Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geestelijke verlatingen (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De geestelijke verlatingen (5)

9 minuten leestijd

We hebben tot nu toe iets gezien van wat de geestelijke verlatingen zijn en wat ze inhouden, in welke standen van het geestelijk leven ze voorkomen en hoelang ze duren. Daarbij hebben we Schrift en belijdenis laten spreken. Nu willen we iets gaan zien over het leven in de geestelijke verlating.

En om dat leven in de geestelijke verlating goed te verstaan, moeten we dit keer eerst aangeven, wat de oorzaken kunnen zijn van de geestelijke verlating. Want wat kunnen daar een oorzaken voor zijn. Waarom neemt de Heere de geestelijke verlating op in Zijn leiding met Zijn kinderen? Waarom acht hij ze toch nodig voor hen en geeft Hij ze?

- Wel, de oorzaak van de geestelijke verlating is meestal de zonde. De Dordtse Leerregels zeggen immers in hoofdstuk 5, paragraaf 5: “Met zodanige grove zonden vertoornen zij God zeer, vervallen in schuld des doods, bedroeven den Heiligen Geest, verbreken voor een tijd de oefeningen des geloofs, verwonden zwaarlijk hun consciëntie, en verliezen somwijlen voor een tijd het gevoel van genade”.

A. Allereerst is daar de grove zonde, waarin Gods kinderen kunnen vallen. En nu is de Heere een heilig God, Die met de zonde geen enkele gemeenschap kan hebben, zelfs in het leven van Zijn volk niet. Maar het vertoornt en bedroeft Hem. O, er is maar zo weinig voor nodig in het leven van Gods kinderen om de geestelijke verlating over zich heen te halen. Als Gods kinderen daarom in zonden vallen, trekt de Heere Zijn werking in. Zelfs de kleinste zonde kan dat in hun leven bewerken. Daarom ook is het, dat David na zijn zonde met Bathseba in Psalm 51 door schuldbesef getroffen en verslagen uitroept: ‘Verwerp mij niet van Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij. Geef mij weder de vreugde Uws heils”. Door zijn zonde met Bathseba heeft de Heere hem in geestelijke verlating gebracht. Hij heeft de werkingen van Zijn Geest ingehouden zodat Gods nabijheid door hem niet meer werd ervaren. Dat de zonde dikwijls de oorzaak is van de geestelijke verlating, zegt ook Jesaja in Jesaja 2:6 “Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid”. En daarover spreekt ook de profeet Azaria tegen koning Asa van Juda in 2 Kronieken 15:2 “De Heere is met ulieden, terwijl gij met Hem zijt; en zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden, maar zo gij Hem verlaat, Hij zal u verlaten”.

B. Een tweede zonde, die de oorzaak van de geestelijke verlating is, is de geestelijke hoogmoed. Wat kunnen Gods kinderen na ontvangen genade nog prat gaan op hetgeen zij van de Heere hebben ontvangen, op hetgeen zij hebben ervaren. Daardoor kunnen ze in hoogmoed wel eens denken, dat ze wel in eigen kracht stand kunnen houden tegen de listige omleidingen en verzoekingen van satan. En juist dan kan de Heere wel eens toelaten, dat ze in diepe zonde vallen. Juist dan houdt Hij immers de werkingen van Zijn Geest wel eens een ogenblik in. We zien dat in het leven van Petrus.

In afhankelijkheid heeft hij mogen ervaren: “Heere, tot wie zullen we anders heengaan. Gij hebt immers de woorden des eeuwigen levens”. Wat had hij op de vraag van Jezus: “Maar gij, wie zegt gijlieden, dat Ik, de Zoon des mensen ben?”, toch mogen getuigen: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Maar wat dacht hij door de geestelijke ervaringen al te veel, dat hij in eigen krachten wel stand kon houden. Want voor de gevangenneming van Jezus was hij het, die als haantje de voorste veel te hoog van de toren blies en tot Jezus zei: “Al zullen ze U ook allen verlaten, ik zal U geenszins verlaten”. En: “Al werden ze ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer aan U geërgerd worden”. En: “Ik ben bereid ook met U in de gevangenis en in de dood te gaan”. Maar hij was het, die Jezus tot driemaal toe met vloeken en eedzweren verloochende. Die geestelijke hoogmoed kan zich ook openbaren in onvoorzichtigheid, waardoor men poogt in te dringen in Gods verborgen raad en wil. Allerlei leerstukken, die behoren tot Gods verborgen raad, zoals de verkiezing en de verwerping, de zonde tegen de Heilige Geest, Gods soevereiniteit en Zijn oordeel worden dan nieuwsgierig onderzocht. Als gevolg daarvan trekt de Heere dan Zijn werkingen in om Zijn ongenoegen daarover te tonen.

C. Ook het tegenovergestelde daarvan kan de oorzaak zijn van de geestelijke verlating, namelijk de verslapping, de verachtering in de genade. En dat is de derde oorzaak voor de geestelijke verlating. Door hoogmoed, wereldgelijk-vormigheid, welvaart op geestelijk en natuurlijk terrein, of door het koesteren van een zonde c.q. boezemzonde, wordt men nalatig in het onderhouden van de dienst des Heeren en het onderzoek van Gods Woord en wet. Ze worden laks en lauw in de genade, het gebedsleven verflauwt. Gods Woord wordt maar zo weinig meer geopend. Men heeft de Heere niet meer nodig in alle dingen van het leven. Men vraagt niet meer gedurig: Heere. wat wilt Gij, dat ik doen zal? Dat alles zijn kenmerken van de verachtering, de achteruitgang in de genade. En u kent het spreekwoord wel: stilstand is ook achteruitgang. Daardoor gaat de Heere de werkingen des Geestes inhouden om ook hierover Zijn ongenoegen te tonen. David heeft daar eens iets van ervaren in Psalm 30: “Ik zeide wel in mijn voorspoed: ik zal niet wankelen in eeuwigheid. Want Heere, gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt”.

D. Een vierde zonde, die de oorzaak van de geestelijke verlating kan zijn, is de opstand tegen God. Opstand omdat de Heere een kruis in het leven geeft, waarmee we het maar niet eens kunnen worden. Dan komen we in opstand tegen de Heere en staan met de vuist naar de hemel. Ook dan raken ze dikwijls in geestelijke verlating en houdt de Heere Zijn werkingen in.

Zien we dat niet in het leven van Asaf? Zegt hij het niet duidelijk in Psalm 73: “Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten. Want ik was noijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede”.

En mondt dat maar niet al te vaak uit in de opstand tegen de Heere en tegen de leidingen Gods in het leven van Zijn volk, zodat Asaf in vers 11 zegt: “hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste? En: “Zal de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn? Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde van geslacht tot geslacht? Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten”? (Psalm 77:8-10? Maar door deze opstandige vragen komt Asaf er niet uit. Dan is het door eigen schuld duister in zijn ziel. Want hij zegt in vers 16: “Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan: maar het was moeite in mijn ogen”.

Alleen als de Heere overkomt, krijgt Asaf inzicht in de wegen en gangen des Heeren met Zijn volk en kan Hij zeggen: “Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte”.

E. Ziet u, de zonde is menigmaal de oorzaak van de geestelijke verlating. Toch willen we er nog iets meer van zeggen. Er kunnen ook ogenblikken zijn, dat de Heere de werkingen van Zijn Geest gaat inhouden zonder dat er een concrete zonde in het leven van Gods kinderen aan te wijzen is, die de direkte oorzaak is van de geestelijke verlating. Toch moeten we ook dan zeggen, dat, ook al zijn er geen concrete zonden aan te wijzen, dat toch ook dan de zonde in het algemeen de oorzaak is van de geestelijke verlatingen. Want waren er geen zonden, dan waren er ook geen wonden. Waren er geen zonden, dan waren er ook geen gevolgen van de zonde. En de geestelijke verlating is een van de gevolgen der zonde in het leven van Gods Kerk.

En daar moeten we nu ogen voor krijgen om te zien. Onze blinde zielsogen moeten in de wedergeboorte worden geopend zodat we leren zien, wat we nog nooit gezien hebben. Zodat we de oorzaak van de geestelijke verlatingen leren zien: de zonde, de dagelijkse en menigvuldige overtreding tegen een goeddoend, maar ook een heilig God.

Lezer, hebt u de schuld reeds thuisgekregen? Want dat gebeurt gewis als de Heere in uw hart en leven gaat werken. Als Hij u van geestelijk dood levend gaat maken, krijgt u de schuldbrief thuis. Door wederbarende genade ontdekt Hij dan aan zonde, gerechtigheid en oordeel. U leert uw schuld voor God inleven zodat u er oog voor krijgt, dat u tegen al Gods geboden zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden hebt. Maar ook na ontvangen genade moeten we leren, dat we onbekwaam zijn tot enig goed, en geneigd tot alle kwaad. Ook dan moeten we bij vernieuwing en verdieping aan onszelf en ons arglistig hart ontdekt worden. De schuld moet steeds meer opgebonden worden zodat het nood wordt in ons leven. Verstaan we daar iets van? Arme mens, die nog nooit met zichzelf voor God te doen heeft gekregen. Want wie zijn schuld niet in beginsel en dan ook bij verdieping ziet, verstaat ook de noodzakelijkheid van Christus niet, laat staan de dierbaarheid en gepastheid van deze Borg en Middelaar, Die heeft aan Christus geen enkele behoefte. Als het u treft, zoek dan de Heere te kennen, nu het nog kan. Smeek Hem om ontdekkende genade opdat u de noodzakelijkheid van Christus leert verstaan en u gaat leren roepen om genade. Voordat u telaat zult roepen. Maar dan is het eeuwig kwijt. Gelukkig het volk, dat aan deze kant van het graf leert zien, dat ze tegen een goeddoend en heilig God gezondigd hebben, die met de zonde geen enkele gemeenschap kan hebben. Hoe weet u, dat dat in uw leven waar is? Dat weet u daaraan, dat dan de rust u voorgoed wordt opgezegd. U vindt geen rust meer in uzelf, maar leert uw rust zoeken buiten uzelf in Christus. Want er ontstaat een diepe smart over de zonde, een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Maar over dat aspekt van het leven in de geestelijke verlating de volgende keer meer D. V.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De geestelijke verlatingen (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken