Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Om het Woord der waarheid (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Om het Woord der waarheid (1)

10 minuten leestijd

Het Woord miskend

“Het begin Uws Woord is waarheid”. We horen die belijdenis in Psalm 119. Het betekent niet: alléén het begin is waarheid. Uiteraard is het begin van Gods Woord waar, maar het is niet de bedoeling van de dichter om dat te zeggen. Het is juist vol van troost, dat het Woord “van het begin af aan” waarheid is! Dan kunnen we erbij zeggen: tot het einde toe. Zo wordt héél Gods Woord als waar geprezen. Luther geeft in dat verband zo’n sprekende vertaling: “Uw Woord is niets dan waarheid”.

Gods Woord bedriegt niet. Het is in alles betrouwbaar. Het is waar van het begin tot het einde.

De Hervormingsdag ligt achter ons. Op veel plaatsen zijn er samenkomsten geweest om de betekenis van de reformatie in het licht te stellen. Moet niet het meest de enige betekenis van het Woord Gods uitkomen? De reformatie is uit de waarheid van het Woord geboren. Tegenover de Roomse leer van Schrift én traditie kwam uit: het Woord alleen. Het gezag van het Woord, de duidelijkheid, de volkomenheid en genoegzaamheid werden beleden. Het was uit de diepe overtuiging, dat het niet ging om het woord van mensen maar om het Woord van God Zelf. God spreekt in en door Zijn Woord. Het Woord is van Hem afkomstig.

We vinden het terug in de belijdenisgeschriften van de tijd der reformatie. Eén voorbeeld is genoeg nml, onze Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 3 begin: “wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde hebben het gesproken....”.

In de Westminster Confessie, van later datum, wordt het ook heel beslist gezegd: “Het gezag van de Heilige Schrift, om welke reden ze geloofd en gehoorzaamd moet worden, berust niet op het getuigenis van een mens of van de Kerk, maar geheel op God; Die de Waarheid Zelf is en de auteur ervan...”.

Wat een bijzondere gave heeft God dan ook in Zijn eigen Woord gegeven. Het behoort tot de roeping van de Kerk daar de wacht bij te betrekken. Dat staat niet los van het léven van de Kerk des Heeren. Het gezag van Gods Woord is onlosmakelijk verbonden aan de inhoud van het Woord. In dat Woord openbaart God schepping en val, ook de enige weg tot verlossing in Christus. We kunnen zeggen, dat Christus het centrum is van die inhoud. Een waar christen heeft ontzag voor dat Woord, omdat God er in spreekt. Een waar christen heeft dat Woord lief om wat God daarin spreekt.

Een gezocht boek

Waarom deze belijdenis van Gods Woord vooraf? Omdat die belijdenis in onze tijd zo bedreigt wordt! Het is goed - én nodig - dat we daar oog voor hebben. Er is een bepaalde aanleiding om dat zo te zeggen. We moeten denken aan de verschijning van een boek, dat al veel aandacht gekregen heeft, ‘t ls de bedoeling om in enkele artikelen daarop in te gaan.

Dit boek is in enkele weken een “bestseller” geworden. De eerste druk van 10.000 exemplaren was in enkele dagen al uitverkocht. Mogelijk is het, als dit artikel door ons gelezen wordt, dat inmiddels de dérde druk al uitverkocht is. Men verwacht het tenminste. Het zou betekenen, dat er binnen een maand dertigduizend verkocht zijn! In het dagblad Trouw is daar al triomfantelijk over geschreven. Het zou een bewis zijn voor de weer grotere aandacht voor de Bijbel. Het Bijbelbezit neemt ook weer toe in Nederland.

Het boek heeft tot titel: “Het verhaal gaat...”. De schrijver is de emerituspredikant van de Westerkerk in Amsterdam, Nico ter Linden. Hij is bekend als een vaste medewerker van Trouw en als televisie-predikant. Vanuit de Westerkerk verzorgt hij namelijk een eigen program: “op verhaal komen in de Wester”. Sinds een jaar is hij niet meer actief in eigen gemeente, maar geeft hij alle aandacht aan een serie Bijbelverhalen. Hij is daarvoor vrijgesteld. Het eerste deel is nu verschenen, het bevat de Bijbelverhalen van de vijf boeken van Mozes. Genesis tot en met Deuteronomium. Overigens is dit meer een aanduiding van mij dan van hemzelf. Ter Linden spreekt liever niet van de vijf boeken van Mozes, maar van de Thora. Daarin wordt naar de eigen woorden van deze schrijver “de weg ten leven beschreven met name in verhaalvorm”.

Wie dit boek leest, zal eerlijk moeten zeggen, dat deze man vertellen kan. Het boeit. Ondertussen draagt het gedachten uit, die tekort doen aan de Bijbel als de openbaring van God.

Het zou te begrijpen zijn, dat iemand zich afvraagt: moeten we dit boek in ons blad bespreken? Weinigen van ons zullen het immers lezen, zal erbij gezegd worden! Dat laatste mag waar zijn. Laten we echter de invloed niet onderschatten van de moderne Schrift - opvatting, die van de Bijbel als openbaring van God in wezen niets overlaat. Dit boek staat in de rij van alle geschriften, die de belijdenis van Gods Woord aanpassen aan de gedachten en aan het levensgevoel van de mens van vandaag.

Daar moeten vooral onze jongeren op gewezen worden om niet meegevoerd te worden met deze stroom. En door deze verhalenbundel gebeurt het des te gemakkelijker. We kunnen trouwens de brute ontkenning van de waarheid van Gods Woord eerder onderscheiden, dan de bewering dat het in Bijbelse verhalen om “mythologie gaat, die een waarheid uitdrukt”. Zo is het ondertussen niet van belang dat de feiten echt gebeurd zijn, terwijl er toch van openbaring gesproken wordt. Verhalen, waarin de daden Gods niet meer te onderscheiden zijn. Het is nodig dat we terwille van het rechte geloof in Gods Woord in deze tijd de gevaren daarvan zien!

Gids voorde moderne mens

Het is van groot belang te letten op het doel, waartoe dit boek geschreven is. Heel uitdrukkelijk heeft Nico ter Linden daarover geschreven. Het gaat hem om het “hervertellen van de Bijbelse verhalen, dat ze weer verstaanbaar worden. En daarbij heeft hij vooral de moderne mens op het oog, die de verhalen van de Bijbel niet meer kent of niet meer verstaat. Daarbij gaat het niet allereerst om de vraag of die moderne mens nu kerkelijk is of niet. Hij heeft die beide ook al als predikant op het oog gehad. Wat dat betreft ligt er niet zo‘n geweldige kloof tussen de preken, die hij voor de T.V. hield, en de verhalen, die hij nu aanbiedt. Er zijn trouwens gedeelten in deze bundel die in veel aan die preken doen denken. Het is alleen vereenvoudigd en verdiept, volgens het getuigenis van die dit kunnen weten.

De mens van vandaag verstaat de Bijbel niet meer. Zo is het uitgangspunt van de schrijver en dat is geen schande. Hij vergelijkt het met het bezoek van iemand, die in een museum komt, terwijl hij eigenlijk een leek is in de dingen, die daar te zien zijn. Zo iemand heeft een gids nodig, die die dingen voor hem toegankelijk maakt. Zo moet de Bijbel toegankelijk gemaakt worden. De taal- en beeldenwereld, die uit een andere cultuur stamt, moet die mens duidelijk worden gemaakt door het vertellen van de Bijbelse verhalen. Op een bepaalde manier is er dan contact.

Zo wil Ter Linden een gids zijn, die door “de verhalen van de Bijbel wandelt en vertelt. Zo wil hij dienen tot het weer opnieuw verstaan van de verhalen in de Bijbel gegeven.

We vinden in die doelstelling iets, dat we horen van meerderen, die min of meer openlijk ontkennen, dat de Bijbel de openbaring Gods is, die met gezag spreekt. Was het altijd niet zo, dat in het rapport van de Gereformeerde Kerken over het schriftgezag “God met ons” al direct gesteld werd: “deze studie over de aard van het Schriftgezag is een poging om het goede luisteren naar de Bijbel te bevorderen”? Het zijn trouwens klanken, die overal te beluisteren zijn. De moderne mens moet bereikt worden!

Het is roeping!

We begeren ons niet te gemakkelijk af te maken van de doelstelling, die door Ter Linden gesteld wordt. Ongetwijfeld behoort het tot de roeping van de Kerk des Heeren om het Woord Gods te verkondigen aan de mens van alle tijden. De Kerk is toch ontstaan door middel van de prediking van dat Woord en het bijzondere werk van de Heilige Geest. Dan mag het geen vraag zijn of de Kerk de roeping heeft - ook in deze tijd - om het Woord Gods aan anderen te verkondigen. Het mag ook geen vraag zijn of de Kerk roeping heeft om het Woord Gods te vertolken in de bijzondere noden en vragen van de tijd, waarin wij leven. Ook niet, of het Woord Gods zo eenvoudig mogelijk wordt overgebracht.

Alleen: dit kan alleen recht gebeuren, als de boodschap die gebracht wordt in overeenstemming is met het Woord Gods. ‘t Gaat er dan niet om of de Heere een andere boodschap niet zou kunnen gebruiken. In Gods vrijmacht te komen is een gevaarlijke zaak. ‘t Is de vraag, wat de Heere gebiedt. Hij zegt het duidelijk, dat de verkondiging roept tot bekering tot de Heere. Die verkondiging komt ook met het gezaghebbende Woord Gods.

We hebben in de Heilige Schrift zelf het voorbeeld van Paulus in Athene, op de Areopagus. Hij zocht aansluiting bij het volk, maar preekte tegelijk centraal de noodzaak van de bekering tot God en de enige Naam onder de hemel, waardoor het alleen kan. Hoe aangrijpend heeft Paulus het gedaan: “God dan, de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom dat zij zich bekeren, daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welke Hij de aardboden rechtvaardig zal oordelen dooreen Man, Die Hij daartoe verordend heeft....”.

Geen goede gids

We blijven nog bij het beeld, dat de schrijver van dit boek zelf gebruikt. Hij ziet voor zijn boek de functie weggelegd van een gids, die het Woord toegankelijk maakt voor de moderne mens.

Welnu: het is van groot belang in een museum een gids te hebben, die veel van de schatten afweet, die daar te zien zijn. Alleen: die gids zal allereerst de weg moeten weten en kunnen wijze aan de bezoekers. Is dat niet zo, dan verdwalen de bezoekers in de gangen en vertrekken, die een museum kan hebben.

Ter Linden schrijft in het stukje “Over de Bijbel” aan het eind van dit deel over “de weg ten leven”, die dan in dit eerste deel uit moet komen. Die weg is - toch ook in de Thora - niet anders dan de weg van geloof en bekering.

Al lezend kan ik die in dit boek niet zo ontdekken.

Ligt het er niet aan, dat de schrijver de Bijbel miskent als de openbaring van die God, Die door Zijn daden heil bereidt in Christus? We hopen er op terug te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Om het Woord der waarheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1996

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken