Bekijk het origineel

Zullen we het aankunnen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zullen we het aankunnen?

5 minuten leestijd

Zo gij alleenlijk vertrouwt in een land van vrede, hoe zult gij het dan maken in de verheffing van de Jordaan?

De profeet Jeremia heeft het moeilijk. Ontzettend moeilijk! Hij heeft geijverd voor de Naam, voor de zaak, voor de eer des Heeren, maar hij ondervindt alleen maar verzet en haat. Zelfs zijn leven wordt bedreigd door de mannen van Anathoth, zijn eigen geboorteplaats. En nu heeft de Heere wel gezegd dat Hij zal ingrijpen en de zonde van de mannen van Anathoth zal bezoeken, maar het gebeurt maar niet. Integendeel! Nog donkerder wolken pakken zich samen.

Jeremia krijgt het er zo benauwd onder. Hoe kan God dit toelaten? Heere, Gij regeert toch! En als het de lichtzinnige en de goddeloze nu voor de wind gaat en Uw eigen volk wordt versmaad en vertrapt, dan is het toch Uw eigen doen. Dan zijt Gij het toch, die hen plant; die hun wortel laat uitlopen, die hun takken vrucht laat dragen. Met andere woorden: Heere, Gij laat de goddelozen maar hun gang gaan, en Gij laat Uw oprechte kinderen vertrappen.

En dan kan Jeremia zich niet langer inhouden. En dan roept hij het uit: “Heere, Gij zult wel gerechtvaardigd worden, Gij hebt wel het recht aan Uw kant, als ik tegen U zou twisten, want Gij zijt God. Maar ik kan niet meer! Mijn ziel bezwijkt eronder. En zoals eens een Job, moet ik het uitschreeuwen: Heere, waar blijkt, waar blijft dan Uw recht?”

En wat gaat de Heere nu doen? Zal Hij nu Zijn trouwe, maar moedeloze profeet geen moed inspreken? Zal Hij nu niet zeggen: “Jeremia, Ik heb uw klacht gehoord, maar weest getroost: Ik zal die goddelozen verdoen en Ik zal u verhogen?”

Nee, zo doet de Heere niet. Integendeel! De Heere zegt: Jeremia, als ge nu al bezwijkt onder de dreiging van die mannen uit het dorpje Anathoth, hoe moet het dan straks, als ge te maken krijgt met de tegenstanders in Jeruzalem, die nog zoveel machtiger zijn? Jeremia, Mijn knecht, is uw kracht nu al uitgeput? Is uw moed nu al gedoofd? Is uw geduld nu al ten einde?

En de Heere voegt eraan toe: “Zo gij alleenlijk vertrouwt in een land van vrede, hoe zult gij het dan maken in de verheffing van de Jordaan?” Jeremia, u bezwijkt nu al. Maar het kan nog veel erger. En het wordt nog veel erger. En hoe zult ge het dan maken?

Zult ge het aankunnen?

Zullen we het aankunnen?

Lezers zullen we het aankunnen? Als de stormen opsteken? Als de wateren gaan bruisen?

We zijn een nieuw jaar ingegaan. Wij weten niet wat het ons zal brengen. Wel weten we dat ook in 1994 het uit nemendste van dit leven moeite en verdriet zal zijn. Wel weten we dat ook in 1994 de satan zal rondgaan als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. Wel weten we dat we sterfelijke mensen zijn en dat we geen enkele garantie hebben dat we ook het einde van dit jaar zullen bereiken.

Misschien bent u met een groot verdriet in uw hart het jaar ingegaan. Misschien in omstandigheden die u zo bang maken en met zorg vervullen. En als het nu eens nog erger wordt....

Als het nu eens nog veel moeilijker wordt....

U hoopt op herstel van uw gezondheid. Maar de kwaal verergert en blijkt straks ongeneeslijk te zijn. Zult u het aankunnen?

U hoopt nog altijd op de terugkeer van uw kind, dat al zover van het rechte spoor is afgedwaald. Maar het dwaalt steeds verder af. Zult u het aankunnen?

Het is nu al zo moeilijk, dat u het haast niet meer aankunt. Maar als het dan eens nog veel moeilijker wordt...

“Zo gij alleenlijk vertrouwt in een land van vrede, hoe zult ge het dan maken in de verheffing van de Jordaan?”, zo vraagt de Heere aan Jeremia.

Bij “de verheffing van de Jordaan” kunnen we denken aan de kracht van het water van de Jordaan, wanneer de rivier een machtige bruisende stroom is geworden, die alles meesleurt.

Het woord “verheffing” kan ook betekenen: pracht, heerlijkheid! Dan wordt gedacht aan de weelderige begroeiing van de Jordaan-oever. Maar uit die prachtige begroeiing kunnen zomaar de roofdieren tevoorschijn komen, belust op prooi...

Hoe zullen we het maken in de verheffing van de Jordaan? Zullen we het aankunnen?

In eigen kracht niet. Nooit! Dan bezwijken we zeker. Dan komen we om. En als God het niet verhoedt: voor eeuwig!

Wanneer u nu nog onbekeerd het nieuwe jaar bent begonnen, zonder God, zonder Christus, voor eigen rekening, op eigen benen: bekeert u tot God, Die toch geen lust heeft in uw verderf, in uw ondergang, maar in uw behoud, in uw leven.

En als door genade de Heere voor u geen Vreemde meer is: hoe zult u het maken in de verheffing van de Jordaan?

Heere, ik maak het niet! Maar ik wentel mijn weg op U: Gij zult het maken! Heere, als de verheffing der Jordaan mocht komen, houdt Gij mij dan vast en maak Gij mij getrouw! Heere, Gij hebt het gezegd: neem uw kruis op en volg Mij! En een dienstknecht is toch niet meerder dan zijn heer. Heere, als het er dan aankomt, laat dan Uw Naam niet om mijnentwil onteerd worden. Mijn hoop is op U! En als dan de verheffing van de Jordaan komt: Maar, Heer’, Gij zijt veel sterker dan ’t geweld der waatren, die Uw almacht palen stelt. De grote zee zwijgt op Uw wenk en wil, hoe fel zij bruis’, hoe fel zij woede, stil.

Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;

Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan!

Ook in 1994!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Zullen we het aankunnen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken