Bekijk het origineel

De toeëigening des heils

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De toeëigening des heils

7 minuten leestijd

Het is met de nodige schroom en een zekere verlegenheid, dat ik over dit gewichtvolle onderwerp wil schrijven. Het is immers niet zo maar een onderwerp, dat onze aandacht zal vragen. De toeëigening des heils is een veelzijdig en veelomvattend onderwerp. Daarnaast ook een gevoelig en moeilijk onderwerp. Wie enigszins thuis is in deze materie, zal met mij de ontdekking gedaan hebben, dat velen de term wel gebruiken en daar een geheel eigen inhoud aangeven, maar weinig helderheid verschaffen. Het begrip is dikwijls onderwerp van gesprek, maar weet men altijd wel waar men het over heeft? Dat laatste zou eigenlijk geen vraag mogen zijn. Helaas wijst de kerkelijke praktijk maar al te vaak uit, dat er op dit terrein een keur van meningen en gedachten kan worden gehoord, die veel weg heeft van een baby Ionische spraakverwarring. Tegen deze achtergrond bezien, zult u begrip hebben voor de schroom en de verlegenheid, waarin ik verkeer. Het gebeurt echter wel meer, dat wij deze menselijke zwakheden in ons ambtelijk werk moeten overwinnen. Bovendien kan het geen kwaad, wanneer wij geregeld aan onze kleinheid en onbekwaamheid in de dienst des Heeren worden ontdekt. Het houdt ons afhankelijk van Gods hulp en genade. Ik hoop, dat wij elkaar hierin mogen verstaan bij de behandeling en de bespreking van het onderwerp, dat ons allen aangaat. Tevens vraag ik van u mijn inleiding ook te lezen als “slechts” een inleiding, die een inzet wil zijn tot verdere doordenking en bezinning om enige toerusting te ontvangen bij het geven van geestelijke leiding in de gemeente, waar de Heere ons in het ambt gesteld heeft.

Ik wil met u stilstaan bij het grote belang van dit onderwerp. Daarna een bijbels-confessionele toelichting geven op dit onderwerp, opdat wij zouden weten, wat wij onder de toeëigening des heils hebben te verstaan.

Tenslotte wil ik met u nagaan wat de plaats van de toeëigening behoort te zijn in prediking en pastoraat.

Belang van dit onderwerp

Enkele jaren geleden hield Ds. J. Westerink een preek over de worsteling bij Pniël, waarin hij ernstig waarschuwde tegen het verbondsautomatisme en het klimaat, dat daardoor geschapen wordt, uitkomend in een bedenkelijke levenswandel. Ds. Westerink stak niet onder stoelen of banken, dat hij sprak over de vrijgemaakte prediking, die ook doorklinkt in het vrijgemaakte onderwijs. Deze zorgwekkende ontwikkeling hield hem sterk bezig en hij zag zich geroepen om hiervoor te waarschuwen in de prediking met het oog op het heil van de gemeente. Inmiddels is het wel duidelijk geworden, dat deze voluit schriftuurlijk - bevindelijke preek niet door allen in dank werd aangehoord. Vele tongen kwamen in beweging en vele pennen werden ter hand genomen om nog maar te zwijgen van de vele telefoontjes, die onze ambtsbroeder heeft moeten ontvangen. Zelfs “De Wekker” liep af en liet een geluid horen, dat ons allen wakker moet hebben geschud. Het zoveelste bewijs werd geleverd, dat wij binnen onze kerken zo weinig één zijn als het gaat over de bijbelse prediking.

Hoewel dat op zichzelf niets nieuws is, confronteert het ons wel opnieuw met de grote verwarring, die zo langzamerhand kenmerkend schijnt te worden voor ons kerkelijke leven.

Schrijnend is daarbij de gedachte aan de bestaande gemeenschappelijke verklaring over de toeëigening des heils.

Deze is sinds de Generale Synode van 1977 van kracht en werd n.a.v. het positieve advies van onze deputaten eenheid opgesteld.

Al op de Generale Synode van 1974 was door deputaten gerapporteerd, dat er tussen hen en de vrijgemaakte commissie (destijds de zgn. buitenverban-ders, tegenwoordig de nederlands-gereformeerden) een verblijdende mate van eenstemmigheid was geconstateerd op het punt van de toeëigening van het heil (Acta ‘74 blz. 167).

Dit had tot gevolg, dat de Synode besloot deze uitspraken te verwerken in de bedoelde gemeenschappelijke verklaring om als handleiding te kunnen dienen bij plaatselijke samenspreking en toenadering. Tegelijk werd er door deze zelfde Synode bij de kerkeraden op aangedrongen om de contacten met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt-b.v.) in het geloof te beginnen en waar deze reeds zijn te bewaren en te versterken.

Het licht werd hiermee op groen gezet en inmiddels kunnen wij een trieste balans opmaken, die helaas geen ander beeld laat zien dan de kerkelijke werkelijkheid, waarin wij verkeren, waar de eenheid onder elkaar soms ver te zoeken is.

Wij vragen ons in gemoede af of de tol, die door het zoeken naar kerkelijke eenheid naar buiten wordt opgeëist, niet te groot wordt. Temeer daar wij bedenken, dat na 18 jaar er nog zo bitter weinig van de ware geestelijke eenheid is gebleken. Daar mogen wij onze ogen en oren toch niet voor sluiten?

Ik heb er geen enkele behoefte aan om allerlei negatieve ervaringen breedvoerig te belichten, maar ik denk, dat wij er niet omheen kunnen om een enkel voorbeeld te noemen. Niet om van ons onderwerp af te dwalen, maar juist ter onderstreping van het grote belang van het onderwerp.

Het kan nl. geen kwaad eens in de spiegel te kijken, die ons door anderen wordt voorgehouden. Het geeft weer hoe anderen naar ons kijken en over ons denken.

Drs. H. de Jong, studiebegeleider van de nederlands-gereformeerde studenten in Apeldoorn, schreef in Opbouw, het kerkelijke orgaan van zijn kerk, het volgende.

In niet mis te verstane woorden liet hij weten, hoe hij dacht over de christelijk-gereformeerde prediking. Hij zei letterlijk: “Ik kan er wat van weten, want ik hoor van onze studenten in Apeldoorn regelmatig welke kant ze in de prediking opgestuurd worden. Welnu het is met enige overdrijving gezegd, er kan daar geen tekst genomen worden of geen onderwerp aangesneden of alles wordt over het ene spoor van die bekende toeëigening des heils geleid. Dat is het ene locomotiefje dat zondag aan zondag over het ene lijntje moet lopen. Telkens met andere wagonnetjes (de gekozen tekst), dat wel, maar het traject is steeds gelijk en de boodschap altijd hetzelfde. De preektekst komt daardoor in zijn eigenheid niet naar voren. Dat is nu eens óns bezwaar”, aldus De Jong.

Zijn weinig opbouwend geluid behoeft geen nadere uitleg.

Een tweede voorbeeld, dat ik u als laatste wil noemen, kwam ik tegen in

Woord en Geest, een uitgave van de vereniging tot bevordering van het gereformeerd kerkelijk leven. Onder het kopje “Toeëigening des heils wijst de weg, federatief kerkverband (Nederlands- en Christelijke Gereformeerde Kerken)?” las ik het volgende: “Onder de naam “Bewaar het Pand” is er een stroming, die in het persoonlijk gevoelsleven op het besef van schuld en van geestelijke onmacht zo sterk aandringt, dat er voor de blijde boodschap van Gods zoekende en vergevende liefde weinig ruimte en vrijmoedigheid is. De nodigende oproep in het Avondmaalsformulier dat wij door de viering ons leven buiten onszelf alleen in Jezus Christus zoeken, wordt als het ware op een afstand gehouden.

Binnen de Chr. Ger. Kerken nu is het meest gevoelige onderwerp: “de toeëigening des heils”.

Even verderop vraagt de schrijver van dit artikel zich af: “Wat betekent de aanduiding “toeëigening des heils” eigenlijk” Wie is het, die dat doet, toeëigenen? Dat zal toch de mens zijn, de vrome, gelovig-biddende mens. Wie heeft die spreekwijze ingevoerd? Waarom? Ik vermoed, dat het een uiting is van de zgn. tale Kanaans in de goede zin”.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De toeëigening des heils

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1995

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken