Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd (33)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd (33)

De Samaritaanse vrouw

7 minuten leestijd

“Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft en Zijn werk vol- brenge”

Beste vrienden,

Hoe wonderbaar is Uw getuigenis.....

Dat is, neem ik aan, een bekende regel. Menigmaal wordt hij gezongen in de kerk. Ik moest aan deze regel denken, toen ik mij neerzette om dit artikel te tikken.

Als het gaat over “Uw getuigenis”, dan denken wij aan het Woord van God, en dat is juist. Doch het geldt ook van het woord, dat door de Heere Jezus gesproken is. Hij is ook God. Zijn naam is Wonderlijk. Zijn doen is evenzeer wonderlijk, en de woorden die hij gesproken heeft, zijn ook wonderlijk. Wonderen kunnen nooit worden verklaard. Zodra dit kan, houdt het op een wonder te zijn. Wonderen kunnen alleen maar bewonderd worden. Ik hoop dat dit ook het geval is, als we bij vernieuwing enkele gedachten willen wijden aan de bovenstaande tekst.

“Jezus zeide tot Zijn discipelen: Mijn spijs is, dat Ik doe de wil Desgenen, Die Mij gezonden Heeft”. Dat was de wet volbrengen en de schuld betalen, die de mens door de zonde gemaakt heeft.

Hij noemt dit “Mijn spijze”. Dat is maar niet een enkele maaltijd. Doch het is een voortdurende maaltijd. Gedurende Zijn ganse leven heeft Hij die spijs moeten eten en de beker moeten drinken. Daar kunnen wij ons zelf geen voorstelling van vormen. Altijd maar weer eten, altijd maar weer drinken. Gal tot Zijn spijs en edik tot Zijn drank. Het was alles onuitsprekelijk bitter, onuitsprekelijk smartelijk. Zijn gehele leven is één smarteweg geweest, die uitliep op de eeuwige dood, die Hij in de tijd heeft moeten sterven.

Datgene wat Hij gedaan heeft, dat is tevens ook de spijs en drank voor naar Hem hongerende en dorstende zielen. We hebben hier, goed doorgedacht, de oplossing van het Simsonsraadsel. Jullie weten wel, die wonderlijke richter, waar we enkele jaren geleden ook een serie artikelen over hebben geschreven. Je kunt dat raadsel lezen in Richt. 14:14: “Spijze ging uit van de eter, en zoetigheid ging uit van de sterke”. Ik zou dat woord eter, in dit geval met een hoofdletter willen schrijven: “Eter”. En het woord sterke ook: “Sterke”. Want de Heere Jezus is in ons verband de Eter en tevens ook de Sterke. Wat Hij gegeten heeft - een rijke tafel, Zijn gehele borgwerk - is spijs voor een hongerige ziel. Het is een zeer zoete spijs, die van Hem als de Sterke uitging. Als jullie dit alles goed mogen zien, dan rijst er voor je aandacht een “geweldige tafel” op. Een zeer uitgebreide “koninklijke maaltijd”. Een maaltijd zó groot, dat men er alle eeuwen door al van heeft gegeten. En dan waren dat niet slechts enkele edele lieden, die je aan een koninklijke maaltijd gewoon bent aan te treffen. Doch het is een ontelbare schare. Naar het aanzien niet vele edelen en niet vele rijken, doch het verachte en het onedele en hetgeen niet geacht is, dat is door Hem uitverkoren, om aan Zijn tafel te zitten. Om Zijn vlees te eten en om Zijn bloed te drinken. Dat is om van Zijn dierbaar lijden en sterven te “genieten”.

Het is toch een wonderlijk genieten. Ja echt “genieten!”. Het is toch een geestelijk genot, als je al etende gedenken mag, dat Hij van de Vader in deze wereld gezonden is. En dat Hij, geheel vrijwillig, gekomen is, om voor mij te doen, wat ik in der eeuwen eeuwigheid niet meer zou kunnen doen. Hij leed en stierf voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven.

Als we degenen bekijken die de spijs die van de Eter uitgaat mogen eten, en de zoetigheid mogen smaken, die van de Sterke uitgaat, dan komt er al weer stof tot verwondering. Wij zouden ze niet aan onze tafel willen hebben. Want het is aller afschrapsel en uitvaagsel in de ogen van de wereld. Het zijn allemaal grote zondaren, doelmissers, mislukkingen, ongelukkigen. Blinden, kreupelen, doven, stommen, melaatsen, hoeren, tollenaren. Mensen die bijeengeroepen zijn uit de heggen en de stegen. Je kunt het je niet voorstellen. Als al die aanzittenden acht geven op elkaar, dan acht de één de ander uitnemender dan zichzelf. Dan noemen zij zichzelf allemaal “de grootste van de zondaren”. Zij kunnen het niet begrijpen, dat de Heere hen uitverkoren heeft, om aan Zijn tafel te zitten. Om van die kostelijke spijs en drank te genieten, die van de Eter uitgaat, en de zoetigheid te smaken, die van de Sterke uitgaat.

“Spijze ging uit van de Eter en zoetigheid ging uit van de Sterke”. De Filistijnen hebben het raadsel niet kunnen raden. En de wereldlingen kunnen het nog niet raden. Het is een raadsel en het blijft een raadsel. Let maar op! Want toen zij dachten op een slimme manier er achter te zijn gekomen, schoten er twee raadsels over. Want zij zeiden: Wat is sterker dan een leeuw, en wat is zoeter dan honing? Zij waren alleen maar natuurlijke mensen en dachten alleen maar aan natuurlijke dingen. Van geestelijke dingen hadden zij geen verstand. Dat de meerdere Simson, de Heere Jezus, sterker is dan een leeuw, daar Hem alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde, dat hebben zij nooit geweten. En dat Gods getuigenissen zoeter zijn dan honing en dan honingzeem (de beste honing die er is), daar wisten zij totaal niets van.

Zij hebben ook nooit van de spijs gegeten die er van de Eter uitging. Zij hebben ook nooit de zoetigheid gesmaakt, die er van de Sterke uitging. Met andere woorden: Zij zijn nooit gekomen tot het geloof in de Heere Christus en zijn allemaal in hun zonden gestorven. Zij zijn voor eeuwig omgekomen, om hun tong te kauwen en hun tanden te knersen in de hel. En dit vanwege het verachten van “de spijze die er uitgaat van de Eter, en de zoetigheid, die uitgaat van de Sterke.”

Het wonderlijke is, dat als er al zovelen van die spijs hebben gegeten en gedronken en verzadigd zijn geworden, dat die tafel, nog onverminderd vol is. In het natuurlijke geldt: Waar afgaat en niet bijkomt, dat mindert. Doch in het geestelijke niet alzo. Er is bij de Heere een eeuwige volheid van genade.

Dit tot bemoediging van hen, die hongeren en dorsten, en niet durven. Het gaat hen als het ware iedere keer weer voorbij. Weet, dat het de wil van God is, dat een ieder die hongert en dorst naar de Borggerechtigheid van de Heere Jezus, daar ook gebruik van maakt.

Als nu iemand de vrijmoedigheid ontbreekt, wanneer hij op zichzelf ziet, vraagt dan maar aan de Heere, of Hij u trekken wil. En dan zult gij Hem nalopen. Hij moet de wil van de Vader volbrengen. En dat houdt ook in, dat al degenen die Hem van eeuwigheid tot zaligheid gegeven zijn, in de tijd zullen worden toegebracht. Om dan eeuwig de volle zaligheid te genieten, die Hij bereid heeft voor al degenen, die Hem “kinderlijk” hebben leren vrezen. Want “Elk die Hem vreest, hoe klein hij zij, of groot; wordt van dat heil, die weldaan deelgenoot”. Zij zullen dan eeuwig verzadiging van vreugde hebben. Dan komt God Drieënig, met Zijn schepsel tot Zijn doel. Zij zullen dan allen de HEERE in al Zijn deugden eeuwig prijzen. Zullen jullie, wij, ik, daar ook bij zijn? Dan moeten we hier iets hebben geleerd van wat de Spijs van Jezus geweest is. Hij hongerde en dorstte, onderging, onbeschrijflijk, wat geen mens kan ondergaan op aarde. Opdat doemelingen, hemelingen zouden kunnen worden. Eeuwig bij God. Onverdiende zaligheên, heb ik van mijn God genoten. Daarom roem ik in vrije gunst alleen.

Een goede vakantie toegewenst. Ik hoorde br. A. Beukers een beetje klagen. “Maar één nieuwe abonnee”. Dat nemen jullie natuurlijk niet. Stuur er hem een paar. Dan wordt hij en wij weer blij. Jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Voor de jeugd (33)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1994

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken