Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sibbes (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Sibbes (4)

8 minuten leestijd

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken...”. Wat is dat dus voor een ‘riet’? Gekróókt! En daarbij moeten we denken aan het werk van de Heilige Geest in het leven van een zondaar. Het zon - daarshart wordt ‘geknakt’, zodat we niet meer in onze trots en hoogmoed fier overeind staan tegenover de hoge hemelse majesteit, onbuigzaam als we zijn. Dat is immers onze ‘stand’ van huis uit! O, hoe durven we! Te twisten met Zijn macht, als nietig stof Hem het hoogst gezag t’ontwringen.

En dat zonder dat we Zijn toorn vrezen, verdwaasde stervelingen die we zijn geworden. Voor u verder leest: zie eerst uw stand er eens op na tegenover Hem! Is uw hart geknakt, verbrijzeld, verwond? Of is er nog nooit wat afgebroken in uw leven?

Sibbes wijst dan allereerst op de noodzakelijkheid van dit werk in het begin van het geestelijk leven, maar niet minder op de blijvende noodzaak van dit ‘gekrookt’ worden.

Bij aanvang...

De Heere maakt immers plaats voor Zichzelf door alle trots en hoogmoedige gedachten neer te werpen, opdat we onszelf zouden gaan verstaan: wie wij in werkelijkheid zijn van nature. Lezen we zo ook niet van de verloren zoon: “en tot zichzelf gekomen zijnde...”? “Wat een zwaar werk is dit om een afgestompt hart, een hart dat zich altijd probeert te verontschuldigen, te brengen tot het roepen om genade, om daarnaar uit te zien”. Daarnaast is het verbrekende, afbrekende werk van Gods Geest nodig om Evangelie als evangelie te leren kennen en de hoge waarde van Christus in te zien. Verder, zo schrijft hij, zal het des te dankbaarder maken en zo ook vruchtbaarder in ons leven als we als een ‘gekrookt riet’ de genade Gods mogen ontvangen. “Want wat maakt velen zo koud en onvruchtbaar, dan dat deze verbrijzeling vanwege de zonde nooit Gods genade beminnelijk voor hen maakte?”. Leg deze ‘thermometer’ bij uzelf (!) eens aan...! Paulus schrijft het zo: “Dewijl wij de overleggingen ter neder werpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus” (2 Kor. 10:5).

en bij de voortgang

Waarom is dit werk van blijvende noodzaak? Vanwege de overgebleven hoogmoed in ons oude bestaan. Om te leren wat het is om van genade te leven, en dat het alléén genade is!

Als tweede reden noemt hij (en dit is typerend voor de pastorale wijze van preken en schrijven van Sibbes): opdat de zwakkere christenen niet al te zeer ontmoedigd behoeven te zijn, als ze immers ook sterkere geschud en ‘geknakt’ zien.

Hij noemt dan het voorbeeld van Petrus: “naar buiten gaande weende hij bitterlijk”. Wat zei Petrus daarvoor ook al weer? “Al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden”! Te denken is ook aan David (Ps. 32:3-5) en Hiskia (Jes. 38:13): ge-broken...ver-broken.

“De heldhaftige daden van deze grote, achtenswaardige mannen troosten de kerk niet zozeer als hun val en verbrijzeling doen”. Wie het vatten kan, vatte het... Zo zal geen vlees roemen voor Hem. “Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roerne in den Heere”.

Tenslotte gaat het ook om de gelijkvormigheid aan het Hoofd-Christus, Die ‘om onze ongerechtigheden verbrijzeld is’.

Om de gemeenschap aan Zijn lijden. Zijn dood gelijkvormig wordende, zoals Paulus het schrijft.

Christus en het gekrookte riet

Een moeder, zal die een zwak en ziekelijk kind afdanken? Een chirurg, zal hij lancet en operatiemes hanteren om te misvormen? Immers, néé! Hoeveel te meer geldt dit van Hem, die de grote Arts van zielen is. Die, ofschoon een moeder haar zuigeling zóu vergeten (een ontaarde moeder), de Zijnen nooit vergeet! Sibbes wijst in dit verband ook op de namen, die Hij aangenomen heeft. Hij is de Bruidegom, de Herder, de oudste Broeder; als een Lam ter slachting geleid, “gelijk een hén haar kijkens” bijeenvergaderd enz. Is Hij het niet waard om Hem in al Zijn Namen te leren kennen en te aanbidden? Is er dat in uw leven, het mediteren over de Namen van deze gezegende Zaligmaker? Zó: ‘zien op Jezus’!? Hij is gekomen om te helpen de gebrokenen van hart. Als Profeet geeft Hij zo Zijn onderwijs: “Zalig zijn de armen van geest”, Hij nodigt zo vriendelijk de vermoeiden en beladenen. Nooit keerde Hij iemand de rug toe die tot Hem kwam. Als Priester kwam Hij om te sterven voor Zijn vijanden en verricht nu Zijn voorbede in de hemel voor Zijn zwakke schapen. Hij is een zachtmoedige Koning, een Koning van de nooddruftigen en van verbrijzelden (Ps. 72). “Welke genadeblijken mogen we van zo’n genadige Middelaar niet verwachten?” Hij is in alle dingen verzocht geweest als wij, de broeders in alles gelijk geworden, doch zonder zonde. Maar zo: “Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen die verzocht worden, te hulp komen”.

HIJ zal het gekrookte riet niet verbreken! Maar wel, als de Leeuw uit de stam van Juda, in stukken verscheuren allen die niet gewild hebben dat Hij Koning over hen zou zijn!

Vervolgens trekt Sibbes nog een drietal praktische lijnen vanuit deze gegevens van de Schrift.

1. “Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade....” (Hebr. 4:16). “Zullen onze zonden ons ontmoedigen, terwijl Hij juist voor zondaren verschijnt? Bent u verbroken? Heb goede moed! HIJ roept u; verberg uw wonden niet, maar leg ze alle voor Hem open. Volg satans raad niet op! Ga vrijmoedig tot Christus, hoewel bevende...

Als we alleen maar ‘de zoom van Zijn kleed aanraken’ zullen we genezing ontvangen en een genadig antwoord vernemen”.

“Weest niet bevreesd, IK ben het”, zo sprak Hij tot Zijn discipelen.

2. Laat deze wetenschap ons staande houden als we ons een ‘gekrookt riet’ voelen. “Het is Christus’ wijze van doen eerst te verwonden, dan te helen. Geen ziel die gezond en heel is, zal ooit de hemel ingaan.

Bedenk in verzoekingen, Christus werd voor mij verzocht; in overeenstemming met mijn beproevingen zullen de genadeblijken en vertroostingen zijn. Als Christus zo genadig is mij niet te verbreken, zal ik ook mijzelf niet verbreken door wanhoop, noch mijzelf overgeven aan de brullende leeuw, satan, om mij in stukken te scheuren.

3. Het bewust zijn van haar zwakheid maakt de kerk gewillig om te leunen op haar Liefste en zichzelf te verbergen onder Zijn vleugelen. Zoals een moeder de meeste zorg bewijst aan haar zwakste kind, zo buigt Christus Zich over de zwakste heen in Zijn genade.

Kenmerken van waarachtige verbreking

Hoewel Sibbes ook oog heeft voor de kruisen die de Heere in dit leven daar - toe oplegt, gaat het hierin voornamelijk om het zien van onze zonde.

Het besef van onze schuld en van het liggen onder de toorn Gods. Hij noemt dan enkele tekenen van waarachtige verbrijzeling:

• Hij die zó verbroken is, kan nergens anders meer tevreden mee zijn dan dat hij genade ontvangt van Hem, die hem verbroken heeft.

• Hij ziet de zonde als het grootste kwaad, de gunst van God als het grootste goed.

• Hij heeft geringe gedachten over zichzelf, en denkt dat hij geen plekje op aarde meer verdiend heeft.

• Hij ziet dat zij die de vertroostingen van Gods Geest ontvangen hebben, de gelukkigste mensen op aarde zijn.

• Hij beeft voor het Woord van God, en de voeten dergenen die vrede verkondigen zijn hem liefelijk.

• Naar anderen toe is hij niet vitterig, maar vol medelijden en barmhartigheid.

• Hij is meer in beslag genomen door de ‘inwendige oefeningen’ van een verbroken hart, dan door uiterlijkheden/vormendienst en is ijverig in het gebruik van de middelen der genade om deze troost te verkrijgen.

Leg uw leven hier eens naast...! Kan iets anders dan genade u nog redden, op de been houden, of hebt u maar één gebed meer over: “Genâ, o God, genâ...”? Kent u het beven voor Gods Woord, vanwege de majesteit Gods, maar niet minder vanwege de goédheid van God? Waar maakt u zich druk om? past u het allemaal maar toe op ... uzelf? Vervolgens gaat Sibbes dan o.a. nog in op de mate van deze verbrijzeling. Die kan niet worden voorgeschreven, zo zegt hij. Maar kort gezegd: het gaat erom dat we zover verbroken zijn dat we het hebben van Christus als onze Zaligmaker als de hoogste en noodzakelijkste zaak zien én dat het leidt tot bekering van wat ‘mis’ is in ons leven: zelfs al kost dat onze rechterhand, of het uittrekken van ons rechteroog. Het gaat er niet om ‘dat ons hoofd kromt als een bieze’ (Jes. 58:5), daar kun je nog heel goed een farizeeër in tollenaarskleren mee zijn, maar om een werk in ons hart! Tenslotte: “daar is meer genade in Christus dan zonde in ons”!! Misschien is er een ‘gekrookt riet’ dat juist dat nodig heeft om te zien.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Sibbes (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken