Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen dralen en talmen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen dralen en talmen.

5 minuten leestijd

“Maar hij vertoefde.”

Het oordeel over Sodom is aangekondigd. Nog enkele uren dan zal Sodom omgekeerd worden. God, de rechtvaardige God zal ten gerichte treden. Omdat het geroep van Sodom groot is geworden voor het aangezicht van de Heere en haar zonde zeer zwaar is.

In Sodom is Lot. U kent hem van het heilig Blad. Meegegaan met zijn oom Abraham uit Ur der Chaldeeën. Niet vanwege de bloedband. Er was een geestelijke band tussen die twee. Daarom onafscheidelijk. Toch van elkaar gescheiden. Door Lots vleselijke begeerte. De groene vlakte van het Jordaandal lokte en verlokte neef Lot. Zo kwam hij met vrouw en zijn twee dochters bij Sodom en al spoedig in Sodom terecht, en al weer later kwamen twee Sodomietische jongens over de vloer.

Echter - waar geen Sodomiet last van had daar had Lot wel last van. Elke dag weer kwelde hij zijn rechtvaardige ziel. Een wedergeboren mens voelt zich niet thuis temidden van de zonde, temidden van alles wat de hoge en heilige God onteert. Dat wordt een kwelling. Omdat door de wedergeboorte zijn domicilie verlegd is geworden, van beneden naar boven van de aarde naar de hemel. Elke dag was er die stem van binnen, de stem van de Heilige Geest die sprak: Lot, ga uit Sodom en denk toch aan je vrouw en kinderen. Doch steeds weer legde hij die stem het zwijgen op. Lot wel door genade een kind van God, maar verwereldlijkt. Zo zelfs dat hij vertoefde. Hij kon tot geen besluit komen. Al treuzelende liep hij heen en weer. ’t Was zo moeilijk om van de dingen afstand te doen en alles achter te laten. De boodschap gekregen, helder en duidelijk, voor geen tweeërlei uitleg vatbaar: het oordeel komt, Sodom zal omgekeerd worden, en Lot... talmt.

Ook ons, kerkmensen, is het oordeel aangekondigd. Hij komt, Hij komt om de aarde te richten. De wereld spot ermee. Het oordeel komt, ontwijfelbaar zeker! Zou God spreken, en het niet doen? ’t Moet verbazen dat het oordeel nog niet gekomen is. ’t Is als in de dagen van Lot. Het geroep van de aarde is groot voor het aangezicht van de Heere en de zonde zeer zwaar. Men heeft God afgeschreven, men leeft zich uit in de zonde. God-onterend en hemeltergend. Verwondert het u nog dat God nog niet ten gerichte is gekomen? Hoe lankmoedig is de Heere toch! Hoe geeft Hij er bewijs van dat Hij geen lust heeft in de dood van de zondaar. Hij laat het nog zijn het kostelijk heden der genade. Hij laat nog verkondigen het Evangelie van vrije genade, het Evangelie van de Gekruisigde, van Jezus Christus, van Hem aan Wie op Golgotha het gericht is voltrokken, opdat u van het rechtvaardig oordeel van God bevrijd zou worden. Moet ook u het hebben van dat wonder?

Nog korte tijd en dan zullen wij staan voor Zijn rechterstoel. Dan worden de boeken geopend, waarin alles beschreven staat van u en van mij.

Hij komt als een dief in de nacht. Op het onverwachts. In de ure waarin u het niet verwacht. Wat doet u nu? Ook als Lot dralen, talmen? Uw bekering uitstellen, menend dat er nog alle tijd voor is? Of als een verwereldlijkt kind van God de noodzakelijkheid van de dagelijkse bekering als niet belangrijk achtend?

Hoe kan de vakantie-stemming ons te pakken hebben? Hoe kunnen zelfs kerkmensen nachten opblijven om te turen naar dat kleine ronde ding dat op een groen veld heen en weer getrapt wordt! Bent u weleens een nacht opgebleven om te worstelen met de Heere om uw eeuwig behoud? Om met een heilig en rechtvaardig God verzoend te worden? Om Hem te kennen Die in het gericht Gods geweest is? Dat is toch de moeite waard!

Och wat een dralen en talmen vandaag! Wat zijn er een kerkmensen die in deze gesteldheid voortgaan! Talmende en dralende mensen. Hoe erg is het als we als kind van God zo zijn. Dan gaat er ook niets van ons uit. De bewogenheid met de ander is weggeëbd. Er is geen spreken meer. De gunnende liefde is uitgedoofd. Als Lot die medeschuldig stond aan de ondergang van zijn vrouw, ’t Zal toch wat zijn, verwereldlijkt kind van God, als de uwen u op die grote dag verwijtend aanstaren!

Zalig als we voor het eerst of opnieuw buigen onder het rechtvaardig oordeel van God dat komt. Dan gaan alle dralen en talmen op de vlucht. Dan laten we ons door niets meer in beslag nemen. Dan haasten we ons uit de stad des verderfs. Dan vluchten we heen naar Hem Die in het gericht Gods geweest is. O die onuitsprekelijke liefde van Hem Die zegt: Ik voor u, Ik in uw plaats. Moet u het ook van die liefde hebben?

Er blijft over juist in onze tijd dit gebed, dit veelvuldig gebed, het gebed van elke dag:

Houd ons gemoed voor U bereid, Opdat het blij Uw komst verbeid’, Daar ’t in een stil vertrouwen leeft, Dat Gij ons onze schuld vergeeft,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Geen dralen en talmen.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken