Bekijk het origineel

Bewaar het Panddag te Kampen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bewaar het Panddag te Kampen

Samenvatting van het gesprokene op de Bewaar het Panddag te Kampen door Ds. H.C. v.d. Ent te Ameide, 14 september 1996

11 minuten leestijd

Schriftlezing: Matth. 23:1-12.

Geliefde vrienden en vriendinnen van Bewaar het Pand.

Het leven is een school. Wie aan een school denkt, denkt ook aan de meester, de leerlingen en het onderwijs. Ik zeg het nu maar zo als er vroeger over gesproken werd, en blijf daarmee in de lijn van de Schrift. Tegenwoordig wordt het woord meester niet meer gebruikt. Althans ik hoor er weinig van. Het is meestal de leraar enz. Doch hoe men het ook noemt, de betekenis is wel duidelijk. Er is onder de meesters veel verschil. De een heeft het in de vingers en de ander heeft er moeite mee. Er wordt ook over hen verschillend geoordeeld. Men spreekt dan over een goede meester, een fijne meester, een lieve meester, of een vervelende meester enz. Van de leerlingen zou hetzelfde gezegd kunnen worden. Er zijn gemakkelijke leerlingen, moeilijke leerlingen, ondeugende leerlingen, lieve leerlingen enz. Wat de lessen aangaat is er ook de nodige verscheidenheid. Daar is basisonderwijs, voortgezet onderwijs, hoger onderwijs. Daarbij komen nog allerhande specialismen: Technisch, agrarisch, medisch - het eind is er tegenwoordig van zoek.

Nu zal niemand de noodzakelijkheid van het onderwijs, op welk gebied ook, ontkennen. Doch het is allemaal natuurlijk, van tijdelijke aard. Hoe ver men het wetenschappelijk ook heeft mogen brengen, er komt een eind aan. Men kan er de eeuwigheid niet mee aandoen.

Nu spreekt onze tekst over slechts Eén Meester. “Want Eén is uw Meester, namelijk Christus”. Wanneer ik daarover wil gaan spreken, houd ik mij maar aan de bovengenoemde natuurlijke lijn, om daar een geestelijke inhoud aan te geven. Het gaat dan over de Meester, de leerlingen en het onderwijs.

Er waren in de dagen van Jezus veel meesters. Ik denk aan het Sanhedrin, waarin priesters zaten die de wetenschap bewaren moesten. Er waren ook schriftgeleerden, die zich dagelijks zochten te verdiepen in de boeken van Mozes. De Farizeeën moeten ook niet vergeten worden. Dat waren nauwgezette lieden. De wetten, die middelij-kerwijs door Mozes gegeven waren, had men eindeloos uitgebreid. Men legde het volk lasten op te zwaar om te dragen, en raakte ze zelf met hun vinger niet aan. Het oordeel van Jezus hieromtrent was: Tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

Vandaag zijn er op het terrein van het geestelijke leven nog heel veel meesters. Meesters, die veel weten. Daar zijn veel verkeerde meesters tussen, die het volk wel onderwijzen, doch niet overeenkomstig het Woord van God.

Het zijn dwaze meesters, die spreken over dingen waar ze geestelijk zelf geen verstand van hebben. Het zijn nietige medicijnmeesters, die de breuk op het lichtst zoeken te genezen, terwijl de kwaal er alleen maar des te erger door wordt.

Zelfs de weinige goede meesters, die er gelukkig ook nog zijn, kunnen alleen maar in betrekkelijke zin “goed” genoemd worden. Het zijn en blijven mensen, die zelf iedere keer van Boven moeten onderwezen worden. Zij hebben een dwaalziek hart en weten ook maar weinig. En die het meeste weet, zal van zichzelf moeten zeggen: Ik weet, dat ik niets weet.

Doch nu zegt Jezus: “Want Eén is uw Meester, namelijk Christus”.

Het staat er zelfs twee keer. Want in het achtste vers kom je dezelfde uitdrukking tegen. Als het in zo kort bestek twee keer gezegd wordt: “Want Eén is uw Meester, namelijk Christus”, is dat een reden te meer om alle aandacht op Hem te laten vallen. Je zoudt Hem de Bovenmeester kunnen noemen. Een naam die vroeger gebruikt werd voor het hoofd van de school. Het woord “Bovenmeester” is eigenlijk nog te zwak.

Hij is de allerhoogste Profeet en Leraar. Hij is het Hoofd van Zijn kerk, dat is het geheel van Zijn leerlingen, die je Zijn discipelen kunt noemen.

Hij is een Meester van naam. Hij is wereldwijd bekend. Want Zijn school, Zijn kerk is wereldwijd uitgebreid.

Hij heeft ook een naam, namelijk “Christus”. Dat is een betekenisvolle naam. In vraag en antwoord 31 van de Heidelbergse Catechismus worden we daarover nader ingelicht. “Waarom is hij Christus, dat is, Gezalfde genaamd? Antw.: Omdat Hij van God de Vader is verordineerd, en met de Heilige Geest is gezalfd, tot onzen hoogsten Profeet en Leraar, die ons de verborgen raad en wil Gods tot onze verlossing volkomenlijk geopenbaard heeft; en tot onze enige Hogepriester, die ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbede steeds tussen treedt bij de Vader; en tot onze eeuwige Koning, die ons met zijn woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt.”

Naar Zijn Godheid weet Hij van eeuwigheid af alles. Want Hij is alwetend. “Gode zijn al Zijn werken van eeuwig-heid af bekend”. Naar Zijn mensheid is Hij zijn broederen in alles gelijk geworden en moest Hij ook alles leren. Dit is een wonder apart, waardoor Hij medelijden kan hebben met onze zwakheden. Want die leerlingen, zijn op z’n zachtst gezegd maar domme ganzen.

Deze ene Meester is uniek in alles. Het grondwoord wijst op iemand Die hoorbaar en zichtbaar onderwijs geeft. Hij zegt de dingen niet alleen vóór, maar Hij doet de dingen ook vóór. Christus heeft als Meester de verborgen raad en wil Gods tot des mensen verlossing volkomen geopenbaard. Hij heeft die weg ook gebaand. Hij is op de weg der verlossing Zijn volk ook voor gegaan.....Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Hij is als Meester zeer lankmoedig, heeft een groot geduld. Hij is nooit hard. Altijd liefdevol, zelfs al moeten er bestraffingen worden uitgedeeld. Hij heeft gezegd: “Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart”. Er zouden nog heel wat kwaliteiten van die ene Meester kunnen worden gezegd. Hij heeft altijd de tijd. Er is nooit een moment dat Hij niet te spreken is. Die tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Hij nodigt elke zondaar om tot Hem te komen: “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven”.

Voorwaar, Hij is een enige Meester. Zijn weerga is er op deze aarde nooit geweest en zal er ook nooit zijn. Deze ene Meester is een eeuwige Meester. Een Meester in alles!!!

Daar het in hel tekstverband gaat over vele meesters en over de ene Meester, laten we hier maar rusten wat er omtrent Christus nog meer gezegd wordt in de Heidelbergse Catechismus, aangaande zijn Priester en Koning zijn.

We gaan nu nog even denken over de leerlingen.

“Uw Meester”. Wie worden er met die “uw” bedoeld’? Dat zijn degenen die uit genade geroepen zijn om aan Zijn voeten te gaan zitten, om door Hem onderwezen te worden in die dingen die ter zaligheid van node zijn. Dat zijn mensen die van zichzelf niets weten. Daar zijn ze op Zijn school achter gekomen. Wij noemden hen “domme ganzen”, doch de werkelijkheid is onuitsprekelijk veel erger. Want ofschoon zij goed door God geschapen zijn met: Kennis, gerechtigheid en heiligheid, zijn zij vrij- en moedwillig van de Goddelijke school in het paradijs weggegaan, om naar de “boze meester”, de satan, die zij tot bovenmeester hebben verkozen, te luisteren en te kijken. Zij lieten zich door hem onderwijzen, terwijl hij hen niet anders dan leugen en bedrog voorhield. Daar is de mens, helaas, van nature blind voor. Als ik spreek over de “mens” dan geldt dat van mij en van u, van ons allemaal. De diepte van de val, is zo groot, dat die door een mens niet te peilen is. Hij verkiest de duisternis boven het licht, de dwaasheid boven de wijsheid, de dood boven het leven, de hel boven de hemel. Hij, de mens, ik - wij, zijn van nature geneigd God en de naaste te haten. Zulke mensen krijgen nu een plaats aan Zijn voeten. Onvoorstelbaar! Het zijn van huis uit geen vrienden, maar vijanden. Nochtans uitverkoren ten eeuwigen leven. Door wederbarende genade zijn zij van vijanden vrienden geworden. Hij heeft het tegen hen gezegd: “Gij zijt Mijne vrienden. Wie dat hoort kan dit alles met verwondering aanhoren. Zij zijn Zijn vrienden en blijven dat ook. Niet dank zij hen, maar dank zij de Meester, Wiens onbezweken trouw nooit hun val gedogen zal....

Aan Zijn voeten leren zij niets te weten, niets te hebben, niets te kunnen, niets te willen, nergens toe te deugen. Wat moetje nu met zulke leerlingen? Nietsnutten!! Bent u daar ook al achter gekomen? Wanneer u denkt nog iets te weten, dan moet dit gewoon worden afgeleerd. Afleren en aanleren staan beiden op het rooster. Zalig, als je met Maria, de discipelen en zoveel anderen - een ontelbare schare - een plaats hebt gekregen aan Zijn voeten. De Leerlingen zijn gelijk aan kleine kinderen. Zij moeten alles leren. Zij kennen God niet, zichzelf niet en Jezus Christus ook niet. Al hebben zij duizendmaal van deze dingen gehoord, zij zijn nochtans “vreemdelingen” in alles, die in alles onderwezen moeten worden.

Zij krijgen van Hem kennis van God. “Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard”. God heeft vele namen, die Zijn Wezen uitdrukken: Eigennamen, wezensnamen en persoonsnamen. Allemaal zaken die ons overvloedig stof aanreiken om over na te denken.

Hij verklaart niet alleen wat eisen Gods heiligheid doet, maar ook dat Hij rechtvaardig is. En dat de zonde zeer zwaar gestraft wordt. Hoe zwaar? Dat heeft Hij niet alleen gezegd, maar ook laten zien in Zijn lijden en sterven.

Want ofschoon Hijzelf geen zonde gekend of gedaan heeft, zo is Hij toch tot “zonde” gemaakt, om het oordeel te dragen, waaronder elke zondaar besloten ligt. Wie Zijn onderwijs met vrucht mag volgen, wordt naar eigen waarneming een “verloren zondaar”. Niet kleiner, maar steeds groter. Doch hij wordt ook heilbegerig. Als verloren zondaren krijgen zij de Meester nodig, Die hen van God gegeven is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing. Wanneer Hij Zichzelf voorstelt, uitbeeldt, aanbiedt en hen met geloof begiftigt, dan wordt Hij in hun oog zeer begeerlijk. Hij is dan een Meester, waar je alles aan vragen mag. Hij zegt het Zelf: “Opent uwen mond en eis van Mij vrijmoedig. Op Mijn trouw verbond, alles wat u ontbreekt, dat schenk Ik zo gij het smeekt, mild en overvloedig”. Wie dat vers kent, kan een gelukkige leerling worden genoemd. Het is een heel bekend vers. Doch er zijn er niet zovelen die het kennen. Ik bedoel niet: Uit het hoofd, maar bevindelijk. Ik hoorde eens een oude leraar zeggen: Ik moet dat vers nog elke dag leren. Wie het verstaat, verstaat het. Bent u ook zo’n domme leerling?

Hij leert hoe ze leven, handelen en wandelen moeten. Hij gaat hen Zelf vóór. En zij hebben maar te volgen. Dikwijls komen ze achter. Menigmaal zijn zij het spoor bijster. Dan zijn ze de weg kwijt. Door onoplettendheid zijn zij door eigen schuld in het donker terecht gekomen. Doch Hij zoekt ze weer op. Iedere keer weer. Hij laat niet varen het werk dat Zijn hand begon. De echte leerlingen krijgen de Meester lief. Hartelijk lief. Die Meester is al hun liefde waardig. Hij handelt nooit met hen naar hunne zonden, hoe zwaar, hoe lang zij ook Zijn wetten schonden. Hij straft hen wel, doch naar hun zonden niet. Hij geeft hen ook huiswerk mee. En misschien is het stuk wat we in Bewaar het Pand schrijven huiswerk voor de lezer(es). Ik hoop het van harte. Als je het niet begrijpt vraag het Hem. Hij geeft zeker antwoord. Hij heeft nog nooit gezegd: “Zoek Mij tevergeefs”.

“Hij is nabij al degenen die Hem aanroepen”. Wie hem volgt, komt aan het einde, langs een weg van veel strijd, in het eeuwige leven terecht. Om dan die ene Meester, van God gegeven en door de Heilige Geest verklaard, eeuwig te danken.

Want Eén is Uw Meester, namelijk Christus. Is Christus ook uw Meester?

Dan ben je een gelukkige leerling, al gevoel je jezelf misschien nog zo ongelukkig. Al heb je jezelf allemaal nullen op je rapport moeten geven, je wordt aan het eind toch “verhoogd”. Het is een lieve Meester, een wondere school, een zalige overgang!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Bewaar het Panddag te Kampen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1996

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken