Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis (81)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis (81)

10 minuten leestijd

Het gericht zelf

Tegen het einde van het jaar wordt onze aandacht gericht op wat het grote einde is: het laatste gericht. Het moet tot ons allen spreken. Alles in deze wereld, alles in ons persoonlijk leven wordt heengestuwd naar het uur van dat gericht. We moeten éénmaal verantwoording afleggen voor de troon van God. We zijn geneigd de dingen te camoufleren, ook die in 1995 als kwaad door ons gedaan zijn. Het baat niet. Alles komt in dat geweldige uur openbaar zoals het is. Na de dagvaarding, waarbij ieder gebracht wordt voor de Rechter, komt het gericht zelf. Het zal een gericht zijn, zoals het hier in deze wereld nooit geweest is en tot op die dag nooit zal zijn. Er zijn rechtszittingen geweest, waarop het oog van heel de wereld was gericht. We behoeven maar te herinneren aan de speciale rechtbanken van na de oorlog. Zo was er het internationaal gerechtshof in Neurenberg, toen de Duitse oorlogsmisdadigers werden berecht. En hoe diepe indruk heeft het proces tegen Adolf Eichmann gemaakt, die zoveel moorden van Joden op zijn geweten had. Journalisten (uit heel de wereld) hebben zulke rechtzittingen bijgewoond. Hun verslagen -van dag tot dag - hielden de massa in de ban. Het laatste gericht zal boven alles uitgaan.

Opmerkelijk is de bekendmaking. De Koning, Die alle macht ontvangen heeft in hemel en op aarde, heeft het Zijn dienstknecht Johannes geopenbaard om het aan heel de strijdende kerk door te geven. Die openbaring is niet gericht op sensatie, maar om de ernst van het laatste gericht te prediken en de troost voor de Zijnen. De eenvoud, waarmee dit gebeurt, valt toch wel allereerst op.

Openbaring 20:11-15 boodschapt het. Direkt komt de majesteit van dat gericht uit. “En ik zag en zie een grote, witte troon en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht, de aarde en de hemel wegvlood en geen plaats is voor die gevonden”.

Een grote, witte troon...! Alles van dit gericht is groot. Groot is de Rechter, Die oordeelt. Groot is de menigte, die er voor komt. Groot is het oordeel, dat uitgesproken wordt. Het is ook een witte troon. Hij, die er op zit, oordeelt in heiligheid en rechtvaardigheid. Van aardse rechters wordt verwacht, dat zij rechtvaardig zijn in hun richten. Geen van hen is het zo als Hij, Die alle mensen oordeelt.

De woorden van onze belijdenis sluiten aan bij Openbaring 20 en 2 Korinthe 5, schriftgegevens die hier uitdrukkelijk worden genoemd. “Alsdan zullen de boeken (dat is de consciëntiën) geopend, en de doden geoordeeld worden, naar hetgeen zij in deze wereld gedaan hebben, hetzij goed, hetzij kwaad. Openb. 20:12, 2 Korinthe 5:10. Ja, de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden, die zij gesproken zullen hebben, Mattheüs 12:36, die de wereld niet dan voor kinderspel en tijdverdrijf acht; en dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der mensen openbaarlijk voor allen ontdekt worden”.

De boeken geopend

Aanschouwelijk wordt de toekomstige rechtszitting voorgesteld. Nadat de menigte gedaagd is voor Gods troon, worden de “boeken geopend”, ’t Gaat hier om een zinnebeeldige handeling: om het gericht als een rechtvaardig gericht uit te laten komen. De boeken zijn dan de bewijsstukken om de schuld of onschuld aan te wijzen. Daarin zijn al de daden van ieder persoonlijk opgetekend. Zo worden die daden in gedachtenis gehouden.

Die gedachte vinden we op meer plaatsen in de Bijbel. We kunnen hier vooral wijzen op Daniël 7:9 en 10: “Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden, en de Oude van dagen Zich zette, Wiens kleed wit was als de sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur. Een vurige rivier vloeide en ging van haar uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizend maal tienduizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich en de boeken werden geopend”. Openbaring sluit aan bij dit gedeelte.

In Daniël 7 wordt een rechtzitting vermeld bij de gezichten, die Daniël ziet van de vier dieren. Het zijn angstwekkende gezichten die een benauwde toekomst spellen. Maar nu ziet de profeet tot troost van de Kerk, dat God vanaf Zijn troon rechtspreekt. Hij ziet de Oude van dagen plaats nemen, eerbiedwaardig en vol van majesteit. Zijn troon gloeit van brandende heiligheden. Duizenden heiligen dienen Hem en tienduizenden dienaren eren Hem. Het uur van het gericht is aangebroken. Er worden boeken geopend ten teken dat het gericht naar recht oordeelt. Het betekent uiteindelijk de afbraak van de zonde machten. Het gebeurt naar dat er in die boeken geschreven staat, waarin al de wandaden en gruwelen van deze monsterlijke machten opgetekend zijn. In het Goddelijk gericht worden zij ontmaskerd en verdoemd.

God heeft zulke middelen niet nodig.

De Rechter van alle mensen behoeft niemand te ondervragen of een boek te lezen, om aan de weet te komen hoe of iemand geleefd heeft. Alle dingen zijn naakt en geopend voor Hem. Maar het A spreekt tot óns, die eenmaal voor het gericht gesteld zullen worden. Wij moeten nü overtuigd worden, zal het,goed zijn, van het rechtvaardige van de straf.

We kunnen hier aantekenen, wat onze statenvertalers bij dit gedeelte van deze boeken schrijven: “Namelijk de alwetendheid en voorzienigheid Gods, waarin opgetekend staat al het doen en laten der mensen.. Anderen verstaan het van de boeken van het geweten van ieder, hetwelk ook waar is, al zo dat zij zichzelf beschuldigen of ontschuldi-gen in die dag”.

Onze belijdenis noemt hier enkel de “consciëntiën” (de gewetens). Dat behoeft niet. Het staat niet tegenóver elkaar, dat we deze boeken der alwetendheid noemen én toch ook de boeken der gewetens. Alles wat wij gedaan hebben blijft bewaard in de alwetendheid Gods. Het komt naar boven in de dag van het gericht. Dan zal ieder eraan herinnerd worden. God zal verheerlijkt worden in die dag, niemand zal het kunnen zeggen: ik herinner me er niets meer van. Hier beneden gebeurt het niet zelden dat een misdadiger zegt zich niets meer te herinneren, maar in de Dag aller dagen is dat onmogelijk.

Rekenschap

Het laatste gericht betekent verantwoording tegenover God en Christus. Er wordt hier een ander woord gebruikt, nl. rekenschap. Rekenschap moeten mensen afleggen, die door God geschapen zijn naar Zijn beeld. Het veronderstelt een bepaalde betrekking. God heeft Zijn goedheid bewezen in Zijn schepping, Hij laat Zijn goedheid nog openbaar komen in de tijd der bekering en der genade. Hij geeft de tijd nog om de Heere te zoeken. Hij geeft de middelen nog tot bekering.

Het spreekt er ook van, dat de Heere van ons eist, dat we naar Hem zullen vragen, naar Zijn Woord. Om elke dag van ons leven tot eer van God te wandelen. Daarin komt God alles toe. Er is geen ogenblik, geen gelegenheid, geen dag waarin de Heere dat niet vraagt. Het geldt ook het hele leven en de hele openbaring van dat leven: in gedachten, woorden en werken. Onze belijdenis zegt het hier heel sterk: “ja de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden die zij gesproken hebben.”

Hier wordt aangehaald Mattheüs 12:36 “Maar Ik zeg u dat van elk ijdel woord hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in de dag des oordeels”. We houden ons hier maar aan de verklaring van Calvijn: “IJdel woord betekent hier zoveel als nutteloos woord, dat geen stichting of vrucht met zich meebrengt. Velen schijnt dit te streng toe, maar wanneer wij indachtig zijn waartoe onze tong geschapen is, zo zullen wij erkennen, dat het billijk is, dat diegenen schuldig gerekend worden, die hun tong in de dienst van nutteloze beuzelarijen gebruiken, ja die daardoor ontwijden. Ook is het geen geringe zonde de tijd, die Paulus ons gebiedt zo zorgvuldig mogelijk uit te kopen, tot lichtvaardige dingen te misbruiken”.

Alle ijdele woorden..! De mens van deze wereld lacht er om en maakt er zich niet druk om, maar de Heere neemt het nauw met onze woorden. We kunnen erbij zeggen: ieder die zijn ongerechtigheden beleeft voor het Aangezicht des Heeren, wordt herinnerd aan de ijdele woorden.

Hoeveel ijdele woorden worden er in ons leven niet gezegd! Ze zijn er in onze gezinnen, op ons werk, in de omgang met vrienden om bijv. het gesprek maar gaande te houden. Ze zijn er in preken en gebeden, in gesprekken over de toestand van de kerk vandaag, zelfs in gesprekken over de geestelijke dingen!

Geen enkele van al die woorden zal straks niet openbaar komen. Ook zullen alle verborgenheden en geveinsdheden openbaar komen. Wat in het geheim gebeurd is aan ongerechtigheid, wat hier beneden bedekt bleef. Verschijnen is geopenbaard worden voor de rechterstoel. Daar zullen alle bedekselen weggenomen zijn. Dan is alle schijn voorbij, ook de vrome schijn.

Een ander boek...

De boeken geopend. De doden geoordeeld naar hetgeen zij in deze wereld gedaan hebben... Hoe zal er uitkomst kunnen zijn? Openbaring 20 boodschapt die! We lezen in het 12de vers niet alleen van de boeken als bewijsstukken over het handelen van de mens, maar ook van een ander boek. Het is haast precies midden in dat vers geschreven: “en een ander boek werd geopend dat des levens is”. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis vermeldt hier dat boek niet, maar de werkelijkheid ervan is eigenlijk al in het begin gezegd, als er beleden wordt dat “ónze Heere Jezus Christus uit de hemel zal komen”. De Rechter is Borg en Zaligmaker van al de Zijnen. Hij is het, door Wie dat andere boek kracht en troost heeft voor die hier als arme zondaren door Gods genade op Hem leerden hopen.

Het boek des levens is het boek, waarin al de namen geschreven zijn, die van eeuwigheid uitverkoren zijn. In dit éne boek is niet geschreven door een mens, niet zijn daden, niet zijn zonden, maar God Zélf heeft daar die namen geschreven uit eeuwige liefde, om het eeuwig welbehagen. Zij zijn in Christus verkoren. Hij heeft met Zijn Middelaarsbloed betaald voor al hun gerechtigheden en het recht verworven op het eeuwige leven. In dat boek staat de grootste én de kleinste, die in dat welbehagen begrepen is.

Het laatste gericht is niet allereerst geopenbaard in Gods Woord voor degenen, die straks staan voor de troon van God, maar voor degenen, die hier beneden zijn in de tijd der bekering en genade. Velen vlakken de ernst van het laatste oordeel uit. Het lijkt vandaag wel of je Middeleeuws bent om de ernst van het laatste gericht te boodschappen. Laat echter niemand eraan voorbijgaan. Die hier er mee te doen krijgt, met Gods rechtvaardig gericht in zijn leven, ontdekt niet anders dan een nameloos grote schuld en kan met géén werk voor God bestaan. Maar het levend geloof krijgt er troost uit: uit dat andere boek vanwege het bloed der verzoening. Het oog des geloofs wordt door de bediening van Gods recht heen ervoor geopend. “Want God heeft ons niet gesteld tot toom, maar tot verkrijging der zaligheid, door onze Heere Jezus Christus”.

Wat een grote genade om zó dit jaar uit en het jaar 1996 in te mogen gaan!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis (81)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1995

Bewaar het pand | 10 Pagina's

PDF Bekijken