Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het lied van Debora

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het lied van Debora

10 minuten leestijd

“Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinóam, ten zelfden dage, zeggende:...”

We hopen enige tijd aandacht te geven aan het lied van Debora. Hierboven staat het eerste vers al weergegeven uit het Schriftgedeelte, waarin dat lied een plaats heeft gekregen: Richteren 5. Daarin wordt gezongen van de strijd tegen en de overwinning op het leger van Jabin, de koning van de Ka-naanieten en Sisera, zijn krijgsoverste. Het was in die tijd niet ongewoon, dat er na een overwinning in de strijd een lied gezongen werd. De blijdschap over het gunstige verloop van de strijd werd er in geuit. De heldendaden van de strijders werden er in bezongen. Het was ook een middel om het gebeuren over te brengen. Zo bleef bijv, de herinnering eraan bewaard voor het nageslacht. Nu gaat het hier om een bijzonder lied op een bijzonder gebeuren. Niet de daden van mensen staan in het middelpunt, maar de verlossingsdaden van God. Dit lied is ook bewaard en dat wel op de meest bijzondere manier. De Heilige Geest heeft het niet alleen in het hart en de mond van Debora gegeven, maar het een plaats bereid in het eeuwigblijven-de Woord van God.

Laat ddt vooropstaan. We hebben hier maar niet te doen met een willekeurig lied, dat eens een keer gezongen is. Het is een gezang, dat Gód gegeven heeft. Daaraan ontleent het de kracht en de zegen. Het is ruim 30 eeuwen geleden, dat het gezongen is. Men denkt wel aan zo’n 1200 jaar voor Christus. Maar toch: omdat het van God is, is het blijven spreken tot vandaag toe!

Waarom besproken

Wellicht zal iemand zich afvragen, waarom we nu speciaal naar dit Schriftgedeelte een aantal keren begeren te luisteren.

Is het om de dichterlijke waarde van dit lied? Het wordt geprezen als een vim de schoonste stukken poëzie uit heel de Bijbel. Daar mogen we oog voor hebben. We verachten de schoonheid van de taal niet. Het is een gave, die God gegeven heeft. Zo hebben ook anderen dit lied gewaardeerd. Alleen... het is arm, als er niet meer is.

Is het omdat het niet zo gemakkelijk te verklaren is? Wie het lied nauwkeurig doorleest weet dat er heel moeilijke gedeelten in zijn. Verschillende schriftuitleggers verklaren ook verschillend. Daar kan een reden in liggen om er nader op in te gaan. We zijn wel eens veel geneigd om alleen met die gedeelten van Gods Woord bezig te zijn, die ons gemakkelijk overkomen. Het is daarom goed ook moeilijker passages te overdenken.

De eigenlijke reden ligt nóch in het een nóch in het ander. Het gaat om de boodschap, die dit lied openbaart. Hoe moeilijk het hier en daar verklaard kan worden: het geheel geeft een boodschap, die heel sprekend is en door het ware geloof verstaan wordt. Het brengt een indringende prediking in de toestand, waarin de Kerk des Heeren vandaag uitkomt. Het is van belang die boodschap in dit lied te ontdekken.

Wie en wanneer?

Het eerste vers behoort eigenlijk niet tot het lied zelf. Het is niet anders dan het opschrift er boven. Het geeft aan wie het gezongen hebben en wanneer. Twee worden er genoemd, die het gezongen hebben n.l. Debora en Barak. Mogelijk leidt iemand daaruit af, dat het niet helemaal juist is om enkel te spreken over “het lied van Debora”. We moeten dit even goed zien. Er is reden om toch aan te nemen, dat Debora onder de leiding van de Heilige Geest dit gedeelte gedicht heeft. We kunnen het lezen in de verzen 3 en 5, waarin Debora zelf aan het woord komt. Nog duidelijker blijkt het uit vers 12: “Waak, waak op, Debora, waak op, waak op, spreek een lied”. Tot vier maal toe wekt zij zichzelf op tot het spreken van een lied. Ik vond bij dit woord een aantekening, die ik hier graag overneemt.

“De stof is haar te machtig, de taal schijnt haar te arm, de hoogste geestesinspanning en -werkzaamheid is hier nodig om het lied te dichten, dat een vertolking mag heten van wat God gedaan heeft. Ten diepste opgevat is bij de profetes Debora het: waak op! een te-hulp-roepen van de Geest des Heeren”.

Zo kunnen we zeggen: Debora heeft het gedicht door de aandrijving van Gods Geest. En verder zullen we moeten denken, dat het door Debora én Barak gezongen is voor het volk. Sommigen denken aan een beurtzang, zoals die heel vaak in die tijd beoefend werd. Het maakt niet uit. En Debora én Barak hebben allebei een plaats gekregen in de strijd. Ze mogen er ook allebei van zingen.

We lezen hier ook van het: wanneer? Het wordt hier weergegeven door: “Ten zelfden dage”. Gezongen werd: “toen de indruk van de bewezen weldaad nog vers was” (Matthew Henry). Hier is aansluiting aan het vorige hoofdstuk. Daar wordt beschreven de strijd en overwinning die de nederlaag bracht van het machtige leger van koning Jabin en het einde van diens overheersing. We lezen dan tegen het eind van Richteren 4: “alzo heeft God te dien dagen Jabin de koning van Kanaan ten onder gebracht voor het aangezicht der kinderen Israels”.

Toén zal er al vlug een dag der dankbaarheid geweest zijn, waarbij het volk ook samen gekomen is. Niet vreemd is de mening, die er vanuit gaat, dat dit gebeurd is in de buurt van het strijdtoneel, waar de tekenen nog spraken van de nederlaag der vijanden. Zo konden de Israelieten het horen. Het lijkt niet onaannemelijk. Echter we behoeven ook weer niet bij veronderstellingen te blijven staan. Het is zéker, dat de Heere gewild heeft dat én Israel én de kerk van alle eeuwen dit lied zou horen! Niet allereerst om het te bewonderen maar om er naar te horen. De Heere heeft er wat in te zeggen.

Profetische vertolking

Als Debora zingt, dan zingt ze allermeest als profetes. Zij zingt als vrouw, zij doorvoelt zaken waarvan ze zingt. Zij zingt als een kind van God, zij verstaat het waarom het gaat door Gods genade. Zij zingt toch het meest als profetes. We behoeven er niet naar te zoeken. Debora is profetes. Zo wordt ze al direkt vermeld nog aan het begin van Richteren 4. We lezen in vers 4: “Debora nu was een vrouw, die een profetes was, de huisvrouw van Lap-pidoth, deze richtte te dier tijd Israel”. De Heere was ondanks alle verval in die tijd de Getrouwe. Hij schonk de voortgang der profetie in deze vrouw. Terwijl het bijzondere ambt in die dagen verborgen blijft, daar we niets horen van priesters of levieten, geeft God hier Debora. Ziet, zij geeft in haar lied maar niet louter door wat er gebeurd is, zij vertolkt het profetisch. Er is onderscheid tussen Richteren 4 en Richteren 5. In het eerste hoofdstuk staat het gebeuren beschreven. Zonder dat gebeuren was het lied er niet geweest, maar toch is dat lied méér dan een dichterlijke weergave. In dit lied komt de eigenlijke aard van de strijd en overwinning uit. Daarbij komt ook uit hoe alleen langs de weg van wederkeer tot de Heere en Zijn Woord die strijd gestreden werd. Zo zingt Debora door de Heilige Geest, Die haar inleidt in de diepste achtergronden.

Laten we niet vergeten, tot welke diepe ingezonkenheid en afval het volk van Israel vóór de strijd gekomen was. In het boek der Richteren wordt ons dit als een dieptepunt getekend. We weten van het verval al spoedig na de dood van Jozua. We trekken maar een enkele lijn. De verslapping onder Israel komt uit in het-laten-leven van de overgebleven volkeren. Het volk vermengt zich zelfs met hen. Hun werken worden gedaan. Hun afgoden worden gediend. De Heere gedoogt het niet. De afgoden worden een strik. De volken gaan over Israel heersen. Ja, de Heere straft Zijn volk met de overheersing van vreemden. Toch geeft Hij telkens nog uitkomst als ze tot Hem roepen in de nood. Hij geeft richters, die tot wederkeer vermanen en door wie er tijden van rust en vrede zijn. Vóór Debora komt er opnieuw verval. “Maar de kinderen Israels voeren voort te doen, wat kwaad was in de ogen des Heeren, als Ehud gestorven was”. Des te erger is het na al de goedertierenheden die de Heere bewezen had! Nu gaat de Heere ook verder met de straf. Eerst is er de vijand buiten het land, voor Othniël. Dan komt de vijand dichtbij het land, vóór Ehud. Maar nu dringt de vijand in het land zelf, vóór Debora. Eerst duurt de druk acht jaar. Dan 18 jaar en nu 20 jaar. Het is ontzettend: het hele Noorden van Israel wordt overheerst. Er is de dreiging van het machtige leger van Sisera. In dit alles spreekt de ongunst des Heeren over het volk, dat ver geweken is van de Heere en Zijn Woord. Israel is vervreemd van de dienst des Heeren. Het lijkt de verdelging tegemoet te gaan. Ziet temidden van die omstandigheden heeft God

Debora gegeven. Zij roept tot wederkeer en tot de strijd tegen de vijanden van God en Zijn volk. Zij is het middel dat die wederkeer komt en de strijd gestreden wordt. God geeft Zijn zegen daarover. Hij gordt aan tot de strijd en geeft de overwinning. Hij trekt Zelf mee op en openbaart Zijn gunst over Zijn volk. Dit komt uit in dit lied. ’t Ging niet om een menselijke strijd, maar om de strijd en overwinning des Heeren. Het is niet buiten Israel omgegaan. Er kwam wederkeer. Het was vrucht van het profetische Woord. Maar zo wordt hier ook geopenbaard hoe erg het is niet naar dat Woord te luisteren, als de wederkeer uitblijft. Zo spreekt het naar twee zijden, zo komt dit lied met de profetische boodschap, die niet alleen voor die tijd maar voor alle eeuwen wat te zeggen heeft.

Juist vandaag!

Het lied van Debora komt ook voor vandaag met zo’n waarschuwende en bemoedigende prediking. Strijd tegen de vijanden is voor velen een vreemd begrip geworden. Je zou haast zeggen: ’t is geen wonder want men leeft met die “vijanden” op goede voet. De zonde benauwt niet en de wereld schrikt niet af. Er is een soort galant christendom, dat geen erg heeft in de ongunst des Heeren.

Anderzijds wordt er juist wél over de strijd gesproken. We moeten heilig leven. Echter het schijnt in eigen kracht mogelijk te zijn de vijanden te overwinnen. Of men gaat al van te voren van de overwinning in Christus uit zonder ooit verlegen te zijn in eigen toestand.

Het lied van Debora spreekt van de strijd en overwinning, die God schenkt, maar die het deel wordt door de wederkeer tot de Heere heen. Zonder bekering hebben we persoonlijk niets te verwachten. Zonder bekering heeft de kerk bij de ingezonkenheid van vandaag niets te verwachten. Wat rijke bemoediging is er voor allen, die de strijd in de weg der bekering tot God leren kennen. Zij worden tot de strijd geroepen maar de Heere strijdt voor hen tot de uiteindelijke overwinning. Hij zorgt voor Zijn eigen zaak, persoonlijk in het leven van al de Zijnen en voor heel Zijn Kerk, vanwege Christus en Zijn verdienste.


“Gij, Heer’ alleen. Gij zijt
Verwin naar in de strijd
En geeft Uw volk de zegen”,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Het lied van Debora

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken