Bekijk het origineel

Ds. J.A. Riekel 1869-1949 (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. J.A. Riekel 1869-1949 (3)

7 minuten leestijd

Ruim acht jaar heeft hij te Sliedrecht mogen arbeiden. De gemeente bloeide op en breidde uit. Meer dan eens gebeurde het, dat geheel onkerkelijke mensen tot God bekeerd werden. “Ds. Riekel maakte geen onderscheid tussen de mensen. Voor hem was ieder een gelijk: kerklid, socialist en communist. Een ieder had een ziel voor de eeuwigheid. Ook heeft Ds. Riekel geëvangeliseerd op de begraafplaats. Hij stond daar tachtig maal aan de groeve’ der vertering. Zijn stem galmde das over het kerkhof. Men kon hem op straat horen en voorbijgangers bleven dan staan luisteren, onder wie ook onkerkelijke mensen.”

Afscheid van Sliedrecht

In maart 1933 was hij een weinig overspannen. Op medisch advies moest hij enige tijd rust nemen. Met Pasen mocht hij weer het Woord bedienen.

In het najaar van 1933 kwam er een beroep uit Delft. Riekel wist dat hij erheen moest, maar hij had het er moeilijk mee en hij bad: “Heere, neem Gij de dingen van deze gemeente (Sliedrecht) over. Laat haar niet herderloos achter.”

De Heere kwam over en zei: “Ik heb uw aangezicht aangenomen.” Zo mocht hij het beroep met vrijmoedigheid aannemen.

Op 20 december 1933 schreef hij aan de kerkeraad van Delft: “Eerwaarde Broeders, na lang en gedurend overwegen, heb ik het beroep naar de gemeente te Delft op mij uitgebracht, biddend neergelegd voor het aangezicht des Heeren. Het is mij in die weg duidelijk geworden dat ik uw beroep niet mag afwijzen.... Uw toekomstige herder en leraar Ds. J.A. Riekel.”

Op donderdagavond 15 maart 1934 nam hij afscheid met een preek over 1 Petrus 5:10 en 11 - “De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke en fundere ulieden. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.”

Na de afscheidspreek sprak hij de onderwijzers en onderwijzeressen toe: “De Heere bekwame u, om de eerste zaden te mogen zaaien in de jonge harten, die zo ontvankelijk zijn. O, zaai goed zaad!”

Tegen de kerkeraad zei Riekel: “Broeders ouderlingen en diakenen, weemoed vervult ons hart. We hebben jaren samen gearbeid onder biddend opzien tot God. We hebben geen jabroer gespeeld. Ieder kon zijn mening uiten. Onze arbeid lag open en eerlijk voor God.”

En tot de gemeente: “Voortaan staan we niet meer voor uw aangezicht. Toch zullen we Sliedrecht nooit vergeten. Daar is teveel voor gebeurd. Wij vergeten niet één van de gemeenten die we hebben gediend en waar we niet zolang hebben mogen staan als hier, zouden we dan u vergeten? We hopen u te blijven gedenken voor de troon der genade, gelijk wij altijd de noden bij morgen en bij avond op de knieën voor God hebben neergelegd en Zijn genade hebben afgesmeekt.”

Delft

Op dinsdagavond 20 maart 1934 bevestigde Ds. L.H. van der Meiden hem tot predikant van Delft. De tekst van de bevestigingspreek was 1 Thess. 5:12 en 13 - “En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in de Heere, en u vermanen; en acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.” Van der Meiden sprak over de houding van de gemeente tegenover haar dienaar. Op donderdagavond 22 maart deed Ds. Riekel zijn intrede met een preek over Kol. 1:28. Het thema was: De getrouwe Christusprediking van de dienaar geëist.

1. de rijke stof daarin gegeven

2. de gepaste wijze waarop zij wordt gebracht

3. het verheven doel daarin voorgesteld.

Riekel sprak: “De Christusprediking is een heerlijke prediking, maar er wordt zo ontzaglijk veel voor vereist. Vergeet niet de eisen aan de prediker gesteld. En die zijn niet weinige. Ge zit daar stillekens neer en zegt misschien de ene tijd: “De dominee was er vanmorgen bij”, de andere tijd: “Hij was dor en droog.”

Hoe gaan we meestal op? ’s Zondags blijven we maar liggen slapen en dan is het haast je rep je en hoe komen we dan onder de Christusprediking? Hebben we thuis ons voorbereid om Gods woord te ontvangen? Buigt ge u voor Gods Woord? Gods Woord te ontvangen, eist voorbereiding, geliefden.”

Na de intredepreek zei hij tegen de kerkeraad: Geliefde broeders ouderlingen en diakenen van Delft, wanneer wij de arbeid verrichten, moeten we gedenken dat de gemeente er niet is voor ons, maar wij voor de gemeente, en dat wij in dienende liefde op onze harten te dragen hebben dit deel van Gods wijngaard.”

In de zomer van 1933 had de gemeente een nieuw kerkgebouw in gebruik mogen nemen. En nu, na meer dan tien jaar vacant geweest te zijn, mocht men weer een eigen herder en leraar ontvangen uit Gods Hand.

De kerkeraad besloot op regelmatige tijden de jongelingsvergadering te bezoeken. In 1935 werd er een knapenvereniging opgericht. Er kon een nieuw orgel in gebruik worden genomen. In Delft was hij helemaal op zijn plaats en hij heeft er met veel zegen mogen arbeiden. Onder anderen kwamen twee Roomse dames tot bekering. De broeders letten erop, wie aan het Heilig Avondmaal deelnamen. In juli 1938 werd een brief verzonden aan burgemeester en wethouders van Delft waarin werd geprotesteerd tegen de opvoering van een openluchtspel op zondag. De kerkeraad vermaande de gemeente Delft “zich toch verre te houden van de goddeloze en Godonterende vermakelijkheden der wereld, die niet anders ten gevolge kunnen hebben dan het opwekken van de toom Gods en de verzwaring der oordelen.”

Mevrouw Riekel was hartpatiënt. 3 Oktober 1939 lag ze dood naast haar man in bed. Ds. Riekel zei: De Heere heeft vannacht mijn vrouw thuis gehaald. Dat haar heengaan vrede was, troostte hem in zijn smart.

Tweede Wereldoorlog

Op 5 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het kerkgebouw van Delft kon niet voldoende verduisterd worden. Hierdoor kon de Bijbellezing op woensdagavond, in het winterhalfjaar, geen doorgang vinden. Nu kwam men samen op woensdagmiddag om drie uur. In 1941 werden de benodigde schoonmaakartikelen schaars.

Riekel preekte vaak op woensdagavond in Katwijk aan Zee in de achterzaal van Casa Cara. Het zaaltje was mudvol; de mensen moesten zelf een klapstoel meebrengen, ’s Zomers stonden ze buiten. Doordat de ramen en deuren open stonden, konden ze de preek toch beluisteren.

Rondom het spreekgestoelte stonden allemaal stoelen. Na de dienst kon Riekel er niet door. Eerst moesten al die stoelen weg. Op een keer was er een vrouw innerlijk geroerd door het gepredikte woord. Riekel klopte na de dienst haar op de schouder en zei:


Hoopt op den Heer gij vromen;
Is Israel in nood,
Er zal verlossing komen!


In juli 1942 besloot de kerkeraad Ds. Riekel, in verband met zijn leeftijd, zoveel mogelijk vrij te stellen van het afleggen van huisbezoek. Onder de druk van de oorlogsomstandigheden nam de nood onder de gemeenteleden toe. Vooral de alleenstaande oudere leden waren hiervan het slachtoffer. De kerkeraad deed wat zij kon om de nood te helpen verlichten.

Ds. Riekel preekte: Je kunt gemakkelijk geloven hoor! als je de broodtrommei vol hebt en een warme kachel. Dan zing je: Geloofd zij God, met diepst ontzag! Maar als je niks hebt..... Riekel zelf en zijn huishoudster behoefden in Delft in het geheel geen honger te lijden. Tuinders uit het Westland brachten bloemkool, bonen etc. Een boer uit de gemeente zorgde voor melk, boter en kaas. Een dochter woonde in Den Haag. Regelmatig kon de huishoudster een koffer vol etenswaren naar Den Haag brengen. Dan werd de visite dubbel waardevol.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Ds. J.A. Riekel 1869-1949 (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken