Bekijk het origineel

Ds. F. Bakker 1919-1965 (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ds. F. Bakker 1919-1965 (5)

11 minuten leestijd

Juli 1959 kwam Ds. Bakker in Driebergen. In mei van het volgende jaar kwam er op de kerkeraadsvergadering een voorstel van diaken C.P. Habermehl om een nieuwe kerk te bouwen aan de Traaij; een kerkgebouw van 600 zitplaatsen met een grote vergaderruimte en een pastorie erbij. Het bestaande kerkgebouw zou dan verkocht worden. De broeders zagen er de noodzaak wel van in. In de weken na deze kerkeraadsvergadering maakte Ds. Bakker er veel werk van. Wat kost een nieuw kerkgebouw? Hij dacht aan een kerk van 500 zitplaatsen.

Bouwplannen

Op de 6e juli 1960 werd een ledenvergadering gehouden met de manslidmaten. De predikant, dominee Bakker lichtte de zaak van alle kanten toe en zei het zelf moeilijk gehad te hebben, om te komen tot een nieuw te bouwen kerk. Vandaar de zucht: “Heer’, ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend.” Hij hoopte dat dit de gemeente veel op de knieën mocht brengen, tot welzijn van de band onderling, en tot opbouw van de gemeente.

In oktober van hetzelfde jaar kwam men tot een plan voor een kerkgebouw met 456 zitplaatsen. De prijsviel tegen. Bovendien waren de broeders er lang niet zeker van of burgemeester en wethouders toestemming zouden geven voor kerkbouw aan de Traaij. Daar moesten immers winkels komen. Er werd een soort enquête in de gemeente gehouden. Uit de binnengekomen formulieren bleek dat een derde van de leden de schouders er niet onder wilde zetten - jammer.

Was verbouw van het oude kerkgebouw niet veel goedkoper? Begin januari 1961 werd er opnieuw een ledenvergadering belegd. De zaken werden er grondig besproken. Een van de ouderlingen zei: “Dit gebouwtje (het oude kerkgebouw) is me lief, als ik terug denk hoe de Heere hier aan mijn ziel heeft willen werken, maar voor verbouwen geef ik mijn stem niet. Ik zou mezelf schamen voor het nageslacht. Je krijgt een hoekig ding, waar je naar van wordt. Je moet veel te veel slopen, en de kosten zullen geen halve ton zijn, maar meer dan een ton.” Ds. Bakker zei: “Ik heb me iets terug gehouden, want ik heb gezocht liefde voor dit doel, want als de liefde er is, heb je meer aan een cent dan aan een dubbeltje zonder die liefde. Broeders nu zijn we aan het eind - als er nu gebouwd wordt, hebben we dan de liefde van de gemeente?”

De kerkbouw aan de Traaij ging ten slotte niet door. Men kreeg geen toestemming van de burgerlijke gemeente. Vervolgens probeerden de broeders ergens anders grond te kopen, maar ook dit lukte niet. Wel werd er veel oud papier en lompen opgehaald voor de kerkbouw. Dit bracht heel wat op. Jaarlijks werd een verkoopdag gehouden. Voorts was er de “Jeugdservice”. De jonge mensen verkochten foto’s en ze waren graag bereid allerlei karweitjes op te knappen. Zo steunden ze de bouw van de nieuwe kerk.

In augustus 1962 werd op een ledenvergadering besloten om het oude kerkgebouw te slopen en op dezelfde plaats een nieuwe kerk te zetten. Medio november 1963 werd het oude kerkgebouw ontruimd. De kerkdiensten werden nu gehouden in de Gereformeerde kerk aan de Engweg; om elf uur en ‘s avonds om zeven uur.

Ziekte

In de zomer van 1963 kreeg Ds. Bakker met een zeer ernstige ziekte te maken. In augustus moest hij een operatie ondergaan in het St. Antonius-ziekenhuis te Utrecht. Hij mocht door de operatie heenkomen en na enkele weken het ziekenhuis verlaten. Met zijn vrouw ging hij naar Zeeland om op te sterken. In het kelkblaadje schreef hij: “Wat is er veel gebeurd sinds we met vakantie gingen. Ik dacht na veertien dagen rust weer met vernieuwde krachten tot u terug te keren, maar de weg Gods was anders. Het moest tenslotte een zware operatie worden in de hoop dat de oorzaak dan zou zijn weggenomen en dat is volgens de doktoren nog meegevallen, zodat er toch weer hoop is, dat ik mijn werk onder u zal mogen hervatten na enige maanden rust hier in Terneuzen. Wat is de Heere ook daarin goed, want ik had niet durven verwachten, dat er weer uitzicht zou zijn om onder u weer te mogen arbeiden. U zult begrijpen, hoe toen de gedachten, ook van mijn vrouw, vermenigvuldigd werden. De benauwdheden en de bestrijdingen waren vele. Dan kan een domineeschap niet helpen, noch een bekering, noch de bevindingen van het verleden. Maar de Heere kwam over en deed me zo veel vastheid in Hem en in Zijn Woord vinden, dat ik het u niet zeggen kan welk een rijkdom, dat er in God ligt, als die hemelse kracht in de ziel neerdaalt. Dan kan de duisternis er niet meer bij en wat is er dan een vastheid in God. De zondag voordat ik naar het ziekenhuis zou gaan, hebt u in de kerk gezongen: “Ik roem in God, ik prijs ‘t onfeilbaar Woord. Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord. Wat sterv’ling zou mij schenden?” Dat werd voor mij toen de volle waarheid. In die kracht en met meerdere vertroostingen des hemels mocht ik naar het ziekenhuis gaan. Tot vlak voor de operatie heeft de Heere mij vastgehouden. Toen was daar de dierbare Borg in Wiens armen ik mezelf mocht neerleggen als een arme en naakte zondaar op de zalige uitnodiging: “Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

Te mogen weten, dat er een voorbiddende Hogepriester waakt, wanneer de narcose het besef wegneemt. Dan kan de zonde geen kwaad meer doen en de dood ook niet. Daarom moet ik er van getuigen dat de Heere in Christus zo onuitsprekelijk goed voor mij geweest is en dat er zo’n volheid in Hem ligt, opdat de Heere in deze weg verheerlijkt worde en opdat u ook zult weten dat er genade is voor een arme zondaar.

Uit dezelfde hand des Heeren heb ik ook uw meeleven mogen ontvangen. Als de geraakte, die door zijn vrienden tot Christus gedragen werd, zo heb ik mezelf gedragen gevoeld door uw gebeden en door vele anderen buiten de gemeente. Ook dat heeft mij weer opnieuw aan u verbonden en voor hoe lange tijd, dat weten we niet, maar ik verlang weer om bij u te zijn. We hadden eerst gedacht om in Driebergen deze rustperiode voor een groot deel te houden, maar de doktoren hebben gezegd, dat ik niet in de gemeente mocht blijven. We zijn hier bij de pleegouders van mijn vrouw. Heel rustig. En dat doet goed, want ik gevoel me wel sterker worden, doch het gaat langzaam.”

Dominee Bakker kreeg een rustperiode van drie maanden voorgeschreven. Deze tijd heeft hij dus in Zeeland doorgebracht. Ondertussen kreeg de kerk te Driebergen veel steun van Ds. M. Baan te Zeist. Hij gaf catechisatie en hij preekte bijna iedere zondagavond in Driebergen; om zeven uur.

Sparende liefde

In “Ons Gemeenteblad” van 22 november werd een brief van Ds. Bakker geplaatst. Hij schreef: “Half december hopen we weer in Driebergen te komen, in de hoop, dat we dan onze arbeid weer mogen hervatten, zij het dan ook gedeeltelijk, alles D.V. Want ons uitzicht is zo kort, dit hebben we ook moeten leren in al wat er gebeurd is. En dat geldt ook voor u allen. Onze reis is maar kort, als we dan maar niet onbekeerd moeten sterven. Met hartelijke groeten en in ’t bijzonder aan zieken en beproefden.” Oudejaarsavond preekte hij weer. In het nieuwe jaar (1964) schreef hij in het kerkblaadje: “Zo mogen we ons dan weer tot u richten, gemeente, van de pastorie uit. Ook dat is een gave Gods, die boven verwachting geschonken wordt. Mijn vrouw en ik moeten er nog dagelijks over spreken, dat de Heere ook daarin zo genadig over ons is. Het tijdelijke leven is niet het voornaamste. Dat hebben we door genade ook mogen beleven en dat hebben we op oudejaarsavond uit Gods Woord mogen prediken. Maar het is toch ook Gods sparende liefde, dat we weer bij elkaar zijn... Er zijn ook veel zieken. Ik heb ze nog niet allen kunnen bezoeken. Want u zult begrijpen, dat ik nog maar op halve kracht mijn werk kan doen, zodat ik me moet beperken tot de meest noodzakelijke dingen. Maar een hartelijke groet aan al de zieken en ik hoop u spoedig toch te bezoeken. De catechisaties hoop ik weer te hervatten.”

Inderdaad kon Ds. Bakker weer catechisatie geven. Tevens hield hij belijdeniscatechisatie. Maar bij tijden had hij een heel pijnlijk been. Dan zei hij zo onder de catechisatie-les: “Jongens, wie Hem need’rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.” De jonge mensen gingen erover nadenken.

Eerste steenlegging

14 Maart 1964 mocht Ds. Bakker de eerste steenlegging van de nieuwe kerk verrichten. Als tekst voor een korte meditatie koos hij 1 Petr. 2:5a: “Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis.” Hij wees op de noodzakelijkheid van de bekering, om als levende stenen te kunnen worden ingevoegd in het bouwwerk van de grote Bouwmeester. Om levende stenen te worden, zal er weleens veel gebeiteld en hard geslagen moeten worden. Maar dan zal ook, door genade, gezongen kunnen worden:

Ik weet, hoe ‘t vast gebouw van Uwe gunstbewijzen.

Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen.

Het nieuwe kerkgebouw heeft Ds. Bakker zelf nooit betreden. In juni lezen we onder het kopje “Uit de Pastorie”: “Wat is het gelukkig, dat ik ook de laatste weken weer elke zondag heb mogen preken. De pijn aan het been is ook minder geworden. Dinsdag ben ik weer voor onderzoek naar het ziekenhuis geweest. De uitslag van het bloed kan ik u nu nog niet mededelen. De Heere doe het nog weer meevallen en Hij geve de blijvende genade om Hem te mogen volgen, want we hebben dagelijkse genade nodig om achter Hem te komen......Wat zou het groot zijn als ik na de vakantie weer eens wat meer bezoeken kon afleggen. Maar de Heere bezoeke u bovenal met Zijn recht en genade.”

Strijd

Eind juli schreef Ds. Bakker: “Ook zelf moest ik weer voor controle naar het ziekenhuis. Het was ook wel nodig, want de pijn in het been werd steeds erger. Dat gaat ook veel ten koste van de nachtrust. De doktoren hebben nu besloten om tot bestraling over te gaan. Daarvoor moet ik nu elke dag naar het ziekenhuis. U zult begrijpen, dat de gedachten vermenigvuldigen. Maar we mogen geloven, dat onze tijden in de handen Gods zijn. Wal is het gelukkig om te beleven, dat de Heere meer is dan dit alles. Geliefde gemeente, rust toch niet voordat ge een toevlucht in de Heere gevonden hebt, want er is niets ergers dan alleen te moeten leven en sterven. De Heere geve nog gebed voor elkander. En dal het alles mag strekken tot verheerlijking Gods. In deze weg kunnen de middelen nog gezegend worden. Zo de Heere wil, hoop ik aanstaande zondag toch weer een keer te preken.”

Ds. Bakker bleek “ongeneeslijk” ziek. Hij heeft het er eerst heel moeilijk mee gehad, dat hij sterven moest. Dat heeft veel strijd gekost. Ze waren daar die nieuwe kerk aan ‘t bouwen. En hij lag daar - ongeneeslijk ziek. Dat moet je je maar eens indenken.

Tijdens zijn ziekte heeft hij steeds meer vastheid gevonden in Christus. En hij is het eens geworden met de weg die de Heere ging. Dan regeren wij niet meer. Maar dan regeert de Heere! Ja, dan is het goed, welke weg Hij ook gaat.

Zo werd het een heel gezegend ziekbed. De vrede kwam je tegemoet. Alle predikanten van Driebergen kwamen bij hem; hervormden en gereformeerden. En voor allen had hij een woord. Hij heeft moeten ervaren dat de aardse banden werden losgemaakt. Maar hij mocht weten van banden die over dood en graf heen reikten. Daar kon hij met veel vrijmoedigheid van spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Ds. F. Bakker 1919-1965 (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken