Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (70)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis (70)

10 minuten leestijd

Door God verordend

We leven in een tijd, dat het respect voor de Overheid ver gedaald is. Er is sinds lang in dit opzicht een proces van vervreemding. Het komt openbaar in een dalende interesse voor het Overheidsbeleid. De laatste verkiezingen hebben dit nog weer eens duidelijk laten zien. Men heeft kritiek op het beleid, zodra eigen belangen worden bedreigd. Men uit dit soms door voor één keer op een partij te stemmen, waarvan men denkt: die zal het voor onze zaak opnemen, maar niet zelden laat het helemaal koud. Niet ten onrechte wordt er zo al meer van een kille en onverschillige houding tegenover de Overheid geschreven.

Van de kant van de overheidsinstanties wordt er van alles gedaan om de vervreemding weg te nemen. Er worden inspraaksamenkomsten belegd, brochures uitgegeven om het volk nader te betrekken bij het overheidsgebeuren. Het gaat niet of nauwelijks.

Het moet ons niet voorbijgaan! Eén van de oorzaken zal ongetwijfeld zijn, dat de Overheid niet meer voldoet aan het verwachtingspatroon van de burgers. Langere tijd heeft de Overheid zich opgesteld als een grote supermarkt, waar men van alles kan krijgen. Het is ons bekend. De jaren na de laatste wereldoorlog brachten al spoedig meer welvaart. Het ging gepaard met steeds hogere eisen op materieel gebied. De hang naar “brood en spelen” kwam steeds meer uit en dat ten koste van hogere belangen. De sociale verzorgingsstaat werd werkelijkheid. Men kon zich in allerlei noden beroepen op de Overheid. De subsidiekraan stond wijd open. De Overheid zorgde voor ruimere mogelijkheden. En wat nu? Nu het niet meer zo gaat, krijgt de Overheid de last naar zich toe.

Het is niet te ontkennen, dat hier ongetwijfeld een oorzaak ligt van de huidige vervreemding. Toch., moeten we het niet dieper zoeken? De eigenlijke oorzaak ligt in een andere vervreemding nl. van God en Zijn Woord. De Bijbelse notities van wat de Overheid is en hoe deze erkend moet worden zijn voor het overgrote deel van ons volk vreemd geworden. We moeten er helaas bij zeggen: die nog wél weten van wat Gods Woord ten aanzien van de Overheid zegt, gaan er in de praktijk vaak ook aan voorbij.

Hoe nodig is het daarom te luisteren naar de goede belijdenis van artikel 36. Zo kunnen we die wel noemen als het over de Overheid gaat. Hier klinken de klanken door, die in de tijd der reformatie vanuit Gods Woord weer opnieuw zijn gaan leven. We blijven voor ditmaal bij de eerste zin: “Wij geloven, dat onze goede God, uit oorzaak van de verdorvenheid van het menselijk geslacht, Koningen, Prinsen en Overheden verordend heeft; willende, dat de wereld geregeerd wordt door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde, en het alles met goede ordinantie onder de mensen toega”.

Tegen de Wederdopers

Aandacht voor de Wederdopers is aan het begin van artikel 36 niet overbodig. Het is waar, dat onze belijdenis zelf pas aan het eind van dit gedeelte over hen spreekt. We lezen daar: “En hierin verwerpen wij de Wederdopers en andere oproerige mensen..., die de Overheden en Magistraten en de Justitie omstoten willen...” Niettemin moeten we bedenken dat hun gedachten en praktijken een krachtige aansporing geweest zijn om het goede geluid van Gods Woord te laten horen over de Overheden. We kunnen zonder meer zeggen, dat de reformatoren en in de lijn van hen onze belijdenis niet het minst daardoor bewogen zijn om het zo te vertolken als het gebeurd is, al aan het begin.

We kennen deze beweging van de belijdenis rond de Doop. Zij verwierpen de doop van de kleine kinderen. Nu moeten we zien, dat ze ook geen goede gedachten hadden van de aardse Overheid. Dit hing samen met hun voorstelling van de tegenstelling “tussen natuur en genade”, in plaats van die “tussen zonde en genade”. In feite was de Overheid voor hen eigenlijk een uiting van de in zichzelf verdorven natuur. Daar mocht een waar christen niet mee te doen hebben. Zo wilden ze het gezag van de burgerlijke regering niet erkennen; zij weigerden de eed, die de Overheid vorderde; het was zonde een overheidsambt te bekleden. Zij weigerden belasting te betalen en wilden niet in het leger dienen.

Niet gelijk was deze beweging revolutionair gezind. In een bepaalde periode kwam die gezindheid - door bijv. het optreden van de Nederlander Jan Matthijs - wél uit. Het werd een opstandige aktie tegen de bestaande overheden. Uit de geschiedenis weten we van de opstand in Amsterdam en vooral in Munster, waar Jan Matthijs profeteerde dat die stad als de zetel verkoren was van het Nieuwe Jeruzalem. Ontzettend waren de excessen. Het kwam uit wat het betekende in opstand te komen tegen de overheden. Het werd een bloedbad tot ontnuchtering van de vele aanhangers.

Juist die gedachten en vooral de gebeurtenissen waren aanleiding om openlijk te belijden, hoe Gods Woord spreekt van de aardse Overheid. Als iemand ervan geweten heeft, hoe het was en hoe de Roomsen probeerden om de reformatie op één hoop te gooien met de wederdopers, dan was het Guido de Brés. Hij schreef een uitgebreid werk over de wederdopers, waarin hij de gedachte van een Overheid, die tot de bedeling van het Oude Testament hoorde en voor de N.T.gemeente der heiligen niet meer nodig was, met kracht bestreed. We mogen er dankbaar voor zijn dat de Heere hem licht gegeven heeft om die dwaling te onderscheiden en daartegenover Gods Woord te laten spreken!

Ordening Gods

Het allesbeheersende in artikel 36 is de belijdenis: onze goede God heeft de Overheid verordend. Zo spreekt hier de belijdenis dat de Overheid niet uit de mens is opgekomen maar uit de souvereine God. In God ligt de oorsprong van alle gezag. Hij oefent het uit naar Zijn welbehagen door die organen, die Hij daar Zelf toe geroepen heeft. God regeert deze wereld door hen, die Hij in Zijn voorzienigheid over ons gesteld heeft. Zo heeft God Overheden verordend.

Hier is aansluiting zowel in de zaak als in de bewoording bij de Heilige Schrift. We noemen hier maar twee Schriftgedeelten nl. Romeinen 13:1 en 1 Petrus 2:13.

“Alle ziel zij de machten over haar gesteld onderworpen; daar is geen macht, dan van God en de machten, die daar zijn, die zijn van God verordineerd; alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie Gods wederstaat...” (Romeinen 13:1,2).

“Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig om des Heeren wil...” (1 Petrus 2:13).

We maken er enkele opmerkingen bij.

Allereerst: het is opmerkelijk dat deze schriftgedeelten de belijdenis van de Overheid als instelling Gods vertolken in een tijd, dat de kinderen Gods zozeer van de Overheden te lijden hebben in vervolgingen tot de marteldood toe! Het was de tijd dat Romeinse keizers als Nero aan de regering waren. In het algemeen moet gezegd worden dat veel overheidspersonen een grote tegenkanting hadden tegen de christenen, hoewel we én uit Gods Woord én uit de kerkgeschiedenis ook weten van uitzonderingen. Het zou dus niet ondenkbaar zijn dat er bij de christenen geen achting voor de overheden zou zijn. Toch., de apostelen vermanen tot erkenning en gehoorzaamheid. Uiteraard niet zonder grens.

Dan: in Romeinen 13 wordt duidelijk gesproken over een “gevestigde” orde. Het “geordineerd” wijst op iets, dat reeds tot stand xs gekomen. Het gaat hier niet om de “voorstelling van woeling, strijd om macht, revolutionaire worsteling”.

Tenslotte: de woorden “menselijke ordening” in 1 Petrus 2:13 moeten niet tot verkeerde gedachten leiden. Dit betekent niet dat de Overheid in oorsprong als menselijk gezien moet worden. Zij wijzen veel meer op een ordening, die onder de mensen gegeven is en waaraan de mensen zich moeten onderwerpen. Zo moeten we er ook niet aan voorbijgaan, dat hier juist op volgt “om des Heeren wil”. De Heere heeft de Overheid gewild, ook tot eer van Zijn Naam.

Zo staat hier de positieve waardering van de Overheid voorop. Daarbij moeten we niet allereerst denken aan de overheidspersonen, hoe belangrijk of het ook moge zijn dat ze goed regeren. Het eerste is en blijft: Gods instelling. Onze belijdenis ziet de voortreffelijkheid van de Overheden in dat licht. We kunnen ervan lezen in Calvijns commentaar op Psalm 72:1: “Aangezien nu orde en regel in de burgerlijke staat een zo voortreffelijke zaak is, is het niet te verwonderen, dat God er als de Auteur van erkend wil worden en Zich de lof van toegekend wil zien”.

We kunnen wel zeggen: dat doet dan ook artikel 36 aan het begin!

Uit oorzaak van de verdorvenheid

Onze belijdenis geeft geen theoretische beschouwingen over de Overheid. Zo wordt de werkelijkheid, zoals dus de Overheid door ons gezien wordt, voorgesteld: er wordt gesproken van Koningen én van Prinsen bijvoorbeeld. Dat geldt ook als hier beleden wordt dat deze door God verordend is “uit oorzaak van de verdorvenheid van het menselijk geslacht”.

Sommigen merken hier op: het is mogelijk aan een overheid te denken buiten de zonde om. Zij wijzen op de wereld der engelen, waarbinnen toch ook een soort “overheden” zijn. Er zouden dan ook in een ongevallen staat net zo goed figuren geweest kunnen zijn, die leiding hadden gegeven. Voor mij is dat laatste een speculatie, die vreemd is aan de werkelijkheid in artikel 36. Gods Woord spreekt niet over een overheid in het paradijs wel bijv. over het huwelijk. Het gaat trouwens bij de Overheid om het gezag met een dringend karakter en niet alleen een leidend karakter. Gezag met een dwingend karakter is gevolg van de zonde. Zo is er ook de aansluiting aan wat hier als het doel van de Overheid genoemd wordt: om de ongebondenheid van de mensen te bedwingen en de goede orde in deze wereld. Zou de zonde nu in deze wereld gekomen zijn dan was er geen ongebondenheid. We klagen vandaag terecht over de bandeloosheid in het loslaten van normen en wetten. Stel echter eens: er zou geen overheid zijn, geen macht over de mens gesteld! Alles zou dan overgegeven worden aan een ontzettende verwarring. “Het zou beter zijn dat we in de wouden onder de wolven zouden zijn en met de beesten dan dat de mensen samen waren en alles hun geoorloofd was, want er zijn geen beesten zo razend als onze begeerten” (Calvijn).

De Heere heeft die verwarring niet gewild. Hij heeft de ongebondenheid voorzien en overheden verordend om die tegen te gaan en orde te geven in deze wereld.

In het boek Richteren lezen we meer dan éénmaal: “In diezelve dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed wat recht was in zijn ogen”. Het ontbreken van centraal gezag gaf grote ongebondenheid. Moeten we dan niet Gods goedheid erkennen dat Hij in deze bedeling een burgerlijke Overheid geschonken heeft?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (70)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken