kende de wetenschap niet het recht toe waardeoordelen over de Schrift uit te spreken.

Calvijn

Wat Calvijn betreft: ook hij aarzelt niet God de Auteur van de Schrift te noemen. God sprak door de mond van Mozes, David en Petrus. Deze bijbel-schrijvers worden door hem zelfs “secretarissen” van de Heilige Schrift genoemd: zij hebben de boodschap niet zelf bedacht maar werden gedreven door de Heilige Geest. Zij hebben de Woorden Gods gehoorzaam en waarheidsgetrouw weergegeven. Zij waren organen, instrumenten, van de Heilige Geest. Wanneer Calvijn het begrip “dicteren” gebruikt, wil dat overigens niet zeggen dat de boeken van de Bijbel letterlijk vanuit de hemel gedicteerd zijn. Zo heeft Calvijn wel gezien, dat de apostelen nogal vrij te werk gaan in het aanhalen van oud-testamentische teksten. Het ging om hem de bedoeling van de teksten, niet om letterlijke citaten. Als

God Zijn woorden bekend maakt aan Profeten en Apostelen, dan past Hij zich aan bij het menselijke begripsvermogen. Zoals een moeder met haar kinderen spreekt. Die aanpassing (Latijn: accommodatio) is kenmerkend voor de Schrift.

Confessie

In onze belijdenisgeschriften (met name de Nederlandse Geloofsbelijdenis) wordt uitvoerig en nauwkeurig de gereformeerde Schriftbeschouwing geformuleerd.

Daarin komt met name het verschil met rome uit de verf: het is door het getuigenis van de Schrift zelf, door het getuigenis van de Heilige Geest, dat wij zonder twijfel alles geloven wat daarin beschreven wordt. En niet omdat de (Roomse) Kerk die voor waar houdt. In tegenstelling tot Rome wordt de Schrift ook boven de latere kerkelijke tradities (geschriften van kerkvaders als Augustinus en uitspraken van kerkelijke concilies) gesteld. Bovendien maakt onze Confessie ook onderscheid tussen de zogenaamde kanonieke boeken (waarop geloof en leven van de Kerk wordt afgestemd) en de apocriefe boeken, die bij Rome in de praktijk wel bindend gezag hebben.

In de 17e eeuw ging men zover dat men ook de klinkers en de punten in de Hebreeuwse tekst als van God ingegeven beschouwde. Dat noemden de gereformeerde theologen de “inspiratio punctualis”.

Reactie

In diezelfde eeuw kwam een reactie daarop los, die uiteindelijk leidde tot de ontkenning van alle inspiratie als een goddelijke gave. De Bijbel zou alleen maar mensenwerk zijn. Een gewoon menselijk boek.

We zullen de resultaten van het voortgaande onderzoek van de Schrift volgens prof. Van Genderen niet mogen onderschatten, maar een waarschuwing voor de moderne bijbel-weten-schap is wel op zijn plaats.

Het uitgangspunt van de bijbelkritiek, die de Schrift beoordeelt naar wetenschappelijke maatstaven, doet aan de Schrift geen recht. De aanvallen op de Schrift zijn uiting van de vijandschap van het menselijke hart dat zich aan God niet onderwerpt. Ik stem overigens van harte met de schrijver in als hij zegt dat die vijandschap niet alleen gezocht moet worden in de moderne schriftkritiek maar ook in de dode orthodoxie, de rechtzinnigheid waar aan de waarachtige geloofsbeleving ontbreekt. Het is een strijd voor alle ware christenen om de gedachten gevangen te houden onder de gehoorzaamheid van Christus.

Zeer juist heeft men geconstateerd dat die weerstand tegen het Woord in onze dagen geleid heeft tot werelds denken en leven.

De gedachte dat de kerk door afwijzing van de eeuwenoude Schriftbeschouwing (de Bijbel is Gods Woord) meer toegang zal krijgen tot de moderne mens, zal misschien ten dele waar zijn. Maar dat gaat dan wel ten koste van het Woord en naar onze heilige overtuiging ook ten koste van de zaligheid.

Want tenzij ze spreken naar dit Woord, het zal zijn dat ze geen dageraad zullen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Apeldoornse Dogmatiek (12)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken