Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Paulus en de Filippenzen (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Paulus en de Filippenzen (2)

9 minuten leestijd

Tussen Paulus en de gemeente van Filippi bestond een sterke band. Hoe die band was ontstaan vertelt ons Hand. 16. Daar wordt ons allereerst getoond, dat de Heilige Geest op een soevereine wijze ervoor zorgde dat Gods Woord in Filippi kwam. De Heere wilde dat Zijn Woord daar verkondigd zou worden en Hij het is immers die beschikt over het waar en het wanneer van de arbeid van Zijn knechten.

Vrucht op het Woord

Dat was het eerste element, waar we op moeten letten. Het tweede is, dat het Evangelie door een machtige werking van Gods Geest in Filippi rijke vrucht heeft gedragen. Nadat Paulus aanvankelijk niet veel kon uitrichten, heeft de Heere hem gelegenheid gegeven het Woord uit te dragen. Met grote nauwkeurigheid stelt Lukas ons van een en ander op de hoogte.

Hij geeft drie voorbeelden waaruit de kracht van het Woord blijkt. Allereerst het voorbeeld van Lydia. Vervolgens dat van de slavin met de waarzeggende geest - een meisje waarvan we de naam niet weten. Tenslotte dat van nog een niet met name genoemde - de stokbewaarder. Zijn dat drie voorbeelden van waarachtige bekering? Ten aanzien van Lydia en de stokbewaarder kunnen we die vraag met zekerheid bevestigen beantwoorden. Maar die slavin? Zij ik toch alleen maar van de boze geest die haar bezet had verlost? Zou het ook kunnen zijn dat zij daarnaast ook tot ware bekering is gekomen? Is dat het geval geweest, dan hebben we hier drie voorbeelden van de levensveranderende kracht van het Evangelie, openbaar komend in mensen die overigens heel wat van elkaar verschilden.

Ze behoorden tot een verschillend ras en een verschillend volk. Lydia was uit Azië - uit Filadelfia. De slavin was een Griekse. De stokbewaarder was een Romein. Er was ook groot verschil in maatschappelijke posities. Lydia zat in de handel; ze was een purperverkoopster. De slavin had eigenlijk helemaal geen positie; ze was het eigendom van anderen. De stokbewaarder was een functionaris in dienst van de Romeinse overheid.

Ook in godsdienstig opzicht was er groot verschil tussen deze drie. Lydia had zich min of meer aangesloten bij het Imonotheïsme van het Jodendom. De slavin diende de afgoden en was bezet door een pythonische geest, zoals dat heet. De stokbewaarder was een vereerder van de keizer in Rome.

Er waren dus grote verschillen, die in die tijd best zwaar gewogen hebben. Maar die verschillen maken niets uit als God gaat werken. Dan breekt Hij heen door alles wat scheiding maakt. Dan is afkomst en positie en zelfs godsdienstige achtergrond van geen betekenis meer. Dan wordt waar wat Gal. 3:28 zegt, namelijk dat er geen onderscheid meer is tussen man en vrouw, Jood of heiden, vrije of slaaf. Dan brengt de Geest van God zondaars van allerlei soort tot geloof in Christus. En Paulus mocht in Filippi zien dat het Evangelie waarlijk een kracht Gods tot zaligheid is voor een ieder die gelooft.

Góds werk

Ja, door de krachtige werking van de Geest van God droeg het Evangelie in Filippi rijke vrucht. In het leven van Lydia werd dat zichtbaar, toen de Heere haar hart opende. Zoals de Heere Jezus indertijd de dove oren van een doofstomme opende (Mark. 7:34), zo opende Hij nu het hart van Lydia. Die oren waren gesloten; potdicht. Zo was ook Lydia’s hart gesloten. Ze had zich wel aangesloten bij de Joodse religie, maar dat zei nog niets van haar hart. Dat was nog altijd dicht. Daar kon alleen een goddelijk wonder verandering in aanbrengen. Ondanks alle voorbereidende werk, wat de Heere al in haar leven gedaan had, moest het beslissende nog gebeuren. En dat gebeurde!

Ook bij die slavin moest het een werk van God zijn, wilde er echt verandering komen. Alleen door de Naam van de Heere Jezus ging de boze geest uit haar. Ze was wel op de hoogte van de boodschap die Paulus bracht, maar onder invloed van de demon spotte ze daarmee. En alleen God kon daar een eind aan maken. Dat dééd Hij! En zij was bevrijd van deze bezetenheid.

Bij de stokbewaarder was het ook de Heere, die het anders maakte. De man was volkomen onverschillig. Hij had Gods dienstknechten in de gevangenis, maar hij deed niets om naar hen te luisteren. Integendeel! Toen ze aan hem overgeleverd waren had hij hen zonder enig medegevoel in de binnenste kerker opgesloten, met hun voeten in de stok. Hijzelf ging rustig slapen. Hij had er geen erg in, dat hij op de rand van de hel lag. Totaal onbezorgd was hij. En God moest wel krasse maatregelen gebruiken. Een aardbeving! En toen ook nog het wonder, dat de gevangenen geen van allen ontsnapt waren, hoewel alle deuren open stonden en alle ketenen losgeraakt waren. Wie hield hen dan tegen zodat ze niet konden ontvluchten? En toen de stokbewaarder geen raad meer wist klonk hem het Evangelie in de oren en kwam deze man tot bekering en geloof. Mede ook door wat Paulus later in die nacht nog tot hem en de zijnen sprak.

Zo werkte de Geest in al deze gevallen heel krachtig met het Evangelie en dat Woord droeg vrucht. Op verschillende wijzen werkte Hij. bij de een zachtjes en bijna ongemerkt, zoals bij Lydia. Bij de ander met een groot geweld, zoals bij de stokbewaarder. Maar de uitwerking was dezelfde. Ze kregen allen gemeenschap aan het Evangelie, zoals Paulus het later in zijn brief aan de Filippenzen zal noemen ( Fil. 1:5).

Toen is het begonnen tussen Paulus en de Filippenzen. Paulus was het middel, waardoor het Woord van God tot hen kwam. Het bevrijdende Woord. Nee, Paulus was niet meer dan een middel. De Heere deed het werk, het eigenlijke werk. Paulus’ taak was alleen maar de verkondiging van het Evangelie. Paulus’ taak was dat hij met het Woord moest ingaan op de diepste noden van die mensen. Hij mocht niet komen met een aangepast Evangelie. Niet met een boodschap die goed paste bij de cultuur van Filippi. Maar met het Evangelie van Jezus Christus.

Meer had de apostel ook niet. Verder stond hij met lege handen. Dat maakte hem zo afhankelijk en dat hield hem ook afhankelijk. Denk nog maar even aan die dagen, dat hij eigenlijk niets kon doen; de dagen toen ze werkloos waren en moesten wachten op de opening die God alleen kon geven. Toen beleefde Paulus wat hij in Corinthe ook zou beleven: hij was daar met zwakheid en vrees en veel beving (1 Cor. 2:3).

Ook deze dingen zijn het waard om verder over te mediteren. Wat kunnen wij eigenlijk? In de dienst des Heeren? In het preken en catechiseren? Wat kunnen wij eigenlijk in de opvoeding van onze kinderen? Wat kunnen wij eigenlijk in het winnen van anderen voor de dienst des Heeren? God moet het werk doen. Maar - kijk maar in Filippi - Hij doet het werk ook. Hij deed het toen, vrijmachtig en genadig, zou Hij het nu ook niet doen? Ja, Zijn werk gaat voort, en het onmogelijke gebeurt!

De gemeente gesticht

Er is nog een derde element dat ons in Hand. 16 getoond wordt. Niet alleen lezen we daar dat de Geest het Woord soeverein naar Filippi bracht en dat dezelfde Geest het Evangelie daar vrucht deed dragen. We lezen ook. dat de vrucht van het Evangelie daar bewaard bleef.

Wat deden Paulus en de zijnen nadat Lydia en anderen tot geloof waren gekomen? Lydia werd gedoopt. De stokbewaarder werd eveneens gedoopt. Met allen die bij hun ‘huis’ behoorden. Het sacrament werd dus bediend. En verder werd het Woord gepreekt; er werd verder onderwijs gegeven. Paulus en Silas deden dat terstond in de nacht in het huis van de stokbewaarder. Lydia heeft na haar bekering Paulus gedwongen zijn intrek bij haar in huis te nemen en dat deed ze natuurlijk ook met de bedoeling dat ze door hem verder kon worden onderwezen. En dan lezen we in het laatste vers van Hand. 16 dat daar sprake is van de ‘broeders’. Dat wijst er op dat er een gemeente in opkomst was. Ja, in Filippi ontstond een gemeente des Heeren.

Wat gebeurde er toen Paulus en Silas na al die ervaringen aanstalten maak: ten om te vertrekken? Toen blever Lukas en Timotheüs achter om de gemeente verder te leiden. Dat dit zoit wordt ons duidelijk als we erop letter dat Lukas eerst in de wij-vorm schreen (bijv. 16’: II) en na het vertrek van Paulus en Silas uit Filippi in de zijn vorm (bijv. 17:1). Paulus ging wet weg, maar hij liet de gemeente niet onverzorgd achter. De vrucht moest bewaard blijven.

Zo is de band ontstaan tussen Paulus en de gemeente van de Filippenzen Ten diepste was het een band in het Woord. Het begin lag daar waar het Woord begon vrucht te dragen en waar mensen gemeenschap met het Evangelie begonnen te krijgen. Daar zat het in. Niet in andere dingen. Niet in allerlei visites, die afgelegd werder of in allerlei sociale aangelegenheden Vandaag ontaardt zoveel pastoraat en zelfs ook heel wat prediking in een sociaal gedoe. De dienaren van he Woord moeten van alle markten thui zijn om mensen bezig te houden ei hun aandacht te boeien. Steeds weer moet er zo nodig met allerlei nieu wig heden worden geëxperimenteerd Paulus was uit ander hout gesneden Wat deed hij? Hij preekte het Woord En dat Woord deed het. Toen werder harten geopend. Toen werden boa geesten uitgedreven. Toen werder afgoden vaarwel gezegd. Toen gebeur den er wonderen. God geve dat we dat vandaag weer mogen zien. Ook in onze gemeenten.

Een volgende keer willen we D. V. een begin maken met het lezen van det brief van Paulus aan de Filippenzen

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Paulus en de Filippenzen (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1997

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken