Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

De koningin van het Zuiden

6 minuten leestijd

De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier

De koningin van Scheba kwam tot Salomo om hem met raadselen te verzoeken. En bij Salomo gekomen, sprak zij tot hem al wat in haar hart was. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor de koning, dat hij haar niet verklaarde. Zij was met haar levensvragen aan het goede adres.

Maar meer dan Salomo is Christus. En Hij heeft er lust in dat wij met onze levensvragen tot Hem komen. Hij zegt: doe Mij uw stem horen! En Hij neigt Zijn oor! Nietwaar, zo zingen wij het toch met de dichter van Psalm 116: God heb ik lief, want die getrouwe Heer’ hoort mijne stem, mijn smeltingen, mijn klagen. Hij neigt Zijn oor; ’k roep tot Hem al mijn dagen; Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.

Hij neigt Zijn oor! Daar is een moeder die zich neerbuigt boven het bedje van haar schreiend kind: kind, hier is moeder; waarom huil je? zeg het maar, ik zal je helpen! Moeder neigt haar oor! Als één, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten, zegt de Heere.

Ik roep tot Hem al mijn dagen, zo zingen wij. Doen we het ook? Zalig, wanneer wij het in het geloof mogen beoefenen: schreiend de Heere ons leed vertonen. Heere, hoor mijn stem, als ik tot U roep.

De koningin van Scheba sprak tot Salomo “al wat in haar hart was”. Ach nee, van nature doen wij dat niet ten opzichte van de meerdere Salomo. Dan leggen we ons hart niet voor Hem open. Integendeel! We vluchten van Hem af, want we willen ons eigen leven leiden, onszelf handhaven, de zonde koesteren. We stoppen onze oren dicht om Zijn waarschuwende, nodigende, lokkende, belovende roepstem maar niet te horen. En de Heere klaagt: maar Mijn volk, Mijn bondsvolk wou niet naar Mijn stemme horen. Och, had naar Mijn raad, zich Mijn volk gedragen. Jeruzalem, Jeruzalem, Ik heb u bijeen willen vergaderen.... Och, of gij bekendet, ook op deze uw dag, wat tot uw vrede dient...

Of zegt u: ja, daarin was mijn beeld getekend. Ik ging almaar mijn eigen weg en ik wilde mijn eigen leven leiden. Soms wel onrustig en nooit echt gelukkig. Maar ik ging door. Ik was een vreemdeling voor God en mijn hart; ik kende geen schuld en gevoelde geen smart. O ja, ik was ook nog wel godsdienstig en vroom. Ik deed als Jeruzalem’s dochters weleer en ik weende om de pijn van de lijdende Heer’; maar ’k dacht er niet aan dat ik zelf door mijn schuld, Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.

Maar dat is nu anders geworden. Vragen, die ik toen maar al te gemakkelijk kon verdringen, die beklemmen mij nu, schreeuwen om een antwoord! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, naar verzoening met God, naar vrede met God, naar gemeenschap met God. Maar hoe zal het ooit kunnen? Hoe zal dat ooit mijn deel kunnen worden? Ik heb er geen recht op. Ik ben het niet waard, dat de Heere ooit nog naar mij zou omzien. Ik ben Zijn gramschap dubbel waardig. Een verloren zoon, een verloren dochter in het vreemde land. Ver van huis.

O, zover van huis. Zover bij vader vandaan....

Het heimwee-lied van de verloren zoon bij de zwijnentrog: vader, vader.... En dan het besluit: ik zal opstaan en tot mijn vader gaan. En ik zal zeggen: “vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u; en ik ben niet waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.” En opstaande, ging hij naar zijn vader. Naar zijn vader, die almaar had uitgezien. En het was zijn trekkende liefde, waartegen de zoon in het vreemde land het moest en mocht afleggen. En dan de omhelzing en de kus van vader, gevolgd door de feestmaaltijd.

Schuldige, onwaardige, verlangende zondaar: sta op en wendt u tot de Heere, Die het zegt en het daarom waarmaakt: “op deze zal ik zien, op de arme en verslagene en die voor Mijn woord beeft.” Heb goede gedachten van die God, Die alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven zou hebben. Ga tot de meerdere dan Salomo, de Heere Jezus Christus. Zeg tot Hem alles wat in uw hart is. Belijdt uw zonde, uw schuld, uw onwaardigheid. Houdt niets achter. Verbloem en verberg niets. Spreek uw verlangen voor Hem uit, uw honger en dorst. Leg Hem uw vragen voor. Eerbiedig, eenvoudig, maar ook kinderlijk vertrouwend. Hij neigt Zijn oor.... Hij heeft door Zijn Geest Zelf dat verlangen en die vragen in uw hart opgewekt.

Salomo verklaarde de koningin van Scheba al haar woorden. Geen ding was er voor hem verborgen dat hij haar niet verklaarde.

Meer dan Salomo is de Heere Jezus. Hij neigt Zijn oor... Hij luisterde met aandacht. En Hij geeft antwoord: Ik ben het Brood des levens. Bij Mij is het water des levens. En die gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten. Mijn lichaam is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank. Ik heb voor alles gezorgd wat ge nodig hebt om getroost te leven en om eenmaal zalig te sterven.

Meer dan Salomo is Christus! Ik weet. lezers, dat ik in herhaling kom. Maar het geeft niet. En ik doe het bewust. Met de bede, dat die meerdere Salomo en Zijn volmaakt Borgwerk het rustpunt van ons hart mag zijn en steeds meer worden.

Moge de overdenking van Zijn verzoenend lijden en sterven ook in deze lijdenstijd ons zoet zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken