Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een en ander uit het leven van professor Wisse (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een en ander uit het leven van professor Wisse (5)

8 minuten leestijd

In 1936 werd Wisse, om gezondheidsredenen, van zijn taak als hoogleraar ontheven. Hij vestigde zich in Driebergen in huize “Rehoboth”.

De Christelijke Gereformeerde Kerk van Amsterdam-Oost verkeerde in die tijd in grote financiële moeilijkheden. De kerkeraad wilde Wisse bij acclamatie beroepen. Het beroep kon uitgebracht worden en Wisse nam het aan, maar.... hij bleef (tot mei 1940) in Driebergen wonen.

Amsterdam-Oost

Uit de kerkeraadsnotulen blijkt, dat Wisse de kerkeraadsvergaderingen in het algemeen niet bij woonde. Wel ging hij naar de classisvergaderingen. Het feit, dat hij zover van zijn gemeente vandaan woonde, bracht uiteraard bezwaren met zich mee. Hij kon niet op huisbezoek. Hij gaf geen catechisaties. Wel ging hij, als dat nodig was, zaterdagmiddag in Amsterdam op ziekenbezoek. Ook spoorde hij de kerkeraadsleden aan, die en gene te bezoeken. De ouderlingen maakten hem er vriendelijk op attent, dat ze het niet gewenst achtten, dat hij ’s zondags per auto naar Amsterdam kwam, om zijn (preek)werk te verrichten.

Wisse preekte graag in een volle kerk. Nu bood de consistorie van de Plantage Muidergrachtkerk uitzicht op een brug. Je kon de mensen zien aankomen. Wisse had de gewoonte, om uit het raam te kijken, of de kerk al vol liep. Eenmaal op de kansel wist hij de laatkomers altijd nog wel een plekje aan te wijzen. Ook de trap naar de “marmeren” preekstoel kon als zitplaats dienen. Moesten er mensen staan, dan kondigde hij tijdens de dienst een ruil aan. Er waren andere mensen aan de beurt om te staan.

Ambtsjubileum

September 1938 stond Wisse veertig jaar in het ambt. Hij preekte bij die gelegenheid over Psalm 71:17. “O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.” De hoofdgedachte was: De oefenschool des levens tot verkondiging van de wonderen Gods. De heerlijkste herinnering was, dat hij het arme volk des Heeren had mogen dienen naar Gods Woord.

Er is ook een receptie gehouden. Daar voerde onder andere Ds. J. Tamminga uit Harderwijk het woord. Deze sprak dankbaar van het werk dat Wisse achtereenvolgens als lector en als hoogleraar aan de Theologische School had mogen verrichten. Daardoor had Wisse niet alleen de school, maar ook de kerk gediend.

Ter gelegenheid van zijn ambtsjubileum zijn er enkele interviews verschenen. De journalist behoefde maar een enkele opmerking te maken, of Wisse stond hem levendig te woord. Hij maakte druk gebaren; soms een slag op de stoelleuning.

Hij had veel werk mogen doen. Maar hij zei: “Het is allemaal genade van God, want ik wil u wel biechten, dat ik niet altijd ootmoedig genoeg geweest ben.... maar dan heeft de Heere mij geleerd voor Hem steeds arm te blijven. Ik heb een boekdeel levensleed te doorstaan gehad, maar dat leed was opvoeding Gods, waarvoor ik Hem danken mag.

’t Is Zijn grote genade in m’n ziel, dat ik niet alleen bewaard ben voor afval, maar dat ik, hoe ouder ik word, te meer voor ziel en preek in de ouderwetse waarheid zaligheid vind. Want zalig worden, m’n vriend, dat gaat uit boven tijd en mode. Verstaat u mij?”

Vermeldenswaard is ook, hetgeen hij in een ander interview opmerkte. Daar ging het over de prediking. Wanneer hij op de kansel stond, vroeg hij zich altijd weer opnieuw af: “Als ik in die kerk zat, hoe zou ik dan willen behandeld worden met mijn ziel?”

Tijdredes

Van tijd tot tijd werd er een verzoek gericht aan de kerkeraad van de Evangelische Lutherse Gemeente om een tijdrede te mogen houden in de Spuikerk. Er werd een reclamebureau ingeschakeld om de tijdredes aan te kondigen. Dit bureau zorgde voor paard en wagen met daarop de aankondiging: plaats, tijd, oproep om te komen en een pakkende titel van de rede. Voorts de vermelding dat verwarming aanwezig was. Zo stelde Wisse in september 1938 voor, om ter gelegenheid van het aanstaand huwelijk van “onze Prinses een openbare samenkomst te hebben tot het houden van een rede”.

Op een zondag in november 1938 werd een gebedsdienst gehouden voor de vervolgde Joden in Duitsland.

Begin oktober 1939 sprak hij over “De hedendaagsche Jodenvervolging en de huidige Wereldspanning”. Wisse zei, dat het hedendaagse heidendom het Joodse volk vervolgde. “In onze dagen komt in de haat tegen Israel de vijandschap uit tegen de God van den Jood, Die ook onze God is. En daarom kiezen wij in dit conflict de partij van den Jood.”

“Wie weet of menige Jood niet heel wat dichterbij was gebracht als hij in het zoogenaamde Christendom van den Christus meer had bespeurd.”

Enkele weken later hield Wisse weer een tijdrede; nu met de titel: “De ondergang komt!” Zijn tekst was Ezechiël 7:25-27. Hij wees op de ernstige toestand waarin ons werelddeel verkeerde. “In deze, ook voor ons land gevaarvolle omstandigheden, loopen meerdere kleine landen gevaar in den oorlog medegesleurd te worden. Men kan geenszins vermoeden of raden waar deze krijg op uit zal loopen.”

Wereldoorlog

De oorlog kwam met al zijn verschrikkingen. Er kwamen verduisteringsmaatregelen. In de kerkeraadsnotulen lezen we ook, dat de ouderlingen Wisse vroegen te bidden voor de Koningin.

November 1941 nam Wisse afscheid van Amsterdam. Hij mocht geloven, dat zijn arbeid niet ijdel/tevergeefs was geweest in de Heere.

De weg leidde nu naar zijn geboorteplaats Middelburg. Daar werd hij de eerste predikant van de Christelijke Gereformeerde kerk. ’s Zondags preekt hij nu in de historische Gasthuiskerk. Ouderling M. Koole vertelt: Met Wisse zat de kerk gelijk mudvol. Toen Wisse enkele weken in Middelburg stond, ontving hij een brief van een ouderling uit zijn vorige gemeente. Enkele regels geef ik door. “De Heere sterke u in uwe veelzijdige arbeid in des Heeren wijngaard en stelle u tot zegen voor velen, opdat uw prediking het middel moge zijn, dat er nog vele parelen aan Zijn Middel aarskroon mogen worden gehecht.

Maar de Heere schenke u persoonlijk ook iets van Zijne nabijheid te genieten.... Ook uw echtgenote wenst de kerkeraad toe, dat zij nog vele jaren u tot hulp en steun moge wezen, ook ten opzichte der geestelijke dingen, waarin men elkander tot veel steun kan wezen en dat zij ook daarin Gods zegen mag ervaren.

Mede hartelijk dank voor Uwe raadgevingen, die wij zeker niet onopgemerkt ter zijde zullen leggen, doch tot uwe geruststelling kan ik u mededelen dat de catechisaties zeer goed bezocht worden.... wij blijven in dezen paraat, opdat het niet moge verslappen. Dit geldt ook voor het kerkverzuim, waarin wij zoveel mogelijk controle houden, wie met leesdienst er niet zijn, waarna ze worden bezocht.”

Zeventig jaar

Maart 1943 werd Wisse zeventig. Hij ontving onder andere een pasteltekening van het interieur van de historische Gasthuiskerk. Zondagmiddag hield hij een gedachtenisrede vanuit Hand. 26:22a. “Dan, hulp van God gekregen hebbende, sta ik tot op dezen dag.” Hij had drie punten.

1. op de ambtelijke loopbaan gehandhaafd

2. ondanks velerlei beproeving voortgeleid

3. door genadekracht Gods geholpen.

Op die loopbaan was veel gebeurd. “Wie de aloude leer van vrije genade voorstaat kan rekenen op verfijnde vijandschap.” Maar als een zegekreet luidde het: “Hier sta ik! Dat heeft God gedaan. Het is een eer, om God te eren.

Paulus en al Gods knechten worden door de Heere zo geleid, dat zij moeten eindigen in het: ik niets en God alles.

Eind 1942 schreef Wisse in “De Wekker” over het Christelijk lijden. Mei 1943 begon hij met zijn “Pastorale Brieven”, die tot aan het einde van zijn leven vrijwel wekelijks in “De Wekker” verschenen.

In Middelburg hield hij, in verband met de ernst der tijden, “troost-innood-avonden”. Als één van de onderwerpen noteren we: De lentetak en de tekenen der tijden (midden 1943). In de oorlogsjaren heeft Wisse nog heel wat meegemaakt. Oktober en november 1944 is de stad zwaar beschoten. Wisse kon bij tijden ook bang zijn. De geallieerden bevrijdden de stad op 6 november 1944.

In de oorlog werd er gebeden om verlossing van de zware druk. Na de oorlog waarschuwde Wisse: de mensen vergeten en verlaten de Heere; het communisme steekt de kop op. Ernstig vermaande hij om in de tere vreze Gods te leven.

Emeritaat

Per 1 mei 1946 ontving Wisse eervol emeritaat. Zondagmiddag 28 april 1946 preekt hij afscheid met de woorden van Deut. 30:19. “Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad.”

Na deze afscheidspreek sprak hij nog een persoonlijk woord tot de kerkeraad met wie hij op aangename wijze had samengewerkt. Ook de burgemeester was aanwezig. Deze verklaarde dat de plaatselijke gemeente Wisse zeer zou missen.

Professor en mevrouw Wisse gingen in Doom wonen, in het rusthuis Bethanië van zr. Stolker.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Een en ander uit het leven van professor Wisse (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken