Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

Ongegronde vrees

5 minuten leestijd

Paulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende dat hij een discipel was

Voor zijn bekering heeft Paulus (toen nog Saulus) de gemeente van Christus hartstochtelijk gehaat, maar nu, na zijn bekering, heeft hij haar even hartstochtelijk lief! Wat had hij zijn best gedaan om haar te verwoesten.

Hij was “blazende dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren”. Hij had van de hogepriester brieven gevraagd naar Damascus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van “die weg” waren, hij dezelve beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.

Maar nu, na zijn bekering op de weg naar Damascus, begeert hij met al de liefde van zijn vernieuwde hart de gemeente van Christus te dienen. Na zijn ontvluchting uit Damascus komt hij in Jeruzalem, en daar zoekt hij de christenen op, die nog tot voor kort de naam van Saulus (nu Paulus) alleen met een zeker afgrijzen op hun lippen konden nemen. Geen wonder dat ze hem niet vertrouwden. Zou die man nu werkelijk bekeerd zijn? Of zou hij wellicht proberen als een verrader de gemeente binnen te dringen, om alles aan de weet te komen, om vervolgens de grootste slag te slaan, die hij ooit geslagen had in zijn vreselijk werk?

In Jeruzalem gekomen poogt Paulus zich bij de discipelen te voegen. Maar het lukt niet erg. Ze nodigen hem niet uit. Zij treden hem allerminst open en hartelijk tegemoet. Ze zijn blijkbaar niet hartelijk verblijd met zijn bekering, want ze vertrouwen hem niet!

Het laat zich toch ook verstaan, nietwaar? Een man, die zo intens kon genieten van de steniging van Stefanus en van het vreselijk verdriet in zoveel gezinnen van christenen, zo’n man moet toch tot alles in staat zijn, ook tot de rol van huichelaar!

En daarom; wanneer Paulus in de discipelkring te Jeruzalem verschijnt, dan wordt hij heel koel ontvangen. Men vreest, men is bang, men gelooft niet dat ook hij, Paulus, nu een discipel van Christus is geworden.

Ongetwijfeld is dit voor Paulus een zware beproeving geweest. Zijn hartelijk, oprecht verlangen om de zaak, om de verdrukte gemeente van Christus te dienen, wordt miskend. Hij zou graag zoveel wat hij misdaan had, willen goedmaken. Maar men geeft hem daartoe niet de gelegenheid.

Het moet voor Paulus, die toch “Gods uitverkoren vat” was, een diepe teleurstelling zijn geweest. Ongetwijfeld! Maar dan een teleurstelling, die een beproeving wil zijn. En een beproeving dient om te louteren! Paulus moet leren wachten op Gods tijd. En die tijd van wachten en beproeving is geen verloren tijd. In Gods leiding kan er toch nooit sprake zijn van verloren tijd. De Heere had de vreselijke zonde van Paulus genadig vergeven, maar de gevolgen van die zonde moest hij toch nog een tijdlang dragen.

Dat moest hem klein houden. Misschien is er iemand die dit leest, die deze ervaring ook kent. Misschien in een zware en ook openbare zonde gevallen. Daarna in de weg van hartelijk berouw Gods vergevende liefde in Christus ervaren. Maar de gevolgen van de zonde laten zich zomaar niet uitwissen. En de “littekenen” kunnen het hele leven meegaan. Ook als de Heere de zonde heeft vergeven en ze achter Zijn rug geworpen in “de zee van eeuwige vergetelheid”, toch vergeet Zijn kind de zonde niet. Zou David zijn vergeven zonde van overspel en moord ooit hebben vergeten? En zegt Paulus in l Corinthe 15:9 niet: “Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de gemeente Gods vervolgd heb”?

Al mag hij er dan zo heerlijk aan toevoegen: “doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben!”

O ja, ook vergeven zonden laten littekenen na.

Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven; die van de straf voor eeuwig is ontheven!

Zalig, als het van ons mag gelden! Is er iets groters denkbaar?

Maar moet het ons niet des te meer ertoe dringen om voorzichtig te wandelen? Bang voor de zonde!

In oprechtheid met de dichter instemmende: ik zet mijn treden in Uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden; gedurig bidded: wil mij voor struikelen bevrijden, en ga mij met Uw heillicht voor!

Het is het gebed van een bidder, die bang is voor de zonde, die bang is voor zichzelf omdat hij zijn verdorven aard leerde kennen bij het ontdekkend licht van de Heilige Geest.

Het is het gebed van de “voornaamste der zondaren”, die beseft dat hij zonder Gods bewarende hand tot alle kwaad in staat is.

Tenslotte nog even terug naar Paulus! Hij poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende dat hij een discipel was. Maar zo blijft het niet! Straks komt Barnabas (zoon der vertroosting), die in de Naam des Heeren, nee, niet de “littekenen”, maar toch wel de gevolgen van de zonde van Paulus mag wegnemen, zodat het wantrouwen van de gemeente plaats maakt voor hartelijk vertrouwen.

Wat is de Heere goed! Goed, voor de “voornaamste der zondaren!”

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken