Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lot in een grot

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lot in een grot

5 minuten leestijd

“En hij woonde in een spelonk”

“’k Wou vluchten, maar kon nergens heen”. Nu - Lot kon toch nog ergens heen. Een spelonk zou hem bewaren voor dreigende doodsgevaren, voor de oordelen van God.

U weet: eens had Lot z’n ogen begerig opgeslagen, en koos hij voor de groene vlakte van de Jordaan, inclusief Sodom. Hebzucht had hem daartoe gedreven. Lot begeerde voorspoed, rijkdom en geluk, ’t Was hem in Sodom voor de wind gegaan. Lot was opgeklommen op de maatschappelijke ladder. Eer en aanzien was zijn deel geworden. Zou het waar zijn dat hij zelfs burgemeester van Sodom was geworden, wel - dan was het geworden: de edelachtbare heer Lot. In ieder geval was hij magistraat van Sodom geworden, en als zodanig woonde hij in een deftig huis.

Diezelfde Lot komt nu terecht in een grot. Een spelonk wordt zijn huis, zijn woning. Daar woont hij nu. Met zijn twee dochters. Geen lamp, geen water, geen enkele voorziening, ’t Is geworden: Lot de holbewoner.

Welk een tegenstelling: nu en voorheen, heden en verleden. Op z’n twee dochters na is hij alles kwijt. Armoede is zijn deel geworden. Eén ding - en dat is een plus, winst bij zoveel verlies - is hij ook kwijt: de kwelling van zijn rechtvaardige ziel. Die kwelling was er geweest in Sodom, elke dag weer. Bij het aanschouwen van de zonde, bij het leven temidden van de gruwelijkheden, van de godonterende goddeloosheid.

Die kwelling is vrucht van de wedergeboorte. Door het levendmakende werk van de Heilige Geest wordt God zo groot en heilig en goed en beminnelijk. Door de hemelse infuus van de liefde gaan we zingen: “God heb ik lief; want die getrouwe HEER’ hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen”. God weer lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Door die liefde is er de begeerte om naar al Gods geboden te leven. Door die liefde wordt wat aan zonde om ons heen geschiedt een kwelling. Ja - alles wat God onteert, wat God niet bedoelt en verheerlijkt. Nu - ook vandaag is er al wat om gekweld te worden.

Vroeger waren er ook kinderen van de Heere, die meenden dat ze moesten wegvluchten uit de wereld. Een hol, een grot, een klooster ver bij de wereld vandaan leek de oplossing. Men was dan verlost van de kwelling. Men zou dan geen last meer hebben van de wereld. Men kon dan een leven leiden dat de Heere geheel en al toegewijd zou zijn. Het niet meer van de wereld zijn, bracht dus ertoe om “uit de wereld” te gaan.

Er zijn lieden die spottend de opmerking maken: dat is de vroomheid van een boekske in een hoekske. Dezulken hebben echter nooit begrepen. Vleselijk onverstand brengt tot die uitspraak.

Kinderen van God hebben zo’n last van de zonde, ’t Geeft verdriet, smart, tranen om ’s Heeren wil. Ze begeren zo van harte heilig voor de Heere te leven. Echter de wereld der zonde om hen heen heeft zo’n sterke invloed. De kwelling kan zo maar wijken voor zondige overpeinzing. De zichtbare onreinheid kan brengen tot onreinheid van binnen. Begeerten kunnen opgewekt worden en de gedachten vertroebelen. Neen - ’t gaat hier niet over één gebod maar om al de geboden van God.

Waarlijk - wegvluchten uit de wereld schijnt de beste oplossing te zijn. Evenwel - het is geen oplossing. Kijkt u slechts naar Lot. Lot was bevreesd voor het oordeel van God over Zoar. Zeker - we kunnen Lots vrees begrijpen. Hij die de voltrekking van dat oordeel over Sodom had gezien. Maar, zo vragen wij, hebben die drie grotbewoners dan niet het oordeel verdiend? Hoe schandelijk is het daar toegegaan! O - u kunt tegenwerpen: Lot wist er toch niets van af? Echter - hij heeft zich wel dronken laten maken, en daarom is hij medeschuldig.

Weet u - een grot, een onbewoond eiland, ver bij de zondige wereld vandaan, geeft de oplossing niet. Want de wereld, de zonde zit niet slechts om ons heen, maar in ons. U kunt veel spreken over de goddeloosheden om u heen, over de zondige wereld, over de toename van de ongerechtigheden, maar Gods Geest leert ons spreken over onszelf. Dan kunnen we inderdaad nergens meer heenvluchten. Eén weg blijft open, een van God gegeven weg, een geopende weg: Jezus Christus, het bloed der verzoening door Hem gestort.

Weent u over de goddeloosheden van u, in u? Dat bloed van Christus herschept en herstelt. Hoe meer ontdekt aan de boosheid van binnen, des te meer smeekt u aan de voeten van de Christus om Zijn beeld gelijk te mogen worden.

Geen grot geeft uitkomst, ’t Wordt daar alleen maar erger. Christus alleen. Op grond van Zijn kruis worden goddelozen gerechtvaardigd om niet. Door de kracht van Zijn Geest vangt de heiligmaking aan.

Dat volk zal niet wonen in een grot, maar straks in de hemel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Lot in een grot

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1994

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken