Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geloofwaardigheid van de Bijbel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geloofwaardigheid van de Bijbel

10 minuten leestijd

Voor u gelezen......

Reeds eerder namen we uit “FOAR ‘TFINSTER(de kerkbode van de gemeente Damwoude), een artikel over t.a.v. “de betrouwheid van de Bijbel”. Ook een tweede artikel van Ds. P. Roos over dit onderwerp wilden we u niet onthouden.

Geloofwaardigheid van de Bijbel

In een vorig artikel heb ik vooral aandacht willen geven aan de visie van Loonstra op de heilsfeiten. Dat zijn de kernzaken uit Gods Woord. Daarnaast zijn er echter ook andere zaken, die door hem aan de orde worden gesteld. Reeds in het begin van het boek wordt de vraag naar de Bijbelse geloofwaardigheid op twee terreinen toegespitst.

1. Zijn alle geschiedenissen die in de Bijbel staan, historisch betrouwbaar? Is alles echt gebeurd, zoals het er staat?

2. Is de Bijbel geloofwaardig op het terrein van “normen en waarden”, zoals wij dat in onze tijd zouden zeggen. Het gaat dus om de twee lijnen van historische en morele geloofwaardigheid.

1. Loonstra wil tegemoet komen aan hen die hier tegenaan lopen, zoals bijvoorbeeld studenten en scholieren. Het is ongetwijfeld zijn goede bedoeling om hier mensen voor het geloof te behouden. Daarin willen we hem steunen en bijvallen. We waarderen ook stellig zijn bedoelingen om obstakels voor het geloof weg te nemen. Sprekend over het eerste, de historische verhalen in de Heilige Schrift, geeft hij enkele voorbeelden van moderne vragen. Kaïn leefde nog bijna alleen op de wereld, en toch is hij bang dat iedereen hem zal doodslaan. Verder lijkt het dat de dood van Goliath toegeschreven wordt aan David, terwijl op een andere plaats ineens een ander als de overwinnaar wordt genoemd. Ongetwijfeld zou er nog wel meer aan voorbeelden gegeven kunnen worden. Het zijn vragen, die bij ons allemaal wel eens boven komen, als we de Bijbel lezen. Door anderen zijn al vraagtekens gesteld bij bijvoorbeeld het spreken van de slang en de ezel van Bileam; bekend is ook de tegenwerping dat er geen vis bestaat, die een mens zou kunnen inslikken (Jona).

Er zijn verder bepaalde voorstellingen, die achterhaald lijken te zijn in onze tijd. De moderne wetenschap heeft aangetoond dat allerlei zaken anders liggen dan de bijbelse voorstellingen. Loonstra geeft het bekende voorbeeld van de ronde aarde. Wij weten nu dat dat zo is: de aarde is rond en deze draait om de zon. Voetius was zo getrouw aan de Bijbelse waarheid, dat hij bleef menen dat de zon om de aarde draait. In de Bijbel treft u immers de gedachte aan dat de zon draait om de aarde. Jozua deed door zijn geloof de zon stil staan tijdens een grote veldslag. Verder treffen we in de Schrift de voorstelling aan dat de aarde plat is en rust op bepaalde steunsels. Deze zaken zijn door de wetenschap belicht en dan blijkt toch wel dat we die voorstelling moeten bijstellen? U begrijpt de moeilijkheid: als we dat hier wel doen, waarom zouden er niet nog veel meer zaken komen, waarbij dat dan ook maar zo moet.

Toen Copermcus in 1543 de resultaten van zijn onderzoek publiceerde, dat namelijk de aarde draait om de zon, viel dat niet goed in de kerk van toen. De kerkelijke ban werd daarover zelfs uitgesproken. Toch bleek later wel dat Copernicus gelijk had. Toen werd dat toegestemd, waarom dan nu niet als het andere zaken betreft, bijvoorbeeld de evolutie? Loonstra stelt dan vooral voor om deze zaken overdrachtelijk te verklaren (metaforisch). De metafoor houdt vast aan de waarheid, al worden allerlei details anders geduid. De hoofdlijn wordt vastgehouden, maar de zijlijnen vatten we niet meer zo letterlijk op. In dit verband noemt hij ook zaken als sagen en mythen, zaken die ook door anderen reeds werden betrokken op de Bijbel. Al dient het zich in de bijbel als historie aan, toch wil Loonstra in sommige gevallen gaan spreken over mythen of ook over een metafoor (overdrachtelijke spreekwijze). Dan komen de zaken soms heel anders te liggen. Heeft bijvoorbeeld de hemelse hofhouding (engelen en demonen) hier ook niet iets mee te maken? In vorige tijden konden de mensen hiermee vrede hebben, maar kan de mens van nu dat nog in die vorm? Er ligt een kern van waarheid in. maar moeten we dan de letterlijke opvatting hiervan vasthouden ? Soortgelijke vragen zijn vroeger ook wel door anderen gesteld, maar men wilde onder ons toch nooit de kant op, die Loonstra hier aanwijst. Waarom niet? Omdat de kerk bepaalde grenzen in acht neemt. Niet omdat er sluitende oplossingen zijn en alle vragen van Loonstra beantwoord kunnen worden. Nee, dat kunnen wij ook niet. We moeten ons ook niet in een positie laten manoeuvreren, alsof wij nu maar even antwoord moeten geven op de hier geldende vragen. We wensen niet over grenzen heen te gaan, waardoor ‘grensoverschrijdend’ gedrag ontstaat. Dan raken we, op dat spoor, vroeg of laat, de Bijbel kwijt. Zoals dat gebeurde met mensen als Kuitert. Kuitert speelt op de achtergrond misschien toch meer mee dan we ons bewust zijn, alhoewel Loonstra zich nadrukkelijk distantieert van Kuitert. We hebben geen echte oplossingen, al weten we wel dat er op veel vragen wel antwoorden gegeven kunnen worden. Calvijn wijt allerlei ‘fouten’ aan overschrijvers, die zich bezig hebben gehouden met de tekst van de Bijbel. Naar ik meen denken de broeders Hakvoorl en Veenendaal ook aan deze mogelijkheid. Polyander schreef verder zijn boek over de tegenstrijdigheden in de Bijbel. We moeten ons ook niet laten verwarren door allerlei tegenwerpingen die de moderne wetenschap opwerpt. Die wetenschap weet het ook zeker niet allemaal. Toch maar liever geen metafoor of mythische invloeden. Dan loopt alles vast; ook het woord: ‘Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods’. Trouwens, wat betreft het Bijbelse ‘wereldbeeld’: ook wij zeggen nog dat de zon opgaat, terwijl wij allemaal wel weten dat de zon stil staat, natuurlijk zijn allerlei ontdekkingen uit de laatste tijden (bijv. de motor, het atoom) niet verwerkt in de Bijbel. Op die punten blijkt dat de Bijbel in een andere tijd staat. Toch neemt dat absoluut de betrouwbaarheid van de Schrift niet weg. Het zijn ook geen fouten en verkeerde voorstellingen. Het ware geloof lijkt niet zo te tobben met al deze zaken. Er was eens een vrouw die hoorde van de bezwaren tegen die vis van Jona. Ze zei in eenvoud: ‘Al had er gestaan dat Jona de vis opgeslokt heeft, dan zou ik dat ook geloven’. Hier kunnen we terecht zeggen: Sancta simplicitas (heilige eenvoud). Gods woord gaat niet tegen ons verstand in, maar het gaat ons verstand wel te boven. We raden Loonstra en onszelf allen aan ons meer te bezinnen op de aard van dat ware geloof.

2. De betwijfelde morele geloofwaardigheid voert ons naar een minstens evenzeer gevaarlijk terrein. Loonstra noemt het geweld in het Oude Testament. Wreedheid en gruwelen deden zich voor, terwijl deze niet echt onder kritiek worden gesteld. De Bijbel geeft verder de voorstelling van de slavernij, maar deze erkennen wij toch niet meer? Een zaak die Loonstra behoorlijk hoog zit, is gelegen in de Bijbelse voorstelling van de positie van de vrouw. Het is niet meer van deze tijd, als we horen van de ondergeschiktheid van de vrouw. Loonstra aanvaardt veel van wat er te lezen staat, maar hij stelt op bepaalde punten een ombuiging voor.

Hier doet zich een zeker conflict voor tussen de Bijbel en onze cultuur, waaronder we dan verstaan onze leefwereld, onze opvattingen, principes en uitingen. Als we Loonstra goed begrijpen, kunnen we niet zomaar stellen dat onze tijd zich moet richten naar de lijnen van Gods Woord. Het lijkt er op, dat we de Schrift in uitzonderingsgevallen moeten aanpassen aan de tijd waarin wij leven. Dat kan heel gevaarlijk zijn en dat is het, lijkt me, ook. Wat is dan de waarheid: wat de moderne autonome mens aanvaardt, of wat de Heilige Schrift leert?

Er doen zich in deze tijd allerlei moeilijke zaken voor, zoals abortus en euthanasie, homofilie en samenwonen, emancipatie en autonomie. Met dat laatste wordt bedoeld: de mens stelt zelf zijn wetten vast en maakt zelf uit wat voor hem aanvaardbaar is. Hij maakt ook zelf uit hoe hij leven moet en wat hij geloven wil. Gods Woord trekt andere lijnen. God stelt de wet, in alle dingen. Hoezeer wij allen daar vaak tegenin komen en ons daartegen verzetten, de Heere alleen regeert!

Wee ons nu als we de opvattingen van nu, dus onze normen en waarden, de voorkeur geven boven de wet van de Heere. Ik beperk me nu tot de positie van de vrouw. Zeker is het waar, dat de vrouw in onze tijd een heel andere positie inneemt als vroeger. Emancipatie is een van de afgoden van onze cultuur, ook van onze overheid. Ik hoor soms van ouders die verontrust zijn omdat hun dochtertjes op moderne basisscholen allerlei jongensachtige zaken moeten uitvoeren. U vermoedt terecht dat de overheid misschien wel bewust het totale onderscheid tussen mannen en vrouwen, jongens en meisjes, wil wegwerken. Men drijft het door tot in het absurde. Is nu werkelijk de voorstelling van de Bijbel zo verkeerd? We menen dat de lijnen van Gods Woord, ook op deze punten, aller aanneming waardig zijn. Hoe goed zou het zijn, als de moeder er weer halemaal zou kunnen en mogen zijn voor de kinderen, zonder zo nodig te moeten deelnemen aan het arbeidsproces. Hier ligt een regelrechte bedreiging voor de gezinnen. Hoezeer zou de werkloosheid afnemen, als we weer konden uitgaan van de eenvoudige taak van de man, die buitenshuis werkt. Er zijn uitzonderingen, maar ik geef hier de grote lijnen aan. Lees het oude huwelijksformulier, en u vindt daar in grote lijnen de zegen van het gezin. Er is geen behoefte aan rolverwisseling binnen het huwelijk. Het zou een grote zegen zijn voor onze maatschappij, als we ook op dit terrein, weer zouden gaan vragen naar de Heere en naar Zijn geboden. Er is niets verdraaids noch verkeerds in. Het betaamt alle mensen om God te vrezen en Zijn geboden te houden.

Dan bestaat er ook geen behoefte aan de vrouw in het ambt, een zaak die naar mijn mening in onze kerken breed leeft bij velen. Het gaat te ver om op grond van moderne neigingen het Woord van God in gewijzigde en aangepaste vorm op te vatten en door te geven. Deze moderne zaken maken voor velen de kern van de godsvrucht uit. Dat moeten we toch wel bestrijden. Laten we trachten de Heere te erkennen op alle terreinen van het leven. Ook al staat een vrouw niet op de kansel, ze kan toch een rijke geestelijke invloed doen uitgaan. De godsvrucht wakkert onze mondigheid niet aan, maar wil voor alles vragen naar de wil en de ordeningen van de Heere. Moge het ons allen, ook Loonstra en allen die gelijk denken, gegeven worden om telkens maar weer te weten, door een zaligmakend geloof: Des Heeren wet nochtans verspreidt volmaakter glans, dewijl zij ‘t hart bekeert.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Geloofwaardigheid van de Bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken