Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meer dan één Middelaar?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meer dan één Middelaar?

11 minuten leestijd

Conflict met Rome

ln de verschillende reformatieherdenkingen die rondom de 3 le oktober ook dit jaar weer gehouden zijn, zullen diverse thema’s aan de orde geweest zijn, die in 1517 en volgende jaren bepalend waren voor de breuk met de kerk van Rome. Er zijn inderdaad geweldige verschillen tussen Rome en de Reformatie. De belangrijkste van die verschillen kunnen worden aangegeven met de drie sola’s: sola scriptura, sola gratia, sola fide. Vooral het woordje ‘alleen’ is daarbij dan belangrijk. Rome zegt immers dat het niet ‘alleen’ de Schift is en niet ‘alleen’ het geloof en niet ‘alleen’ de genade.

Naast deze drie zaken was er nog heel wat meer conflictstof. Omtrent de sacramenten gingen de wegen uiteen. Eveneens omtrent allerlei zaken, die met de eredienst verbonden waren. Daarnaast ook nog praktische aangelegenheden zoals het kopen van een aflaat, het vereren van relikwieën, het branden van kaarsen, e.d. Ja, er zijn punten van verschil genoeg. En dat is nog zo. Ondanks allerlei geluiden, die er in de vrijzinnige roomse kerkprovincie, die ons land vormt, wel eens gehoord worden en waaruit de conclusie getrokken zou kunnen worden, dat de kloof tussen Rome en de Reformatie wat minder diep en breed geworden is, moet gezegd worden, dat er officieel niets veranderd is ten goede. Rome heeft nog nooit een van haar dwalingen herroepen.

De stelling kan verdedigd worden, dat de kloof eer nog verbreed en verdiept is. Er is na de Reformatie van 1517 nog conflictstof bij gekomen. Dat zien we als we de vraag stellen: Hoeveel middelaars zijn er? Meer dan één?

Mariaverering

U zult begrijpen dat ik met deze vraag doel op de praktijk van de Mariologie. In de kerk van Rome heeft immers Maria, de moeder van de Heere Jezus, een heel grote plaats gekregen. Een plaats die door de eeuwen heen ook steeds groter geworden is. En die in onze dagen nog groter lijkt te gaan worden.

De wortel van de huidige Mariaverering gaat in feite terug op een uitspraak gedaan op het concilie van Efeze in het jaar 431. Daar werd over Maria gesproken als de ‘moeder Gods’. Nu was de bedoeling van deze titel niet om Maria een verheven plaats te geven. Deze titel stond in verband met de strijd, die er in die tijd in de kerk gevoerd werd over de twee naturen van Christus en met name over Zijn goddelijke natuur. De Nestorianen hingen een leer aan, die er in de praktijk op neer kwam dat zij de Godheid van Christus in Diens mensheid lieten opgaan. Daar tegenover poogde het concilie van Efeze de Godheid van Christus veilig te stellen en in dit kader heeft men toen - achteraf bezien zeggen we: halaas! - Maria de ‘moeder Gods’ genoemd. Helaas, ja, want in later tijd is met een beroep op deze titel de Mariaverering verdedigd.

In de volksvroomheid begonnen trouwen al snel na ongeveer 150 de Marialegenden op te komen. Enerzijds heel begrijpelijk, aangezien Maria, de moeder des Heeren, toch wel een heel bijzondere vrouw is geweest tot een heel bijzondere taak geroepen. Van zo iemand gaat de verbeelding zich meester maken en dan komen de legenden. En toen onder de eerste christenkeizer Constantijn het Christendom staatsgodsdienst werd in het Romeinse Rijk en toen vele heidenen zonder waarachtige bekering zich bij de christenen voegden, namen deze naamchristenen hun heidense ideeën mee en de eer die zij eerder aan hun heidense godinnen toebrachten werd nu meer en meer op Maria overgebracht. Maria werd langzamerhand de ‘godin’ van het Christendom. En woorden, zoals die van de engel, toen hij de geboorte van de Heere Jezus in Nazareth kwam aankondigen en die hij bij die gelegenheid tot Maria sprak, kregen een belangrijke plaats. Zij was immers de begenadigde en de gezegende onder de vrouwen! (Luk. 1:28).

Zo is de ontwikkeling van de Mariologie steeds doorgegaan. Op den duur werd Maria in de ogen van velen zelfs belangrijker dan haar Zoon. Zij werd geacht dichter bij de mensen te staan dan Christus. Vandaar dat de gedachte opkwam, dat we Maria nodig hebben opdat zij tussen Christus en ons zal kunnen bemiddelen. Dus moet er tot haar gebeden worden in de hoop, dat zij onze gebeden zaloverbrengen aan haar Zoon.

Dogmatische ontwikkeling

De ontwikkeling van het dogma - de officiële leer - heeft deze trend die onder het volk leefde, gevolgd. Maar als er dogma’s omtrent Maria geformuleerd gaan worden, zijn wel al een eind verder in de geschiedenis. Dan zijn we zelfs al een hale tijd na de Reformatie van 1517. En dat toont dan tevens aan, dat de kloof tussen Rome en de Reformatie niet kleiner is geworden.

In 1854 werd het dogma van Maria’s onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Net als Jezus is dus ook Maria zonder erfzonde geboren. Zij staat dus op één lijn met haar Zoon. Ook zij bracht geen zonde mee bij haar komst in de wereld. In 1950 volgde het dogma van Maria’s tenhemelopneming. Maria is lichamelijk in de hemel: haar lichaam ligt niet meer in het graf. Alweer: zij staat dus op één lijn met Christus, die ook opgenomen is in de hemel. Alle dingen lopen parallel. Dat moet in feite ook wel, als Maria meer en meer haar plaats naast Christus is gaan innemen. Na 1950 is er officieel niets meer aan de Maria-leer toegevoegd. Wel is er rond 1960 op het Vaticaans Concilie een heftige discussie gevoerd over de vraag of Maria ook mede-middelares en mede-verlosseres is. De conservatieven op het concilie wilden die kant uit, maar de progressieven hielden het tegen. In onze tijd lijkt er echter een wending te zijn gekomen. Er zijn er velen, die verwachten dat nog voor het einde van deze eeuw de Paus Maria inderdaad officieel tot mede-verlosseres zal verklaren.

Deze zomer is er een dringend verzoek ingediend bij de Paus daaromtrent. Men wil dat hij verklaart dat Maria “Mede-verlosseres, Middelares van alle genade en Voorspraak van Gods volk’’ zal worden genoemd. Dat verzoek is ingediend door o.a. 500 bisschoppen, 42 kardinalen en vele anderen. Onder de laatsten was ook de onlangs overleden ‘moeder’ Theresa.

Nu zal het voldoen aan dit verzoek best heel wat moeilijkheden veroorzaken in de relatie van de kerk van Rome tot de andere kerken, met wie op de een of andere manier oecumenische contacten worden onderhouden. Maar we weten ondertussen welke opvattingen de tegenwoordige Paus Johannes Paulus II heeft omtrent Maria. Bovendien lijkt de al eeuwen geleden ingezette trend onomkeerbaar te zijn.

Verschijningen van Maria

Daar komt nog bij dat in de volksvroomheid Maria steeds meer aandacht gekregen heeft vanwege haar vele ‘verschijningen’.

Zulke ‘verschijningen’ zijn gemeld uil Lourdes in Zuid-Frankrijk, waar Maria voor het eerst in 1858 gezien zou zijn en een boodschap zou hebben gegeven. Vandaar dat dit Lourdes daarna een bedevaartsoord geworden is waar alle jaren velen heentrekken onder wie er ook heel wat zijn die daar uit de hand van Maria genezing van hun ziekten hopen te vinden.

Naast Lourdes is ook Fatima in Portugal zo’n bedevaartsoord geworden. Daar immers is Maria ook verschenen, voor het eerst in 1917. En daar is in onze tijd bijgekomen Medjugorje in Bosnië/Herzegowina. Sinds 1981 worden daar ook ‘verschijningenc van Maria gemeld en trekken daar ook allerlei bedevaartgangers heen.

Twintig jaar geleden maakten met name de feministische ingestelde theologen in de Roomse kerk nog grote bezwaren tegen een toename van de Maria-cultus. Nu lijkt bij hen het roer om te zijn, want uit die hoek worden nu geluiden gehoord waarbij Maria gezien wordt als de ‘vrije vrouw’. Zij heeft immers uit vrije keus gezegd tegen de engel, die haar de geboorte van Christus kwam aankondigen: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord (Luk. 1:38). Daarom heeft ze haar fiat gegeven aan Gods plan en door dit fiat kon God verder gaan met het uitwerken van de verlossing.

Zelfs de bevrijdingstheologie weet raad met Maria. Zij was immers een arme vrouw en uitgerekend haar koos God uit. Daarin blijkt immers heel duidelijk dat Gods voorkeur naar de armen in deze wereld uitgaat.

Johannes Paulus II

We weten hoe de huidige Paus over Maria denkt. Hij is een sterk vereerder van haar. Zijn motto is: ’Totus tuus’ - geheel de uwe. Als hij dat zegt of schrijft doelt hij op Maria. In 1981 werd er een aanslag op zijn leven gepleegd; zijn leven was toen inderdaad ook in ernstig gevaar. Dat hij gespaard gebleven is, heeft de Paus altijd aan de bescherming van Maria, de Vrouw van Fatima, toegeschreven. De aanslag vond plaats op de dag van de Vrouwe van Fatima! Er gaat ook vrijwel geen toespraak van de Paus voorbij en hij laat geen encycliek uitgaan of hij bezingt de lof van Maria en haar deugden. Hij noemt haar ook wel Middelares en Voorspraak en zelfs heeft hij har wel Mede-verlosseres genoemd, hat lijkt dus een logische consequentie uit de bestaande ontwikkeling dat vroeg of laat aan het ingediende verzoek zal worden voldaan en dat Maria officieel als mede-middelares zal worden beschouwd. Zo’n uitspraak zal de huidige Paus ongetwijfeld welgevallig zijn.

De Bijbel sober over Maria

Intussen is de Bijbel erg sober als het gaat om gegevens omtrent Maria. Niet zo heel vaak wordt over haar gesproken. Dat weinige moet ons om te beginnen al voorzichtig maken. Vooral ook omdat in de weinige schriftplaatsen waar het over haar gaat, niets te vinden is waaruit geconcludeerd zou kunnen worden dat zij recht heeft op onze verering of aanbidding. Het tegendeel is het geval. Als Maria zich een keer - op de bruiloft in Kana (Joh. 2) - met het werk van Jezus wil bemoeien, wijst de Heere haar terug. En in het slot van Matt. 12 legt Hij er de nadruk op, dat het niet om verwantschappen in aardse zin gaat, maar om de vraag of we geestelijke familie van Hem zijn.

Wat zeggen we tegen deze Mariologie? Dat zij lijnrecht in strijd is met Gods Woord. 1 Tim. 2:5 is niet onduidelijk: Er is één Middelaar Gods en der mensen, de mens Jezus Christus. Joh. 14:6 bevestigt dat: Ik ben dé weg. En het Woord van petrus, over de ene Naam die onder de hemel tot zaligheid gegeven is (Hand. 4:12), laat ook aan duidelijkheid niets te wensen over. Wordt dan toch naast Christus Maria vereerd en aangebeden, dan doet dat tekort aan de eer die alleen aan Christus toekomt. Overweeg in dit licht ook maar wat art. 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt over de enige voorbidding van Christus.

Jezus is genoegzaam

Hebben we een andere middelaar nodig dan Jezus? Dat zou alleen het geval zijn, als Jezus geen volkomen werk had gedaan en als Zijn Persoon niet genoegzaam zou zijn. Maar is dat het geval? Geenszins! Hij is de algenoegzame en volkomen Borg en Middelaar. Hij kan dan ook volkomen zaligmaken al degenen die door Hem tot God gaan (Hebr. 7:25).

Maar dan komt het er op aan dat we inderdaad tot God gaan. Doen we dat? zien we daar de noodzaak van in? Kunnen we het niet meer zonder de Heere stellen? Ik bedoel niet dat we dit doen qua vorm alleen. Maar naderen we tot Hem met het hart en niet slechts met de lippen? Dat is de zaak waar het om gaat.

Maar dan een naderen tot God door Christus. Wetend dat God buiten Christus een verterend vuur en een eeuwige gloed is bij wie niemand wonen kan. We hebben te zwaar gezondigd. We zijn te verdorven. Daarom juist hebben we een Middelaar nodig. Maar dan een Middelaar die Zich voor ons in het gericht heeft begeven. Een Middelaar aan Wie God Zelf Zijn goedkeuring heeft gehecht. Een Middelaar die ons - arme zondaren, die verdiend hebben dat we buiten zouden moeten staan - waarlijk tot God kan brengen. Een Middelaar die ook Voorbidder is en onze verloren zaak bij de Vader kan behartigen.

Naar die Middelaar worden we verwezen. Wat een rijkdom van genade is het al, dat ons niet gezegd wordt: Ga maar naar Maria en vraag het haar maar! Denk u eens in, dat we deze weg gewezen kregen.... Een doodlopende weg! Maar Jezus zegt Zelf: Komt herwaarts tot Mij....

We willen ons graag reformatorische christenen laten noemen. Zijn we dat omdat we de leer van de Reformatie belijden? Is dat genoeg? Of zijn we dat als we van binnen uit, door het werk van Gods Geest, gereformeerd werden en steeds worden om zo de Heere alleen aan te hangen en te dienen? Bid ook om geopende ogen bij zovelen, die op een verkeerde weg gaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Meer dan één Middelaar?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1997

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken