Bekijk het origineel

De kerkdienst (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kerkdienst (4)

8 minuten leestijd

De beslissing of we al of niet naar de kerk zullen gaan staat niet aan ons. God heeft daarover beslist. Hij wil het. Hij woont immers onder Zijn volk. En daar zegent Hij Zijn volk. Daar waar het volk vergaderd is en waar de inzettingen des Heeren betracht worden, komt Hij met Zijn zegeningen.

Hier zijn uiteraard consequenties aan verbonden. Laat ik er een paar noemen.

Eerbied

Israel was welkom in Gods voorhoven. Toch moest er afstand blijven. De tempelgangers mochten niet overal komen en niet zomaar overal binnen lopen. God is de Heilige. Daarom behoorde elke familiariteit uitgebannen te zijn. Het moest goed tot Israel doordringen dat, hoe genadig de Heere ook wilde zijn. Hij toch de heilige God bleef. En als de tempelgangers zich realiseerden wie zij zelf waren kwam dan de vraag niet als vanzelf bij hen op, hoe het toch eigenlijk mogelijk kon zijn, dat een zondaar kan wonen bij Hem, die zo heilig is, dat Hij Zichzelf vergelijkt bij een verterend vuur en een eeuwige gloed? Moeten zondaren daar eigenlijk niet ontkomen?

Dat wilde de Heere Mozes ook inprenten toen Hij hem bij de brandende braamstruik toeriep, dat hij de schoenen van zijn voeten moest doen omdat de plaats waarop hij stond heilige grond was. God was daar immers!

Die eerbied en dat ontzag werden ook gevoed als Israel zich bewust was van de reden waarom er eigenlijk een voorhangsel in de tempel hing. Een voorhangsel dat verdere toegang versperde en dat de eigenlijke woning van God - het Heilige der heiligen - ontoegankelijk maakte. “Toont eerbied, waar Hij woont, waar Zijn heiligheid hare glans verspreidt”.

En wij dan? Ondanks het feit, dat de tempel afgedankt is en dat heilige plaatsen niet meer bestaan, is toch nog altijd eerbied vereist in de tegenwoor-digheid Gods. Al is de bedeling dan veranderd met alle gevolgen vandien, God is niet veranderd. Nog steeds is Hij de Heilige en daarom geldt nog steeds die oproep om eerbied te tonen waar Hij woont.

We zagen een vorige keer dat Hij woont in de geestelijke tempel, de Gemeente. Dus is Hij daar waar de gemeente vergadert. Naar de kerk gaan is dan ook voor Zijn aangezicht verschijnen. Met de gemeente opgaan vereist de nodige eerbied.

We mogen er best wel diep van onder de indruk zijn, dat de dingen zo zijn. Het is immers niet gering om zo bevoorrecht te zijn, dat we voor Gods aangezicht mogen verschijnen. Hij is daar! Hebben we daar een indruk van dan begrijpen we waarom Jozua bij de ontmoeting met de Heere op zijn aangezicht viel en waarom Petrus zei: Heere ga uit van mij want ik ben een zondig mens.

Eerbied in onze houding; in de manier waarop we in de kerk zitten. Onder de wetslezing; onder de prediking; onder het zingen; maar zeker ook tijdens het bidden.

Eerbied in de manier waarop we gekleed zijn. Het komt voor - ook in onze kerken - dat de kerkdienst op een modeshow lijkt, zeker bij het begin van het voorjaar, omstreeks Pasen. Het komt ook voor - ook in onze kerken -dat sommige kerkgangers in vrijetijds-kleding of in nog mindere kledij naar de kerk gaan. Je kunt er half versleten spijkerbroeken zien en met allerlei opschriften bedrukte T-shirts, bermuda’s, leggings en weet ik wat de jaarlijks wisselende modegrillen nog meer van lelijks bedenken. Over eerbied gesproken! “Ja maar het zit toch niet aan de buitenkant. Altijd dat gehak op de vormen. De Heere ziet immers het hart aan!”

Dat zijn dingen die dan vaak tegengeworpen worden. En het is nog waar ook. De Heere ziet het hart aan. Maar als iemand meent, dat daarom de buitenkant niets betekent en dat het helemaal onverschillig is hoe een mens zich kleedt e.d. vergist hij zich terdege. Slordige kleding waaruit een nonchalante houding blijkt, verraadt een innerlijk waar de vreze Gods niet aanwezig is. Net zo goed als een slordige houding tijdens de kerkdienst verraadt dat er geen enkel besef is van waar we zijn en bij Wie we te gast zijn. Laten we nu niet net doen alsof het uiterlijk niets met ons innerlijk te maken heeft. Zeker, God ziet het hart aan, maar Hij let ook op onze buitenkant.

Eerbied is dus vereist. In elk opzicht. Maar meer dan dat mag er zijn.

Verwachting

God is daar waai’ we samenkomen. Hij wil ons daar voor Zijn aangezicht zien. Met welk doel? Hij heeft wat te geven. In één woord: Hij heeft zaligheid te geven. Daartoe laat Hij Zijn Woord prediken. Die prediking is toch de proclamatie van de zaligheid voor zondaren. Hij laat ook de Sacramenten bedienen; de zichtbare “panden van Zijn goedwilligheid en genade te ons-waart” (N.B.G., art. 34). Hij staat ons ook toe Hem openlijk aan te roepen en samen te naderen tot de troon van Zijn genade. Dat alles heeft God te geven. Welnu, vanwege deze dingen mag een mens naar de kerk gaan met verwachting. Met de bede in Zijn hart, dat God Zich zal willen openbaren; dat we Hem waarlijk mogen ontmoeten in Zijn huis, dat we iets uit Zijn huis mogen meenemen als we de week weer ingaan en tot ons dagelijks werk en de dagelijkse zorgen terugkeren. Ja, verwachting mag er zijn, dat de Heere waar wil maken wat Hij eens beloofde, toen Hij zei, dat Hij Zijn volk zou verblijden in Zijn bedehuis.

Verwachting ook, dat in de ontmoeting met anderen ons hart gesterkt mag worden in de wetenschap dat de Heere nog voortgaat met Zijn werk. Hij is nog niet klaar met het vergaderen van Zijn gemeente. Er moeten er nog toegebracht worden. Nog wil God mensen bekeren. Nog wil Hij Zijn kerk onderhouden en beschermen.

We kunnen wel eens klagen over dorre en doodse tijden en over weinig zichtbaar werk van de Heilige Geest. In vele opzichten is er reden inderdaad tot klagen in onze geesteloze tijden vol afval en verwarring. Dat is helaas maar al te waar. Als het maar niet stopt bij die klacht. We kunnen met ons klagen ook nog zo zelfgenoegzaam zijn en rechtvaardig in eigen oog.

Laten we echter temidden van alle dingen die reden tot zorg geven niet vergeten dat elke kerkdienst waarin het Woord nog recht verkondigd wordt en waarin de Sacramenten nog rein bediend worden en waarin nog geworsteld mag worden in het gebed, bewijzen zijn dat Gods werk onder ons nog niet tot een afsluiting is gekomen. Er moeten er nog getrokken worden uit de duisternis. Ook van onze kinderen moeten er nog tot de ware kennis van God en van zichzelf komen. Nee, het is niet hopeloos. Laten we dat toch niet denken. Doe niet mee met de klaagvrouwen en -mannen die er in deze tijd ook zijn en die ons willen laten geloven dat de zaak des Heeren, althans in ons land, bezig is als een kaarsje uit te gaan. Het is niet waar!

God woont nog onder Zijn volk. Dat mag verwachting geven als we naar de kerk gaan. De kerk is nog altijd de werkvloer van de Heilige Geest en kerkdiensten zijn nog altijd de plaatsen waar de Heere Zijn Zaligmakers-werk verricht.

Vreugde

Ja, het mag nog altijd een reden tot verheuging zijn als het weer zondagmorgen is en als de nodiging uitgaat -met of zonder klokgelui - om voor Gods aangezicht te komen en te horen wat Hij tot ons te zeggen heeft. Vreugde, want God wil nog met ons te doen hebben. Hij verstoot nog niet, al ligt er weer een week achter ons waarin we gezondigd hebben. Ondanks onze zonden is de Heere er weer met Zijn nodigend woord. Hij is er weer met de aanbieding van Zijn genade. Hij is er weer met al de blijken van Zijn gunst.

Geeft dat geen vreugde? Is dat geen wonder? Laten we er toch eens goed en diep over nadenken wat het zeggen wil, dat de kerkdeuren nog weer open gaan en wat God daarmee zeggen wil. Het had ook anders kunnen zijn. Dit alles had ons ook afgenomen kunnen worden. Het is niet om ons goeddoen dat de kandelaar nog niet weggenomen is. In andere landen is dat wel het geval. En in nog weer andere landen is de kandelaar nog nooit geplaatst. Er zijn streken in deze wereld waar we in wijde omtrek geen enkele gelegenheid hebben om de zuivere boodschap van Gods genade te horen. Totaal onkundig van de weg der zaligheid leven mensen van generatie op generatie voort in ongeloof of bijgeloof.

Als we daarop letten hebben we dan geen reden tot vreugde dat onder ons de lamp van het Woord nog brandt? Ja maar... het begint in ons land ook schaars te worden. En je kunt lang niet overal goed kerken. Lang niet in elke stad of dorp geeft de bazuin een helder geluid. En je zult maar in zo’n stad of dorp wonen.... Wat moetje dan?

Inderdaad, er zijn vragen te stellen. Reële vragen, die ook onder ons leven. Vorige keer beloofde ik al, dat ik er nog op terug zou komen. Dat doe ik ook wel bij leven en welzijn, maar voor dit keer heb ik de ruimte al gebruikt. Nog even geduld dus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

De kerkdienst (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken