Bekijk het origineel

Een en ander uit het leven van professor Wisse (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een en ander uit het leven van professor Wisse (3)

8 minuten leestijd

Meer dan twintig jaar is Wisse predikant geweest van de Gereformeerde Kerken. Eind 1920 kwam hij over naar de Christelijke Gereformeerde Kerken. Hij is deze kerken trouw gebleven. Van maart 1921 tot maart 1925 stond hij in Arnhem.

Arnhem

De Christelijke Gereformeerde Kerk daar was in die tijd geen gemakkelijke gemeente. In de kerkeraad waren broeders met een eigen mening. Toch konden ze in de jaren dat Wisse er stond, redelijk goed met elkaar samenwerken.

We krijgen de indruk, dat ze in 1920 wel om een predikant verlegen zaten. Enkele predikanten hadden voor een beroep bedankt. In december ‘20 werd een beroep uitgebracht op Ds. Wisse. Deze schreef (in het nieuwe jaar) dat hij de roeping naar Arnhem moest en wilde opvolgen. Ds. Van der Schuit leidde hem tot het predikantswerk in met de woorden “Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden” (Joh. 21:6a). Tijdens deze dienst moet Ds. Van der Schuit gezegd hebben: het lijkt wel alsof tegenwoordig de kinderen wederomgeboren de wieg uitrollen.

Regelmatig kwamen er verzoeken van mensen om als lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk ingeschreven te worden. Ze werden eerst door ouderlingen bezocht. Deze brachten rapport uit. Na instemming met de belijdenis werd een broeder of zuster als lid aangenomen. Soms werd de raad gegeven, te wachten met lid van de gemeente te worden. Een broeder kon niet als lid worden aangenomen, omdat hij zondagsarbeid verrichtte bij de Nederlandse Spoorwegen.

De ouderlingen hadden aandacht voor vermaan en tucht. Het is belangwekkend te lezen, hoe de kerkeraad sprak met de belijdeniscatechisanten. De voorzitter wees op de ernst van het ogenblik. De belijdenisvragen werden gesteld en beantwoord. Daarop volgde een “breedvoerig, leerzaam vragend onderzoek naar de leer die naar de godzaligheid is. De voorzitter vroeg de belijdeniscatechisanten persoonlijk naar opvatting, beweegredenen en doel van het afleggen van belijdenis.” De ouderlingen en diakenen kregen eveneens gelegenheid vragen te stellen. Om bijzaken belijdenis doen werd sterk afgeraden. Het is belijdenis des geloofs. Er mag “althans eene waarachtige begeerte zulks door Gods genade te beleven” gevraagd worden. De predikant zocht het gewicht van de zaak op het hart te binden. Tenslotte droeg hij de belijdeniscatechisanten in ernstig gebed de Koning der kerk op.

Een andere maal werd gesproken over het verschil tussen tijdgeloof en waar zaligmakend geloof. De belijdeniscatechisanten werden aangespoord tot blijvend onderzoek der waarheid.

September 1923 stond Wisse 25 jaar in het ambt. Hij ontving gelukwensen, telegrammen en brieven, onder andere van Ds. G. van Reenen en van prof. dr. H. Visscher.

Wisse zei: ik heb vijfentwintig jaar altijd ongewijzigd mogen uitdragen de ouderwetsche, bevindelijke waarheid. En ik ben overtuigd uit de talloze brieven, dat God mij heeft willen gebruiken voor personen uit allerlei kerken, tot eeuwig heil. Dat heeft God gedaan. Dat is de band die mij met tallozen uit andere kerken verbond. Binde God al Zijn kinderen maar samen rondom de ouderwetse waarheid, tot een levend Christendom in de geloofsverdeeldheid.

De droefheid naar God

September 1924 begon Wisse een artikelenserie in “De Wekker” over het bevindelijke leven. Later zijn deze bijdragen uitgegeven onder de titel: De droefheid naar God. Dit is één van zijn bekendste geschriften. Het wordt nog wel gegeven als belijdenisgeschenk.

U hebt allicht weleens gehoord van prof. dr. K. Schilder. Hij was het niet met Wisse eens. Hij schreef: Wat docent G. Wisse in De Wekker schreef over het bevindelijke leven, dat was voor mijn besef vol met ongereformeerde gedachten.

Anderen hadden juist wel waardering voor hetgeen Wisse schreef. Ds. L.H. van der Meiden zei: Wie de Heere in oprechtheid vreest zal er van harte mee instemmen, en wie onderwijs begeert, ziet hier de voetstappen der schapen getoond, (in: Luctor et Emergo). En Ds. P. de Groot schreef in zijn kerkbode (Rotterdam): Hier hebt u zuivere schriftmatige bevindelijke onderwijzing voor uw geestelijk leven, teerkost uwer ziele.... Er zijn zelfs juweeltjes bij vanwege het glasheldere als diepgaande der zaken.

Ook iemand als Ds. G.H. Kersten oordeelde positief, ’k Kan niet laten een paar regels uit zijn recensie (van “De droefheid naar God”) over te nemen. “Bij den Uitgever DJ. van Brummen te Dordrecht verscheen in keurige uitvoering, op zeer goed papier, een werkje, dat alleen reeds omdat het poogt uitdrukking te geven van wat Gods volk innerlijk doorleeft, onze aandacht zeer waard is.

Wat op theologisch gebied tal van jaren verscheen, kenmerkte zich voor een niet klein gedeelte door het voor werpelijk karakter, dat het droeg. Ds. Wisse nu heeft tegen dien voorwerpelijken stroom in, willen schrijven over “de droefheid naar God”; en ik herhaal, het feit, dat een man van naam, als Ds. Wisse, dit deed is der opmerking waardig; en het strekt mij tot blijdschap.... Wij bevelen dit boeksken gaarne aan. Al zal menig lezer moeten gewennen aan de wijze van uitdrukking, dit boekje bevat wat anders dan dat het oppervlakkig Christendom u biedt in deze dagen.”

Eronder staat de K. van Kersten.

Utrecht

Op de kerkeraadsvergadering van 10 november 1924 moest Wisse meedelen dat hij een beroep had ontvangen van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Utrecht. Hij is er inderdaad heengegaan en werd er de opvolger van de begaafde Ds. A.M. Berkhoff. Deze heeft hem er ook bevestigd (maart ‘25).

In Utrecht was het niet eenvoudig voldoende ouderlingen te vinden. Meerdere broeders hadden geen vrijmoedigheid.

In de zomer van ‘25 werd Wisse benoemd tot lector aan de Theologische School in Apeldoorn, om daar onderwijs te geven in de nieuwere wijsbegeerte en godsdienstige stromingen. Zodoende was hij tegelijk gemeentepredikant en lector.

In april 1926 werd op de kerkeraad besloten, dat dominee “van de stoel zal aflezen” het verzoek aan de vrouwen en de meisjes zich in welgevoegelijke kleding bij de godsdienstoefeningen te vertonen. Ook lette de kerkeraad erop, of de leden trouw waren in de kerkgang; ook bij preeklezen.

Op de kerkeraadsvergadering van 13 september 1926 werd besloten “een onderzoek in te stellen, of de kerkeraad van de N.H. Kerk ook van plan is, om bij den gemeenteraad te protesteren tegen de wederinvoering der kermis, zooja, ons hierbij aan te sluiten, zoo niet, dan als gemeente te protesteeren”.

Bij de ingekomen stukken op de vergadering van 28 november 1927 was “een circulaire met begeleidend schrijven van de Ned. Chr. Radio vereeniging, met verzoek om een bijdrage. Na zeer breedvoerige bespreking wordt besloten, ditmaal niet op het verzoek in te gaan; en tevens op de eerstvolgende classisvergadering de vraag te stellen: Is radio geoorloofd?”

Op de kerkeraadsvergadering van 23 februari 1928 deelde dominee mee, dat hij 2 maart een spreekbeurt in Vianen hoopt te houden. Hij zocht te komen tot instituering van een Christelijke Gereformeerde Kerk in die plaats. Twee broeders zouden de kerkeraad (van Utrecht) vertegenwoordigen. Zondag 6 mei was dominee afwezig “ter bevestiging der ambtsdragers te Vianen”.

Tijdgeloof

Eind 1925 hield Ds. Wisse een referaat voor de Bond van Jongelingsverenigingen. Hij sprak over Tijdgeloof of zaligmakend geloof en geloofsverzekerdheid. Het ware zaligmakende geloof is een licht in het verstand, een kracht in de wil. In zondag zeven (van de Catechismus) is het kennen en weten evengoed als het vertrouwen een element in het ene ware geloof. Het is een kennend vertrouwen en een vertrouwend kennen. Het tijdgeloof lijkt wel op het zaligmakend geloof, maar is er toch wezenlijk van onderscheiden. Bij het tijdgeloof is er

- geen liefdebetrekking op God (waaruit de droefheid naar God voortkomt)

- geen, als geheel verloren, op Christus leren hopen

- geen strijd, geen worsteling, geen zelfonderzoek

- veel vertoon, maar geen vruchten van ware godsvrucht.

Tijdgeloof is niet bestand tegen verdrukking of vervolging. Dit in tegenstelling met het waar zaligmakend geloof. Dit schiet nederwaarts wortelen. Het voert buiten onszelf in Christus. Het kent bestrijding, maar ook telkens en weer een er bovenop komen. Het brengt een leven voort dat geheel staat in het teken van God en van de eeuwigheid. Het komt uit in de praktijk.

Het ware geloof geeft ook de vrucht der geloofsverzekerdheid. Zekerheid des geloofs in een rusten op Gods getuigenis, een belofte, als waarheid, al is het ook dat ik de kracht, de vervulling en de blijdschap er niet altijd zo van gevoel. Het ware geloof veert toch, hoe ook bestreden, altijd weer terug.

In de zomer van 1928 werd Wisse benoemd tot hoogleraar aan de Theologische School. Hij moest nu afscheid nemen van Utrecht. Hij mocht weten, dat de Heere hem als onwaardig instrument toch had willen gebruiken tot heil van zielen. In de afscheidsdienst zei hij: Vaarwel gemeente tot wederzien én hier én daarboven. Eens komt het grote afscheid. Wat zal het zijn als al die arbeid tegen u moet getuigen; o, val de Heere heden dan nog te voet.

In zijn Memoires schreef hij: Als ik ooit bevestigd ben in mijn overtuiging, dat een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking het geheim is, zo is het dáár (in Utrecht) geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Een en ander uit het leven van professor Wisse (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken