Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

Mede gezet in de hemel

6 minuten leestijd

“....en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus”

Niet in de hemel en toch wel! Een heilgeheim, dat de natuurlijke mens niet verstaat en dat alleen het deel is van de kinderen Gods. Zij zijn nog niet in de hemel. Zij moeten immers in dit tijdperk nog door lijden en strijden heen. Het uitzicht, éénmaal boven het strijdperk uit te zullen komen wordt door het ware geloof beoefend en gekend. Echter ook menigmaal zullen zij het ervaren, dat dit uitzicht belemmerd wordt door allerlei oorzaken.

En toch.....zijn diezelfde pelgrims, die de reis door veel gevaren nog min of meer vóór zich hebben, reeds in de hemel.

De apostel Paulus getuigt van dat wonder in dit Woord. Hij zegt maar niet dat zij er eenmaal zullen komen. Werkelijk, hij zegt, dat ze er zijn! Gezet in de hemel in Christus Jezus.

Hoe kan dat? Wat bedoelt de apostel Paulus hier toch? Wel, het geheim hiervan wordt in drie woorden naar voren gebracht: in Christus Jezus. Als die woorden er niet bij stonden had dit nooit waar kunnen zijn. Hij is het Hoofd en al de kinderen Gods zijn in Hem begrepen. Hij is de Hogepriester en zij zijn geschreven in Zijn priesterlijk hart. Het Hoofd is opgenomen in de hemel. De Hogepriester is in het hemels heiligdom ingegaan. In Hem zijn zij nu mede gezet in die hemelse heerlijkheid. In Hem ligt de vaste en betrouwbare waarborg, dat de Zijnen eenmaal zullen komen, waar ze in Hem reeds gezet zijn.

Is het geen bijzondere weldaad? Driemaal heeft in dit gedeelte de Apostel al getuigd van een weldaad, die God schenkt in het leven van de Zijnen.

Eerst heeft hij gesproken van de levendmaking. Het nieuwe leven wordt door het wonder van genade werkelijkheid in hun hart. De geestelijke doodstaat verbroken en het waarachtige leven geschonken.

Daarna heeft hij naar voren gebracht de geestelijke opwekking.

Door de kracht van de Heilige Geest worden ze opgewekt uit het doodsgraf. De banden van de dood en de zonde worden ontbonden in waarachtige bekering.

Maar hier het hoogtepunt: in Christus gezet in de hemel. Denk er maar niet gering over. Gezet in de plaats waar God woont en waar de Engelen eeuwig de lof van de Drieënige bezingen. Gezet in de plaats waar een kind van Adam nimmer kan komen omdat hij zich de toegang onwaardig heeft gemaakt door zijn ongerechtigheden.

’t Kan ook niet anders dan door een daad van God, dat deze bijzondere zaak werkelijkheid wordt. En we hebben dit woord dan ook alleen te verstaan in het licht van wat de Apostel reeds gezegd heeft: “Maar God...” ’t Is alleen Zijn werk, Zijn ontfermende genade aan onwaardigen bewezen. Gods daad was het eens in het eerste Paradijs, die de mens buiten zette. De hoogste Rechter kon het niet gedogen, dat Zijn schepsel niet luisterde naar Zijn Woord en Hem de rug toekeerde. De poort van dat Paradijs werd toegesloten. Hij dreef de mens uit en zette een wacht van Cherubijnen om met het zwaard de weg te bewaken tot de boom des levens.

Wonder van genade. Niet-uit-te-spreken ontferming. Mede gezet in de hemel. God had gedachten des vredes om weer een weg te ontsluiten tot de volle genieting van Zijn gemeenschap. Door het geschenk van Zijn Zoon heeft Hij dit gedaan. En na volbrachte Middelaarsarbeid opent God de poort van de hemel voor Zijn Zoon. Hij heeft recht om in te gaan en te gaan zitten aan de Rechterhand des Vaders. Op de dag van Zijn Hemelvaart krijgt Hij een plaats, ja de plaats der ere in de hemelse heerlijkheid.

En nu... met Hem ook de Zijnen een plaats in de hemel. Die weldaad vloeit voort uit Zijn Hemelvaart. Hij is niet Alleen in de heerlijkheid van Zijn Vader. Hij heeft hen, voor wie Hij met Zijn bloed betaald heeft, meegenomen. God Zelfheeft hen naar de grootheid van Zijn barmhartigheden daar toegelaten in Christus Jezus.

Vergeet het echter nooit. Deze weldaad wordt alleen beleefd in de geloofsvereniging met Christus. Van nature staan wij allen buiten. Wij zijn dood in de zonden en in de misdaden. Door het ontdekkende werk van de Heilige Geest wordt het gezien en erkend, dat ik zelf de poort op het nachtslot gedaan heb. ’t Ware geloof wordt echter geoefend door de onmogelijkheid van mijn kant heen op de verdienste van de Christus.

Dat geloof rust niet in eigen-gerechtigheid en eigen-vroomheid. Bij trappen en in verschillende mate leert Gods kind ook deze vrucht van de ten hemel gevaren Christus kennen voor zijn eigen leven. Zalig die uit God in Christus rechtens de poort ontsloten mag krijgen om vervuld te worden met deze geloofswetenschap: mede gezet inde hemel!

Misschien zegt u wel: dit durf ik niet te zeggen. Daar zijn er, die daar op zien, van wie de armen te kort zijn om dit te omhelzen. Let nu eens op twee dingen. Allereerst: begint de Heere hiermee? Hij begint met: levendgemaakt met Christus. Werd dit nieuwe leven reeds uw deel? In de kennis van eigen nood en dood? In de uitgangen naar de Heere? Maar nu in de tweede plaats: de Heere heeft er lust in, dat het nieuwe leven tot de kennis van Christus en

van de vruchten van Zijn werk wordt gebracht. Daartoe oefent Hij het leven langs de weg des geloofs. En dat is een weg van verliezen. Een weg van het kwijtraken van alles, wat ik buiten God en Christus als grond zoek om voor God te bestaan. Schuw die weg niet, al gaat deze ook tegen alles van onszelf in. Houd aan en de Heere zal op Zijn tijd de verborgenheden des geloofs - ook deze - schenken.

Heel erg voor allen, die nu rustig voortleven zonder te zoeken deze wonderen van Zijn werk. De ten hemel gevaren Zoon van God wordt u gepredikt. De vruchten van Zijn Hemelvaart worden u in rijkdom voorgesteld. Weet wel, wat het betekent, als we op zo grote zaligheid geen acht slaan. God heeft ons een tijd gegeven in dit leven om Hem te zoeken. Laat het dan toch op uw hart gebonden zijn om in de Heere alles te zoeken. Nog nooit heeft Hij veracht degenen, die het in oprechtheid om de Heere te doen is.

“In Christus Jezus”. Dat blijft waar. Alleen in Hem zijn de Zijnen gezet in de hemel. De strijd moet nog gestreden worden tot het laatste toe. Maar toch... hoe vaak zij het bederven en met schaamte over hun afmakingen onder de Heere moeten buigen, zij zullen komen daar waar Hij is. De waarborg daarvoor is de hemelse Hogepriester, Die eenmaal bad: “Vader Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt....”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken