Bekijk het origineel

Ds. F. Bakker 1919-1965 (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. F. Bakker 1919-1965 (3)

8 minuten leestijd

Na het vertrek van Ds. P. van der Bijl is de gemeente van Driebergen een aantal jaren vacant geweest. Diverse beroepen werden uitgebracht - niet met het gewenste resultaat. Najaar 1958 werd een beroep uitgebracht op Ds. F. Bakker die nog niet zo lang in Huizen stond en nog ongehuwd was. Hij bedankte. Maar wat gebeurde? In mei 1959 vroeg Ds. Bakker een tweede beroep aan naar Driebergen. Hiervoor was toestemming van de Classis nodig. Op de classisvergadering sprak Ds. Bakker overtuigend, en met alle eenvoud, over hetgeen er tussen de HEERE en zijn ziel was omgegaan. Vervolgens werd hij verzocht de vergadering te verlaten.

Driebergen

Nu werden de broeders uit Driebergen gehoord, hoe zij tegenover dit beroep stonden. Ouderling F. Bos antwoordde, altijd geloofd te hebben, dat de HEERE het met Driebergen wel zou maken. Maar hij had niet kunnen denken in deze weg.

Er volgde een brede bespreking. Zelfs professor Van der Schuit werd om advies gevraagd. Deze zei: “Dominee Bakker meent wat hij zegt.” En de Classis gaf haar toestemming. De vergadering zong nog


Leer mij, o HEER’, den weg, door U bepaald;
Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;
Geef mij verstand, met Godd’lijk licht bestraald;
Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
Dan houd ik die, doe licht mijn ziel ook dwaalt:
Dan zal zich’t hart met mijne daden paren.


In Driebergen werdeen ledenvergadering gehouden en na enige bespreking kon Ds. Bakker per acclamatie beroepen worden. Woensdagmiddag 22 juli 1959 werd hij tot zijn werk te Driebergen ingeleid door Ds. H. van Leeuwen. Deze preekte over Zach. 1:17, een treffende tekst - “Roep nog zeggende: Alzo zegt de HEERE der heir-scharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.” ‘s Avonds deed Ds. Bakker zijn intrede met een preek over 1 Kor. 2:2 - “Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”

Zoals gezegd, was Ds. Bakker nog ongehuwd. In Driebergen woonde hij eerst bij ouderling T. van Vliet in; tot de pastorie klaar was. (De pastorie was namelijk bewoond. En toen deze leeg kwam, moest ze nog opgeknapt worden.) Toen dominee Bakker de pastorie betrok, kreeg hij zijn zuster als huishoudster.

Op de eerste kerkeraadsvergadering droeg ouderling Bos sr. het voorzitterschap over aan de nieuwe dominee. Deze hoopte op een prettige samenwerking zowel op natuurlijk als op geestelijk gebied. Alle broeders stemden hiermee in.

Het huisbezoek zou voorlopig door de ouderlingen gedaan worden. Verschillende leden zouden door Ds. Bakker bezocht worden vanwege hun slechte kerkgang. (Het volgende jaar ging hij wel op huisbezoek; met een ouderling.) 11 November ‘59 werd de doordeweekse Bijbellezing opgestart. De dominee sprak over de zonen van vader Jakob. In april 1960 vroeg ouderling J. van Eckeveld of de Bijbellezingen niet in druk uitgegeven konden worden. De predikant kon niet geloven, dat iets van hem uitgegeven zou worden. Dat kon onmogelijk, Maar, na enige aandrang, beloofde hij het toch in overweging te nemen.

Kerkblaadje

Al spoedig rees het plan een eigen kelkblaadje uit te geven. Begin 1960 verscheen het eerste nummer van “Ons gemeenteblad”. Het verscheen om de veertien dagen. Er stond steeds een meditatie in en (over het algemeen) ook een stukje over de zieken etc. Ter gelegenheid van de jaarlijkse dankdag voor gewas en arbeid schreef Ds. Bakker: “Wie van ons heeft er geen reden om te danken ? Hebben we tot nog toe niet allen met een God te doen, Die niet ophoudt wel te doen? Daarom is er ook alle reden om getrouw op te komen, zo mogelijk ook ‘s morgens. We mogen dan ook een extra gave brengen voor het in stand houden van onze eredienst. De Heere geve ons de rechte dankbaarheid te beleven. In die week zal er geen catechisatie zijn, maar al de jeugd wordt wel in de kerk verwacht en ook de jeugd mag uit eigen beurs een offertje geven.”

Pastoraal

Eenzamen, bedroefden en zieken werden zeer trouw bezocht. De kerkeraads-notulen vermelden: “Daar de dominee veel gebruik moet maken van zijn auto, voor het bezoeken van zieken, ziekenhuizen en stichtingen, besluit de kerkeraad de dominee 25 gulden per maand te geven voor onkosten.”

Ds. Bakker was heel pastoraal - echt een herder. In het kerkblaadje schreef hij: “De weduwe.... is weer in het ziekenhuis geweest omdat haar ziekte na de operatie toch weer terugkomt. Het meest is zij echter bezig met haar zielsbelang en dat is niet alleen van de laatste tijd. De Hoorder der gebeden vervulle haar smekingen. De Heere is het niet verplicht, maar Hij doet het nog om de vrijmacht van Zijn genade.”

Er gebeurde een ongeluk. “Vader en zoontje van de fam...... liggen nog in het ziekenhuis, de moeder en andere kinderen beginnen weer te herstellen. Wat een wonder Gods, dat zij allen bij dit ongeval in ‘t leven gespaard zijn. De Heere doe hen dat wonder ook beseffen, opdat deze roepstem zijn doel mag vinden.”

Bij het sterven van een lid van ruim 60 jaar lezen we: “Hoe worden we er hier weer op gewezen, dat het gezocht moet worden in de gezonde dagen. Immers, dat hadden wij, u of ik even goed kunnen zijn. Daarom kunnen we ons niet genoeg afvragen, hoe het met ons geweest was voor de eeuwigheid, als wij het waren geweest. Laten we dat toch doen, voordat de onverwachte dood komt. We denken in het bijzonder aan de weduwe, die zich nog maar nauwelijks zal kunnen voorstellen wat er gebeurd is. De Heere ondersteune haar uit Zijn volheid en Hij stelle deze weg voor haar tot een eeuwig welzijn.”

Huwelijk

Begin 1961 trouwde Ds. Bakker met Neeltje Dieleman, een wijkverpleegster uit Terneuzen. Hun huwelijk werd kerkelijk bevestigd in de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zaamslag. Dominee en mevrouw Bakker mochten een goed huwelijk hebben. Na verloop van tijd werd er een kleintje verwacht. Ds. Bakker verheugde zich er zo op, dat er een kindje geboren zou worden. Hij zei: “Ik zie dat kind al bij me in de auto zitten.” Maar mevrouw Bakker kreeg een miskraam. Dat is heel wat geweest.

Het was nog in de tijd van het oude kerkgebouw. De jeugd op de galerij zat onder de kerkdienst weleens te kletsen. Het leek nodig, dat een ouderling of diaken toezicht hield. Regelmatig kwam de jeugd op zondagavond in de pastorie. Ds. Bakker kon met de jonge mensen omgaan. Voor zijn vrouw was het ook niet te veel. Er werd gesproken over het Woord van God. Of het wat achtergelaten had.

Boodschap voor de jeugd

Uit de preken van Ds. Bakker blijkt dat hij een boodschap had voor jong en oud. In een nieuwjaarspreek bijvoorbeeld spreekt hij de jeugd heel ernstig aan. De tekst was uit Psalm 90 - “Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen. En de lieflijkheid des HEEREN onzes Gods zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.”

Dominee Bakker zei: “Hier is ook een gebed over de kinderen, een gebed voor de jeugd, een gebed voor de toekomst van de gemeente. Hier is een gebed, ook voor degenen, die nog klein en nog jong zijn. En Uw heerlijkheid over hun kinderen. Want als we werkelijk een vader en een moeder zi jn mogen en als we voor onszelf eens inderdaad mogen vragen om hel werk Gods persoonlijk aan onze ziel, dan kunnen we de naasten ook niet vergeten en dan toch zeker eigen kinderen niet. Ouders, is het waar? Zijt ge er wel eens mee bezig? Niet alleen voor uzelf, maar ook voor uw kinderen? En als ge echt voor uzelf mag vragen en verlegen zijn om dat werk Gods in uw ziel, dan komt het vanzelf, dat ge ook in het gebed gaat voor uw kinderen. Jonge mensen, hier ligt nog een gebed van de grote knecht Mozes voor jullie. Jullie zijn ook het nieuwe jaar begonnen, maar ge kunt het ook niet alleen af. Al zijt ge nog jong, ge moet door het gebed gedragen worden. Door het gebed van de Heere Jezus Christus bovenal, Die daar leeft om voor Zijn volk te bidden. Maar ook door het gebed van uw ouders. Dat hebt ge ook zo nodig. En ook door uw eigen gebed. Hoe jong ge ook zijt, vraagt in dit nieuwe jaar aan de Heere om een nieuw hart.

En weet je wat dat is: een nieuw hart? Dat is nu een hart, dat naar de wil Gods leert vragen. Vraag maar niet: “Wat wil ik?” Want och, wat wij willen is altijd maar verkeerd. Maar vraag maar veel of de Heere wil geven, dat we vragen mogen: “Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” En dan zijt ge gelukkig. Want in dit nieuwe jaar, jongens en meisjes, is er niemand te jong om de Heere te dienen in die zalige liefdedienst. Dat geve de Heere ook aan jullie.”

Zo hebben we weer iets gehoord uit het leven van wijlen Ds. F. Bakker. Met name hoe hij met de jonge mensen mocht omgaan. Bij leven en welzijn hoop ik de volgende keer iets te schrijven over de prediking van Ds. Bakker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Ds. F. Bakker 1919-1965 (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken