Bekijk het origineel

Intrede Ds. H. v.d. Ham

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Intrede Ds. H. v.d. Ham

5 minuten leestijd

De tekst van de intreepreek was Joh. 1:46-52. In het laatste gedeelte van Johannes 1 lezen we van meerdere mensen die discipel van Jezus werden. De één geeft het door aan de ander. Andreas aan Simon zijn broer. En Filippus aan Nathanaël. Ja, de Heere wil de één gebruiken, om de ander te roepen, om tot Hem te komen. Zo horen wij van Nathanaël; hij wordt een discipel van de Heere Jezus. We zien hem als zoeker, als belijder en als volgeling van de Christus.

Zoeker

Nathanaël is een zoeker. Dat blijkt onder andere hieruit, dat hij zit onder de vijgeboom. Die boom lijkt een beetje op een prieel-iep. Je kunt eronder zitten, om ongestoord alleen te zijn. Het is een plaats voor gebed, meditatie en verdieping. Heerlijke beloften leest Nathanaël bij Mozes en de profeten. “De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem”. Hij leest daarvan en peinst erover en bidt er om. Wij leven in een zenuwachtige, gejaagde tijd. Schippers zijn harde werkers. Laten wij onze knieën buigen en vooral de tijd nemen, om met de Heere te spreken.

Tot Nathanaël komt Filippus met de blijde tijding: “Wij hebben de Messias gevonden”. Nathanaël kan onmogelijk geloven dat de Messias uit Nazareth komt, een dorpje, een paar kilometer verderop. Dat kan toch niet?! En hij stelt een kritische vraag.

Gelukkig gaat Filippus niet redeneren, of dat nu wel of niet kan. Hij zegt: “Kom en zie”! Kom zelf naar de Zaligmaker”. Hier hebt u een persoonlijk getuigenis. Geven wij het door?

Belijder

De Heere Jezus begroet Nathanaël met de woorden: “Zie, waarlijk een Israeliet, in welke geen bedrog is”. Dat wil zeggen dat hij oprecht is. In een wereld vol on-oprechtheid zijn er toch, die het echt om God te doen is. Geldt dat ook van u? Dan belooft de Heere: “Wie zoekt, die vindt”. Als Christus hem zo begroet, vraagt Nathanaël verwonderd: “Vanwaar kent Gij mij?” Het antwoord dat hij krijgt, brengt nog meer verwondering teweeg. “Eer u Filippus riep, zag Ik u, daar onder de vijgeboom”. Hoe kan de Heere Jezus dat weten? Dan is Hij alwetend; dan is Hij de Messias. “Rabbi, Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels”. Wat heeft Nathanaël grote gedachten van de Christus. U hoort een echte geloofsbelijdenis, met een persoonlijk element: “Heere, Gij zijt de Koning; ook voor mij!”

Het is een troost dat de Zaligmaker zegt: “Die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik Mij niet schamen. Die zal Ik belijden voor Mijn Vader Die in de hemel is”.

Uiteraard moest het geestelijke leven nog tot verdieping komen. Al meer een mishagen aan mezelf, en groeien en opwassen in de genade en kennis van de Heere Jezus Christus. Hèm te mogen kennen als de hoogste Profeet en Leraar, de enige Hogepriester Die het Offer heeft gebracht en Die bidt voor arme zondaren. En de eeuwige Koning. Wij van de troon af! Heerlijk als het bij u en mij wordt: “Heere wat wilt Gij dat ik doen zal?”

Volgeling

Nathanaël belijdt de Christus. Deze zegt dan tot Nathanaël: “Omdat lk u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, zo gelooft gij; gij zult grotere dingen zien dan dezen”. Dat betekent: “U staat nog aan het begin. U hebt gezien dat Ik alwetend ben, maar Ik ben ook almachtig. Straks maakt u wonderen mee als tekenen van Mijn Goddelijke majesteit. Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij de hemel zien geopend”. Deze woorden doen denken aan hetgeen Jakob te beurt viel. Hij zag een ladder waarvan de top tot aan de hemel reikte.

Die ladder wordt volle werkelijkheid in de Heere Jezus Christus. Hij is de Middelaar. De on-eindige afstand tussen de hoge, heilige God in de hemel en ons zondige mensen op de aarde wordt door Hem overbrugd. Dat is een heerlijk evangelie voor mensen die beseffen dat de hemel vanwege onze zonde gesloten zou moeten blijven. Wij kunnen niet opklimmen tot God; niet door onze godsdienst of vromigheid; niet door onze ernst, niet door onze nauwgezetheid en niet door onze goede bedoelingen. Nu mogen wij geloven dat de zoon van God uit de hemel op deze aarde gekomen is tot uw eeuwig behoud.

We staan hier nog aan het begin van het Johannes-evangelie. De Heere Jezus gaat de weg naar het kruis. Dat is tegelijk de weg naar Zijn opstanding en hemelvaart. Dan is de hemel geopend. En de discipelen mogen uit de geopende hemel de Heilige Geest ontvangen, Die harde harten verbreekt, die wederbaart. Die zondaren leidt in de kennis van de ellende, de verlossing en de dankbaarheid. De Heilige Geest leidt naar de Heere Jezus Christus, en doet aan Hein verbonden blijven.

De Heere maakt nog discipelen ook in onze tijd. Hij maakt ouderen en jongeren zoekende. Schippers, laat u met God verzoenen!

De Heere wil ook u leren Hèm te volgen. Maar wij zijn zo volgzaam niet. De Heere moet ons altijd weer terecht brengen. Deze wereld maakt niet gelukkig. Alleen onder Christus’ heerschappij bent u gezegend. Maar buiten Jezus is geen leven. Hij zegt: “Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart”.

Na de preek en het dankgebed zongen we Ps. 107:12 en 16; waarna Ds. E. Hakvoort gesproken heeft, en de eerwaarde heer Andr. van Rossem die vertelde dat hij een zwak voor schippers had, vanwege kennismaking met schippers in zijn jeugd. Ze hadden heel duidelijk Gods hulp ondervonden in hun werk. Vroeger was er veel vreze Gods onder de varenden. God heeft nog overal Zijn kinderen. Hij is nog dezelfde God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Intrede Ds. H. v.d. Ham

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken