Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Herdenkingsdienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herdenkingsdienst

60-jarig bestaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Doornspijk

9 minuten leestijd

De Christelijke Gereformeerde Kerk te Doornspijk is een aparte gemeente. Zij is ontstaan uit de moedergemeente Elburg. Dat is al een heel oude gemeente, die ook geen onbewogen geschiedenis heeft. Het boekje dat daaromtrent enkele jaren geleden uitgegeven is, legt daar een duidelijk getuigenis van af.

De gemeente Doornspijk is klein in zijn begin geweest. Toch is zij in de loop der jaren gegroeid. Toen de gemeente 50 jaren bestond, is er ter gelegenheid van dit feit een gedenkboekje uitgegeven. Het is heel aardig om dit te lezen, doch historische feiten zijn er niet veel in te vinden, omdat van de eerste jaren van het bestaan der gemeente er niets of zeer weinig is bekend. Notulen werden er niet gemaakt, of ze zijn op de een of andere wijze verloren gegaan.

De gemeente is geïnstitueerd op 22 juli 1933 door Ds B. Oosthoek. De eerste 30 jaren van haar bestaan heeft de gemeente geen predikant gehad. Zij werd bediend door classispredi-kanten en anderen die daar begeerd werden.

Al was de gemeente klein in het begin, zij is toch gegroeid. Zij telt volgens het jaarboek op dit moment 120 belijdende leden en 153 doopleden. Samen 273 leden.

Het is leuk om in het gedenkboekje te lezen dat de penningmeester vanaf 20 juli 1933 tot 31 december van dat jaar heeft ontvangen de som van ƒ 173,62. Door hem was in diezelfde periode uitgegeven ƒ 170,47. Het saldo was derhalve op 1 januari 1934 ƒ 3,15. Dat zijn bedragen die we ons in deze tijd niet meer kunnen voorstellen.

De eerste dominee die de gemeente heeft gediend was J. van Doom. Onder zijn leiding werd er wat orde in de gemeente tot stand gebracht. De kerkeraad vergaderde regelmatig. Notulen werden er geschreven. De gemeente groeide, zodat het kerkgebouw moest worden uitgebreid. Hij heeft de gemeente 10 jaren gediend, en hij stierf.

Vier jaren lang is de gemeente daarna vacant geweest, tot de vacature vervuld werd door Ds. P. van Zonneveld. Tijdens zijn bediening is er een nieuwe kerk gebouwd, die er nog is en die er zijn mag. Hij heeft de gemeente gediend van 1977-1984. In 1986-1989 werd Ds. J.H. van Dijk zijn opvolger. Vanaf 19 januari 1990 wordt de gemeente gediend door Ds. D. Slagboom. Hij mag zich met genoegen te midden van de “Doornspiekers” bevinden.

De herdenkingsdienst van het 60-jarig bestaan vond plaats op donderdag 9 september 1993. Uitnodigingen had men niet verstuurd, zodat het herdenken geschiedde binnen een betrekkelijke besloten kring. Van de moeder-gemeente Elburg waren er verschillenden aanwezig, terwijl er ook enkelen uit Katwijk aan Zee te zien waren. Dat laatste zal wel in verband staan met het feit dat Katwijk vóór Doornspijk door Ds. D. Slagboom werd gediend.

Al met al was er een redelijke opkomst.

Ds. Slagboom beklom om 19.30 uur de kansel. Heette alle aanwezigen hartelijk welkom. Hij liet zingen Ps. 48:4. Hij las Psalm 132 en ging voor in gebed. Daarna werd Ps. 77:7 gezongen, terwijl Ds. P. v. Zonneveld als eerste spreker de kansel beklom. Hij sprak n.a.v. Psalm 132:13 en 14: “Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.”

Het verheugde spreker tot de gemeente op dit moment te mogen spreken en feliciteerde met het 60-jarig bestaan. Als eerste spreker moest hij zich beperken tot het “ontstaan” van de gemeente. Iets daarvan werd verteld, wat in het genoemde boekje te vinden is. Ds. B. Oosthoek preekte in de eerste dienst over Psalm 43:4: “En dat ik inga tot Gods altaar.” Drie gedachten werden aan deze tekst ontleend: A. Een heerlijke begeerte; B. Een nodige begeerte; C. Een voortdurende begeerte. Sion is van God begeerd. Dat was vrucht van souvereine genade. In het Oude Testament woonde God te midden van een schuldig volk. De ark was het symbool van Gods genaderijke tegenwoordigheid. Alles wat zich daarin bevond legde een getuigenis af. De ark ging met het volk mee door de woestijn. God ging met dat volk mee. Dat is het grote wonder. Dat was geen vrucht van verdiensten, maar van genade. Te Sion is de ark tot rust gekomen. Het werd door God tot een woonplaats verkoren. Zijn eenzijdige liefde kwam daarin openbaar. God bracht Zijn zegen mee. Psalm 84 legt daar een rijk getuigenis van af. “Welgelukzalig hij die bij U woont.

Gestaag U prijst en eerbied toont.....”

God is onveranderlijk. Wat in het Oude Testament gold van Israel, dat geldt nu nog van de kerk. Dat geldt ook van de gemeente Doornspijk. Haar ontstaan is niet te danken aan menselijke prestaties, doch aan de goedertierenheden des HEEREN. De oud-testamentische symbolen zijn er niet meer. God heeft ons nog Zijn Woord gegeven en gelaten. Dat Woord getuigt van zonde en genade. Dat werd gepredikt, en dat moet gepredikt. En dat doet zijn kracht. Als het ontstaan van mensen zou hebben moeten afhangen, was er nooit een gemeente gekomen. Doch dank zij Gods genade mag de gemeente er zijn. Hij liet zingen Ps. 68:5: “Uw hoop, Uw kudde woonde daar.....”, terwijl hem bijzonder had getroffen: “De HEERE gaf rijke juichensstof, om Zijne wond’ren en Zijn lof, met hart en mond te melden.....”

Na hem ging Ds. J.H. v. Dijk de preekstoel op om te spreken over het “voortbestaan” van de gemeente. Hij deed dit n.a.v. Psalm 132:15: “Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nood-druftigen zal Ik met brood verzadigen.” Hij begon met te zeggen dat Frederik de Grote, koning van Pruisen, eens aan zijn hofprediker had gevraagd: Noem mij een duidelijk bewijs dat God bestaat”. Het antwoord was: “Het Joodse volk”. Deze vraag is nog actueel. Zij kan ook nu op dezelfde wijze worden beantwoord, met als toevoeging: “de kerk”. De kerk is een zichtbaar bewijs van het bestaan Gods. De Heere staat de eeuwen door voor Zijn Kerk in. Daarom: Soli Deo Gloria. Opmerkelijk is dat in vers 5 tweemaal staat: Ik zal.... Hij staat voor het bestaan en ook voor het voortbestaan van Zijn volk in. Hij zal voor haar levensonderhoud zorgen. In natuurlijk en geestelijk opzicht. “Ik zal haar kost rijkelijk zegenen”. Hij schenkt altijd mild en overvloedig. Zij hebben geen gebrek aan enig goed. Onder het rijkelijk zegenen valt ook de “kerkbouw”. Doch de mens zal bij brood alleen niet leven. Al mogen wij de natuurlijke weldaden niet vergeten, het gaat tenslotte over de geestelijke. Want “de kost” is het eten, waar God Zijn volk mee voedt. Christus is het Brood des levens dat uit de hemel is neergedaald. De nooddruftigen worden met dat Brood verzadigd. Dat zijn diegenen die daar uit genade naar leren hongeren. Van zichzelf hebben zij gebrek aan alles. Doch de HEERE vervult al hun nooddruft. Zo zegt Hij het in Zijn Woord. Zo wordt het ook door Hem getrouw volbracht. Hij gebruikt daar Zijn knechten voor, die het Brood moeten uitstallen, aanprijzen, opdat men komen zou tot het “eten” daarvan. Dat prediken van het Woord is in het verleden gebeurd. Ds. J. v. Doom werd ten deze nog met waardering genoemd. Het mag ook nu nog gebeuren. God houdt getrouw Zijn Woord. Hij liet zingen Ps. 132:10: “’k Zal Sion, ’k zal der armen spijs, hier zeeg'nen op de ruimste wijs.......”

De laatste spreker was Ds. D. Slagboom. Hij zag zich tot taak gesteld te spreken over de toekomst van de kerk. Hij deed dit n.a.v. Psalm 132:16: “En haar priesters zal Ik met heil bekleden en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.” Echt jubileren is de naam des HEEREN vermelden vanwege Zijn grote daden. De kerk die haar ontstaan heeft te danken aan de HEERE, alsook haar voortbestaan, zal blijven bestaan ook in de toekomst. Daar getuigt de tekst van: “Ik zal Mijn priesters met heil bekleden”. Dat zijn tegenwoordig de door God geroepen dienstknechten, die het Woord moeten uitdragen, en ook door de HEERE er toe in staat worden gesteld om het heil te verkondigen. Zij moeten, om dat recht te kunnen doen, zelf in het heil delen. Dan alleen kunnen zij het anderen op een Gode welbehagelijke wijze voorstellen. In het woord “heil” zit de Heere Jezus verborgen. Alleen door Hem is het heil te verkrijgen. Hij heeft het ver-worven. Hij doet er zijn gunstgenoten in delen. Zijn gunstgenoten! Dat zijn degenen die door Hem van eeuwigheid zijn verkoren. Zij krijgen in de tijd Zijn gunst te genieten. Dat is een wonder. Want zij komen er achter dat zij de dood hebben verdiend. De wet leert hen dat. Het evangelie, toegepast door Gods Geest, doet Zijn gunst beleven. Daarom moeten de wet en het evangelie beiden verkondigd worden. Als dit recht gebeurt, krijgen de gunstgenoten stof om te juichen. Rijke juichensstof, om Zijne wonderen en Zijn lof, met hart en mond te melden. Dat juichen is een ander juichen dan dat van de naam-christen. Want die alleen maar de naam van Christus dragen, zonder in der waarheid een christen te zijn, kennen zichzelf niet en Christus ook niet. Hun juichen is ijdel.

“En haar priesters zal Ik met heil bekleden”. Het “Ik zal...” heeft de toekomst in zich. Wat er van de plaatselijke kerk in de toekomst worden zal, weet niemand. Want niemand weet wat de dag van morgen brengt. Daar is veel oppervlakkigheid. Veel afval. Doch de toekomst van de ware kerk is gewaarborgd. De HEERE zal daar zelf voor in staan. Het loopt op het “volle jubileren” uit. Eenmaal zal de Kerk juichen, zeer juichen, als alle vijandschap en tegenstand voor goed verbroken zal zijn. Dan zal ze eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.

De grote vraag is: Behoren wij tot de gunstgenoten Gods? Het kan nooit vanwege enige verdiensten onzerzijds. Daar het alleen uit genade kan, is er mogelijkheid voor een ieder, bij God vandaan, Die zegt, dat wie Hem zoekt, Hem ook zal vinden. Zoekt daarom de Heere terwijl Hij te vinden is, en roept Hem aan terwijl Hij nabij is. Wij bidden u van Christus wege: Laat u met God verzoenen. Het is nu nog het heden der genade. Wie dat in der waarheid doet, zal eenmaal met Gods gunstgenoten eeuwig zeer juichen. Amen.

Gezongen werd nog Ps. 89:7 en 8 terwijl er gecollecteerd werd voor het orgelfonds. Daarna ging Ds. D. Slagboom voor in dankgebed.

Voor hen die van verre kwamen, was er na afloop nog gelegenheid om koffie te drinken, waar door verschillenden gebruik van werd gemaakt.

De verslaggever,

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Herdenkingsdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken