Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pasen en Heiligmaking (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pasen en Heiligmaking (1)

6 minuten leestijd

Iemand uit mijn kennissenkring vertelde hoe hij onlangs in contact was gekomen met een imam. Deze man had hem als hoofd van een moskee het e.e.a. verteld over de islamitische gewoonten. De imam had ook hem gevraagd naar zijn godsdienstige overtuiging. Toen deze man vertelde dat hij een christen was, had de imam heel eerlijk zijn mening daarover uitgesproken. Het opmerkelijke van zijn indrukken over het christelijk geloof kwam uit in de uitspraak: “ik vind dit zo’n vreemde zaak, dat christenen helemaal niet leven naar de christelijke waarden en normen.” Deze uitspraak uit de mond van een moslim geeft ons wel te denken!

Wat is het beschamend dat dit gezegd moet worden. Want we voelen aan dat deze uitspraak wel hout snijdt. Deze man zag in een christelijke samenleving helemaal niets uitkomen van het christelijk geloof. Hij vond dat christenen helemaal niet leefden in overeenstemming met hun geloof. Het is een aanklacht, die we vanuit onze gezindte natuurlijk al steeds hebben geuit. Wijzen we er niet op dat het christenzin uit moet komen in gewaad, gepraat, gelaat en.... de daad? Dat laatste wordt trouwens nog wel eens weggelaten. Hebben we niet steeds benadrukt dat een zondags-christendom een groot tekort is? Zijn we niet bevestigd in onze overtuiging dat daar waar een oppervlakkige prediking gebracht wordt, de kerken gesloten moeten worden? Daar waar een horizontalistisch christendom gevonden wordt, kan toch de afbraak van het kerkelijk leven duidelijk geconstateerd worden. Alles kan er bij door. De grenzen van de kerk en de wereld lopen vloeiend in elkaar over. Het grote gevaar van de wereldgelijkvormigheid werd veronachtzaamd. Wie daartegenover ziet hoe hele massa’s moslims op de knieën gaan op de gebedstijd, hoe zij het vasten strikt in acht nemen, moet wel vaststellen dat dit een heel ander beeld vertoont dan wat in onze omgeving te zien is van het christendom.

Zo ongemerkt zijn we ons al behoorlijk aan het verdedigen. We zijn intussen al weer aardig bezig ons straatje schoon te praten. Maar.... boven dit artikel staat “Pasen en heiligmaking”. Juist het heilsfeit van pasen toont ons aan dat de herdenking van de opstanding van Christus geen vrijblijvende zaak is. Het is dan ook nodig de lijnen naar ons persoonlijk leven te trekken. Wat is in uw en mijn leven te zien van het christelijk geloof? Is ons leven een paasloos leven?

Vooral onze Heidelberger Catechismus vat heel kernachtig samen het nut van Pasen. Christus heeft door Zijn opstanding de dood overwonnen, opdat Hij de gerechtigheid, die Hij door Zijn kruisdood verworven had, kon deelachtig maken. Hier wordt in enkele woorden precies weergegeven hoe de verhouding rechtvaardigmaking en heiligmaking is. Het één is duidelijk aan het ander verbonden. Want het tweede dat de catechismus opsomt als het nut van pasen is de opwekking tot een nieuw leven.

Waarom is het nodig elkaar hierop te wijzen? Omdat juist als het gaat over heiligmaking, juist als het draait om een christelijke levenswandel de één verzandt in het activisme en het formalisme, zoals dat ook bij de schriftgeleerden en farizeeërs te zien was, terwijl de ander in valse lijdelijkheid opgaat. Wanneer we de brief van Paulus aan de Colossenzen lezen horen we ook hoe hij schrijft aan gelovigen, die kennis hadden gekregen aan de Christus. Mensen, die moesten leren dat ze dood waren in de zonden en de misdaden. In het derde hoofdstuk schrijft hij dan “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt...” Dit “indien” is geen onzekerheid, geen veronderstelling. Dit is “een zalig indien”, dat ook vertaald kan worden met “nade-rnaal” of “omdat gij dan met Christus opgewekt zijt...”. In het derde vers wordt dan ook gesproken over wat er gebeurd is: “gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.” Hier wordt gesproken van een in geestelijke zin sterven en opgewekt worden. Zij hadden immers door de verkondiging van het Woord des Hee-ren met God te doen gekregen. Toen was hun leven een mislukt leven geworden door de zonde. Zij moesten God onder ogen komen maar dat kon niet. Zo was het nood geworden. Zo werd het de bede: “Och Heere, och wierd mijn ziel door U gered” en “bekeer Gij mij”. Ook Paulus zelf kon daarvan meespreken. In Rom. 7:9 zegt hij: “doch ik ben gestorven.”

Hebben ze dan allemaal dezelfde weg? Nee, de Heere gaat met ieder van Zijn kinderen een eigen weg. Maar de wedergeboorte is toch nodig, want allen zijn we van nature dood. Daarom is dat geestelijk sterven toch bij al Gods volk te vinden. Dat is voor hen geen vreemde zaak. Maar... wat blijkt nu uit Col. 3? De Heere doet Zijn volk en kinderen wel sterven, maar Hij verdelgt ze niet. Dat is het grote wonder van het werk des Heeren. Door het ontdekkend werk van Gods Geest worden ze des doods schuldig voor God. Ze moeten de Heere toevallen in Zijn recht. Het wordt beleefd: “Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig.” Maar... als zij bezwijken, schenkt God het leven. Dat leven, dat nieuwe leven vloeit voort uit de opstanding van Christus. Hij ging de dood in, maar verrees uit het graf. Zo kan gezegd worden dat hun leven met Christus verborgen is in God. Het is de vrucht van Zijn opstanding. Uit Christus wordt dan de rechtvaardigmaking ontvangen. We wezen daar al op in onze verwijzing naar Zondag 17, waar dat als het eerste nut van Christus’ opstanding wordt vermeld. Zo prachtig wordt dat ook verwoord in het begrip “één plant worden met Christus.” Daardoor wordt deel ontvangen aan Zijn dood (rechtvaardigmaking) maar ook aan Zijn opstanding (levendma-king, heiligmaking). Waai’ deze zaken niet meer gepreekt en verstaan worden, wordt inderdaad de noodzakelijkheid van een schriftuurlijke heiligmaking niet verstaan of wordt dit volkomen scheef getrokken. Men gaat bouwen op de zandgrond van een eigen - verondersteld - geloof. Men waant zich al een gelovige zonder de geestelijke kennis van zonde en schuld en de rechtsgrond voor de vergeving der zonde in en door Christus.

Dat heiligmaking een schriftuurlijke zaak is moge blijken uit de woorden, die God sprak tot Abraham: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht”. Die eis klemt te meer als we denken aan het Godswoord uit Hebr. 12:14. dat zonder heiligmaking niemand de Heere zal zien! God heeft toch in Christus van voor de grondlegging der wereld een volk uitverkoren “opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde” (Ef. 1:4). Elders leert de Schrift ons dat Christus Zich heeft gegeven “opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken” (Titus 2:14).

Pasen en heiligmaking. Wanneer we in het kader van dit onderwerp de draad weer oppakken bij hetgeen we hoorden van de apostel Paulus aan de Colossenzen (3:1) horen we hoe hij schrijvend over de vrucht van Pasen vermaant: “zo zoekt de dingen, die boven zijn”. We hopen D.V. daar een volgende keer meer van te horen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Pasen en Heiligmaking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken