Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Preken

8 minuten leestijd

“Predik het woord”

Beste vrienden,

Hier zijn we weer. 14 Dagen zijn gauw voorbij. En dan moet er weer een stukje zijn voor Bewaar het Pand. We weten dat er door velen naar wordt uitgezien. Wat zouden we nu weer te horen, te lezen krijgen? Ik kan zulk een reaktie wel begrijpen. Het is voor mij ook steeds weer een vraag: Wat moet ik nu weer schrijven? We hebben al zo veel geschreven. Het gevaar bestaat dan, dat je wel eens in herhaling valt. Op zichzelf is dat natuurlijk niet verkeerd. Paulus heeft dat ook gedaan. Hij zegt ergens: Hetzelfde aan u te schrijven, is mij niet verdrietig en het is ulieden zeker. Laat ik mij daarom ook met die gedachte troosten, dat als ik eens iets twee keer schrijf, het tot zekerheid van de lezers is. Je komt het in de bijbel zelf ook tegen, dat er dingen zijn die dubbel worden vermeld. De bijbel is het woord van God. En als God het nodig gekeurd heeft om dingen twee maal en nog meer te laten optekenen, dan is dat niet voor niets gebeurd. God laat de dingen meerdere malen horen, opdat men des te zekerder zou zijn, van wat Hij zegt.

We gaan daarom maar verder op de ingeslagen weg.

“Predik het woord”. Predik de Logos. Predik de Christus. Dit zullen voor de geregelde lezers wel bekende woorden zijn. Het gaat in het woord altijd over de Christus. Die moet verkondigd worden. Dat moet overal gebeuren. Dat moet met kracht gebeuren. God wil dat. En daarom gebeurt het ook. Alle tegenstand ten spijt. Want er is er één die dat niet wil. Dat is de duivel. Die zoekt de verkondiging van het woord steeds te verhinderen. Doch dat is hem nog nooit gelukt. Het zal hem ook nooit gelukken.

Als het in het woord over de Christus gaat, dan is daar veel over te zeggen. Je komt daar nooit over uitgesproken. Paulus, die aan Timotheüs geschreven heeft: “Predik het woord”, heeft nooit anders geweten dan “Jezus Christus en Die gekruist”. Hij had dus eigenlijk altijd maar één onderwerp, één thema: “Jezus Christus en Die gekruist”. Ik kan dat wel begrijpen. Want Hij is de Schoonste onder de mensenkinderen, op Wiens lippen genade is uitgestort. En daar moeten wij het allemaal van hebben. Namelijk van genade! Genade, is een bekend woord. Het wordt iedere keer weer gebruikt. Het wordt gepredikt. Hoe menigmaal hebben jullie het woord “genade” al niet gehoord? Hoe menigmaal heb je dat woord al niet gebruikt? Er om gevraagd?

Doch de grote vraag is, of het ook is gemeend. Want de tollenaar naspreken is niet zo moeilijk. Dat kan de farizeeër ook. Ik geloof zelfs dat de farizeeër menigmaal de woorden van de tollenaar gebruikt. Want het klinkt goed gereformeerd. Doch of de gebruiker van het woord “genade” ook “goed gereformeerd” is, is een andere vraag. Want het moet echt gemeend zijn. En wanneer is het echt gemeend? Als men namelijk zijn doodsvonnis heeft aanvaard. En dat doet men niet zo gauw. Laten we ten deze eerlijk zijn. Bij de tollenaar was het gemeend. Hij kende zichzelf als een zondaar. Hij wist: De ziel die zondigt, die moet sterven. Mogelijk zeggen jullie: Dat weten wij ook. Daar zijn wij bij opgevoed. Dat is goed natuurlijk. Doch al ben je er bij opgevoed, dan wil dat nog niet zeggen, dat het z.g.n. vragen om “genade” uit het hart voortkomt. Want als het uit het hart voortkomt, dan is men het er mee eens, als men voor eeuwig verstoten zou worden. Dan is er geen uitweg meer. Dan houden alle verontschuldigingen op. En daar zitten we vol van. We vragen dan wel om genade, doch hebben helemaal geen genade nodig. We zijn er zelfs een vijand van. Want van genade te moeten leven, is geen eervolle zaak.

Stel je voor, dat iemand op aarde door een rechter tot de dood zou zijn veroordeeld, vanwege moorden die hij zou hebben verricht. De misdadiger heeft het eerlijk moeten bekennen. De wet is hard. Het recht is onverbiddelijk. Als zulk een mens, tot de dood veroordeeld zijnde, vrijgesproken zou worden, dan kan hij toch moeilijk met een vooruit gestoken borst door het leven gaan, als een mens die niets gedaan heeft. Hij zal zich toch beschuldigd gevoelen en het een wonder achten, dat hij nog leven mag.

Zo is het nu ook geestelijk. De ziel, die zondigt die moet sterven. Het recht vereist dat. God is rechtvaardig. Hij kan van Zijn recht geen afstand doen. Dan zou Hij op moeten houden God te zijn. En dat is niet mogelijk. Hij zou dan Zichzelf moeten verloochenen. Wanneer men met deze werkelijkheden te doen krijgt, dan rijst de vraag in het hart: “Hoe kom ik ooit met God in een verzoende betrekking?” En dan zo, dat het recht van God er geen schade bij lijdt. Want God heeft het recht lief. En die God liefkrijgt, die krijgt ook het recht lief. Ja, hij krijgt het recht van God meer lief, dan zijn eigen zaligheid. Hij zou dan nog liever verloren gaan, dan dat hij buiten het recht van God om, zalig zou worden. Niet omdat verloren gaan een lieve zaak zou zijn. In tegendeel. Het is het meest verschrikkelijke dat zich denken laat. Want dan zou men eeuwig buiten God moeten verkeren. Eeuwig daar moeten zijn, waar men niet anders doet, dan God lasteren, tot in alle eeuwigheid. En dat kan zulk een mens, waar de liefde Gods in het hart is uitgestort, onmogelijk. Hij zou dan zelfs in de hel God nog groot maken. Want die God, Die hem naar recht veroordelen moet, is toch al zijn liefde waardig.

Dit zijn zaken, waar men niet zo veel van hoort. Men is tegenwoordig heel gauw klaar. Doch het gaat allemaal buiten het recht om, en het wonder van “uit genade” zalig worden, is nooit beleefd.

Let wel, het wonder beleven en het wonder bespreken, is een groot verschil. Men kan een boek vol schrijven over armoede, terwijl men een groot kapitaal op de bank heeft staan. Wat men over armoede schrijft is waar. Het kan zelfs wel op een zodanige wijze gebeuren, dat bij het lezen, een ander de tranen over de wangen biggelen. Doch de schrijver zelf, weet in het minst niet wat armoede is. Doch als men werkelijk arm is, dan kan men er geen boek over schrijven, doch men beleeft het wel. Men gaat er onder gebukt. Men is echt “nooddruftig”. Men heeft aan alles gebrek. Men moet van gegeven goed leven. Men heeft niets verdiend. En om te leven moet men bedelen. Het wordt dan een wonder als men wat krijgt.

Zo is het nu ook geestelijk. De ware armen, die alleen maar schuld hebben, die zij zelf nooit betalen kunnen, zijn geestelijke bedelaars. Het zijn de “ware” bidders. Mensen kunnen hen niet helpen. Zij hebben met God te doen. Bij Hem staan zij in de schuld. En dat is niet vanwege allerlei omstandigheden, zoals dat in natuurlijk opzicht het geval kan zijn. Want in natuurlijk opzicht kan men in de schuld geraken zonder dat men er eigenlijk iets aan kan doen. Het heeft dan in het leven tegen gezeten. Armoede is dan geen schande, wel lastig. Doch als men met God te doen krijgt, is armoede niet alleen lastig, maar ook schande. Grote schande. Want het is allemaal eigen schuld. Men is rijk geweest. God heeft de mens goed geschapen. Rijk bedeeld. Doch hij heeft er alles doorgebracht. Hij heeft zichzelf van alle gaven om God te dienen, beroofd. Hij kan het nooit meer goed maken. Hij kan de schuld alleen nog maar groter maken. Hoe kan hij daar ooit nog van verlost worden? Daar is dan voor zulk een des doods schuldig mens, nog maar één mogelijkheid: Ik zal mijn Rechter om genade bidden. Hoe hem dat ooit gegeven zal kunnen worden, is voor hem een verborgenheid. Al heeft hij heel zijn leven over “Jezus” horen preken, hij kent Hem toch niet. Namelijk als zijn Borg en Zaligmaker. Dat moet hem worden geopenbaard. En dat wil God nu doen door Zijn woord. Daarom: “Predik het woord”. Jullie begrijpen, daar is nog meer over te zeggen. D.V. Een volgende keer.

Jullie aller vriend

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken