Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gods heerlijke deugden (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gods heerlijke deugden (10)

7 minuten leestijd

De Kerk belijdt ten aanzien van haar Koning ook dat Hij alwetend is. Psalm 147 zingt: “Zijns verstands is geen getal”. God is ook volmaakt wijs. Zijn wijsheid bestaat in het volmaakte gebruik van Zijn alwetendheid. Hij gebruikt Zijn alwetendheid om Zijn raad uit te voeren. De Heere kent en doorgrondt alles. En Hij kiest altijd de juiste middelen om tot Zijn doel te geraken. Laten we ook eens wat over deze deugd Gods proberen te zeggen. Ook bij de overdenking van deze eigenschap zullen we moeten uitroepen: “Zie, God is groot en wij begrijpen het niet”. Job 36:26.

God is alwetend. “Er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen met Welken wij te doen hebben”, zie Hebr. 4:13. Luister, u die in duisternis en vrees ronddoolt, en zeggen moet: “Mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij”, Jes. 40:27. Luister, u die met Asaf klagen moet


Dan peinst de ziel: is ‘t waar, zou God ook weten van mijn droevig lot?
Zou d’ Allerhoogste van mijn klagen en bitt ’re rampen kennis dragen ?


“Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat een verre mijn gedachten. Gij omringt mijn gaan en mijn liggen en Gij zijt al mijn wegen gewend. Als er nog geen woord op mijn tong is, Heere! Gij weet het alles”. Psalm 139. Dat het oog opnieuw geopend mag worden voor Gods alwetendheid; dan zal het hart er rijkelijk door getroost worden. U zult in aanbidding uitroepen: “De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij”, Ps. 139:6.

De overdenking van Gods alwetendheid brenge ons er ook toe vergeving van onze zonden te zoeken in het alles reinigend bloed van de Heere Jezus. Want God weet al mijn zonden. Hij kent van verre óók mijn zondige gedachten. Het is alles in Zijn boek geschreven. De Alwetende zal alles in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad, zei Pred. 12:14. We kunnen anderen bedriegen; een mens kan zelfs zichzelf bedriegen. Maar Gód is niet te bedriegen. Hij weet alles. Niet alleen onze zonden, maar ook de motieven, de achtergronden. Denk het u toch eens een ogenblik in! Opdat we de vergeving onzer zonden mogen zoeken. God, de Alwetende kan onze zonden ook wegwerpen in een zee van eeuwige vergetelheid! En dat alles om Christus wil. Die tot zonde is gemaakt, opdat zondaren zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem, zie 2 Cor. 5:21. Vluchten we toch tot Hem!

Hoe dwaas is het om onze zonden te verbergen, ze niet te belijden voor de Heere. De Heere vónd Adam en Eva wel, hoewel ze zich verborgen. Hij sprak Kaïn op zijn zonde aan. Hij wist dat Sara bij zichzelf lachte. Hij zag Achan op Jericho’s puinhopen in die donkere nacht.

Daarom is het louter dwaasheid om onze zonde te bedekken of goed te praten. De opperste Wijsheid zegt: “Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen”, Spreuken 28:13.

Gods alwetendheid en kennis is onbepaald. Hij weet niet alleen tot in de kleinste bijzonderheden alles wat er in het verleden is gebeurd, tot in de verste uithoeken van de wereld en de ontzaglijke ruimte, maar Hij weet ook volmaakt wat er op dit ogenblik gebeurt, maar niet alleen is Hem het heden bekend, maar wat er mórgen zal gebeuren is Hem volkomen bekend. “Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend”. Hand. 15:18. De Bijbel geeft daar vele voorbeelden van, ik noem er slechts één. De Heere sprak al tot Abraham over de verdrukking in het land Egypte! “Weet voorzeker dat uw zaad vreemd zal zijn in een land dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren”, Gen. 15:13. Het aantal jaren wordt zelfs genoemd. De verleiding is groot om meer voorbeelden aan te halen, maar laat dit ene genoeg zijn.

Hoe komt het dat God dit alles weet? Heel eenvoudig, omdat God het zo gewild en bepaald heeft. God weet dat ik 60 jaar word, omdat Hij Zelf mijn stervensuur heeft bepaald. Hij wist dat de Zaligmaker in Bethlehem geboren zou worden, want dat had Hij Zelf in Zijn heilige raad bepaald. Gods alwetendheid heeft dus niets met een soort helderziendheid te maken, waarmee ménsen elkaar bedriegen. God wéét wat er morgen gebeuren zal omdat Hij heeft bepaald wat er morgen gebeuren zal. De oorzaak van alles is Gods wil.

Zo was ook het lijden en sterven van Zijn Zoon geheel en al naar Zijn raad. God had het eeuwen tevoren al laten profeteren. De Heere Jezus heeft een tijd voor Zijn lijden en sterven al van deze dingen gesproken. Geen soort van helderziendheid was het, maar vóórkennis. Zo was het van eeuwigheid bepaald en zo zou het gebeuren ook. Daar kan niemand wat aan veranderen. Een treffend voorbeeld vinden we in Matth. 26, de eerste verzen. De overpriesters en de schriftgeleerden zeiden tegen elkaar dat ze Jezus vangen en doden zouden, maar, zo zeiden ze ‘Niet op het feest’. Maar enkele verzen daarvoor lezen we: ‘Gij weet dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden om gekruisigd te worden’. Het lijkt wel of er sprake is van een goddelijke ironie! Niet op het feest, zeiden de Joden. Dan en dan, zei de Heere! Jezus is het Lam, ‘geslacht van de grondlegging der wereld’, Openb. 13:8.

Daarom lezen we ook in Hand. 2:23: “Dezen, door de bepaalde raad en voorkennis van God overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen deronrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood”.

Dit vers spreekt echter niet alleen van de raad en de voorkennis van de Alwetende, maar ook van de daad en wil van mensen. Wat zij toen deden met de Heere Jezus, en wat mensen nü doen en laten, gaat blijkbaar niet buiten de raad van God om. En het gaat niet buiten Zijn voorkennis om.

God kan nergens door verrast of overrompeld worden.

Hij is de Alwetende. ‘Wist Hij dus ook dat Adam vallen zou?’ Een veel gehoorde vraag op catechisatie. Ja natuurlijk wist God dat. daarmee is Hij het echter met de val en de ongehoorzaamheid nog niet eens. Het is geschiedt onderZijn toelating, zoals ook vandaag nog veel TEGEN, maar niet ZONDER Zijn wil plaats vindt; onder Zijn toelating. De val heeft Hem niet onaangenaam verrast, maar het was Hem wél, met eerbied gesproken, ón - aangenaam. God is het nooit met de zonde eens.

De zonde én haar bittere gevolgen hebben alle een plaats in Gods raad. Dat de Heere niet overrompeld was door Adams val en ongehoorzaamheid, blijkt uit het feit dat Hij terstond al iets van het heilswerk in Christus openbaart, namelijk in de moederbelofte.

Het feit dat God alles tevoren bepaald heeft, maakt Hem dus niet de Auteur der zonde. Dat is de mens. God is de Auteur van het goede. Heeft Hij immers niet de weg der zaligheid uitgedacht? En laten we er ons voor de rest niet te veel in verdiepen. Dat getuigt alleen maar van hoogmoed. Alsof wij door ons redeneren en nadenken Gods wijs beleid zouden kunnen doorgronden. We hebben genade nodig om God Gód te laten. Het zou te wensen zijn dat de overdenking van deze deugd van God ons innerlijke rust mocht geven! Een godvruchtige overdenking van deze eigenschap Gods doet een mens zich in kinderlijk vertrouwen aan Hem overgeven.

Hoe het ook moge gaan in het leven. Maar daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Gods heerlijke deugden (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken