Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (79)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis (79)

10 minuten leestijd

Onze Heere is Rechter!

Hoe zal Christus wederkomen? Onze belijdenis spreekt in artikel 37 niet alleen over de van God verordende tijd, maar ook over de wijze van Christus’ wederkomst. Kort maar zakelijk wordt naar het Woord van God het heilsfeit van Zijn tweede komst beleden tot troost van de Kerk des Heeren. Wat doet het weldadig aan hoe duidelijk en beslist het hier vertolkt wordt!

Velen ontkennen vandaag de wederkomst als een beloofd feit in de toekomst. De één stelt dit komende gebeuren als een mythe voor, die voor de mens van vandaag onverstaanbaar en ongeloofwaardig is. De ander poneert dat eigenlijk de wederkomst nooit nodig zal zijn: het toekomstige rijk is er al in het geloof en de kerk.

We noemen hier maar twee uitingen van de dwaalleer, die tegen de duidelijke uitspraken van Gods Woord ingaan. Zij hebben dit gemeen, dat het geloof als een beslissende factor voor de komst van het komende Koninkrijk gezien wordt. Zo wordt er tekort gedaan aan Hem, Die in de wederkomst Zijn werk tot volheid brengt, Zijn volle eer krijgt.

Hoe krijgt hier Christus juist de eer als we samen lezen: “Ten laatste geloven wij..dat..onze Heere Jezus Christus uit de hemel zal komen, lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is, met grote heerlijkheid en majesteit, om Zich te verklaren een Rechter te zijn over levenden en doden; deze wereld in vuur en vlam stellende om haar te zuiveren”.

De kern

De kem van dit gedeelte kunnen we met weinig woorden uit deze belijdenis weergeven: onze Heere Jezus Christus zal komen als Rechter.. Het geloof kan hier niet afstandelijk, onzijdig belijden! Zonder meer spreekt de levensband met Hem, Die wederkomt. Juist onze Heere Jezus Christus is Rechter.

Zijn namen moeten wel apart uitkomen. Niet minder dan drie worden er genoemd. We gebruiken ze vaak zo gemakkelijk, maar ze hebben op deze plaats en in dit verband hun volle inhoud.

Hij is de Heere. Hij heeft de Konings-heerschappij. Hij is de Eigenaar van de Zijnen en zij zijn Zijn eigendom.

Hij is Jezus, de Zaligmaker van in zichzelf arme en verloren zondaren, de grote Ruimte-Aanbrenger. Hij is Christus, de Gezalfde, ’t Wijst op Zijn ambt, Zijn opdracht van de Vader.

Ga er in dit verband vooral niet aan voorbij, dat die Namen wijzen op Zijn wérk. Hij heeft hen met Zijn bloed losgekocht uit de heerschappij van de vorst der duisternis, uit hun slavenbe-staan. Hij heeft hen gered uit de diepte van hun verlorenheid. Hij heeft als Profeet, Priester en Koning alles gedaan tot hun zaligheid. Het gericht kan hen in die Heere Jezus Christus niet meer verdoemen! Die Zaligmaker is de Rechter, ’t Klaagt ieder aan, die Hem verwerpt en op deze grote zaligheid geen acht geeft. Maar het is tot troost van ieder die door een waar geloof Hem heeft leren kennen. Tussen het gericht en hen staat Zijn werk, Zijn verdienste. Op een andere plaats wordt het zo weergegeven, Zondag 19-52: “Die Zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld heeft en al de vloek van mij weggenomen heeft”.

Lichamelijk en zienlijk

De wederkomst zal in de Dag der dagen niet verborgen blijven. Hij zal lichamelijk en zichtbaar verschijnen. Op de Hemelvaartsberg is het de discipelen gepredikt. Toen de discipelen naar de hemel staarden klonk het tot hen: “Wat staat gij en ziet op naar de hemel. Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren”. De gehele mensheid zal Hem zien verschijnen en Zijn komst zal bijzonder spreken, tot verschrikking voor ieder, die in de zonde leeft.

We moeten hier denken aan het aangrijpende woord, Mattheüs 24:27: “Want gelijk de bliksem uitgaat van het Oosten en schijnt tot het Westen, zo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen wezen”. Het gaat daar niet alleen over het plotselinge van Christus wederkomst, maar toch vooral om het zichtbaar karakter ervan. Het verblindend verschijnsel van de bliksem wordt door ieder opgemerkt in een wijde omgeving. Zo zal ieders oog de Christus zien.

We geven ons daarbij niet over aan speculaties over het lichaam van Christus, ’t Gaat hier om dezelfde Christus. Die de menselijke natuur heeft aangenomen, geboren uit de maagd Maria, Die geleden heeft en is opgestaan uit de doden.

Met grote heerlijkheid en majesteit

Dat Christus wederkomt met Zijn menselijke natuur doet niets af aan Zijn verhoging. Hij komt ook met heerlijkheid en met majesteit. Onze belijdenis volgt ook daarin haast direkt het getuigenis van de Heilige Schrift, ’t Is weer Mattheüs 24, nu vers 30: “...dan zullen alle geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid”. Het verborgene van Zijn Koninkrijk zal dan voorbij zijn. Hij houdt voor de Zijnen in dit aardse strijdperk de heerlijkheid en macht niet verborgen, Hij geeft er bewijzen van. Toch blijft hier de verborgenheid “in de nederigheid des vieses” (Calvijn). Het geloof mag weten: in die dag zal Hij met grote heerlijkheid en majesteit verschijnen en gezien worden. Het zal werkelijkheid zijn voor aller oog, tot verschrikking en tot vertroosting.

Veel bijzonderheden uit Gods Woord vertolken Zijn luister bij Zijn wederkomst. We noemen er hier maar twee. Allereerst het “komen op de wolken des hemels”. Op meerdere plaatsen wordt ervan gesproken. De profeet Daniël ziet het al in zijn gezichten: “En er kwam Eén met de wolken des hemels, als eens mensen zoon”. De Evangelieën vermelden meer dan éénmaal deze uitdrukking. We lezen ervan in het boek Openbaring: “Ziet, Hij komt met de wolken..”. Het is een teken van Christus’ heerlijkheid en majesteit in Zijn wederkomst. Hij komt uit de hemel gedragen door een menigte wolken, die schitteren van de gloed, die van Hem uitgaat. Hij komt om Zijn koningsschap uit te roepen, om het Koninkrijk tot volle openbaring te brengen, om het gericht te voltrekken. Dit teken vergezelt Hem.

Dán wijzen we hier in de tweede plaats op de Engelen die met Hem zijn. Zij behoren tot Zijn gevolg. Hij heeft het over hen te zeggen. Het zijn Zijn dienaren. Hij is hun Heere en Hoofd! Daarom komt Hij mét de Engelen. Zij vergezellen Hem, niet alleen om Zijn bevelen in die dag uit te voeren, maar toch ook om Zijn luister te verhogen. Zo schrijft de apostel Paulus aan de Thessalonisenzen over “de openbaring van de Heere Jezus van de hemel met de engelen Zijner kracht” (2 Thess. 1:7). Calvijn vertaalt hier: “de engelen van Zijn mogendheid”. Hij neemt Zijn engelen mee om de heerlijkheid van Zich-Zelf en Zijn rijk te laten zien.

..om Zich te verklaren....

Op een aparte manier vertolkt art. 37 de verschijning van Christus op de jongste dag. Er wordt niet enkel gezegd, dat Hij als Rechter komt, maar dat hij Zich-Zelf als Rechter van de levenden en doden verklaart”. We zouden kunnen zeggen: Hij komt zo publiek openbaar als een Rechter. Hij laat Zijn tegenwoordigheid als zodanig uitkomen.

Hier is aansluiting aan een woord, dat veel in het Nieuwe Testament gebruikt wordt om de verschijning van Christus tot het laatste gericht weer te geven: “parousia”. Eigenlijk betekent dat woord “aanwezigheid”. Het werd in de tijd van het Nieuwe Testament veel gebruikt voor de luisterrijke aankomst van een vorst, die ergens in zijn gebied een officieel bezoek bracht. We zouden ook kunnen zeggen: zo’n vorst liet zich zien in zijn grootheid en zijn goedheid tegenover zijn onderdanen. Zo wijst dit woord op de publieke komst van Christus. Hij komt als de Heere en Rechter in het openbaar. Dan komt Zijn grootheid uit, zoals die is tegenover Zijn vijanden en ook Zijn verdienste terwille van al de Zijnen. Hoe waarschuwend is dan deze manier van zeggen voor die Hem verachten en hoe bemoedigend voor de Kerk onder het kruis!

....om haar te zuiveren...

Christus’ wederkomst betekent niet de vernietiging van de wereld, maar de herschepping. God doet Zijn schepping niet te niet. Gods Woord begint met: “in den beginne schiep God de hemel en de aarde..” (Genesis 1:1). Datzelfde Woord eindigt in het boek Openbaring met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat laat zien dat de geschapen wereld niet tenonder gaat. Ontzettend is de zondeval. Vreselijk de vloek. Toch..de duivel krijgt zijn zin niet. Hem was het te doen om de totale ondergang. Juist door het komen van Christus in Zijn diepe vernedering moet de vorst der duisternis het verliezen. Het doel van God wordt werkelijkheid. ’t Gaat naar de verheerlijkte schepping voor al degenen, die in het bloed van Christus begrepen zijn en door de Heilige Geest vernieuwd. Het zal ten volle openbaar komen in de wederkomst van Christus.

Het gaat door de oordeelsdag heen: “deze oude wereld in vuur en vlam stellende”. Hij heeft de macht ertoe. Heel sober tekent ons de Heilige Schrift dit. De zon zal verduisterd worden, de maan zal haar schijnsel niet geven, de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten der hemelen zullen bewogen worden (Matth. 24:29). De apostel Petrus getuigt er met zo grote ernst van dat de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan en de elementen brandende zullen versmelten (2 Petrus 3:12). Dan wordt deze wereld gelouterd, gereinigd door het oordeel heen. Zo lezen we het ook bij diezelfde apostel dat het niet gaat om de vernietiging van het geschapene: “Maar wij verwachten naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont...” (2 Petrus 3:13).

Hoe het precies zal zijn met de oordeelsdag? Calvijn wijst er terecht op, dat het hoe? van die dingen pas tenvolle uit zal komen op die grote dag zélf. Hij wijst er ook op dat dit ons geopenbaard is opdat “met vreze en beven” de zaligheid gewerkt zou worden. Het gaat er om dat de nieuwheid des levens gezocht wordt. Al het handelen van Christus is gericht op de eer van Zijn Vader ook in het herstel van Zijn schepping. Daarin heeft de vernieuwing van de Zijnen zo’n centrale plaats. Daar is het trouwens bijv. in het laatste hoofdstuk van de 2e brief van Petrus ook om te doen! Niet om de nieuwsgierigheid te bevredigen, hoe het toch precies zal zijn als Christus verschijnt op de wolken des hemels, maar om te vermanen tot het rechte verwachten in heilige wandel en godzaligheid.

Zó wordt het hier beleden: “de oude wereld wordt gezuiverd”. Het zal weer zo goed worden als in het begin. Dan komt het nieuwe - dat in Christus al gegeven is en dat door de Heilige Geest al in beginsel gewerkt is - tot volle ontplooiing.

Er is plaats voor de vermaning van 2 Petrus 3:14: “Daarom, geliefden! verwachtende deze dingen benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (79)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken