Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds. F. Bakker 1919-1965 (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ds. F. Bakker 1919-1965 (1)

8 minuten leestijd

Dominee Bakker is nog niet vergeten. Hij is niet zo lang predikant geweest in Huizen en in Driebergen. Hij heeft geleden aan de gevreesde ziekte. Maar de HEERE heeft het wonderlijk goed met hem gemaakt. Met name heeft hij bekendheid verkregen door zijn boekjes. Wie kent bijvoorbeeld niet het inhoudrijke werkje “Gebedsgestalten”? Dit bundeltje behelst een twaalftal Bijbellezingen over het gebedsleven.

Als de HEERE het geeft, hoop ik in enkele stukjes iets door te geven uit het leven van deze predikant.

Schoenmaker

Vader en moeder Bakker woonden te Wolphaartsdijk in de provincie Zeeland. De 19e maart van het j aar 1919 werden ze verblijd met de geboorte van een zoon: Frans. Reeds op jonge leeftijd moest hij zijn ouders verliezen door de dood. Familieleden zorgden nu voor hem.

Zijn broer was schoenmaker en Frans ging ‘s morgens al vroeg schoenen ophalen bij de klanten. Ook repareerde hij schoenen en het geld wat hij verdiende, droeg hij weer af aan zijn broer.

Van huis uit behoorde hij tot de Gereformeerde Gemeenten. Later is Frans lid geworden van de Christelijke Gereformeerde kerk te Biczelinge. Deze kerk had de liefde van zijn hart.

“Al jong vreesde Frans de Heere en las hij graag in Gods Woord. Leergierig verdiepte hij zich in de leer der kerk en de jeugd van Biezelinge heeft daarvan rijk kunnen profiteren. Want Frans Bakker kon de jeugd leiden op de verenigingen. Daarin leefde hij, als hij anderen kon wijzen op de rijke inhoud van Gods Woord.”

Deze stille, heel bescheiden jongeman had een brandende begeerte om zich geheel en al aan de dienst des Heeren te wijden door predikant te worden. En de lange studie en zware opdracht der opleiding schrikten hem niet af. Financieel werd voor hem de weg eveneens geopend om te kunnen studeren.

Het curatorium aanvaardde hem echter niet. Dat moet wel een teleurstelling voor hem geweest zijn. Maar op Gods tijd werd hij alsnog toegelaten. Nu kon hij zijn studie aan de Theologische School aanvangen. In de buurt van Apeldoorn vond hij een welkom thuis bij de familie Hoogenboom.

Studie

Hoogleraren waren in die jaren de professoren J.J. van der Schuit, L.H. van der Meiden en J. Hovius - zeer bekwame mensen. Van der Meiden had bijvoorbeeld nog extra les gehad van een rabbijn. Van der Schuit gaf les in dogmatiek, Van der Meiden in exegese (uitleg) van het Oude en Nieuwe

Testament, alsmede homiletiek (predikkunde) en Hovius kerkgeschiedenis en kerkrecht. Begin 1954 werden de hoogleraren Van der Schuit en Van der Meiden opgevolgd door de nieuwe hoogleraren J. van Genderen, B.J. Oosterhoff en W. Kremer. Dit heeft Frans Bakker als student meegemaakt. Tegenwoordig heeft de Theologische Universiteit een bibliotheek waar je “u” tegen kunt zeggen. Maar dat was in die tijd heel anders: een paar kasten met boeken. En nog niet veel bijzonders ook. De studenten waren arm. Op zaterdagochtend was er markt in Apeldoorn. Daar was ook een tafel met oude boeken. De studenten konden er voor twee kwartjes een boek kopen. Men zegt dat professor Hovius en professor Kremer ‘s ochtends de eerste klanten waren. Zij hadden verstand van boeken.

Zoals gezegd gaf professor L.H. van der Meiden les in de homiletiek. Prediking was volgens hem verklaring en toepassing van het Woord Gods. De prediking moest Bijbels-bevindelijk zijn. Van der Meiden leerde: “Wie Gods Woord recht preekt, preekt bevindelijk leven. Het is onmogelijk om goed te preken over Psalm 51 of Romeinen 7 en niet bevindelijk te preken. Wie het Woord recht preekt, zal doen uitkomen wat dat Woord zegt voor de bijzondere omstandigheden, behoeften en gevaren der ziel. Als het Woord recht wordt gepreekt, zal de ziel beluisteren de klachten van de verdrukte, de belijdenis van de boeteling, het snikken van de schuldige, het roepen des geloofs, de jubel van het vinden van Jezus, het danken der verlosten, in één woord, zij zal horen wat bevindelijk leven is. Als dit gemist wordt, wordt het Woord Gods niet getrouw bediend en niet goed geopend.

Het bevindelijk element in de prediking, het bevindelijk preken, is het uit de Schrift vertolken van wat in de harten der gelovigen omgaat, van wat Gods Geest in die harten werkt, van wal de ziel doorleeft en gevoelt, als de Geest Zijn licht over Zijn werk in het hart laat schijnen en van wat de ziel mist en lijdt in de duisternis en onder twijfel doormaakt in verachtering en bestrijding. Eerst dan is de preek bevindelijk, als zij handelt over wat in het hart van de gelovige omgaat.” Met name benadrukte Van der Meiden, dat het bevindelijke leven nooit los gemaakt mag worden van de Schrift. Op vrijdagmorgen was er “krans”. Later sprak men van: kritiekcollege.

Eén van de studenten hield een korte preek. De hoogleraren en studenten luisterden. Na het preekvoorstel gaf professor Van der Schuit aan een eerstejaarsstudent gelegenheid iets van de preek te zeggen. Vervolgens aan een tweedejaars en zo verder. Tenslotte gaven de hoogleraren hun kritiek, zodat er meestal niet veel van je preek over bleef. Je moest ervan leren!

Beroepbaar

Medestudenten konden geweldig studeren. Maar Frans Bakker heeft heel hard moeten werken. Hij heeft geworsteld. Alle hindernissen trotseerde hij en de HEERE gaf dat hij toch met een goed resultaat de examens kon afleggen. Als student mocht hij een stichtelijk woord spreken. Hij preekte niet zo gemakkelijk; erg stuntelig, een krakende stem, zenuwachtig. De mensen vonden dat hij niet veel gaven had. Toch zat er iets in! Zijn bidden en preken was doortrokken van de vreze Gods. Begin juni 1956 preekte hij op een zondag twee keer in de Christelijke Gereformeerde kerk te Huizen. Deze gemeente was nog maar enkele maanden vakant na het vertrek van Ds. C. den Hertog. Op de avond van 16 juli kwam de kerkeraad samen met de stemgerechtigde leden en ze brachten een beroep uit op kandidaat Bakker. “Om tot ons te komen en bij ons de herdersstaf op te nemen” - zo stond het in de beroepsbrief. “De Koning van Zijn Kerk, Die is de Zender van Zijn dienaren, maar ook de Herder Zijner schapen, mocht ons daarbij in gunst willen gedenken, zodat wij tot onze blijdschap van u mogen vernemen, dat u deze onze roeping met vrijmoedigheid aanvaardt.”

Frans Bakker schreef al snel terug. “Van uw beroeping met ontroering kennis genomen. Op zulk een spontane daad van uw gemeente had ik niet durven rekenen. Wel gevoelde ik ook zelf die zondag dat er banden waren gevallen. En nu is het voor u en mij maar afwachten, wat de boodschap van de Koning der Kerk zal zijn.”

Op uitnodiging van de broeders was kandidaat Bakker op de kerkeraads-vergadering van 7 augustus voor een nadere bespreking. In alle openheid werden er over en weer vragen gesteld en beantwoord. “Het werd ongedacht een gezegende avond, waarop kennelijk een band werd gelegd tussen de beroepen kandidaat en de kerkeraad. Een ieder gevoelde, dat de Heere doende was ons samen te voegen. Hoewel niemand dat nog durfde geloven.” Aldus de kerkeraadsnotulen.

En wat denk je - de volgende dag kwam kandidaat Bakker opnieuw naar Huizen en hij meldde de voorzitter van de kerkeraad, ouderling G. Molenaar dat hij het beroep mocht aannemen.

Een week later schreef hij: “De Heere. Die Zijn dienstknechten zendt, gaf mij daartoe de volle vrijmoedigheid en zekerheid. En ook na deze beslissing mag ik vrede en blijdschap ondervinden.”

Huizen

kandidaat Bakker was nog ongehuwd, maar meneer en mevrouw Hoogen-boom waren bereid vanuit Apeldoorn te verhuizen naar de pastorie van Huizen om voor de nieuwe dominee te zorgen. De kerkeraad was dankbaar voor deze regeling.

Woensdagavond 14 november werd kandidaat Bakker bevestigd tot predikant van de Christelijke Gereformeerde kerk door Ds. H. van Leeuwen. De tekst was genomen uit Joh. 10:2 en 3. “Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem.” Een plechtig moment was de handoplegging dooreen vijftal predikanten.

De volgende avond deed de nieuwe dominee zijn intrede met de woorden: “Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof” (2 Kor. 5:11a). De gemeente was blij met zijn komst.

Begin december was er kerkeraads-vergadering. Ouderling G. Molenaar liet zingen Ps. 87:1 en heette Ds. Bakker welkom. Molenaar droeg de leiding van de vergadering over aan de nieuwe predikant. Deze liet aan het begin van de kerkeraadsvergadering nogal eens zingen Ps. 123:1, 119:3 of 87:1. Meer dan eens werd er een gedeelte van Psalm 119 gelezen.

Het kerkgebouw stond aan de Kortenaerstraat. De diensten waren om tien uur en om vijf uur. De predikant bracht een ernstige bevindelijke prediking, waarbij ontdekkende accenten niet ontbraken, ‘s Zondagsmiddags preekte Ds. Bakker uit de Heidel-bergse Catechismus. Vanuit zondag 1, vraag en antwoord 2 preekt hij bijvoorbeeld over: Drie stukken als de weg van de enige troost.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Ds. F. Bakker 1919-1965 (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken