Bekijk het origineel

Voor de jeugd (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd (6)

Preken

7 minuten leestijd

“Predik het woord”

Beste vrienden,

Predik het woord. Predik de Logos. Predik de Christus.

We hebben geprobeerd jullie te vertellen wat prediken eigenlijk is. Het is het werk van een heraut. Dat is een gezant van een koning. Hij moet de besluiten van de koning overbrengen. Het moet op een zodanige wijze gebeuren, dat het volk de inhoud van de boodschap hoort. Opdat men door het horen tot geloven komen zou. Want het geloof is uit het gehoor. Wat men niet hoort, dat kan men ook niet geloven. Dat zal wel voor een iegelijk duidelijk zijn.

Nu is niet een ieder tot dat herauten-werk geroepen. Het is een voorrecht als men tot zulk een gewichtig werk geroepen mag zijn. Dan gaat men niet op pad voor eigen rekening.

Toch zijn er altijd geweest, die zich “als geroepen” hebben voorgesteld, terwijl zij het toch niet waren. In het oude testament waren dit de valse profeten. Zij zeiden tot het volk dat zij geroepen waren, en dat zij in de naam des HEEREN spraken. Doch het volk werd door hen bedrogen. Zij spraken tot het volk niet het woord des HEEREN, maar hun eigen woord. Zij spraken zoals het volk het gaarne hoorde. Dat waren zachte dingen. De zonden werden niet genoemd of gebagatelliseerd. Men noemde het kwaad goed en het goede kwaad. Het volk werd op deze wijze mis-leid.

In het nieuwe testament komt men zulke dwaalleraars ook tegen. En vandaag zijn ze er nog. Zij spreken tot het volk zonder “gezonden” te zijn. Dat is een verschrikkelijke werkelijkheid. Zonde is dan geen zonde meer. Je moet met je tijd meegaan. Ook al gaat dit tegen Gods woord in. Dat laatste zegt men er niet zo hardop bij. De duivel is erg listig. Je mag gerust nog wel een keer naar de kerk gaan. Twee keer is teveel van het goede. Je moet een mens niet overvragen. God is goed. Hij zal het echt zo nauw niet nemen. Je behoeft heus niet bang te zijn. Geloof maar niet dat alle mensen verloren gaan. Dat kan toch niet? Trouwens, waar is de hel? Is er eigenlijk wel een hel? Ik geloof niet dat er een hel is. Het komt best goed. Als er nog wat zou zijn na de dood, geloof dan maar het beste. Op deze wijze wordt een ontelbare schare bedrogen voor de eeuwigheid. Dat is natuurlijk een verschrikkelijke werkelijkheid. Men wordt op een oorkussen gelegd en in slaap gewiegd. Vreselijk ontwaken dan, in de eeuwigheid.

Het kan ook op een andere manier. Men predikt dan de doodstaat van een mens. Dat is een zaak die zeker gebeuren moet. Doch men laat hem verder liggen. Daar is toch niets aan te doen. Een mens kan niets. Hij behoeft daarom ook niets te doen. Men vindt dat dan ook erg gemakkelijk. Een mens gaat onder de zwaarste preken rustig door naar de eeuwigheid. Een ieder die daartegenover nog spreekt over de verantwoordelijkheid van de mens, die wordt dan ook met dezelfde vaart veroordeeld. Het etiket van “remonstran-tisme” wordt hem dan heel gemakkelijk opgeplakt. Voor de zodanigen, die zo gemakkelijk in hun doodstaat verkeren, zal het ontwaken in de eeuwigheid niet minder vreselijk zijn. Want dan zal men zich niet op zijn onmacht kunnen beroepen, daar men het dan uit de mond des Heeren zal moeten vernemen dat men niet gewild heeft dat Hij Koning over hen zou zijn.

“Predik het woord”. Dat moet tenslotte tot “alle” mensen geschieden en dan zonder onderscheid.

Al kan niet ene prediker een mens bekeren, God wil nochtans, naar Zijn vrijmachtig welbehagen, de prediking van het woord gebruiken, om zondaren tot bekering te brengen.

Preken tot mensen, die van nature dood liggen in de zonden en de misdaden, lijkt een dwaas werk. Doch het behaagt God om door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die geloven. Ook staat er in de bijbel dat “doden” zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven. Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Daar wordt ontzaggelijk veel geredeneerd, terwijl men op de kant staat. Dan staat men op het droge. En dan kan een redenering, vanuit de onmacht des mensen, heel logisch overkomen.

Doch als men in het water ligt, niet zwemmen kan, en er is geen mens in de omtrek te vinden die redding kan geven, dan laat men zich ook niet rustig zinken, met de gedachte: Er is toch niets aan te doen, ik moet verdrinken. Dus dan maar verdrinken. Ik geloof niet dat het zo gaat. En een ieder die nog een gezond verstand heeft, weet dat een mens die in nood verkeert, ophoudt met redeneren. Hij roept zolang hij kan. En die de Heere aanroept in de nood, die vindt Zijn gunst oneindig groot.

“Predik het woord”. Dat is dus een geweldige opdracht. God zendt daartoe Zijn knechten uit. Dat zijn diegenen, die door Hem waarlijk geroepen zijn, tot dit zo ge wicht volle werk. Daar is onder de bedienaars van het woord verscheidenheid. “En Dezelve (God) heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus” (Ef. 4:11,12).

Die God roept, moeten het woord zuiver verkondigen. Zij mogen aan de boodschap, die ze moeten brengen, niets af doen. Zij mogen er ook niets aan toedoen. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat het woord niet verklaard moet worden. Dat moet zeer zeker geschieden. De Heere zegt niet voor niets: Onderzoekt de schriften, want die zijn het die van Mij getuigen. “Predik het woord”. Zo schreef Paulus eens aan Timotheüs. En dat klinkt door tot op de dag van vandaag. Predik het woord en niets anders. Dat is dus geen “verhalen” vertellen. Namelijk om daar een preek mee te vullen. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat er ter illustratie niet eens een verhaal verteld mag worden. Het kan het gepredikte woord verduidelijken. Het moet echter niet zo zijn, dat de boodschap, in het woord vervat, schuil gaat achter het verhaal.

Het woord prediken is dus een zeer verantwoordelijk werk. Het moet zuiver geschieden. De prediker dient zich daarom altijd biddend over dat woord te buigen, met de bede of God het verstand van hem verlichten wil. Dat is ook overeenkomstig het woord. Er staat in de bijbel: “Ontdek mijne ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet” (Ps. 119:18).

De prediker blijft dus altijd zelf ook afhankelijk van de werking van de Heilige Geest. Want de Geest is het die in al de waarheid leidt. Dat maakt het prediken voor geroepen dienaar steeds weer tot een wonder. Het is dan een geestelijk vermaak het te mogen doen. Mogelijk is het vers jullie bekend, dat ik toch nog graag even doorgeef:


’k Heb and’ren al de rechten van Uw mond
Met lust verteld, hen vlijtig onderwezen;
Uit al de schat van ’t grote wereldrond
Is nooit die vreugd in mijn gemoed gerezen,
Die ’k steeds in Uw getuigenissen vond,
Door mij betracht en and’ren aan-geprezen. (Ps. 119:7).


“Predik het woord”. Degenen die daar van Godswege toe geroepen zijn, doen dat ambtelijk. Dat is ook een zaak die we niet moeten vergeten. Wat zij brengen is daarom geen “mensenwoord”. Want dan komt de dominee op de voorgrond te staan. Dat komt helaas ook nog al eens voor. Men gaat dan uit de kerk naar huis, met de meer of minder befaamde spreker, terwijl de boodschap die hij gebracht heeft, helemaal in de mist verdwijnt. Men heeft dan wel de stem van die dominee gehoord doch niet des Heeren woord. Een ieder geve ten deze acht op zichzelf, want ik moet weer gaan eindigen. De volgende keer D. V. verder. Jullie aller vriend Ds. H.C. v.d. Ent.

P.S. De laatste twee artikelen stond de tekstopgave verkeerd, nl. 2 Tim. 2:4a. Dit moet natuurlijk zijn 2 Tim. 4:2a. Correctie: In het laatste artikel staat aan het begin het woord “moeilijk”. Dit moet zijn: “het is niet mogelijk”. Abuizen zijn menselijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Voor de jeugd (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken