Bekijk het origineel

Van visnet naar net van het evangelie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van visnet naar net van het evangelie

Instituering van de gemeente Zeewolde

5 minuten leestijd

Het was vrijdag 15 september j.l. een bijzondere dag voor de gemeente van Zeewolde en eigenlijk ook voor het geheel van onze kerken. Op deze dag vond namelijk de instituering plaats van de gemeente Zeewolde.

Ds. H. de Graaf uit Harderwijk leidde het eerste gedeelte van deze dienst en opende met een welkomstwoord waarin hij onder meer memoreerde dat het 11 jaar geleden was dat enkele gezinnen samenkwamen in een schooltje in een dienst waarin voorging Ds. J. Oosterbroek.

Hierna vond de instituering plaats door de bevestiging van de kerkeraad met haar predikant. In zijn toespraak tot de nu zelfstandig geworden gemeente van Zeewolde stond Ds. de Graaf stil bij de woorden uit Zacharia 4: “Niet door kracht, noch door geweld maar door Mijn Geest zal het geschieden”. Dit is een woord van verootmoediging: Het zal niet door onze kracht kunnen maar het is tevens een woord van verwachting, een belofte: God zal Zelf instaan voor Zijn eigen werk. Nadat ouderling Lambregtse de kanselbijbel op de preekstoel had gebracht en geopend had, mocht de eigen predikant Ds. H.R.H.A. de Boer het Woord bedienen uit 1 Petrus 2 vers 4 en 5. In zijn inleiding wees hij erop dat het ontroerend was te bedenken dat op deze plaats waar eens de Harderwijker vissers de netten hadden uitgeworpen, nu een kerkgebouw mocht verrijzen met het doel om zondaarsharten te vangen met het visnet van vrije genade.

Ds. de Boer bepaalde de gemeente bij het thema: De Kerk van Christus een geestelijk huis en ontvouwde daarbij drie gedachten: 1. Het fundament onder dat huis. 2. De bouw van dat huis. 3. De dienst in dat huis. Het fundament van Gods gemeente is Christus en Zijn werk. God Zelf heeft dat fundament neergelegd dat niet alleen de jaren en de tijden kan verduren, zelfs niet alleen de stormen en het noodweer, maar zelfs verduurt het de eeuwigheid. Petrus bedoelt te zeggen: Gemeente, wie tot die Kerk mag behoren die zal nooit en nooit tot de verschrikkelijke ontdekking komen dat het Fundament het begeeft. Niets, de zonde niet, de wereld niet, de duivel niet, niets kan dit Fundament ooit van Zijn plaats krijgen. Want Christus is een beproefde Steen, God zelf heeft Hem beproefd in het vuur van Zijn toom over de zonde en de schuld van deze wereld aan Golgotha’s kruis. Toen bleek dat deze Steen betrouwbaar en vast is.

Dit werk van Christus zal niet vruchteloos blijven. God Zelf zorgt ervoor dat er tot op de jongste dag, dus ook in deze tijd, mensen zullen zijn, zondaren die tot Hem uitgaan en in Hem het fundament van de enige troost beide in leven en sterven zullen ontvangen. Zij komen niet omdat zij het uit zichzelf begeren maar omdat God Zelf ervoor instaat dat Zijn roepen niet onbeantwoord zal blijven. Dit antwoord komt er, hetzij stamelend, hetzij met de handen op de borst en de verzuchting o God, wees mij, de zondaar, genadig. Het bouwen van dit geestelijk huis is Gods werk. Maar nu gaat de kerk in dat huis offeren. Offers die opkomen uit de dankbaarheid, offers die geboren worden in het hart dat versmolten is onder de liefde van Christus. Zij gaan Zijn naam belijden in het gezin, op het werk en overal. Offers van het gebed, offers van mededeelzaamheid, offers van gehoorzaamheid. Maar kunnen onze offers dan de Heere behagen? Christus Zelf is het die deze offers aangenaam maakt bij de Vader. Hij draagt het hart van Zijn volk op in Zijn gebeden. Hij reinigt onze lippen. Als de gemeente zo geleerd heeft het dankoffer te mogen brengen dan zal het ook van deze avond gelden: Ik zal eeuwig zingen van Uw goedertierenheden.

Na de dienst werd de gemeente nog toegesproken door Ds. W. van Sorge namens de classis en als toekomstig consulent. Hij wees de gemeente erop dat het zelfstandig worden niet moest betekenen op eigen benen te staan, maar dat ze een biddende gemeente op de knieën mocht zijn. Namens Ds. J. Oosterbroek, die verhinderd was, sprak Ds. J.H. Velema. Hij herinnerde aan zijn eerste preek op die eerste zondagmiddag in het schooltje over: en ik zag geen tempel in haar. De Kerk is onderweg, zo benadrukte hij de jonge gemeente. De heer Huygen sprak namens de burgerlijke gemeente. Hij onderstreepte het belang dat de burgerlijke gemeente zag in de aanwezigheid van kerken voor het maatschappelijke leven.

Het was een bijzondere avond, waarin naar voren mocht komen dat de Heere doorgaat met Zijn werk. In een tijd, waarin steeds meer kerken gesloten worden, mag hier nog de bevindelijke gereformeerde prediking klinken. Dat we deze jonge gemeente met onze gebeden mogen omringen en breide de Koning der Kerk Zelf Zijn vleugelen uit over deze gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1995

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Van visnet naar net van het evangelie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1995

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken