Bekijk het origineel

Het belijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het belijden

3 minuten leestijd

Waar is men op aanspreekbaar? Waar mag men het over hebben? Deze vragen houden mij bezig. Temeer daar er over het belijden verschillend gedacht wordt. En dan gaat het bijzonder over het ‘hoe’. Zeker is waar dat het hart niet ontbreken mag. Uiteindelijk mag dit nooit. Het is noodzakelijk voor leven en sterven. Maar het begint bij het geloof in Gods Woord. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de verkeerswet. Daaraan is ieder gebonden. Hier geldt geen leeftijd. De verkeersregels kunnen we weten. Op de scholen krijgen de jongeren al verkeersles. Ook doen ze de verkeersproef. Ze krijgen hun verkeersdiploma. Ze weten hoe ze zich gedragen moeten en waaraan zij zich moeten houden. Nu zijn er velen die rijexamen hebben gedaan en hun rijbewijs bezitten. Door dit bewijs heeft men rijvaardigheid, maar men heeft zich ook gebonden aan de verkeerswetten. Bij overtreding kan men weten strafbaar te zijn. Maar moet nu een medepassagier altijd zwijgen, omdat hij of zij geen rijbewijs op zak heeft? De opmerking: “Je hebt alleen recht van spreken, wanneer je kunt rijden” is onjuist. Iedereen mag het hebben over de verkeerswet of de geldende regels. Men mag erop attenderen, wanneer er niet aan gehouden wordt. Zo mag er over Gods Woord gesproken worden en voor opgenomen worden. Voor de leer van Gods Woord mag en moet gestreden worden. Het genadeleven op zich bepaalt het spreken niet. Wat heeft de Heere Israel niet voorgehouden. En dat heel het volk. Als opdracht van de Heere. Niemand werd uitgesloten. In het boek Deuteronomium staat veel. En dat behoort niet tot het verleden. In het Nieuwe Testament komen we ook heel wat tegen. De leer staat niet op de tweede plaats. Wanneer de apostel oproept om te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen is overgeleverd, dan staat terecht in de kanttekening, “dat met het geloof bedoeld wordt de leer. En die leer verandert niet en zal altijd blijven zo ze eens van Christus en de apostelen geleerd is.” De opmerking is al oud, maar wordt ook u nog gehoord: “U hebt met uw verstand belijdenis gedaan, belijdenis van de waarheid of van de leer. Dat is geen goede belijdenis.” Wie dit zegt moet zich goed bewust zijn wat hij of zij zegt. Men vergeet, dat belijden is nazeggen. Instemmen met wat men geleerd, gehoord heeft uit het Woord en het belijden van de kerk. Men heeft een overtuiging ontvangen. Een overtuiging die leidt tot gebed: “Heere, mag ik leren wat ik weet, waarvan ik ook geloven mag dat het de waarheid is.” Voor allen, die het beleven, krijgt men achting. De prediking gaat trekken. Moet men zulken treffen? Nee, leiden. Onderwijs vanuit het Woord en het belijden van de kerk zou meer gegeven moeten worden, want er zijn zeker afwijkingen of tekortkomingen, maar ook behoeftigen aan bijbels gefundeerd onderwijs. De Schrift moet spreken. Zij is het waard. En wie haar biddend zoekt, wordt bijbels geleid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken