Bekijk het origineel

Gods heerlijke deugden (11)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gods heerlijke deugden (11)

7 minuten leestijd

We hebben gezien dat God Alwetend is. Hij weet wat geschiedt is, wat er vandaag gebeurt en ook wat de toekomst voor ons nog verborgen houdt. Het is Hem welbekend. Waarom? Omdat Hij alles tevoren Zelf bepaald heeft. God de Heere regeert; beeft gij volken, eert! Eert Zijn hoog bestel! Ondanks de vragen die er voor het menselijk verstand (dat niet zoveel voorstelt) overblijven, kan de overdenking van deze deugd Gods rust, troost en onderwerping, ja zelfs vreugde geven. Voor ons is de toekomst verborgen. Maar wetende dat het alles gaat naar het wijs bestel van een Almachtig en barmhartig God, mag het vrezend en ontrust gemoed wel eens rust vinden in Hem:

Rust mijn ziel. uw God is Koning;
heel de wereld Zijn gebied.
Alles wisselt op Zijn wenken,
maar Hijzelf verandert niet.

Kent u die ogenblikken van rust en overgave? Ze worden in het geloof gesmaakt. Als we rondom ons zien hoe alles zich afspeelt in het grote wereldgebeuren, als we de vele zorgelijke ontwikkelingen gadeslaan in kerk en maatschappij, als we zien hoe machtig satan is, als we denken aan de toekomst die onze arme kinderen en kleinkinderen tegemoet gaan, o, dan houden we ons hart vast! Maar gelukkig is die mens, die bij al die dingen aan God mag vasthouden! Want Wie regeert er nu eigenlijk? De ontwikkelingen in kerk en maatschappij kunnen de indruk wekken dat de mens regeert. Hij heeft het voor het zeggen. De mens bepaalt zijn leven. Maar is dat wel waar? Vele verontrustende dingen gebeuren, dat is waar. Maar... onder Gods toelating! Hij heeft het heft in handen. De mens kan geen stap verder dan Hij toelaat. Psalm 33 is in dit verband tot lering. Die psalm spreekt over “de raad der heidenen en de gedachten der volken”. Maar let op het verband. We lezen: “Laat de ganse aarde voor Hem den Heere vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken. Want Hij spreekt en het is er; Hij gebiedt en het staat er. De Heere vernietigt de raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken”. Ja, wie regeert er nu eigenlijk? Is het satan? O ja, hij heeft grote macht. Lees het boek Job maar. Maar datzelfde boek laat ons ook zien, dat God regeert. Wat er ook gebeurt in het leven van Job, God weet er van af. Het gebeurt onder Gods toelating. Satan kan geen stap verder gaan, dan God goedkeurt. Per slot van rekening kan satan alleen maar verderven en kapot maken. Maar Wie geeft Job al zijn goederen weder? Wie maakt hem weer een blijde vader van kinderen? Wie maakt hem weer gelukkiger dan ooit tevoren? Het boek Job laat ons juist de onmacht van satan zien en de macht van God. Laat dit de stof voor overdenking wezen. U neemt in dit drukke leven toch immers ook tijd voor stille overdenking, nietwaar? Moge de Heilige Geest ons leiden. Dan kan er troost uitgaan van het overdenken van de alwetendheid Gods. Niet alleen als we nadenken over het grote wereldgebeuren, de ontwikkelingen in de kerk, en de donkere toekomst. Maar ook voor wat betreft mijn persoonlijk leven. Er kunnen zoveel zorgen zijn in ons eigen kleine persoonlijke leven. Teveel om op te noemen. O wat maken we ons een zorgen. Kunt u soms ook terugverlangen naar de heerlijke jaren van een onbezorgde jeugd? Welnu, dat voorrecht is er voor een kind van God ook weggelegd in dit leven. Om kind van God te zijn, lijkt Li dat niet het allerhoogste goed? Laten zij die tot het huisgezin Gods behoren nu eens spreken. Hebben zij niet die ogenblikken dat ze zich kind voelen; onbezorgd aan de hand des Vaders? Wat kan hun dan nog overkomen? Dan mogen ze het in het geloof wel eens belijden: “Hij regeert, zodat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen”, Zondag 10. Het is nu alleen maar zo erg dat dit leven niet naar onze verdorven natuur is. In dit licht gezien doet een kind Gods er geen goed aan, om het nu eens niet te scherp te zeggen, om “bezorgd te zijn” Zorgend en zorgzaam zijn, dat is wat anders. Maar bezorgd zijn, alsof alles van mij en van mijn handelen en inzicht afhangt in dit leven, zie, dat nu is, om het nu eens bij de werkelijke naam te noemen, zonde tegen de Heere! Daar hebben ze ook smart over, als ze dat inzien. O, kon ik maar eens echt kind wezen! Maar sprekende over de alwetendheid Gods, mogen de woorden van de Heere Jezus wel eens meer ter harte genomen worden, als Hij zegt: “Zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader WEET dat gij al deze dingen behoeft. Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden”, Matth.6:31 -33. Uw Vader weet wat gij van node hebt; daar hoort ook de kastijding bij. God is ook wat de kastijding betreft een echte Vader. Hij kastijdt de zoon die Hij aanneemt. God kan diepe en onbegrepen wegen met ons gaan. Dat wij, in tegenstelling tot God niets weten, omdat we van gisteren zijn, komt dan uit in vragen: waarom toch, o waarom? Maar de Heere weet het waartoe! Hij gaat op een doel aan met ieder van Zijn kinderen. Zalig is het om onder Hem te bukken; met opstandige gedachten en woorden treffen we alleen onszelf maar. Al eens ondervonden? Maar een gelovig berusten in Zijn wil geeft vrede in het gemoed:

Laat Hem besturen, waken,
‘t Is wijsheid wat Hij doet;
zo zal Hij alles maken,
dat g ‘u verwond’ren moet.
Als Hij, Die alle macht heeft,
met wonderbaar beleid,
geheel het werk volbracht heeft,
waarom gij thans nog schreit.

Vragen we toch veel om genade, om achter een Alwetend God aan te mogen komen. Als een nietsweter. Dat is geloof. God weet alles. Hij kent iedereen. Als een kind vroeg ik me weleens af hoe God tot de verlorenen kon zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij! als de Alwetende, kent Hij toch iedereen? Weet u wat Hij bedoelt? Ik heb u nooit als een arm zondaar aan Mijn troon gezien. Ik ken u niet. Ge hebt mijn gemeenschap nooit gezocht; het was altijd: Ik ken U niet! Vreselijk zal dat oordeel zijn. Kennen wij de weg tot de troon der genade? Zochten wij voor onze zonde en schuld verzoening in het alles reinigend bloed van de Borg en Middelaar? Leerden wij al onze zorgen op Hem te werpen? Maakten wij Hem al onze begeerten bekend? Kennen we de Alwetende? Erkennen we Hem? Zalig wie Hem zoeken mag. Want die tot God komt moet geloven dat hij is een Beloner dergenen die Hem zoeken. Die zullen Hem kennen en van Hem gekend worden. Ja, die zullen er achter komen dat de Heere ze al van eeuwigheid gekend heeft! Wat een wonder. ‘Eer iets van mij begon te leven, was alles in Uw boek geschreven.’ Ook mijn naam. Is dat geen wonder! O Heere, geef dat ik me aan U mag toevertrouwen. Het gaat goed met Uw Kerk. Het komt goed met Uw kerk. Straks zult Gij zijn Alles in allen. Laat me verlost mogen worden van angst en vrees. En laat me als Uw kind werkelijk kind mogen zijn. En Gij mijn Vader. Die alles kan; Die alles weet; Die me eeuwig vasthoudt. En dat alles om het offer, gebracht op Golgotha.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Gods heerlijke deugden (11)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken