Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Met schande bekleed

5 minuten leestijd

Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan

Er staan in de lijdensgeschiedenis van de Heere Jezus gedeelten die ons meteen aanspreken en ontroeren. Maar soms toch ook van die voorvallen waar wij gemakkelijk overheen lezen, alsof het meer “kleinigheden” zijn. Misschien behoort daartoe ook wel de verdeling van Jezus’ klederen. Maar is het dan toch niet opmerkelijk dat juist dit deel van Jezus’ lijden door alle vier evangelisten wordt vermeld, terwijl bijvoorbeeld geen van hen al de zeven kruiswoorden meedeelt?

We moeten hier tussen de regels doorlezen. Het gaat hier om het feit, dat Jezus naakt uitgetogen aan het vloekhout heeft gehangen. Opnieuw een diepe vernedering voorde lijdende Zaligmaker. Nog maar kort geleden had Jezus Zelf Zijn klederen, althans Zijn opperkleed, afgelegd om de voeten van Zijn jongeren te wassen. Als Eén, die dient! Daarna, bij de bespotting door de soldaten voor Pilatus, hadden ze Hem ook van Zijn klederen ont -daan, om Hem een purperen mantel om te hangen: “Weest gegroet. Gij koning der Joden!” En nu hier aan het kruis. Voordat Hij gekruisigd werd hebben de soldaten Jezus Zijn kleren uitgetrokken. En Nu hangt Hij daar in al Zijn ontering en jammerlijkheid. En Hij moet het aanzien hoe de soldaten met Zijn kleding omgaan, terwijl Hij zo bitter lijdt. Over de kleren van de twee moordenaars wordt niet gesproken. Maar de vier soldaten die bij elk kruis de wacht hielden hebben Jezus’ kleding onderling verdeeld, terwijl ze om Zijn kostbare opperkleed hebben geloot. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.

En Jezus hangt daar aan het vloekhout in al Zijn ont-ering en jammerlijkheid: naakt uitgetogen!

Maar dat niet alleen! Hij hangt daar ook in Zijn mateloze liefde. Hij hangt daar ook in Zijn plaatsbekledende overgave. Deze nieuwe schande, die men Hem aandoet, bewijst immers opnieuw dat Hij waarlijk de Christus is, de Beloofde der vaderen. En de evangelist Johannes haast zich als het ware om daarop onze aandacht te vestigen. Wat die soldaten doen, is de vervulling van de Schrift, van de oude profetie uit Psalm 22, die aangrijpende lijdenspsalm, waarin de Christus door Zijn Geest één van Zijn liefste kinderen heeft gebruikt om in bange omstandigheden iets uit te klagen van wat nu op Golgotha volle werkelijkheid is geworden.

Nee, het is niet alleen schande geweest, maar ook een nieuw bewijs dat Hij is de van God gegeven Zaligmaker, in en door Wien Gods vrederaad vervuld is. Ook van de ontklede Zaligmaker geldt het: Moest de Christus niet al deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan.

Terwijl Hij daar hangt aan het vloekhout, naakt, is Hij bezig voor Zijn kerk te weven de mantel der gerechtigheid, het kleed der heiligheid, het bruidskleed der heerlijkheid. Wanneer we Hem daar in Zijn naaktheid mogen zien hangen met het oog des geloofs, hoe beminnelijk, hoe dierbaar wordt Hij ons dan!

Hij moest ontkleed worden opdat gevallen Adamskinderen bekleed en niet naakt zullen worden bevonden in de dag des gerichts.

In de staat der rechtheid, voor de zondeval, had de mens geen kleding nodig. En wanneer het “staat der rechtheid” was gebleven, wanneer de mens niet had gezondigd, dan zouden we geen kleding, dan zouden we ook geen Zaligmaker nodig hebben. Dan zouden we als Gods beelddrager gebleven zijn zoals God ons geschapen had: volmaakt goed!

Maar de mens is gevallen door moedwillige ongehoorzaamheid. En toen werd zijn naaktheid zijn schande. “Ze werden gewaar dat zij naakt waren.” En de vijgeboombladeren, waarvan ze zichzelf schorten maakten, konden hun schande voor God niet bedekken. En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

Lezers van deze meditatie, nu zijn we door onze val in Adam van nature naakte zondaren, die voor God niet kunnen bestaan. Ook niet met zelfgemaakte schorten van vijgeboombladeren, van eigen vermeende deugden en godsdienstigheid.

De verheerlijkte Christus liet schrijven aan de gemeente van Laödicea: “Want gij zegt: ik ben rijk en verrijkt geworden, en heb geen dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt!” Gij weet niet, dat gij naakt zijt!

Weten we het al? Werd onze naaktheid onze schande en onze schuld? Nog steeds niet? Luister dan verder naar wat de nu verheerlijkte Christus laat schrijven aan het lauwe Laödicea en aan ons allen: “Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt!” O, dit is zo’n vriendelijke, maar ook zo’n dringend-emstige raad van de verheerlijkte Zaligmaker, die eens naakt-uitgekleed hing aan Golgotha’s kruis.

Wie weet, wie weet in het geloof, dat hij naakt is en in zijn naaktheid niet voor God kan bestaan, die gaat heerlijkheid zien in de Man van smarten... Nee, naar aardse maatstaf is aan de naakte Jezus niets aantrekkelijks.

Maar laten we dan eens luisteren naar de taal des geloofs, zoals Lodenstein die eens vertolkte:


Vermogend goud, dat om uw glans geprezen
uw dienaars kluistert, en had ook mij weleer
gevangen; mij zal na deez’ tijd veel meer
de naakte Jezus wezen.
‘k En wens geen scepter noch een groot gebaar
van macht, geen prachtig
kleed van Jezus, maar
de naakte Jezus zelven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken