Bekijk het origineel

De enige mogelijkheid tot leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De enige mogelijkheid tot leven

5 minuten leestijd

“Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”

De schrijver van de brief aan de Hebreeën heeft feiten in de gemeente van de Hebreeën geconstateerd. Toen verdrukking en vervolging er was, werd een geestelijke bloei in de gemeente gevonden, stonden de Hebreeën vast in het geloof. Maar beide, verdrukking en vervolging waren verleden tijd. De wereld vond die christenen toch wel aardige mensen. Ze werden hoog- en zeergeacht. Toen kwam de inzinking. Het ongeloof kreeg de overhand. Dat ongeloof is een zich niet richten op de belofte van de Heere, er niet biddend mee werkzaam zijn, een wantrouwen van de genadige gezindheid van de Heere. Uit dat ongeloof vloeit nogal wat voort: ongehoorzaamheid, traagheid, afval, verharding. Dat zijn de feiten die de apostel ziet in de gemeente van de Hebreeën, ’t Is zelfs zo dat het op een na laatste de Hebreeën bedreigt. Verharding voleindigt de reeks, is het sluitstuk van het proces. En dan wacht het eeuwig oordeel, want onze God is een verterend vuur.

Met pastorale bewogenheid heeft de apostel zijn brief geschreven. In die brief staat de noodzakelijkheid van het geloof centraal. In onze tekst is het lidwoord “het” toegevoegd. In de grondtekst staat dat er niet. Alle nadruk valt zo op het geloof. De rechtvaardige zal uit geloof leven. Het geloof is de spil van alles. Wanneer de dag van het gericht komt dan zal het geloof beslissend zijn. Wil het dus wel met u zijn dat zal het op geloof aankomen. “Wie geloofd zal hebben, die zal zalig worden”. Het geloof is de enige weg, nu en in de grote dag van Jezus Christus. Zo hebben de mannen van de reformatie het door Gods Geest weer gezien en beleden: sola fide -alleen door het geloof.

Doch het is wel van levensbelang dat we weten wat, naar de Schrift, dit geloof is. De gedachten zijn velerlei. Ieder geeft zo aan het geloof z’n eigen inhoud. Er is de eis van het geloof. Zeker - een eis door de Heere Zelf gesteld. Maar die eis is het geloof zelf niet. Wie dat wel doet, heeft er een nieuwe wet bijgemaakt. De eis wordt in onbijbelse zin gesteld. De natuur laat men geloven, en zegt dan een gelovige te zijn. Evenwel - onze natuur is afkerig van God en Zijn Christus. We zijn zo diep gezonken dat we niet kunnen geloven. Ergert u dit? Gaat u terugkaatsen? Over het aankweken van lijdelijkheid of zo iets? Zie toe dat u geen streep haalt door het genade-alleen!

Het geloof is ook niet het geloof van speculatie of verstandelijke overlegging, levend bij of uit redenaties, bij allerlei beschouwingen over verbond, verkiezing, doodstaat enz. Het geloof leeft ook niet voor het geloof. Dan gaan we het verzelfstandigen. Het wordt getroeteld, het wordt versierd. Naast of in de plaats van de enige Zaligmaker en Parel van grote waarde komt dan te staan het geloof zelf als zaligmaker en schat.

Het geloof leeft ook niet op het geloof. Het wordt dan een soort voorraadschuur. Men leeft op z’n geloof, omhelst het en vereert het afgodisch. Het wordt een afgod, ja zelfs een antichrist. Mensen die de kerk hebben verlaten, horen we zeggen: ja maar ik geloof nog wel. Och ieder gelooft zo op zijn wijze. Ieder gelooft wel dat er iets is, en sommigen noemen dat iets God. Nu - de duivelen geloven dat ook en ... zij sidderen.

Het komt aan op het echte geloof, en dat komt niet van beneden. Dat is van boven. Dat is genadegave van de Heere en wordt gewerkt door de Heilige Geest. Hij maakt een ongelovige gelovig. Door Zijn almachtig werk wordt een mens gelovig.

We kunnen zeggen: heel de Bijbel staat vol met beloften. De Heere komt met Zijn toezegging tot de gevallen mens. Dat is groot en rijk. Maar bij ons is zoals we zijn geen plaats voor die beloften. Wat moeten we doen met de belofte van een viesen hart als we niet zien ons stenen hart? Wat moeten we doen met de belofte van geopende ogen als we niet kennen onze blindheid? Wat moeten we doen met de belofte van worden als sneeuw en als witte wol als we niet aan de weet komen dat we rood als karmozijn zijn? Wat moeten we doen met de belofte van de Zaligmaker als we aan onze verlorenheid voorbijgaan? Het echte geloof onderstelt altijd een nood van waaruit geloofd wordt. Van nature is daar geen ruimte voor. Maar de Geest des Heeren maakt er ruimte voor. Hij legt de nood open. Midden uit de nood, waarin de mens zegt: het is verloren, richt het geloof zich op de beloften Gods in Christus, het grijpt dus vanuit de nood de Heere aan in Zijn beloften.

Er komen zieleworstelingen, werkzaamheden aan de troon der genade. “Ik laat u niet los tenzij Gij mij zegent”. Het aankleven van de Heere en het vaste vertrouwen dat Hij doet naar Zijn toezegging. Omdat Hij is de Waarachtige en een Waarmaker van Zijn Woord. Hij heeft gesproken: “Ik zal” en de geloofsreflex is: en Hij zal. Dezulke, dus de pleiter die zich vastklemt aan Gods beloften, ze voor waar houdt, de Heere vertrouwt, wordt een rechtvaardige genoemd. Omdat hij handelt overeenkomstig Gods wil. En de vrucht van het geloof van de rechtvaardige is leven. Het geloof is het kanaal waardoor het leven toevloeit. Het ware geloof is van boven en richt zich op boven, op de Bron des Levens. Vanuit die Bron vloeien alle weldaden die door Jezus Christus verworven zijn, toe. Mijn, zo staat er eigenlijk, Mijn rechtvaardige zal uit het geloof leven. Het geloof is de enige mogelijkheid tot leven. Kent u dat geschonken geloof?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De enige mogelijkheid tot leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1993

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken