Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheid Ds. P. van Zonneveld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afscheid Ds. P. van Zonneveld

7 minuten leestijd

Na 34 jaar de Christelijke Gereformeerde Kerken en bijna 4 jaar de gemeente van Scheveningen te hebben gediend nam Ds. P. van Zonneveld op vrijdagavond 1 oktober j.l. afscheid van zijn geliefde gemeente. Dit in verband met zijn emeritaat dat hem op de voorjaarsclassis “eervol” verleend was. Het emeritaat van onze broeder zal per 24 oktober D.V. ingaan.

In zijn afscheid bediende hij het Woord uit Galaten 4:19: Mijn kinder-kens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. In zijn woord vooraf herinnerde Ds. van Zonneveld aan de woorden van de inmiddels overleden Ds. G. Blom. Bij zijn intrede in Scheveningen had deze hem toegewenst, dat hij evenals zijn voorganger Ds. G. Bouw de gemeente twintig jaar zou mogen dienen. Die wens is niet vervuld. Er moest emeritaat aangevraagd worden. De krachten ebden weg. Scheveningen heeft als stadsgemeente een intensief pastoraat nodig. Voor een predikant die de 65 gepasseerd is, was dit alles teveel. Er is gebeden om kracht. Maar Gods weg was anders. Als het aan Ds. van Zonneveld gelegen had, zou hij de afgelopen 34 jaar meer dan eens met Jona gedeserteerd zijn. Door de kracht Gods mocht ik staande blijven. Als een Elia lag ik weleens onder de jeneverstruik, maar de koning gaf kracht. In de afgelopen 4 jaar heb ik meer leren bidden, aldus de predikant. Het drukke verkeer, de gevaren rondom de pastorie (inbraak!) vooral ’s avonds gaven spanningen.

J.l. Zondag bediende hij het Woord n.a.v. Zondag 51, waar sprake is van onze boze aard, “de boosheid die ons altijd aanhangt”. Daar weet deze dominee ook vanaf. Het is alles genade dat de Heere me niet verworpen heeft. In de vorige gemeenten werd weleens gehoord: “Die dominee is veel te ruim. Het is toch een nauwelijks zalig worden”. Maar als we genade willen spellen wordt het anders. Ik wil ook graag een vrome dominee zijn. Maar Christus is alleen een volkomen Zaligmaker voor een verdorven mens. Voor vijanden. Zo heeft de Heere mij leren preken, vanuit de ontdekking van wie ik zelf ben. Het emeritaat werd door de classis “eervol” ontleend. Maar thuis op de studeerkamer was het: Treed niet in ’t gericht met uw knecht. Met Paulus moet ik zeggen de voornaamste der zondaren te zijn. En daarom was het in de prediking: Jezus Christus en Die gekruisigd. En Die alleen.

Waar gaat het ten diepste om in het leven van een dienaar van het Woord? Dat door zijn bediening Christus gestalte krijgt! Het thema van de prediking luidde:

Een dienstknecht van de Heere als barende vrouw.

1. de weeën, 2. de verwachting, 3. de geboorte.

l.”Mijne kinderkens die ik wederom arbeid te baren”, zegt Paulus in Galaten 4:19. Dat is een vaderlijke toon. De toon van de liefde. Zo spreekt Paulus de gemeente aan. Paulus is nooit getrouwd geweest, maar hij had geestelijke kinderen in Christus Jezus geteeld. Kinderen die uit God geboren waren.

“Die ik wederom arbeid te baren”, zegt hij. Dat klinkt in het tekstverband onheilspellend. Om wie ik wederom weeën heb, bedoelt hij. In de eerste verkondiging van het Evangelie had de apostel ook weeën. Nu opnieuw pijn, moeite en spanning. De Galaten waren ver van huis. Judaïsten waren gekomen met hun nadruk op de onderhouding van de Joodse wetten omtrent de sabbath en de ceremoniën. Aan een gekruisigde Christus alleen zou men niet genoeg hebben. Het werk van Christus moest door eigen werk aangevuld worden, wilde men zalig worden. O, Gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd (3:1). Paulus fulmineert tegen hen vanuit het diepe besef dat hijzelf van de genade had. Hij was zelf van bekeerd onbekeerd geworden. Gods algemene weg met de Zijnen. Maar als wetsovertreder werd hij door God begenadigd. Wederom moet de apostel arbeiden, weeën doorstaan. Hij verkeert in de spanning van de verkondiging. Het gaat niet aan alle nadruk te leggen op de predestinatie, de uitverkiezing. Ook niet eenzijdig op doop en belijdenis.

Het is een moeten en niet kunnen. Dat is de spanning waarin de dienstknecht staat. Een worsteling is het om mensen tot de Heere Jezus de brengen. Ik kan me zelf niet bekeren, zegt iemand. Maar hebt u weleens geprobeerd? Zo heb ik 34 jaar in de spanning verkeerd en die heeft mij gesloopt.

Ds. van Zonneveld sprak van zijn omzetting op zijn 18e jaar en zijn roeping tot het ambt op zijn 19e. In de beleving van zijn verlorenheid “kwam de Heere en zag op mij neder”. Vandaar dat het vuur nog brandt. Er is maar een Naam tot zaligheid.

2. “Totdat Christus een gestalte in u krijge”

Een barende vrouw heeft weeën totdat het kind geboren is. Dan hoort zij ook het schreien van het kind. Er is verwachting bij de apostel. Hij zegt niet: “opdat”, want dat laat de mogelijkheid open, dat het kind niet geboren wordt. Maar het is “totdat”. Er is geen onzekerheid of het komt. Maar de apostel heeft zekerheid. Kon Paulus dan mensen bekeren? Nee, God bekeert ze, niet de dienstknecht. Ook had hij geen verwachting van mensen. De Galaten waren teruggekeerd tot de onderhouding van de wet, als weg tot de zaligheid. Zij moesten van nature niets hebben van genade. Evenmin als wij allemaal. Maar Paulus ziet naar boven. God geeft de wasdom. Een rijke wetenschap voor de broeders predikanten. Mensen zijn niet bekommerd om hun eeuwig heil. Maar het moge van ons allen gelden: Zij sloegen ’t oog op God.

3. Totdat Christus gestalte in u krijge

Gestalte krijgen. In het Grieks staat een woord dat aan metamorfose doet denken, gedaanteverwisseling.

Dat is het doel van de prediking, de verandering van uw gedaante. De hogepriester Jozua was bekleed met vuile klederen. Maar hij onderging een metamorfose. Hij werd afgesneden van de oude wortel Adam en geënt op de wortel Christus. Gestalte in u. Daar gaat aan vooraf dat Christus gestalte voor u krijgt. Ik weet het niet meer. Hoe word ik met God verzoend? Dat wordt de vraag als u met al uw offertjes ondersteboven gaat. Misschien bent u wel boos geworden op deze dominee. Je houdt bij hem niets over. Maar het Woord zelf kleedt ons uit. En zo alleen krijgt Christus gestalte voor u.

Maar hier staat “gestalte in u”. Dat doet denken aan de regel uit het Gebed des Keeren: Dat elk als kind op U gelijk. Daar worstelt de dienstknecht om. Dat het gaat worden: niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.

De wegen gaan uiteen. Het werk van Christus gaat door. Heeft Christus in u gestalte gekregen in deze afgelopen 4 jaar? Met godsdienst alleen komen we er niet. De Heere heeft het willen geven in Scheveningen dat Christus gestalte kreeg. Daarom eindigen we niet in de weeën van de dienstknecht maar in het: Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.

Namens de classis ’s Gravenhage werd Ds. van Zonneveld toegesproken door Ds. van der Meij. Na hem voerde br. Bargeman namens de ker-keraad het woord. Hij gewaagde van veel zegen op de arbeid van Ds. van Zonneveld. De Heere heeft de afgelopen 4 jaar willen werken in de harten van ouderen en jongeren. Het was gezien de goede verstandhouding een grote teleurstelling dat de predikant op 1 januari j.l. zijn emeritaatsaanvra-ge aankondigde. Maar de Heere blijft. Mevr. van Zonneveld, die zich in Scheveningen thuisvoelde, werd hartelijk dankgezegd voor haar betrokkenheid bij de gemeente. “We zullen u missen”.

De 2e voorzitter liet de scheidende predikant Psalm 134:3 toezingen. Daarna verzocht hij de predikant van de kansel te komen. Hij memoreerde de inbraak die onlangs in de pastorie gedaan was waarbij enige kostbare voorwerpen waren meegenomen. De predikant ontving een kleinood “om bij de tijd te blijven”.

Voor de inrichting van de toekomstige woning een stoel voor mevrouw Van Zonneveld.

De predikant bedankte tenslotte classis en kerkeraad en wenste de beroepen predikant Ds. J.P. Boiten van

Schiedam de nodige wijsheid toe bij de bezinning op het beroep van Scheveningen.

De slotverzen waren Psalm 72:9 en 11: Zijn Naam doet eeuwig eer ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Afscheid Ds. P. van Zonneveld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken