Bekijk het origineel

Het lied van Debora (9)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het lied van Debora (9)

11 minuten leestijd

Gezegd zij Jaël

We gaan van de vloek voor Meroz naar de zegen voor Jaël. Zo kort als de vloekspraak is, zo uitvoerig is de zegenspreuk. De daad van Jaël, waarbij ze de legeroverste van de vijand van Israel heeft gedood, wordt tot in de bijzonderheden bezongen. We vinden de geschiedenis al in Richteren 4. Daar is het aangrijpend weergegeven. Haast nog aangrijpender gebeurt het in het lied van Debora. We zien het daar alles als voor onze ogen afspelen. Zeldzaam wordt het ingrijpende van de daad van Jaël uitgebeeld en ook het ontzettende van de dood van Sisera, ‘t Is geen wonder, dat we als kind, toen deze geschiedenis verteld werd, enerzijds geboeid luisterden en anderzijds met ontzetting werden vervuld.

Over dit gedeelte wil ik graag twee maal iets zeggen. Eerst proberen we enig zicht te krijgen op wie toch eigenlijk Jaël wel is. We zouden het ook anders kunnen zeggen: welke gezindheid, welke houding staat er achter haar daad. Dan, is het de bedoeling deze daad nader te bezien. We zullen dan ook in aanraking komen met enkele vragen ten aanzien van bepaalde elementen in het handelen van Jaël.

De vraag, wie Jaël werkelijk was, kunnen we niet naast ons neerleggen, ‘t Gaat daarbij om deze zaak of er echte verbondenheid was van haar met Israël, met de God van Israel of niet. Velen ontkennen dat. Ze zien in haar enkel de Oosterse vrouw die voor haar eigen eer én die van haar man waakt.

Soms kan je het ook horen, dat Jaël een echte vrouw was van de bedoeïenen stammen. Die liepen en lopen gemakkelijk over van de éne partij naar de andere. Zoiets is zelfs nog wat godsdienstig getint: het gebeurt, volgens die dit beweren, wanneer de God van de éne partij sterker blijkt dan de andere. Echte verbondenheid met Israel en de God van Israel zou hier dan niet aan te wijzen zijn.

Zó zou Jaël hoogstens instrument in de hand van God zijn, meer niet. Ik kan dat niet geloven! Zou Gods Geest Debora dóen zingen van de zegen voor Jaël zonder dat diezelfde Geest Jaël bezield heeft? Ongetwijfeld is Jaël gebruikt door God tot voltooiing der overwinning, maar toch niet buiten de verbondenheid aan het volk der belofte om. Zo horen we Debora zingen: “Gezegend zij boven de vrouwen Jaël, de huisvrouw van Heber de Keniet, gezegend zij ze boven de vrouwen uit de tent”.

Gegevens

We worden in de twee hoofdstukken, waarin van Jaël gesproken wordt, geïnformeerd over enkele gegevens zoals over haar naam, positie, volk, tijdelijke woonplaats.

Haar naam is sprekend. Zij heet Jaël. Het is een naam van een dier, dat in de streken, waar ze verblijft, heel bekend is: de steenbok. Die bok is bekend om twee dingen: behendigheid en kracht. Geen bergtop is te hoog om door de steenbok beklommen te worden. Met z’n horens weet hij de vijanden van zich af te houden. Is het niet uitgekomen bij Jaël? God heeft haar behendigheid en kracht geschonken.

Haar positie... zij woont in een tent. Het volk, waaraan zij door haar huwelijk met Heber verbonden is, de Kenieten, is een zwervend volk. Ze waren dus gewoon van de éne plaats naar de andere te gaan met hun kinderen. Zo wordt zij ook aangegeven als één van de vrouwen, die in tenten wonen. Die kleine tent wordt straks mede het middel om de zaak der overwinning te dienen. “Jaël in de tent verkrijgt even rijk een zegen als Barak in het veld”.

Haar volk., door haar man behoort ze tot de Kenieten. Wij weten uiteraard niet zeker of ze zelf ook uit dat volk afkomstig was. Het is echter opvallend met hoe grote nadruk het hier - én in Richteren 4 - vermeld wordt dat Jaël de “huisvrouw van Heber, de Keniet” is. We komen er in dit artikel nog op terug.

Haar tijdelijke woonplaats... we lezen in Richteren 4:11 van de woonplaats van Jaël: Heber, de Keniet, had zich afgezonderd uit de kinderen van Hobab, Mozes’ schoonvader, en had zijn tenten opgeslagen tot aan de eik van Zaanaïm, die bij Kedes is. Ongetwijfeld heeft dit vers al betekenis met het oog op de daad van Jaël, waardoor de kroon komt op Israëls overwinning. We zien hier, hoe God het zo leidt in Zijn Voorzienigheid, dat zij niet al te ver van de plaats af komt te wonen, waar de strijd plaats vindt tussen het leger van Barak en dat van Sisera. Heber vertrok tevoren dus uit het Zuiden van het land naar het Noorden. We gaan hier maar niet breed in op de bezwaren tegen de genoemde plaats Kedes. Het zou namelijk toch nog té ver van het slagveld af geweest zijn voor de vlucht van Sisera. Ik houd me maar aan Gods Woord. In Kedes woonde ook Barak. Daarheen werden de mannen van Zebulon en Naftahli geroepen om te verzamelen tot de strijd. Het is niet vreemd te veronderstellen, dat Jaël al gehoord had van de strijd, die gestreden moest worden door de bewegingen van de mannen Israëls tot het leger. Daarbij: zo’n tent van een rondzwervende familie beweegt zich tussen plaatsen op verdere afstand van elkaar. God heeft ervoor gezorgd, dat ze van de strijd en overwinning kon horen in haar tent en ook de gangen van Sisera naar haar tent geleid.

Er is nog één gegeven, dat hier aandacht moet hebben, nl. wat we lezen in Richteren 4:17. Daar vinden we de vermelding van de vrede tussen Heber de Keniet en Jabin, de koning van Hazor. Er zijn verklaringen die het woord vrede afzwakken tot het “innemen van een neutrale positie, tussen de partijen”. Het lijkt me beter om dat niet zo te doen. Het staat er niet! Toch werkelijk dat het “vrede” was in die dagen. Heber heeft het beter gevonden om met die vijand aan te pappen, eigenlijk tégen zijn voorgeslacht in. Er is een algemene gedachte, dat hij dat gedaan heeft om eraan te kunnen verdienen. Het zou namelijk zo geweest zijn, dat de Kenieten ook het smidsvak beoefend hebben. Als we eens denken aan de ijzeren wagens en aan de wapenen, die nodig waren om te strijden: waar kon hij beter zijn dan niet al te ver van het strijdperk en met wie kon hij beter vrede hebben: niet met de amechtige Israëlieten maar met de overmachtige Jabin! Het zal blijken dat dit gegeven ook van belang was. Niet alleen om Sisera de weg te vergemakkelijken naar Jaëls tent, maar ook om Jaël uit te laten komen: niet tégen Israel maar vóór dat volk, dat zo benauwd werd!

Dienares van de Goddelijke gerechtigheid

Die titel is niet van mijzelf. We kunnen die vinden bij Matthew Henry in zijn bekende verklaring. Zo noemt hij Jaël. Het geeft weer hoe deze vrouw door God gebruikt is om Gods gerechtigheid tegenover de generaal van het leger van Jabin uit te voeren. We kunnen wel zeggen, dat God haar daar voor bestemd had. Gods raad staat achter heel het gebeuren, dat tot de ondergang van het leger en ook van Sisera persoonlijk geleid heeft. Debora heeft het vooraf in waar geloof tot Barak gezegd, dat Sisera verkocht zal worden “in de hand van een vrouw”.

Gods gerechtigheid spreekt hier. God straft overeenkomstig Zijn heilig recht. Het geldt de soldaten van Sisera. Het geldt de generaal in het bijzonder. Geen vijand blijft er over na de strijd onder aan de Thabor. Ook Sisera krijgt zijn gerechte straf.

Hij heeft zich vergrepen aan Gods erfdeel. Met zijn ijzeren vuist heeft hij het volk er onder gehouden. Het was als ‘t ware gevangen in een concentratiekamp. Ongetwijfeld geldt hier, dat het volk door eigen schuld zo zwaar getuchtigd is. Opmerkelijk is het dat in Richteren 4 twee maal het woord “verkopen” gebruikt wordt. Israel had het verzondigd tegen de Heere. Daarom verkocht de Heere het in de hand van Jabin. Maar dan krijgt de verdrukker zijn beurt naar recht. Hij wordt verkocht in de hand van een vrouw. Gods gerechtigheid komt verschrikkelijk over hem openbaar.

Niet alleen was Sisera leidsman in de onderdrukking van het volk. Hij ging zélf ook voor bijv, het schenden van de eer van de vrouwen en meisjes van Israël. Hij is vooral een vijand van God. We lezen het straks aan het eind van dit lied “Uw vijanden..”

God heeft hem al getrokken, dat hij de strijd zou strijden tegen Barak. Hij dacht te overwinnen maar had zich verkeken op die God, Die met Zijn gerechtigheid tegen hem komt ten goede van Israël. Het slagveld wordt voor zijn leger een “slachtveld”. Zijn eigen ondergang wordt op een smadelijke wijze werkelijkheid. Hij sterft niet op het veld door het zwaard, maar in een tent door de hand van een vrouw. Eén “armzalige” spijker betekent zijn einde aan de voeten van Jaël. En dan: verzonken in de eeuwige ondergang. Hoe erg is de zonde tegen de levende God! Hij straft de zonde in Zijn gerechtigheid.

Verbonden aan Israël

Wij geloven, dat Jaël méér geweest is dan louter een instrument, dat verder de zaak van Israel onbewogen heeft gelaten. Zij was geen Israëlitische, naar we aannemen, in ieder geval getrouwd met een Keniet. Tóch heeft zij de keuze gekend voor het volk der belofte. Zij kwam daarin uit in de lijn van het Woord, dat van de verbondenheid spreekt van de Kenieten met Israël.

We hebben er al op gewezen, hoe ze hier met nadruk genoemd wordt: de huisvrouw van Heber de Keniet. Waar komen de Kenieten vandaan, waarvan in Richteren sprake is? Uit Midian. Daar woonde een volk, dat uit Abraham en Ketura geboren was. We weten van de schoonvader van Mozes, die in het boek Richteren de Keniet genoemd wordt; Richteren 1:16: “De kinderen van de Keniet, de schoonvader van Mozes, togen ook uit de Palmstad op met de kinderen van Juda naar de woestijn van Juda”. Zij bleven verbonden aan het volk der belofte. Hoe de weg van die Kenieten van Midian naar Kanaän geweest is, kunnen we niet precies zeggen. Het is ook niet zo belangrijk, dat we dat weten. Wat wél belangrijk is dat Mozes hen uitgenodigd heeft bij het vertrek van de Sinaï om met het volk der belofte mee te gaan naar het land der belofte. Mozes had immers tot Hobab gesproken. Numeri 10:29: “Wij reizen naar de plaats, van welke de Heere gezegd heeft: Ik zal u die geven, ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de Heere heeft over Israel het goede gesproken”. Daarin kwam uit: in de verbondenheid aan dat volk ligt de zegen voorde Kenieten verborgen! Welnu, is er niet - juist als het over de Kenieten gaat - in het boek Richleren. Richteren 1:16 en Richteren 4:11 de herinnering aan Hobab, aan Mozes. Spreekt daar niet in, dat deze Kenieten, die in het land der belofte zijn, toch alleen de zegen des Heeren “in de verbondenheid aan het volk der belofte” zouden verwachten? Heber deed het niet. Hij verbond zich aan de vijanden van dit volk. Jaël mag het wél doen! Tegen haar eigen man in. Dat is Gods werk geweest.

Zo komt zij in dit gedeelte tot ons: de vrouw die het niet verdragen kon dat dit volk zo benauwd is, onteerd, geplunderd, vernederd. Zij moet eronder geleden hebben. Zij zag wat goeds in dat volk, dat zozeer verdrukt werd. De Heere had wat goeds over dat volk gesproken. Zo heeft zij de zaak Israel omhelsd! Zo heeft ze de vrede met de God van Israel hoger geacht dan de vrede met Jabin. Er is ons niet geopenbaard, in hoeverre Jaël dit voor eigen leven heeft beleefd, ‘t Gaat er maar om dat in haar de echte verbondenheid aan dit volk en de God van dat volk uitgekomen is. Hier komt het onderscheid uit tussen vloek en zegen. De vloek is over hen, die niet tot de hulp des Heeren gekomen zijn, zoals in Meroz, de zegen is over hen, die door genade aan de zijde van het volk de strijd leren strijden tegen de vijanden Gods. Die tegenstelling is volstrekt! Daar is geen tussenweg. Alleen door het machtig genadewerk van de God van Israël, Die zelfs hier een vreemde trekt, is er de keuze vóór het volk van God en de God van dat volk. Gelukkig die daar bij horen, ook vandaag in de strijd, die blijft. Zij worden gezegend vanuit het goede, dat die God over Zijn volk in Christus gesproken heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het lied van Debora (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken